De Geelders

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De Geelders
Natuurgebied
De Geelders (Nederland (hoofdbetekenis))
De Geelders
Situering
Land Nederland
Locatie Noord-Brabant
Coördinaten 51° 35′ NB, 5° 22′ OL
Dichtstbijzijnde plaats Liempde en Kasteren

De Geelders is een natuurgebied en een aaneengesloten complex van verschillende leembossen met bos, weiland en enkele kleine heideveldjes tussen Boxtel, Liempde en Schijndel. Het gebied maakt deel uit van het Nationaal Landschap Het Groene Woud.

Etymologie[bewerken]

De Geelders ontleent zijn naam aan een klein deelgebied van de Bodem van Elde en ook deelgebied van De Geelders: het goed Gheerlaer. De oudste vermelding van deze naam dateert uit 1386. Het achtervoegstel ‘laer’ duidt op een ontginning in een bosrijk gebied. Geer zou ontleend zijn aan de persoonsnaam Geerling. Gheerlaer betekent dan de ontginning van Geerling van den Bossche, wellicht was het de destijds bekendste boskamp in De Geelders. Het Speet is een van de andere boskampen die in De Geelders aangelegd zijn. De eerste bekende eigenaar van Het Speet is Johannes Spaybaet, die vanaf circa 1376 in bezit kreeg. Het aaneengesloten Geelders-boscomplex bestaat uit de deelgebieden Braak, Speet, Overkamp, Buitenkamp, Gasthuiskamp, Savendonk, Leemskuieln, Wedehage, De Maai, Hoefje, Kasterense Braeck, Hooge Beek en Eekhoorn. De Braak, een gedeelte van het Geelderscomplex is in 1995 formeel aangewezen als bosreservaat.

Geschiedenis[bewerken]

Toponiemen uit de periode van voor 1312 geven de indicatie van de vroegere aanwezigheid van een oorspronkelijk groot leemboswoud in Midden-Brabant (nu Nationaal landschap Het Groene Woud. Er was het Woud van Oirschot dat gesitueerd was in het huidige noorden van Oirschot en Best en in het zuiden van Liempde, Boxtel en Sint-Oedenrode. Dit woud was weer onderdeel van een veel groter woud dat via Liemderwalt en het Woud van Elde via het Woud tussen Schijndel en Middelrode richting Vught liep. In 1293 werd de Bodem van Elde (waarin De Geelders liggen) nog als het Bos van Elde aangeduid. Op 11 juni 1314 gaf Hertog Jan III van Brabant het gebruiksrecht van de Bodem van Elde (dat ze waarschijnlijk ook al een keer eerder hadden ontvangen of volgens gewoonterecht al gebruikten) gemeenschappelijk uit aan de inwoners van alle vier de omringende dorpen: Boxtel, Sint-Michielsgestel, Schijndel, Sint-Oedenrode en Kasteren onder Liempde. Ook onderzoek aan de grenswallen rondom Het Speet liet zien dat deze gedeelten erg oud zijn.


Ludolf van der Water die kanunnik was te 's-Hertogenbosch kocht gedeelten van het Geelderscomplex. Hij vermaakte het aan de kartuizer monniken die sedert 1471 in Olland gevestigd waren. In 1471 werd het in Olland gestichte kartuizerklooster Sinte Sophia van Constantinopel eigenaar van verschillende boskampen in De Geelders onder andere De Averenkamp, De Turfkamp, De Heijkamp en De (Voorste) Batencamp. In totaal was dit ongeveer 130 hectare. Na 1648 werden de goederen betwist en de monniken weken uit naar de Spaanse Nederlanden naar Antwerpen. Na een rechtszaak kregen ze hun goederen terug. Kartuizerprior Joseph van den Oetelaar verkocht de omvangrijke kartuizereigendommen. De goederen rondom Kasteren (Liempde), waaronder de boskampen in De Geelders werden in 1659 verkocht in aan Bosschenaar Pieter Lus. Deze stierf in 1674.

Via Pieter Lus kwamen de boskampen weer bij dezelfde soort grootgrondbezitters terecht die ze enkele eeuwen eerder gevormd hadden. Families Van Rijckevorsel, Versantvoort, Van Bogaerde Terbruggen en de familie Marggraff zijn korter of langere tijd bezitter van een deel van De Geelders geweest.

Later werd een deel (o.a. het deel van Versantvoort en Van Bogaerde Terbruggen) gedeeltelijk eigendom van Staatsbosbeheer en weer andere delen (Gasthuiskamp) van Brabants Landschap. Een groot gedeelte van De Geelders behoorde vroeger tot de gemeenschappelijke gronden van de Bodem van Elde en het was niet geschikt voor ontginning. Niettemin werd het gebruikt voor de productie van hakhout en voor de winning van eikenschors ten behoeve van de leerlooierij. In de jaren '30 van de 20e eeuw werden door werklozen greppels gegraven en met het vrijgekomen zand werden rabatten opgeworpen, waarop eiken werden geplant die geriefhout moesten leveren dat aan boeren werd verkocht. Brede dreven dienden voor de afvoer van dit hout. De aanleg van rabatten zorgde voor verdroging. Het hakhoutbeheer van Staatsbosbeheer is omstreeks 1975 gestopt, waarna het beheer gericht werd op het krijgen van een meer natuurlijk bos. Doordat de laatste Marggraff-eigenaar (Ewald Marggraff) zijn bos niet onderhield en voor het publiek gesloten liet, kreeg dit gedeelte van De Geelders een zeer natuurlijk karakter. Na de dood van Ewald in 2003 kwam het bos in beheer van de Marggraff Stichting die het in 2005 alsnog openstelde. Op 1 februari 2010 ondertekende de Marggraff Stichting in Vught een overeenkomst met vele andere partijen waarin afgesproken werd het ‘niet-beheer’ in De Geelders te continueren. Het vormt nu een eenheid met rest van De Geelders.

Vlak na de Tweede Wereldoorlog is De Geelders nog bedreigd geweest door een boerencoöperatie uit Nistelrode, die de bomen wilde kappen en het gebied wilde omzetten in cultuurland. Ingrijpen van de Tweede Kamer onder andere door Jhr. Dr. M. Marinus van der Goes van Naters was nodig om het gebied te redden, mede nadat de boskampen Savendonk en Buitenkamp alsnog ontgonnen waren.

Naar Pieter Lus is de Lussendreef genoemd, die de grens vormt tussen de gebieden van Staatsbosbeheer en van de Marggraff Stichting. De hakhoutwal van de oude boskamp Het Speet die hier evenwijdig mee loopt vormt de grens tussen de gemeenten Meierijstad en Liempde (nu Boxtel).

Natuur en landschap[bewerken]

Het leembos bestaat grotendeels uit loofbos en is rijk aan soorten. Vooral het heidegebied (Het Speet) en kleinschalige bos- en weidegebieden zijn in dit opzicht van belang. In de bodem is veel leem aanwezig, waardoor het gebied zeer vochtig is. Soorten die in het gebied voorkomen zijn: Bosanemoon, Slanke sleutelbloem, Dalkruid, Eenbes, Zwarte rapunzel, Klokjesgentiaan en Grote wolfsklauw. Ook is het rijk aan vogelsoorten zoals de Middelste bonte specht, Houtsnip en Wespendief.

In het noordoosten van De Geelders bevindt zich de Beekse Waterloop die naar het noordwesten stroomt en ten noorden van Gemonde uitkomt in de Dommel. De Geelders vormt een belangrijke schakel in het Nationaal Landschap Het Groene Woud.

Europese normen[bewerken]

Velder, Heerenbeek en De Geelders behoren tot de leembossen binnen het nationaal landschap Het Groene Woud. Het blijkt uit uitgevoerde inventarisaties dat deze bossen voldoen aan de zeer strenge criteria die Europa stelt voor de aanwijzing tot Natura 2000 gebied c.q. tot Europese Vogelrichtlijn-gebied. Daarbij gaat het om de bijzondere soorten als de Middelste bonte specht, Wespendief en Houtsnip en een bijzondere diergroep als de slakken. Helaas zijn Velder, De Geelders en Heerenbeek destijds niet aangewezen.

Huidige eigenaren[bewerken]

De belangrijkste eigenaren zijn Staatsbosbeheer (185 ha), Brabants Landschap (75 ha) en de Marggraff Stichting (85 ha).

Recreatie[bewerken]

Er zijn meerdere rondwandelingen in het gebied uitgezet, die zowel de terreinen van Staatsbosbeheer, Brabants Landschap als die van de Marggraff Stichting aandoen. Ook langere wandelroutes lopen door De Geelders.

Literatuur[bewerken]

Oetelaar, Ger van den & Jac Hendriks, De Geelders, Bosgebied in Het Groene Woud. Van middeleeuwse Kartuizers tot hedendaagse Natuurbeheerders, 2012, Liempde. Stichting Kartuizerklooster Sinte Sophia van Constantinopel.

Straaten, Jan van der e.a., Leembossen in Het Groene Woud. Schatkamer van Biodiversiteit, 2013, Pictures Publishers, Woudrichem.

Oetelaar, Ger van den & Jac Hendriks e.a., Verborgen Middeleeuwen in Het Groene Woud. Historische, landschappelijke en ecologische Rijkdom van Grenswallen 2018, Pictures Publishers

Externe link[bewerken]