Dansplaag van 1518

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Dansplaag (of Dansepidemie) van 1518 was een voorval waarbij een groep mensen werd getroffen door choreomanie, dat plaatsvond in Straatsburg, Elzas (in die tijd onderdeel van het Heilige Roomse Rijk) in juli 1518. De groep mensen danste dagenlang, zonder te rusten en na ongeveer een maand overleden sommige mensen aan een hartaanval, beroerte of uitputting.

Sint-Jansdansers in Molenbeek (Pieter Brueghel de Jonge, 1592): in Molenbeek werden epileptici elk jaar in een dansprocessie naar de Sint-Janskerk gevoerd.

Gebeurtenissen[bewerken]

De epidemie is begonnen in juli 1518, toen een vrouw genaamd Frau Troffea uitbundig begon te dansen in de straten van Straatsburg. Dit duurde tussen de vier en zes dagen. Binnen een week hadden 34 anderen zich bij de vrouw aangesloten en binnen een maand, waren er ongeveer 400 dansers. Een aantal van deze mensen overleed uiteindelijk aan verschijnselen van uitputting, hartaanvallen en beroertes.

Historische bronnen, waaronder "doktersaantekeningen, priestertoespraken, lokale en regionale verhalen, en zelfs berichten die werden uitgegeven door het stadsbestuur van Straatsburg" bevestigen dat de slachtoffers dansten. Het is niet bekend waarom deze mensen hebben gedanst tot ze stierven.

Bezorgde edelmannen vroegen lokale artsen om hulp toen de plaag uit de hand liep. De dokters sloten astrologische of bovennatuurlijke oorzaken uit, en stelden dat de plaag een "natuurlijke ziekte" was, die werd veroorzaakt door "heet bloed". In plaats van ervoor te zorgen dat de mensen bloed zouden verliezen, moedigden de autoriteiten de mensen aan om meer te dansen, doordat er twee gildenhuizen en een graanmarkt werden geopend. Er werd zelfs een houten podium voor de dansers gemaakt. De autoriteiten deden dit, omdat ze geloofden dat de dansers alleen konden genezen als ze dag en nacht door zouden dansen. Om de effectiviteit van de genezing te bevorderen, werden er zelfs muzikanten ingehuurd om te zorgen dat de dansers zouden blijven dansen.[1] De hoop dat ze van uitputting zouden stoppen, werd niet bewaarheid. Weliswaar raakten velen bewusteloos, maar een goed deel van hen overleed. In één kroniek is sprake van vijftien doden per dag.

Daarop riep het stadsbestuur een periode van penitentie uit waarin openbare muziek en dans verboden was. Een aantal dansers werd meegenomen naar een schrijn van Sint-Vitus in een grot te Saverne, waar ze genezing zochten voor hun aandoening. Met rode schoenen om hun bloederige voeten werden ze rond het houten heiligenbeeld geleid. In de weken daarna nam de dansepidemie geleidelijk af tot ze volledig ophield.

Oorzaken[bewerken]

Tijdgenoten zochten de oorzaak eerst dat in "heet bloed" en vervolgens in goddelijke toorn. Paracelsus noemde de kwaal chorea lasciva en dacht dat ze voortkwam uit een revolte van de vrouwen tegen echtelijke tirannie.[2]

Moderne medici hebben geopperd dat de compulsieve dansers leden aan ergotisme veroorzaakt door moederkoorn. Tot het ziektebeeld behoren hallucinaties en spastische bewegingen, maar de dagenlange energie van de dansers valt moeilijk te rijmen met deze diagnose. Waller denkt eerder aan een mass psychogenic illness, waarbij mensen die sterk geloven in bovennatuurlijke krachten in een dissociatieve geestestoestand raken die het normale bewustzijn uitschakelt en hen laat handelen volgens cultureel bepaalde ideeën van hoe een bezetene handelt. In het Rijnland, dat door een stresserende periode ging en waar een geloof in de vloek van Sint-Vitus heerste, zou dit de vorm hebben aangenomen van onophoudelijk dansen in trance.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • John Waller, A Time to Dance, A Time to Die. The Extraordinary Story of the Dancing Plague of 1518, 2008, ISBN 9781848310216

Referenties[bewerken]

  1. Waller, John C. (september 2008). In a spin: the mysterious dancing epidemic of 1518. Endeavour 32 (3): 117–121 (Elsevier). ISSN:0160-9327. PMID: 18602695. DOI: 10.1016/j.endeavour.2008.05.001. Geraadpleegd op 14 januari 2009.
  2. Von den Krankheiten so die Vernunfft Berauben, 1567