De gauwdief en zijn meester

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De gauwdief en zijn meester is een sprookje uit Kinder- und Hausmärchen, de verzameling van de gebroeders Grimm, met als nummer KHM68. De oorspronkelijke naam is De Gaudeif un sien Meester.

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Jan wil zijn zoon een ambacht laten leren en daarom gaat hij naar de kerk om Onze Lieve Heer te vragen wat een goed vak voor hem zou zijn. De koster zegt achter het altaar "stelen, stelen" en Jan vertelt zijn zoon dat hij moet leren stelen. Ze gaan op zoek naar iemand die het hem kan leren en in een groot bos staat een klein huisje met een oude vrouw. Ze vertelt dat haar zoon een meester in het stelen is en de meester-gauwdief vertelt dat Jan een jaar mag blijven om het vak te leren, stelen en heksen. Als Jan zijn zoon niet meer herkent, moet hij 200 daalder betalen. Als Jan zijn zoon nog wel herkent, hoeft hij niets te betalen.

Als Jan na een jaar terug loopt, komt hij een klein mannetje tegen. Hij vertelt het mannetje dat hij bezorgd is om zijn zoon niet meer te herkennen. Hij heeft namelijk niet 200 daalder. Het kleine mannetje zegt hem een korstje brood mee te nemen en daarmee onder de schoorsteen te gaan staan. Op de haalboom staat een mandje en daarin ziet een vogeltje, wat de zoon van Jan blijkt te zijn. Jan gooit het brood naar het vogeltje en ze praten met elkaar. De meester-gauwdief zegt dat Jan geholpen is door de duivel, anders zou hij zijn zoon nooit herkend kunnen hebben. Op de terugweg komen ze een koets tegen en de zoon verandert zichzelf in een hazewindhond. De man in de koets wil dertig daalders betalen voor de prachtige hond. Even later springt de hond uit het raam van de koets en verandert van vorm, hij gaat terug naar zijn vader.

Ze gaan naar huis en de volgende dag gaan ze naar de markt in het naburige dorp. De jongen verandert zichzelf in een paard en de jongen waarschuwt nog dat zijn vader wel de toom moet afdoen, anders kan hij zich niet terug veranderen. De meester-gauwdief koopt het paard, maar Jan vergeet toch de toom af te doen. De dienstmeid doet het toom af en het paard verandert in een mus en vliegt weg. De heksenmeester wordt ook een mus en vliegt hem achterna. Ze vechten en de heksenmeester valt in het water en verandert zichzelf in een vis. De jongen volgt en opnieuw verliest de meester het gevecht. Dan verandert de meester zich in een kip en de jongen maakt zichzelf een vos en bijt de meester dood.

Achtergronden bij het verhaal[bewerken]

Assepoester · Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · De ijzeren kachel · De jonge reus · De jood in de doornstruik · De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · De laarzen van buffelleer · De luie spinster · De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · De peetoom · De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · De uil · De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Frieder en Katherliesje · Gelukkige Hans · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het aardmanneke · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis · Het kind van Maria · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Het raadsel · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer · Het zingende botje · IJzeren Hans · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond · Op reis gaan · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui