Cyclus van Meton

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De cyclus van Meton is een 19-jarige periode of cyclus, waarin 235 lunaties plaatsvinden. Na deze cyclus staan zowel de zon als de maan weer in dezelfde positie. Na 19 jaar vallen de maanfasen dus weer op dezelfde dagen van de maand.

De cyclus van Meton is genoemd naar de Griekse astronoom Meton van Athene. Meton gebruikte de cyclus om een kalender op te stellen die zowel op de beweging van de zon als de maan was gebaseerd. In de 19-jarige cyclus waren de jaren 3, 5, 8, 11, 13, 16 en 19 schrikkeljaren met 13 maanden. Er komen 125 maanden van 30 dagen en 110 maanden van 29 dagen voor, in totaal dus 6940 dagen. Dat is minder dan een halve dag langer dan 19 tropische jaren. Bovendien is deze periode vrijwel gelijk aan 255 draconitische maanden.

De cyclus van Meton werd nadien verbeterd door de eveneens Griekse astronoom Callippus. Calippus vatte de vier cycli samen in een nieuwe grotere cyclus van 76 jaar, de Callipische cyclus. Hierdoor werden eerdere onnauwkeurigheden weggewerkt.[1]

Volgens de chronologen Parker en Dubberstein zouden er aanwijzingen zijn dat een dergelijke cyclus reeds voor zijn tijd op punt gesteld werd door de Babyloniërs.[2]

Toepassingen[bewerken]

Deze cyclus van Meton is in Athene waarschijnlijk enige tijd toegepast en heeft de tijdrekening in Mesopotamië en India beïnvloed. Het joodse jaar werd gestandaardiseerd op basis van de cyclus van Meton en in de christelijke kalender wordt uit 19-jarige periode van de cyclus van Meton het gulden getal afgeleid voor de berekening van de paas- en pinksterdatum.

Referenties[bewerken]

  1. http://radixpro.nl/rpnlart/art_1_1.php
  2. R. A. Parker en W. H. Dubberstein, Babylonian Chronology, 626 B.C.–A.D. 75, 1971, blz. 1, 3, 6.