D17 (hunebed)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hunebed D17 op de es bij Rolde, 2006
Afbeelding van het hunebed door Bernardus Gerardus ten Berge (1856)

Hunebed D17 ligt in de nabijheid van Rolde in de Nederlandse provincie Drenthe. Het is tussen 3400 en 3200 v.Chr. opgericht[1].

Het hunebed ligt ten noordoosten van Rolde in de omgeving van de Sint-Jacobskerk op de es. In de onmiddellijke omgeving ligt nog een tweede hunebed D18. Het laatste hunebed is 'gerestaureerd' door Joan Lodewijk Gerhard Gregory en ziet er 'netter' uit, hunebed D17 is meer een ruïne. Van dit hunebed liggen niet alle dekstenen meer op hun plaats.

Beide hunebedden werden door de Boermarke van Rolde voor 150 gulden verkocht. Eerst wilde men de hunebedden openbaar verkopen, maar Gedeputeerde Staten van Drenthe protesteerde en na een advies van het Ministerie van Binnenlandse Zaken werden de hunebedden aan het Rijk verkocht (in 1872 hunebed D17 en D18 volgde een jaar later).

In 1905 golden ze als één van de weinige archeologische bezienswaardigheden van Nederland[2]. Er zijn veel ansichtkaarten verschenen met deze hunebedden erop, waarschijnlijk zijn deze hunebedden vaker afgebeeld dan alle andere in Nederland.

Eerste vermelding[bewerken]

De vermoedelijk eerste vermelding van dit hunebed stamt uit 1547. In een geschrift uit die tijd[3] wordt melding gemaakt van de Zuilen van Hercules, die zich in vico Roelden (= Rolde) zouden bevinden. Op de zuilen ligt een offersteen en via een nauwe doorgang kon men onder de stenen komen. Volgens de monnik werden hier voor de komst van Bonifatius mensen geofferd. De naam van het geheel was 's Duvels Kut (= kont van de duivel). De beschrijving zou ook kunnen slaan op hunebed D18.

Society of Antiquaries[bewerken]

Rond 1870 waren de meeste hunebedden in bezit van de overheid en men besloot deze monumenten 'op te knappen'. Bezorgd om de 'restauraties' die door provincie en lokale overheden werden uitgevoerd, zoals het weggraven van de dekheuvels, stuurde de Society of Antiquaries in 1878 twee Engelse oudheidkundigen naar Drenthe. William Colling Lukis en sir Henry Dryden maakten in de periode van 1 tot 22 juli plattegronden en aangezichten van veertig Drentse hunebedden. Deze tekeningen (met beschrijvingen) waren van ongekend hoog niveau voor Nederlandse begrippen.

Hunebed D17 is weergegeven op Plan XII. Er waren nog 7 dekstenen en 17 draagstenen. Er was geen spoor van een dekheuvel. Het hunebed is beschadigd door een eik.

In 2015 werd het werk van de oudheidkundigen uitgegeven. In het Drents Museum was een tentoonstelling over het werk.[4][5]

Schilderijen[bewerken]

De hunebedden van Rolde zijn door diverse schilders vereeuwigd. De afbeelding bij dit artikel is van de hand van de Alkmaarse schilder Bernardus Gerardus ten Berge, gemaakt in 1856 en geëxposeerd op de tentoonstelling van Levende Meesters in Groningen als Op een kerkhof - herinnering aan Drenthe.[6]