Cyclamen repandum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Cyclamen repandum
Cyclamen repandum
Cyclamen repandum
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade:Asteriden
Orde:Ericales
Familie:Primulaceae
Geslacht:Cyclamen
Ondergeslacht:Cyclamen subgen. Psilanthum
soort
Cyclamen repandum
Sm. (1806)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Cyclamen repandum op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Cyclamen repandum is een mediterrane soort die we zowel aantreffen in het zuiden van Frankrijk (Provence), Italië, Corsica, Sardinië, tot in Slovenië, Albanië en het eiland Korfoe. In Algerije vinden we de lokale variëteit baborense Debussche & Quézel.

Kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

Cyclamen repandum is een plant uit het onderhout die tijdens de lente bloeit (april tot mei). De karmijnrode, zelden witte bloemen (f. album), met een donkere basis zijn geurend. Ze hebben rechtopstaande bloemblaadjes, met een elegant gedraaide uiteinde. De bladeren zijn breed en vaak met witte tekening, met een sterk getande of gelobde rand, en lijken wat op die van klimop.

Hybridisatie[bewerken | brontekst bewerken]

Een recente studie toonde aan dat bepaalde taxa in Corsica (streek van St-Florent) in feite hybriden Cyclamen repandum × balearicum zijn.[1] De aanwezigheid van deze hybride populaties in Corsica laat vermoeden dat Cyclamen balearicum reeds aanwezig was voor de tektonische activiteiten die Corsica, de Balearen en Zuid-Frankrijk uit elkaar gedreven hebben.[2]

Daar waar Cyclamen repandum en verwante soorten samen geteeld worden, kunnen kruisingen ontstaan. Zo kennen we C. creticum × C. balearicum, C. ×meiklei Grey-Wilson (C. creticum × C. repandum) en C. ×saundersii Grey-Wilson (C. repandum × C. balearicum).

Kweek[bewerken | brontekst bewerken]

Cultivar van Cyclamen repandum met zilverige bladeren

Cyclamen repandum kan niet tegen harde vrieskou. Wanneer ze in volle grond wordt gekweekt, moet dat gebeuren in een plaats beschut tegen koude wind en in halfschaduw. De bladeren zijn erg dun en houden niet van felle zon, die hen doet verschrompelen. De knollen moeten dieper geplant worden dan die van andere soorten.

Referenties[bewerken | brontekst bewerken]