Dakotaramp

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dakotaramp
De PH-DDA in 1984
De PH-DDA in 1984
Overzicht
Datum 25 september 1996
Type ramp Motorpech
Locatie Lutjeswaard, Nederland
Doden 32
Gewonden 0
Vliegtuig(en)
Vliegtuigtype Douglas DC-3C
Registratienummer PH-DDA
Maatschappij Dutch Dakota Association
Passagiers 26
Bemanning 6
Overlevenden 0
Lijst van vliegrampen
Portaal  Portaalicoon   Luchtvaart

Op 25 september 1996 stortte de Douglas DC-3 (bijnaam Dakota) PH-DDA van de Dutch Dakota Association (DDA) neer in de Waddenzee. Alle 32 inzittenden kwamen om het leven.

Ongeluk[bewerken]

De vlucht, van Schiphol naar Vliegveld Texel en weer terug, was onderdeel van een personeelsuitje voor personeel van de dienst Wegen, Verkeer en Vervoer van de provincie Noord-Holland, en enkele medewerkers van DDA-sponsor Ballast Nedam.[1] Op de terugreis van Texel naar Schiphol viel boven de Waddenzee de linkermotor uit. De bemanning kreeg de propeller van deze motor niet in de vaanstand. Even voor 17.00 uur plaatselijke tijd stortte het toestel neer op de zandplaat Lutjeswaard ten noorden van Den Oever, op 18 kilometer van Den Helder. Bij de crash kwamen 31 inzittenden om het leven, waaronder de zeskoppige bemanning. Eén passagier overleed op weg naar het ziekenhuis.

Toestel[bewerken]

Het toestel was in 1943 gebouwd als militair transportvliegtuig (versie C-47A-70DL ) en werd in datzelfde jaar afgeleverd aan de US Air Force. Na de Tweede Wereldoorlog werd het omgebouwd tot passagiersvliegtuig. In 1976 werd het toestel gebruikt bij opnamen voor de speelfilm A Bridge Too Far over Operatie Market Garden. Het werd op 10 januari 1984 onder nummer 3318 ingeschreven in het Nederlands Luchtvaartuigregister.[2]

Oorzaak[bewerken]

Naar de toedracht werd door de Raad voor de Luchtvaart een onderzoek ingesteld. Hieruit bleek dat het vliegtuig vaker problemen had gehad en al enkele malen eerder een noodlanding had moeten maken. Na verder onderzoek kwamen de onderzoekers erachter dat de oliepomp van een van de motoren geblokkeerd was geraakt, waardoor deze motor was uitgevallen. Een DC-3 beschikt niet over een waarschuwingssysteem voor storingen aan de oliepomp.

Waarom het toestel vervolgens neerstortte is nooit geheel duidelijk geworden. Een DC-3 kan namelijk op één motor vliegen, zij het dat er weinig vermogen overblijft.[3]; de propeller van de uitgevallen motor moet dan in de vaanstand worden gezet, maar waarschijnlijk doordat een klein zuigertje in een oliedrukschakelaar was blijven vastzitten lukte dit niet.[4]

De werkbelasting van de bemanning was extra hoog doordat de bemanning geconfronteerd werd met een meervoudige technische storing, en door de ongelukkige lay-out van het instrumentenpaneel van de Dakota. Waarschijnlijk was men zo druk bezig om de propeller alsnog in de vaanstand te krijgen dat men onvoldoende aandacht had voor het besturen van het vliegtuig. De precieze gang van zaken in de cockpit valt niet exact te reconstrueren doordat het toestel niet was uitgerust met een cockpitvoicerecorder of een flightdatarecorder.

Gevolgen[bewerken]

De regels voor het vliegen met historische vliegtuigen werden aangescherpt. De Dutch Dakota Assocation mocht enkele jaren niet vliegen, omdat haar vliegtuigen te zeer verouderd waren. Later kreeg de DDA toch weer een vergunning. Zij opereert haar vloot tegenwoordig niet onder specifieke regelgeving voor historische vliegtuigen, maar volgens de normale Europese regelgeving JAR-OPS die ook voor de reguliere civiele luchtvaart geldt.

Monumenten[bewerken]

Gedenkteken in de tuin van het Provinciehuis.

In de tuin van het provinciehuis in Haarlem bevindt zich een monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers. Het is op 25 september 1997 onthuld door twee geestelijk verzorgers van de Koninklijke Marine die na de ramp de nabestaanden hebben opgevangen. Het monument dat in opdracht van de provincie Noord-Holland door beeldhouwer Theo Mulder is gemaakt, bestaat uit een sokkel van basalt, een glasplaat met de namen van de slachtoffers, en een beeld van bronzen vleugels.

Op dezelfde dag werd ook op de luchthaven van Texel een monument onthuld, bestaande uit een bronzen beeld van een DC-3 boven een in roestvast staal uitgevoerd silhouet van het eiland Texel.

Trivia[bewerken]

  • Een van de nabestaanden deed aangifte tegen de DDA en beschuldigde daarnaast Martin Schröder ervan een goedgekeurde motor van het ramptoestel te hebben laten vervangen door een ongekeurde motor, om de goede motor in een andere DC-3 te kunnen laten zetten, die in de historische kleuren van Schröders Martinair was gespoten. Schröder diende daarop een aanklacht in wegens smaad. Uiteindelijk is de beschuldiging ingetrokken[5].

Externe links[bewerken]