De bedreigde zwaan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De bedreigde zwaan
De bedreigde zwaan Rijksmuseum SK-A-4.jpeg
Verblijfplaats Rijksmuseum Amsterdam
Locatie Amsterdam
Kunstenaar Jan Asselijn
Jaar ca. 1650
Type olieverf op doek
Afmetingen 144 × 171 cm
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

De bedreigde zwaan, ook De bedreigde zwaan; later opgevat als allegorie op Johan de Witt, is een schilderij van de schilder Jan Asselijn (circa 1610 - 1652) uit rond 1650. Het behoort tot de collectie van het Rijksmuseum in Amsterdam.

Voorstelling[bewerken]

Het schilderij toont een knobbelzwaan die haar nest met eieren beschermt tegen een hond. Aan de voorstelling zijn na het overlijden van Asselijn drie opschriften toegevoegd. Onder de zwaan staat in hoofdletters DE RAAD=PENSIONARIS. Vermoed wordt dat daarmee Johan de Witt bedoeld wordt. Die gedachte werd versterkt doordat de familie De Witt een zwaan als symbool heeft. Op één van de eieren staat, eveneens in louter hoofdletters, HOLLAND geschreven, een verwijzing naar het gewest Holland, waarvan De Witt raadpensionaris was. Boven de hond staat DE VIAND VAN DE STAAT. Op die manier kreeg de voorstelling de allegorische betekenis van Johan de Witt (de zwaan), die Holland (het ei) beschermt tegen de vijanden van de staat (de hond). Tot 1971 is aangenomen dat Asselijn de tekst zelf had toegevoegd, totdat een kunsthistoricus opmerkte dat De Witt pas in 1653 raadpensionaris werd en Asselijn al in 1652 overleden was. Verondersteld wordt dat de opschriften ongeveer honderd jaar na zijn overlijden zijn aangebracht. Wie dat heeft gedaan, is niet bekend. In de achttiende eeuw was het gebruikelijk om schilderijen een allegorische betekenis toe te schrijven, anders vond men een schilderij te basaal. Omdat de hond komt aangezwommen, wordt gedacht dat met die vijand Engeland bedoeld wordt, evenals Willem III van Oranje-Nassau, waarvan De Witt altijd heeft willen voorkomen dat die stadhouder van Holland zou worden. Willem III werd na het overlijden van De Witt koning van Engeland.

Afbeelding[bewerken]

De zwaan is op ware grootte afgebeeld, waardoor het realistischer overkomt. De gevechtshouding van de zwaan komt extra dreigend over, omdat de vogel vanaf een laag gezichtspunt geschilderd is, vanuit het zogenaamde kikvorsperspectief. De zwaan is weergegeven met tinten wit, geel, grijs en ook nog met blauw. De vogel staat in het tegenlicht. De linkervleugel vangt met de bovenkant het zonlicht, waardoor de omlijningen van de borst beter uitkomen en er spanning in de weergave van de zwaan wordt gebracht. Asselijn was een meester in stofuitdrukking. Zo schijnt het zonlicht door de flinterdunne randen van de donsveertjes. De lucht bestaat uit twee tinten blauw, een grauwere aan de bovenkant en een heldere beneden. Het vermoeden is dat hij hiervoor respectievelijk de pigmenten smalt en ultramarijn gebruikte. De zwaan heeft zojuist gepoept, als afschrikmiddel of uit angst. Op de top van de faeces zijn subtiele roodbruine kleurschakeringen te zien, waaruit blijkt dat Asselijn de zwanenuitwerpselen goed bestudeerd heeft. Italiaanse invloeden uit de tijd dat hij in Italië verbleef zijn zichtbaar in de goudkleurige strootjes van het zwanennest, waarmee hij de zonneschijn weergaf.

Herkomst[bewerken]

Op 11 juni 1800 werd het schilderij gekocht tijdens de veiling van de collectie van Jan Gildemeester Jansz. uit Amsterdam, door de Nationale Kunstgalerij, een voorloper van het Rijksmuseum. Het werd aangeschaft vanwege de vermeende allegorische betekenis en vervolgens geëxposeerd in Paleis Huis ten Bosch, in wat toen nog Wassenaar was. Sinds 1808 is het schilderij te zien in Amsterdam en het geldt als eerste aankoop voor het Rijksmuseum.

Tentoonstellingen[bewerken]

  • Oud-Hollandsche meesters komen naar Friesland. Tentoonstelling van meesterwerken uit het Rijksmuseum en het Mauritshuis, Fries Museum, Leeuwarden, 13 april-12 mei 1946.
  • The age of Rembrandt. Dutch paintings and drawings of the 17th century, Nationaal Museum voor Westerse Kunst, Tokio, 19 oktober-22 december 1968, cat. nr. 1.