Naar inhoud springen

De Maagd van Holland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Monument 1872
De Maagd van Holland in 2006
De Maagd van Holland in 2006
Kunstenaar Joseph Graven
Jaar 1874
Materiaal arduin
zandsteen
brons
Locatie Nieuwemarkt, Rotterdam
Adres Nieuwemarkt 49, 3011 HP Rotterdam, NederlandBewerken op Wikidata
Opgedragen aan 1572, inname van Den Briel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

De Maagd van Holland, officieel Monument 1872, is een gedenkteken in het centrum van de Nederlandse stad Rotterdam op de Nieuwemarkt. Het standbeeld is opgericht ter ere van de grootschalige feestvieringen die plaats vonden op 1 april 1872 ter herinnering van de driehonderdste gedenkdag van de Inname van Den Briel door de Watergeuzen op 1 april 1572.

In aanloop van de driehonderdste gedenkdag van de inname van Den Briel werden in heel het land allerlei grootschalige feestelijkheden gehouden. Daarnaast werden in een aantal steden monumenten of andere gedenktekens opgezet, zoals in Brielle geschiedde met het standbeeld de Nymph. In Rotterdam werd ook uitgepakt en hield men een groot feest met een bijbehorende optocht. Er werd eveneens besloten om een monument op te richten zodat dit feest niet zou worden vergeten.[1][2][3] Na de herdenking op 1 april 1872 werd op 15 april een commissie opgesteld met het voornemen voor de oprichting van een monument dat "den geest van den eensgezindheid en verbroedering van alle rangen en standen, op bovengenoemden dag in deze gemeente, en als zoodanig kunnen strekken om die overeenstemming te doen voortduren".[4] De Rotterdamse archivaris J. H. Scheffer ging aan de slag met het ontwerpen van een schets en tekening van wat uiteindelijk de Maagd van Holland werd. Hij koos bewust voor een monument met fontein; volgens hem kende Rotterdam toen nog geen sierlijke fonteinen of waterpompen, maar men zou daar schoon water kunnen krijgen als er een waterleiding aangelegd werd. Nog diezelfde avond omarmde de commissie dit voorstel en ging men aan de slag met intekenlijsten om de benodigde fondsen te verzamelen. De commissie schreef op 22 oktober 1873 aan de bekende Rotterdamse schilder Charles Rochussen of hij een beeldhouwer kende: hij antwoordde de volgende dag en raadde de beeldhouwer Frans Stracké aan. Hierop nodigde de commissie Stracké uit om naar de stad te komen, maar dit zou uiteindelijk nooit gebeuren. Een dag voordat Stracké naar Rotterdam moest gaan, presenteerde Scheffer een model van de Bossche beeldhouwer Joseph Graven. De commissie koos direct voor dit ontwerp en ook Rochussen ging hiermee overstag.[5] Een contract werd daarop ondertekend met Graven in december van dat jaar.[4]

In de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen aan de Coolsingel werd vanaf 25 november het model van het toekomstige beeld voor drie dagen tentoongesteld. In totaal kwamen 719 personen het model bezichtigen.[4]

Voordat het beeld werd opgeleverd, had Graven een aantal ingrijpende wijzigingen aan de originele schets van Scheffer aangebracht. Zo werd de Hollandse tuin verwijderd omdat dit symbool pas dateerde uit de periode van de Unie van Utrecht in 1579. Verder stond de maagd nu in plaats van de zittende houding die op de originele schets te zien was, verwees de maagd nu naar de Nederlandse Maagd zoals die voorkwam op de statenmunten van 1861 en had zij niet een gewaad aan, maar juist een historisch kostuum. Ook werden de leeuwenkoppen waar het water uit zou komen vervangen door twee zwanen en dolfijnen die meer pasten in het geheel.[4]

Oorspronkelijk was het doel van de commissie om het beeld op 1 april 1874 te onthullen, maar die datum werd niet gehaald. De uiteindelijke onthulling van het beeld geschiedde in de ochtend van 22 oktober 1874 om 10:00 uur via een eenvoudige plechtigheid.[1] Er vonden geen feestelijkheden plaats omdat die te duur waren. Nadat de voorzitter der commissie het hoofd van de gemeente had bedankt, werd het monument in naam van de gemeente aanvaard.[5][6] Bij de korte plechtigheid werd er muziek verzorgd door de kapel van de Rotterdamse schutterij en er waren ook veel belangstellenden aanwezig op de Nieuwemarkt.[7] Daarnaast hield de Rotterdamse bankier en makelaar Marten Mees (voorzitter van het inzamelingscomité voor het monument) een toespraak en bedankte de burgerij voor het zelf organiseren van het 1-aprilfeest eerder dat jaar. Nadat men allen 'Leve de Koning!' riepen, begon de kapel met spelen van muziek, waarna de fontein om 10:30 officieel begon met spuiten en het monument in gebruik werd genomen.[4]

Het monument is ontworpen door de Bossche beeldhouwer Joseph Graven, was bedoeld als centraal decor bij de uitbundige jaarlijkse 1-aprilvieringen en is achthoekig van aard. Op de top staat in het midden de Nederlandse Maagd, gebeeldhouwd in zandsteen. Aan haar voeten staan op de vier hoeken kleine leeuwen, die ieder een wapenbord met erop het wapen van Oranje-Nassau, wapen van het Graafschap Holland, wapen van Rotterdam en het wapen van Brielle vasthouden. De speer met de bronzen vrijheidshoed en de leeuwen karakteriseren deze vrouw als Hollandia. Op het onderste niveau worden vier verschillende Nederlanders door de jaren heen afgebeeld, die eveneens meeliepen in de optocht van 1872; een Batavier ten tijde van het Romeinse Rijk met knots en schild, een poorter uit de middeleeuwen, een geus gedurende de Tachtigjarige Oorlog en een werkman uit de negentiende eeuw met hamer en tandwiel (het eerste beeld in Nederland dat een werkman voorstelt). Uniek is dat de poorter een oorkonde vasthoudt met daarop het privilege van Willem IV van Holland, die op 7 juni 1340 stadsrechten aan Rotterdam verleende. Eveneens worden hier vier bronzen dieren (twee zwanen en twee dolfijnen) afgebeeld, die in de nissen van alle vier de zijden der monument zijn bevestigd. De dieren spuwen uit alle vier de kanten water uit hun bekken en in de arduinen, schulpvormige opvangbak van de fontein.[1][2][8] Het voetstuk is circa 4 meter en eveneens gemaakt van hardsteen. Op zomerse dagen vinden stadsvogels, voornamelijk duiven, in de fonteinen hun verkoeling. Speciaal voor de aanleg van het monument werd voor de fontein een waterleiding aangelegd, iets dat in 1872 voor veel woningen nog een zeldzaamheid was. Zodoende groeide de fontein uit tot een monumentale drinkwater-fontein, waar de burger van de stad hier hun schone drinkwater konden halen.[1] De kosten voor de aanleg van de waterleiding en de fundering werden bekostigd door de gemeente Rotterdam. Het monument is ongeveer zeven meter hoog en heeft in totaal meer dan 10.000 gulden gekost, waarvan 5000 gulden zijn bekostigd door de Rotterdamse gemeente.[5][6] Door Rotterdammers heeft het standbeeld de bijnaam Vrijheidsbeeld gekregen.[9][2][3] Op 25 november 1873 werden er specifiek folders verspreid om de Rotterdamse burgerij over te halen om opnieuw bij te dragen aan de bekostiging van het monument.[4]

Alle vier de kanten bevatten een uniek opschrift.[4] Het opschrift aan de noordoostzijde vermeldt het volgende:

1 APRIL 1572
HET MORGENROOD DER VRIJHEID

Het opschrift aan de zuidwestzijde vermeldt het volgende:

ONTHULD
22 OCTOBER 1874

Het opschrift aan de zuidoostzijde vermeldt het volgende:

DEN BRIEL ONTRUKT AAN SPANJE
BEHOUDEN DOOR ORANJE

Het opschrift aan de noordwestzijde vermeldt het volgende:

TER HERINNERING
AAN DE
FEESTVIERING VAN 1 APRIL 1872
DE BURGERIJ VAN ROTTERDAM

Hoewel het standbeeld oorspronkelijk op een volledig stenen plein stond met een aantal bomen aan weerszijde van elkaar, werd begin jaren 30 een bloemenperkje en hek aangelegd om het beeld op te fleuren. Eveneens keek de maagd oorspronkelijk naar het zuidwesten, in de richting van de Laurenskerk en de Botersloot, die 1866 was gedempt. In de Tweede Wereldoorlog werden de gebouwen in het omringende gebied verwoest, met uitzondering van de Gemeentebibliotheek en het beeld van de Maagd van Holland. Het beeld werd zowel in het Plan-Witteveen als het latere Basisplan voor de Wederopbouw van Rotterdam meegenomen en bleef nagenoeg onveranderd tot november 1958, toen het werd gerenoveerd en schoongemaakt door de Dienst Gemeentewerken. Het perkje en hekwerk waren al eerder tijdens een herbestrating van de Nieuwemarkt verwijderd in 1953, de maagd zou in november 1958 90° naar het zuidoosten zijn gedraaid en thans staat de Maagd van Holland met haar rug naar het voormalige bibliotheekgebouw, uitkijkend over het marktplein.[10][11]

Al sinds de onthulling wordt ze door de gewone Rotterdammer in de cultuur van de straat vereenzelvigd met de 18e-eeuwse volksvrouw Kaat Mossel, een Orangistische mosselkeurvrouw die ook niet op haar mondje was gevallen en een grote rol speelde tijdens het Orangistische oproer in de stad tussen 1783 en 1784 tegen de patriotten.[2][3]

Gedurende de expositie van het model van het te bouwen beeld tussen 25 en 28 november 1873, ontstond er de nodige kritiek op het beeld. Op 1 december schreef de heer L.C. van der IJ in de Nieuwe Rotterdamsche Courant dat dat hij het voetstuk te kaal vond en veel liever een "gewonden, neervallenden Spaanschen voetknecht met gebroken rapier in de hand, zich op een elleboog opheffende" zag verschijnen. Op 10 december volgde in dezelfde blad opnieuw kritiek door ene 'R'. Hij noemde het figuur van het model der maagd "zeer log en lomp" en noemde het beeld vanaf de linkerzijde "een dikke boerin met miniatuur parasol". Ook beviel de iconografie van de maagd hem allerminst.[4]

Leden van de Rotterdamsche Watergeuzenvereeniging Pro Patria met Prinsenvlaggen luisteren naar een toespraak rondom het beeld tijdens de 1-aprilherdenking in 1972.

Het standbeeld heeft al vrij kort na de onthulling dienstgedaan als een herdenkingsmonument. Jaarlijks vind er een herdenking plaats door leden van de Rotterdamsche Watergeuzenvereeniging Pro Patria die de inname van Den Briel op 1 april herdenken rondom het monument.[12][13] Dit gaat gepaard met vertoon van zowel Geuzen- als Prinsenvlaggen en, sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog, ook rood-wit-blauwe vlaggen. Verder plaatsen zij een lauwerkrans op het monument.[14] In het verleden deden tal van andere muziekkorpsen ook mee aan deze jaarlijkse herdenking.[1][2][8]

Over het beeld schreef de Rotterdamse dichter Willem van Iependaal het gedicht Groetenis.[15] Het eerste couplet is al een treffende illustratie van het vanouds aan het beeld betuigde respect:


Zwaar en hevig aangebeden
Stedemaagd van Rotterdam
Groetenis van Pollie Piekhaar
Negen maanden rooie pan
Hoe is 't met de koue voetjes
Op je stoofie van arduin ?
altijd nog in pipse blommen
En geharrenaste tuin