Cynognathus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Cynognathus
Fossiel voorkomen: Olenekien-Ladinien
(~ 247 - 237 Ma)
Cynognathus
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Orde:Therapsida
Onderorde:Cynodontia
Familie:Cynognathidae
Geslacht
Cynognathus
Seeley, 1895
Typesoort
Cynognathus crateronotus Seeley, 1895
Cynognathus
Afbeeldingen Cynognathus op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Cynognathus op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Cynognathus is een uitgestorven monotypisch geslacht van Cynodontia, en de enige vertegenwoordiger van de familie Cynognathidae. De enige soort, Cynognathus crateronotus, leefde tijdens het vroege Trias in Zuidelijk Afrika, Antarctica en Zuid-Amerika. Cynognathus leek net als de meeste soorten uit de onderorde Cynodontia sterk op een zoogdier.

Naam[bewerken]

Cynognathus crateronotus werd in 1895 beschreven door Harry Govier Seeley. De soort is tevens benoemd als Cistecynodon parvus, Cynidiognathus broomi, Cynidiognathus longiceps, Cynidiognathus merenskyi, Cynognathus beeryi, Cynognathus minor, Cynognathus platyceps, Cynogomphius berryi, Karoomys browni, Lycaenognathus platyceps, Lycochampsa ferox, Lycognathus ferox en Nythosaurus browni.

Beschrijving[bewerken]

Cynognathus was 100-175 centimeter lang en had een krachtige staart en korte poten die onder het lichaam stonden. Het gewicht wordt geschat op 50 tot 70 kilogram. De kop was hondachtig met tanden die reeds waren gedifferentieerd tot snij- en hoektanden, net als bij zoogdieren. Aan de hondachtige schedel dankt Cynognathus zijn naam, want "cyno/kuoon" betekent "hond" en "gnathus" betekent "kaak". Prominente uitsteeksels op de onderkaak maakten de aanhechting van grote kaakspieren mogelijk, waardoor Cynognathus een enorme bijtkracht moet hebben gehad. Wellicht was Cynognathus al warmbloedig en behaard, aangezien kanaaltjes in het neusbeen wijzen op de aanwezigheid van bloedvaten en zenuwen. Bij zoogdieren hangt de aanwezigheid van zulke structuren op die plaats samen met de aanwezigheid van snorharen. Snorharen zijn gespecialiseerde haren en zullen dan ook alleen bij een min of meer algehele beharing voorkomen. In ieder geval was Cynognathus in het bezit van een secundair benig gehemelte dat de neusholte van de mondholte scheidt, waardoor Cynognathus tegelijkertijd kon eten en ademen. De afwezigheid van ribben in de buikregio suggereert de aanwezigheid van een middenrif, een belangrijke ademhalingsspier bij zoogdieren.

Met het formaat van een wolf was Cynognathus één van de grotere roofdieren van het Vroeg-Trias. Tot de mogelijke prooien van dit dier behoorden onder andere dicynodonten en rhynchosauriërs. Hoewel Cynognathus een zeer succesvol dier was, stierf het toch uit in het Midden-Trias. Waarschijnlijk hadden de ingrijpende klimaatsveranderingen hiermee te maken. Het feit dat woestijnen steeds meer de wereld gingen domineren en bossen steeds schaarser werden, werkte in het nadeel van grote warmbloedige carnivoren als Cynognathus en juist in het voordeel van de archosauriërs. Deze laatste groep dieren, waartoe onder meer de krokodilachtigen en de dinosauriërs behoren, kreeg dan ook de overhand vanaf het Midden-Trias. Cynodonten bleven ook bestaan, maar dan in de vorm van kleinere roofdieren als de chiniquodonten en de herbivore traversodonten.

Verspreiding van Cynognathus (oranje) op het supercontinent Gondwana

Fossiele vondsten[bewerken]

Fossielen van Cynognathus zijn gevonden in de Cynognathus-faunazone van de Burgersdorp-formatie (Beaufortgroep, Karoosupergroep) in Zuid-Afrika en Lesotho, de Omingonde-formatie in Namibië, de Ntawere-formatie in Zambia, het Lifua-lid van de Manda-formatie in Tanzania, de Fremouw-formatie in Antarctica en de Río Seco de la Quebrada-formatie in Argentinië. De vondsten zijn 235 tot 245 miljoen jaar oud en dateren uit de periodes Olenekien tot Anisien.

Uit het feit dat fossielen van Cynognathus zowel in zuidelijk Afrika als Argentinië als Antarctica zijn gevonden, kan afgeleid worden dat deze continenten tijdens het Trias met elkaar verbonden moeten zijn geweest. De fossiele vondsten van deze cynodont is dan ook één van de aanwijzingen voor het bestaan van de supercontinenten Pangea en Gondwana tijdens het Trias evenals het fenomeen van de platentektoniek.

Ook China wordt wel opgegeven als vindplaats van fossielen van Cynognathus, maar daadwerkelijke literatuur hiervoor ontbreekt. Waarschijnlijk gaat het om een verwarring met Sinognathus, een cynodont uit de familie Trirachodontidae. Van deze soort zijn fossielen gevonden in de Upper Ermaying-formatie, een formatie die ongeveer dezelfde ouderdom heeft als de assemblagezone van Cynognathus.