Dakruiter

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Dakruiter op kapel te Vrouwenpolder
Truydemanhof in Hoorn met dakruiter boven de ingang
Kopie van een 14e-eeuwse dakruiter, gevonden bij archeologisch onderzoek in de tuin van het De Huyterhuis in Delft

Een dakruiter is een torentje op de nok van een gebouw, vaak een kerk. Als ze op de kruising of viering van het gebouw staan, worden ze vieringtoren of vieringsdakruiter genoemd. In de negentiende eeuw kwam men ze wel tegen in de villabouw.

Dakruiters hebben geen eigen fundering: ze steunen op het dak en worden meestal in hout uitgevoerd, soms in metselwerk. Vaak zijn ze zes- of achtkantig. Om het dak niet te zeer te belasten, wordt de ruiter gewoonlijk licht uitgevoerd, bijvoorbeeld als lantaarn. Vooral stenen dakruiters bleken soms te zwaar, zodat het bouwwerkje weer verwijderd moest worden om het onderliggende bouwwerk te behouden. Dakruiters kunnen strikt op het dak staan, zodat ze van binnenuit niet toegankelijk zijn, maar kunnen ook op een opening in het dak staan.

In veel kerken is in de dakruiter een luidklok aangebracht, soms meerdere.

Een dakruiter kan ook zijn een versierde nokpan als aanduiding dat de bewoner van de woning een belangrijk persoon was.[1]