Naar inhoud springen

Damasceren (inlegtechniek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Goudinleg in geoxideerd staal voor de versiering van een haarspeld uit Toledo

Damasceren is een historische edelsmeedtechniek waarbij een zacht metaal (goud, zilver, koper) via inkepingen in een donkergepatineerde stalen of ijzeren achtergrond wordt vastgemaakt, zonder verwarming. Dit kan worden gedaan door het zachtere materiaal in een verzonken deel van het hardere materiaal te hameren. De rand van de uitsparing wordt gebruikt om de inleg op zijn plaats te houden (dit wordt de Oosterse methode genoemd). Een andere techniek voor grotere oppervlakken is het maken van kruislingse groeven in het hardere metaal waardoor een ruw, getand oppervlak ontstaat dat een zachte folie of draad kan vasthouden (de later ontwikkelde, wasterse methode).[1][2]

De Romeinen noemden dit ambacht ferruminatio: het aan elkaar verbinden van een materiaal aan een ander materiaal op een manier dat ze niet meer konden gescheiden worden.[3][4]

Diego de Caias vervaardigde deze scepter voor koning Hendrik II van Frankrijk (MET)

Over de herkomst van de naam bestaat onduidelijkheid. Een mogelijke verklaring is dat het uiterlijk van dergelijke objecten een gelijkenis zou vertonen met damastzijden weefsels. Waarschijnlijker echter is dat van de metalen objecten dezelfde herkomst vermoed werd als het damaststaal. Zeker is dat de meeste vroege gedamasceerde objecten inderdaad uit het Midden-Oosten afkomstig zijn. Meestal ging het dan om wapens of gebruiksvoorwerpen, zoals vaatwerk.[5]

Mythologisch zou de techniek teruggaan tot Glaucus van Chios, die een voetstuk van gelast ijzer maakte onder een krater (mengvat) die door de koning van Lydia, Alyattes, aan het Orakel van Delphi werd geschonken.

Als vroegste archeologische vondst ten noorden van de Alpen is het bijl van het Thun-Renzenbühl graf nr.1, dat dateert van 1800 voor Chr.[6]

Historisch was de techniek reeds lang voor onze tijdrekening bekend in China en het Midden-Oosten. In Japan werd het 'ataujia' genoemd en werd gebruikt om katanas, tachis en wakizashis [7] te decoreren. [8]

Naar het einde van de Romeinse heerschappij waren oosterse vaklieden de experten in deze branche.

Blauwgeblakerde stalen wapenuitrusting gedamasceerd met goud (Italië,1575-1580)

Door de Moorse overheersing van het Iberisch schiereiland vanaf 700 na Chr werd de techniek in de Spaanse koninkrijken geïntroduceerd, vooral in Toledo.[9] Hier kende de techniek een hoogtepunt tijdens de regering van Philips II van Spanje.[8][10]

Na een hiaat tijdens de Europese middeleeuwen vinden we deze know-how terug in het 15e-16e eeuwse Italië (eerst in Venetië, later vooral in Milaan). In de zestiende eeuw waren de gedamasceerde Milanese harnassen door heel Europa befaamd. De Europese stijl werd gekenmerkt door bloem-, dier- en landschapsmotieven, terwijl de Oosterse ambachtslieden eerder met lijnmotieven werkten.

In de 19e eeuw was er een revival in Europa en werden objecten getoond op internationale tentoonstellingen.[11]

In de 21e eeuw wordt het nog beoefend in Malaysië, Indonesië, Toledo, Eibar en Kyoto.[12]

  • Bewerken van het basismateriaal (ijzer of staal) tot het de gewenste vorm heeft
  • Maken van groeven in het basismateriaal volgens een bepaalde vorm of patroon met een beitel
  • Inhameren van een dunne gouden of zilveren draden in de groeven
  • Inhameren van de folie in de kruislingse groeven met een houten hamer, hard genoeg om de goudfolie in de ribbels van de kruislingse groeven te drukken zonder die groeven plat te maken
  • Met koperen hamer met vlakke bodem om het staal plat te maken om het goudfolie op zijn plaats te houden
  • Blauw blakeren; hiervoor werden verschillende chemische recepturen gebruikt:
    • Een oplossing van natriumhydroxide en kaliumnitraat op 800°C, waardoor het staal zwart wordt en het edelmetaal door het contrast meer zichtbaar wordt.
    • Citroensap wordt vaak over het metaal gewreven om een glans te creëren. volgens archiefgegevens van het bedrijf Tiffany & Co een patinatie-oplossing bestaande uit ijzerchloride, kopersulfaat en zoete spirits van scalpeter om een zwarte patina op staal te creëren.

Bekende werkplaatsen

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Lucio Marliani (actief in Milaan tussen 1570 en 1589) was bekend om zijn gedamasceerde wapenuitrustingen. Hij was ook bekend onder de naam Piccinino.[13]
  • Plácido y Zuloaga (1834 – 1910), actief in Eibar,Spanje leerde het vak van zijn vader Eusebio, directeur van het Koninklijk Arsenaal van Madrid, die als eerste Spanjaard een gouden medaille won op de wereldtentoonstelling van 1851. Plácido zelf won 36 medailles op internationale tentoonstellingen en werd veelvuldig gedecoreerd.[14][15] Plácido is de vader van de kunschilder Ignacio Zuloaga.

Aanwezigheid in musea

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Helm met gouden damascineerdecoraties van de Egyptische sultan Barsbay (eerste helft 15e eeuw) in het Louvre Museum.[16]