David Irving

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
David Irving

David John Cawdell Irving (Brentwood (Essex), 24 maart 1938) is een omstreden Britse auteur. In Oostenrijk heeft hij in 2006 een celstraf uitgezeten voor Holocaustontkenning[1]. Eerder stelde een Engelse rechtbank vast dat hij schuldig was aan het ontkennen van de Holocaust, een antisemiet en racist was, en zich associeerde met rechtsextremisten die neonazisme promoten.[2] Ook de Oostenrijkse rechter stelde vast dat hij schuldig was aan geschiedenisvervalsing en dat hij allesbehalve een behoorlijk historicus is.

Geschiedenis[bewerken]

Van eind jaren 60 tot midden jaren 80 was hij een auteur van boeken over de Tweede Wereldoorlog. Momenteel is Irving bezig met het derde deel van zijn trilogie Churchill's War en met een biografie van Heinrich Himmler.

Werken[bewerken]

Een greep uit de boeken die door David Irving zijn geschreven:
- Hitler's War
- Churchill's War
- Nuremberg, the Last Battle
- Der Morgenthau Plan 1944/45
- The War Between the Generals
- Goebbels. Mastermind of the Third Reich
- Der unbekannte Dr Goebbels
- The Secret Diaries of Hitler's Doctor
- The Mare's Nest
- The Trail of the Fox: Field Marshal Erwin Rommel
- Apocalypse 1945: The Destruction of Dresden
- The Virus House
- Accident: The Death of General Sikorski
- Uprising! The Hungarian Revolution of 1956
- The Night the Dams Burst
- The Destruction of Convoy PQ.17
- The Rise and Fall of the Luftwaffe
- Göring. A Biography
- Hess: The Missing Years 1941-1945
- Von Guernica bis Vietnam

Hitler's War[bewerken]

Irving publiceerde zijn eerste boek over het bombardement op Dresden in 1963. Hij werd een bekend en succesvol schrijver, maar vanaf de publicatie van Hitler's War in 1977 is hij erg controversieel. In dat boek schilderde hij een beeld van Hitler, als een rationeel, intelligent dictator, wiens enige doel was de Duitse welvaart en invloed op het Europese continent te vergroten. Irving beschuldigde ook de geallieerde leiders, vooral Churchill, van de escalatie naar en in de oorlog. Het meest omstreden is zijn stelling dat Hitler geen kennis van de Holocaust zou gehad hebben. Alhoewel hij het bestaan ervan niet betwist, beweert Irving dat Heinrich Himmler en Reinhard Heydrich de initiatiefnemers en architecten waren, zonder medeweten van Hitler. In 1991 kwam er een herziene editie van Hitler's War uit, waaruit alle referenties aan de Holocaust en vernietigingskampen waren verdwenen.

Een jaar na Hitler's War, in 1978, verscheen The War Path, een volume bij Hitler's War, waarin de gebeurtenissen tot aan de oorlog uit eenzelfde gezichtspunt beschreven werden. Andere historici hadden veel kritiek op het boek toen hieruit veel onnauwkeurigheden en onjuiste voorstellingen aan het licht kwamen. Toch verkocht het boek goed. Het beeld van Irving veranderde evenwel van een controversieel geschiedschrijver in een nazisympathisant en propagandist van extreemrechts, ook vanwege zijn aanvallen op Joden en zijn sympathie voor het apartheidsregime in Zuid-Afrika.

Proces wegens smaad[bewerken]

Hijzelf betwist deze aantijgingen, soms tot voor de rechtbank. Hij stelt dat hij niet anders deed dan een minder eenzijdig beeld van het beleid van het regime schetsen. Op 11 april 2000 oordeelde een Britse rechtbank echter —in een door Irving zelf aangespannen proces wegens smaad tegen de Amerikaanse historica Deborah Lipstadt, auteur van Denying the Holocaust — dat

Aanhalingsteken openen

Irving vanwege zijn eigen ideologische redenen voortdurend en doelbewust bewijsmateriaal verkeerd heeft gepresenteerd en heeft gemanipuleerd; dat hij om dezelfde redenen Hitler in een ongerechtvaardigd gunstig licht zet, hoofdzakelijk met betrekking tot zijn afbeelding van Hitlers houding ten aanzien van zijn verantwoordelijkheid voor de behandeling van de Joden; dat hij een actieve ontkenner van de Holocaust is; dat hij antisemitisch is en een racist en dat hij zich met rechtse extremisten associeert die het neonazisme bevorderen.

Aanhalingsteken sluiten

Zijn extreemrechtse visies, antisemitische opmerkingen, controversiële beweringen en andere onnauwkeurigheden hebben de reputatie van Irving bij historici zoals Joachim Fest, Martin Gilbert, Ian Kershaw, bij uitgeverijen en bij een groot deel van het lezerspubliek zware schade toegebracht, waardoor hij vanaf de jaren 90 van de 20e eeuw zijn boeken in eigen beheer (Focal Point Publications) moet uitgeven. In veel landen is hij inmiddels persona non grata, wat hij dan weer toeschrijft aan een hetze tegen zijn persoon. Daarom biedt hij verscheidene boeken gratis aan via zijn website.

Rechtszaak in Oostenrijk[bewerken]

Op 11 november 2005 werd Irving aangehouden in Oostenrijk en op 20 februari 2006 werd hij tot drie jaar gevangenisstraf veroordeeld.[3] Hij had tien jaar kunnen krijgen. Volgens de rechtbank in Wenen was hij schuldig aan het ontkennen van de Holocaust. Tijdens de rechtszaak verklaarde hij voor het eerst dat zijn visie was veranderd, en dat de Holocaust echt bestaan moet hebben. Hij zei dat hij nieuw onderzoeksmateriaal had bestudeerd, waaruit zou blijken dat de gaskamers echt bestaan hebben, maar dat deze vooral zijn gebruikt in de zogenaamde "Heydrich" kampen. Hier zouden miljoenen Joden met name om financiele redenen zijn vermoord. Later verklaarde hij dat hij wel schuldig bevonden had moeten worden, maar dat hij slechts publiceert wat hij in archieven vindt en dat dat niet verboden zou moeten zijn. Hij ging tegen de uitspraak in beroep. Het hof van beroep dat op 20 december 2006 uitspraak heeft gedaan zette twee derde van de straf om in voorwaardelijke celstraf zodat Irving na dertien maanden vervroegd vrijkwam. Op 21 december 2006 keerde hij terug naar het Verenigd Koninkrijk.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]