D27 (hunebed)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hunebed D27

Hunebed D27 ligt aan de noordoostzijde van Borger in de Nederlandse provincie Drenthe. Vlak bij dit hunebed ligt het, door Aldo van Eyck ontworpen en in 2005 gereedgekomen hunebedcentrum.

Het hunebed D27 bevat 9 dekstenen op 26 draagstenen en 2 sluitstenen en een complete poort met 4 poortstenen en 1 deksteen. 2 keien in de buurt zijn mogelijk kransstenen geweest. De lengte is 22,5 meter. Het is daarmee het grootste hunebed van Nederland.

Tussen Borger en Buinen liggen ook de hunebedden D28 en D29.

Society of Antiquaries[bewerken]

Rond 1870 waren de meeste hunebedden in bezit van de overheid en men besloot deze monumenten 'op te knappen'. Bezorgd om de 'restauraties' die door provincie en lokale overheden werden uitgevoerd, zoals het weggraven van de dekheuvels, stuurde de Society of Antiquaries in 1878 twee Engelse oudheidkundigen naar Drenthe. William Colling Lukis en sir Henry Dryden maakten in de periode van 1 tot 22 juli plattegronden en aangezichten van veertig Drentse hunebedden. Deze tekeningen (met beschrijvingen) waren van ongekend hoog niveau voor Nederlandse begrippen.

Hunebed D27 is weergegeven op Plan XXIV.

In 2015 werd het werk van de oudheidkundigen uitgegeven. In het Drents Museum was een tentoonstelling over het werk.[1][2]

Poëzie[bewerken]

De geoloog Hartogh Heys van Zouteveen maakte het volgende gedicht op het hunebed van Borger:

"Het hunebed te Borger

Wat machtig hoofd of held rust onder dit gesteente.
vergeten is zijn roem, tot as werd zijn gebeente!
Zijn stam, zijn volk verging; hoe groot wellicht hun faam
In 't grijs verleden was, voor eeuwig is hun naam,
Gelijk ook die van hem, wiens stof hier rust, vergeten!
Nooit zal historie iets van hunne daden weten!
Van hun bestaan, van wat weleer hier is geschied,
Getuigen thans alleen deez' klompen van graniet."
Hermanus Hartogh Heys van Zouteveen (1841-1891)[3]

Trivia[bewerken]

  • Met Pinksteren 1685 bracht de Friese dichteres Titia Brongersma een bezoek aan Jan Laurens (Lentinck), schulte van Borger. Dit bezoek was aanleiding voor Titia om het hunebed te laten opgraven. Tot haar grote verbazing bleek het een oude begraafplaats te zijn en niet een door reuzen "opeengestapelde steenhoop". Het inspireerde haar tot het gedicht Loflied op 't hunebed (1686)
  • De bodem van het hunebed is in opdracht van het Hunebedcentrum gescand om te bezien of er zich nog archeologische voorwerpen in de bodem bevinden. Scannen heeft als voordeel, dat het bodemarchief niet wordt verstoord.[4][5] De scan brengt veel nieuwe zaken aan het licht, het hunebed zal daarom nog verder worden onderzocht[6].