De geschiedenis van Tilburg in de Tweede Wereldoorlog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Alhoewel grootschalige vernielingen door oorlogshandelingen en bombardementen uitbleven, vormde de Tweede Wereldoorlog ook voor Tilburg een zeer ingrijpende periode.

Duitse inval[bewerken]

Al in de meidagen van 1940 werd Tilburg doelwit van Duitse bombardementen, waardoor 14 doden vielen. Daarna volgden nog incidentele bombardementen. Uit Tilburg sneuvelden 18 Nederlandse militairen bij de verdediging tegen de Duitse aanval, waarbij de brug over het Wilhelminakanaal werd opgeblazen door het Nederlandse leger. [1].

Verzet[bewerken]

De hogeschool werd al snel gesloten en velen van de studenten gingen in het verzet of doken onder. De bekendste onder hen was Norbert Schmelzer, de KVP-politicus die later minister werd en een kabinet deed vallen. Een tiental van de studenten werd gegrepen en geëxecuteerd of stierf in kampen. Onder hen o.m. Boy Ecury, die ook enige tijd in Tilburg in het verzet werkte.

Het verzet in Tilburg ontwikkelde zich zoals elders in Nederland. Een van de bekendste personen in het verzet was de schoonmaakster Coba Pulskens. Zij hielp Joodse onderduikers en ook geallieerde piloten. Tilburg was een belangrijke plaats voor de ontsnapping van die piloten, vanwege de ligging dicht bij de Belgische grens. Mevrouw Pulskens werd thuis betrapt met drie piloten, die ter plaatse werden doodgeschoten. Zij verdween naar het concentratiekamp Ravensbrück, waar zij omkwam in de gaskamer, naar verluidt omdat zij de plaats van een moeder met kind innam. Zij ontving postuum van de Amerikanen de hoge Medal of Freedom, maar uit Nederland geen enkele onderscheiding.

Jodenvervolging[bewerken]

Van de Joodse gemeenschap van 400 mensen werden er in totaal 130 vermoord - een relatief klein aantal, gezien het gemiddelde van 75% voor heel Nederland. In dit Tilburgse cijfer zijn niet verwerkt de van buiten Tilburg afkomstige, maar in Tilburg ondergedoken Joodse personen. Een aantal van hen heeft de oorlog in Tilburg kunnen overleven, een aantal echter niet[2].

Politie Compagnie[bewerken]

In april 1943 werd een Politie Compagnie (PC) in Eindhoven geformeerd met 132 voornamelijk jongere politiemensen, die hun opleiding hadden genoten in de pro-Duitse opleiding in Schalkhaar. Deze compagnie werd echter in juli 1943 in de Willem II kazerne te Tilburg gelegerd. In augustus 1943 dook de eerste onderwachtmeester van de PC al onder, gevolgd door twee anderen. Een onderwachtmeester werd ontslagen omdat hij weigerde de Germaanse groet te brengen. Uiteindelijk werd hij overgebracht naar Duitsland. In november 1943 slaagden een aantal manschappen er in om tijdens het lossen van wapens een twintigtal revolvers met munitie te ontvreemden. Dit werd ontdekt en het viertal gearresteerd en via Amersfoort naar een concentratiekamp in Duitsland afgevoerd. Tot begin juni 1944 doken regelmatig leden van de PC onder. Op 15 augustus 1944 moest de voltallige Compagnie op het terrein van de Willem II kazerne op Duits bevel aantreden. Majoor Fürck van de Duitse Ordnungspolizei deelde mede dat de Compagnie naar Amsterdam werd overgeplaatst, als strafmaatregel. Vervolgens werden 30 namen afgeroepen van leden, die apart moesten gaan staan, en vertrok de rest naar Amsterdam, naar de Tulpkazerne. De achtergebleven personen werden overgenomen door de Grüne Polizei en via kamp Amersfoort naar Duitsland gedeporteerd.

Dwangarbeid[bewerken]

Bij de dwangarbeid in Duitsland (Arbeitseinsatz) kwamen 92 Tilburgers om [3].

Eindstrijd en bevrijding[bewerken]

Radio Herrijzend Nederland, 4 nov 1944

De laatste strijd om Tilburg duurde van 14 tot 27 oktober 1944 en kostte 54 burgers het leven[4]. De Prinses Irene Brigade nam vanaf augustus 1944 deel aan het twee maanden eerder gestarte bevrijdingsoffensief van de geallieerden. Eind oktober van dat jaar was de brigade betrokken bij de strijd rond Tilburg. In de wijk Broekhoven hebben de Nederlandse militairen zeer heftig gevochten tegen de bezetter. Het aantal gewonden bij de brigade was dan ook relatief driemaal zo hoog als bij hun Schotse wapenbroeders. Kort voordat de geallieerden Tilburg zouden binnentrekken, kreeg de brigade het bevel om richting België op te rukken, waardoor ze niet kon deelnemen aan de intocht. De bevrijding van Tilburg volgde op 27 oktober 1944. Op 1 februari 1945 viel in de Minister Talmastraat een neerstortende V1. De gevolgen waren dramatisch: 22 doden.[5] Op vrijdag 2 februari 1945 viel een opnieuw een V1, nu op het pension Huize Mariëngaarde. Er vielen wederom 22 doden.

Gedenktekens[bewerken]

Tilburg telt enkele tientallen gedenktekens van oorlog, verzet en bevrijding. De twee bekendste zijn het Monument Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene (Stadhuisplein; 1955) en het Monument van de 15th Scottish Division (Stadhuisplein; 1989), beide herinnerend aan de bevrijders van Tilburg in 1944. Een van de bekendste Tilburgers die in het verzet actief waren, was pater Ludo Bleijs. Het Britse ereveld in Tilburg herbergt de graven van 76 gesneuvelde militairen.

In de stad zijn ook enkele kapellen opgericht ter herdenking van in Tilburg omgekomen personen. De grootste hiervan is de kapel van Onze Lieve Vrouwe ter Nood aan de Kapelhof. Zie voor de overige kapellen de Lijst van religieuze gebouwen in Tilburg.

Referenties[bewerken]

  1. Militairen gesneuveld mei 1940
  2. Joden in Tilburg
  3. Doden door dwangarbeid
  4. Beschieting
  5. Doden door neerstoren V1