Cuno van den Steene

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Cunegondus Theodorus Emile (Cuno) van den Steene (Rotterdam, 6 juli 1909 - Baarn, 5 juli 1971) was een Nederlands kunstenaar. Hij was kunstschilder, tekenaar, illustrator, lithograaf, houtsnijder, wandschilder, textiel-, grafisch- en boekbandontwerper.

Opleiding[bewerken | brontekst bewerken]

Cuno werd geboren in Rotterdam als zoon van een drukker. De familie verhuisde meerdere keren van Rotterdam naar Maastricht. In Rotterdam woonde hij op meerdere plaatsen. Op 17-jarige leeftijd ging hij naar de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam. Hij volgde er lessen in schilderen, etsen, tekenen en lithograferen. Tot zijn leraren hoorden de lithograaf Marie Molijn en de etser Antoon Derkzen van Angeren. Om zijn studie te bekostigen werkte hij kort als leerling-etaleur en daarna als schilder van reclameborden voor bioscopen. Tijdens zijn opleiding ontmoette hij zijn latere vrouw Reina Mulder, met wie hij op 16 januari 1935 trouwde.

Werk[bewerken | brontekst bewerken]

Toen het aantal tapijtopdrachten begin zestiger jaren terugliep gaf hij les in de grafische vakken bij de Stichting Artibus, de school voor Kunstnijverheidsonderwijs in Utrecht. Tot zijn leerlingen behoorden Hendrik Chabot, Metten Koornstra en J.C.J. van Schagen.[1] In 1922 leerde hij op de academie Edmond de Cneudt kennen, zij zouden elkaar in 1940 opnieuw treffen in Baarn. In de eerste periode van zij werkzame leven heeft Van den Steene vooral geschilderd. Toen in 1937 en 1938 zijn kinderen werden geboren vestigde hij zich, om brood op de plank te hebben, als zelfstandig illustrator in Rotterdam. In totaal zou hij ongeveer zeventig boeken illustreren.[2] Na het bombardement van Rotterdam trok het gezin in bij de moeder van Van den Steene in Soestdijk en vervolgens verhuisde het gezin via de Torenlaan naar de Balistraat in Baarn. Van den Steene woonde daar in een woning boven een winkel aan de Laanstraat 41a, naast de Parkstraat. Met dorpsgenoot en graficus Maurits Escher wisselde hij technieken uit.

Zijn eerste opdrachtgever was het katholieke literaire tijdschrift De Gemeenschap (1921-1940) in Utrecht. Veel waardering had hij hier voor de collega's Jozef Cantré en de kubistische religieuze schilder Otto van Rees (1884-1957). Hij ontwierp het vignet en maakte illustraties bij gedichten. Een volgende werkgever was uitgeverij Het Spectrum, waarvoor hij boeken illustreerde. Ander werkgevers waren Bruna en De Fontein in Utrecht. In de periode 1942-1968 ontwierp hij voor handweverij De Cneudt in Baarn 35 wandtapijten en voor de Holland-Amerika Lijn maakte hij ook enige tapijtontwerpen en wandschilderingen voor het schip Rotterdam. Deze wandschildering van de ss Rotterdam beslaat een oppervlak van 120 m².

Afwijkend van zijn gangbare werk waren zijn illustraties voor het blad Vrijdag. Hierin tekende hij (strip)verhalen over 'Peredrups', de belevenissen van een gefingeerde stripfiguur (spotprenten op een toentertijd bekende politicus).[3].

Exposities[bewerken | brontekst bewerken]

Tussen 1940 en 1950 exposeerde hij in Rotterdam, Utrecht, Den Haag en in het Baarnsch Lyceum in Baarn, georganiseerd door de Volksuniversiteit. Ook Jan Broerze en Jaap de Ruig en Escher exposeerden daar. Van den Steene toonde daar het in opdracht en bij Edmond de Cneudt gemaakte gobelin De Legende van Westenschouwen. Dit werk wordt bewaard in het museum Stadhuis van Zierikzee. Grafieken van zijn hand worden bewaard in museum Boijmans van Beuningen en het Centraal Museum. In 1937 schonk hij een aantal pentekeningen, een ets en een aantal linosneden aan het museum voor Nieuwe Religieuze Kunst in Utrecht, tegenwoordig behorend tot de collectie van rijksmuseum het Catharijneconvent.

Cuno van den Steene stierf in het ziekenhuis aan de Torenlaan in Baarn en werd begraven op de rooms-katholieke begraafplaats aan de Kerkstraat in Baarn.[4] In het Trefpunt achter de kerk is een wandschildering te zien die Van den Steene maakte voor het jubileum van de pastoor.