De graaf van Monte-Cristo

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Graaf van Monte-Cristo
Oorspronkelijke titel Le Comte de Monte-Cristo
Auteur(s) Alexandre Dumas
Vertaler Paul Schultink
Land Frankrijk
Taal Frans
Reeks/serie Historische roman
Uitgever Van Holkema & Warendorf, Bussum; Standaard Uitgeverij, Antwerpen
Pagina's 937
ISBN-code 9026978898
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

De graaf van Monte-Cristo (originele Franse titel: Le Comte de Monte-Cristo) is een roman van Alexandre Dumas uit 1844. De roman vertelt het verhaal van Edmond Dantès die, nadat hij veertien jaar onschuldig zat opgesloten, een fortuin vindt op het eiland Montecristo en wraak neemt op degenen die hem hebben vastgezet. Het verhaal bestaat uit zes afzonderlijke delen die in onderlinge samenhang dienen te worden gelezen. Elk deel verhaalt over een bepaalde periode uit het leven van Dantès. Rode draad door het verhaal is de gevangenneming op 19-jarige leeftijd op 28 februari 1815, de gevangenzetting, de ontsnapping op 25 februari 1829 en de wraakneming.

Het verhaal is los gebaseerd op een waargebeurd verhaal over de Franse schoenmaker Pierre Picaud.[1]

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Valse beschuldiging[bewerken]

Edmond Dantès is een levenslustige, 19 jaar jonge stuurman op de driemaster le Pharaon. Het geluk lacht hem van alle kanten toe. Hij is een kundig zeeman, hij is geliefd bij de matrozen en reder Pierre Morrel is tevreden over hem en overweegt hem binnenkort tot kapitein te bevorderen. Bovendien heeft Dantès plannen om te trouwen met de mooie en lieve Catalaanse Mercedes.

Na een lange reis komt de driemaster le Pharaon op 24 februari 1815 aan te Marseille. Tijdens de reis is kapitein Leclère overleden en Edmond heeft het gezag overgenomen. Leclère stond bekend als een aanhanger van de verbannen Napoleon. Leclère heeft aan zijn sterfbed Dantès de opdracht gegeven om een pakje met een brief aan de voormalige maarschalk Bertrand te geven. Deze was met Napoleon verbannen naar Elba. Uit loyaliteit aan zijn kapitein wilde Dantès gehoorzamen en tijdens de terugreis heeft hij le Pharaon Elba laten aandoen. Dantès gaat daar aan wal en ontmoet Bertrand, die hem verzoekt een vertrouwelijke brief van de keizer te bezorgen bij iemand in Parijs.

Het geluk van Edmond leidt inmiddels tot jaloezie bij zijn vrienden. De boekhouder van le Pharaon, Danglars, is zeer beledigd door de aanstaande promotie van Edmond; hij had zelf graag kapitein willen worden en tracht Edmond zwart te maken bij de reder Pierre Morrel. Het loon dat Edmond mee naar huis neemt, leidt weer tot jaloezie bij Caderousse, een verarmde kleermaker en de buurman van vader Dantès, hoewel Caderousse de jonge stuurman als zijn vriend beschouwt. Edmonds relatie en het voorgenomen huwelijk leiden tot jaloezie bij Fernando Mondego, de volle neef van Mercedes. Fernando is zelf ook smoorverliefd op Mercedes maar Mercedes heeft haar hart aan Edmond gegeven. Danglars schrijft, in het bijzijn van Fernando en de dronken Caderousse, een anonieme brief aan de politie. In deze brief wordt Dantès ervan beticht een verrader te zijn die voor Napoleon werkt. De brief wordt weggegooid, maar als de mannen vertrekken raapt Fernando de brief op, kennelijk om hem alsnog naar de politie te brengen - en de twee anderen grijpen niet in.

Château d’If, op een eiland voor de kust van Marseille

Het is 1 maart 1815. Dantès wordt op zijn huwelijksdag gearresteerd. Toevallig is dit ook de dag waarop de procureur voor wie Dantès even later moet verschijnen, Gérard de Villefort, met Renée de Saint-Méran in ondertrouw gaat. De belastende brief komt boven water. Het blijkt een brief te zijn van Napoleon aan een zekere Noirtier, met het verzoek voorbereidingen te treffen voor de terugkeer van Napoleon. Noirtier is toevallig de vader van De Villefort en deze realiseert zich dat het rampzalig zou zijn voor zowel hemzelf als zijn vader als de inhoud van de brief publiekelijk bekend wordt. De Villefort besluit de koning te waarschuwen voor de plannen van de voormalige keizer en daarmee zijn eigen carrière veilig te stellen. Omdat Gérard De Villefort vreest dat Dantès op de hoogte is van de inhoud van de brief of in ieder geval de naam van de geadresseerde kent, neemt hij een radicaal besluit. Hij verbrandt eerst de brief die voor zijn vader was bedoeld om er zeker van te zijn dat niets hem in zijn carrière kan schaden. Hoewel De Villefort geen onschuldige mensen wenst op te sluiten, kiest hij toch voor zijn carrière en laat Dantès levenslang opsluiten in het Château d'If.

Ontsnapping[bewerken]

De cel van Edmond Dantès in Château d'If

Na jaren van eenzame opsluiting heeft Dantès eerst alle hoop verloren. Hij tracht zelfmoord te plegen door te stoppen met eten. Dit proces wordt gestopt op het moment dat hij iemand hoort graven. Dantès begint op zijn beurt te graven en komt zo in contact met een andere gevangene, de Italiaanse priester abbé Faria. Ook abbé Faria zit in feite onschuldig gevangen, vanwege zijn afwijkende politieke overtuigingen. Faria heeft in de verkeerde richting gegraven en is in plaats van de kust, in de cel van Dantès beland. Al spoedig worden de twee vrienden.

Faria is reeds op leeftijd en blijkt een briljant persoon te zijn. Als Edmond Faria vertelt over de omstandigheden rondom zijn gevangenneming en allerlei details geeft, begrijpt Faria wat er aan de hand was. Faria heeft Noirtier De Villefort, een overtuigd bonapartist, vroeger persoonlijk gekend. Met andere woorden: het bekend worden van de brief had zoon Gérard zijn baan kunnen kosten. Ook herinnert Dantès zich nu ineens dat hij een paar dagen voor zijn arrestatie Danglars en Fernando in het gezelschap van Caderousse aan een tafel een brief heeft zien schrijven. Dantès zweert vervolgens vreselijk wraak te nemen op de vier mannen die hem dit hebben aangedaan.

Edmond wordt door Faria onderwezen op alle denkbare gebieden, waaronder vreemde talen, geschiedenis, economie, filosofie en wiskunde. Ook leert Dantès de vigerende etiquette, zelfvertrouwen te krijgen en leert zich te ontwikkelen. Besloten wordt de tunnel af te maken, maar Faria heeft niet lang meer te leven. Hij krijgt een ernstige aanval van katalepsie – de tweede in zijn leven – en weet dat zijn einde nu met rasse schreden nadert. Faria vertrouwt Dantès vervolgens een groot geheim toe. Er moet zich op het eiland Montecristo een onmetelijk grote schat bevinden. Faria is dit te weten gekomen doordat hij, kort voordat hij gevangengenomen werd, in de nalatenschap van graaf Spada, waarvan Faria de persoonlijke secretaris was, een 300 jaar oud document vond van een door paus Cesare Borgia vermoorde voorzaat van Spada, waarin de bergplaats van de schat werd beschreven. De familie Spada is nu uitgestorven, er zijn geen erfgenamen. Hun schat behoort daarom aan de vinder.

Als Faria na een derde aanval overlijdt, ziet Dantès een kans om te vluchten. Hij sleept het lichaam van Faria naar zijn eigen cel en gaat zelf naakt in de lijkzak liggen. Dantès wordt in zee gegooid met een kanonskogel aan zijn voeten. Hij weet zich net op tijd uit de zak te bevrijden. Hij kan uitstekend zwemmen en ziet even later een schip zijn richting uit varen, de Jeune-Amélie. Dantès weet de aandacht van de bemanning te trekken en wordt aan boord geholpen. Hij doet zich voor als de enige overlevende van een schip dat die nacht in een storm is vergaan.

De schat[bewerken]

Het eiland Montecristo, waar Edmond Dantès de schat vindt.

Eenmaal aan boord heeft Dantès al snel in de gaten dat hij op een schip van smokkelaars is beland. Dantès is zelf een uitstekende zeeman en wint snel het vertrouwen van de bemanning en de kapitein. Hij wil nu naar het eiland Montecristo om de schat te zoeken, maar zonder dat de anderen er iets van merken. Na een paar maanden ziet hij zijn kans schoon: de Jeune-Amélie maakt een afspraak met een ander smokkelschip om op het verlaten eilandje contrabande uit te wisselen. Tijdens het verblijf op het eiland valt Dantès van een rots en breekt hij een been. Hij kan in deze toestand niet vervoerd worden. Zijn vrienden laten proviand en gereedschap bij hem achter en beloven hem over een week, als zijn been genezen is, weer op te halen. Als de schepen vertrokken zijn is Dantès als bij toverslag genezen. Hij heeft nu alle tijd om ongestoord de schat te zoeken. Hij vindt de schat en steekt een handvol edelstenen bij zich. Na een week komt de Jeune-Amélie hem weer ophalen. Ze varen naar Livorno. Dantès neemt afscheid van de smokkelaars, gaat naar Genua en koopt daar een jacht waarmee hij in zijn eentje naar Montecristo kan varen om ongezien de rest van de schat op te halen. Hij blijft echter contact houden met een van de smokkelaars, de Corsicaan Jacopo.

Het jarenlange lijden heeft Edmond veranderd. De belangrijkste verandering betreft zijn psyche; het verraad door de mensen die hij vertrouwde heeft zijn edele karakter doen verkeren in een sombere en cynische aard, terwijl hij ook uiterlijk door niemand uit zijn geboortestreek meer wordt herkend. De lessen van Faria hebben van hem daarnaast een intellectueel gemaakt

De redding van Morrel[bewerken]

Dantès gaat naar Marseille. Niemand herkent hem na 14 jaar nog. Zijn vader is overleden, Mercedes is verdwenen en Morrel staat financieel aan de afgrond. Dantès hoort dat Caderousse nu een herberg heeft in de buurt van Beaucaire. Hij vermomt zich als priester en noemt zich abbé Busoni. In deze vermomming gaat hij naar Caderousse. Busoni vertelt dat hij in de gevangenis bij het sterfbed van ene Edmond Dantès stond. Dantès had een diamant gekregen van een andere gevangene en zijn laatste wens was dat die diamant verdeeld zou worden onder zijn vrienden: zijn vader die echter overleden is, Mercedes, Danglars, Fernando en Caderousse. Caderousse kan hem vertellen waar deze personen te vinden zijn: Danglars is inmiddels een rijke baron en Fernando Mondego is thans graaf De Morcerf en is getrouwd met Mercedes, die thans gravin De Morcerf heet. Bovendien vertelt Caderousse dat Fernando en Danglars schuldig zijn aan Edmonds arrestatie, zodat ze geen recht hebben op de erfenis. Busoni ziet dat ook in en geeft de hele diamant aan Caderousse, de enige die niet rijk is geworden. Caderousse vertelt ook over Morrel. Deze heeft nog gezorgd voor het levensonderhoud en de begrafenis van vader Dantès door hem een gevulde beurs te geven. De lege beurs is nu bij Caderousse en Busoni vraagt of hij de beurs mag hebben.

Enkele dagen later is Dantès weer in Marseille, nu als Lord Wilmore, agent van de Romeinse bankier Thomson & French. Hij gaat naar de crediteuren van Morrel en neemt de schulden voor de nominale prijs over. De crediteuren doen dat graag, want ze weten dat Morrel op de rand van faillissement staat. Een van de crediteuren is inspecteur van de gevangenis en Wilmore krijgt inzage in het dossier van Dantès en Faria. Daarna gaat Wilmore met de schuldbekentenissen naar Morrel. Juist op dat moment krijgt Morrel bericht dat le Pharaon vergaan is. Wilmore geeft Morrel drie maanden uitstel. Als Wilmore vertrekt ontmoet hij Morrels dochter Julie en hij fluistert haar toe: als je een brief krijgt van Simbad de zeeman, doe dan precies wat er in die brief staat. Drie maanden later overweegt Morrel een eind aan zijn leven te maken. De agent van Thomson & French wordt om elf uur verwacht. Intussen krijgt Julie een brief van Simbad de zeeman: ze moet naar het oude huis van de vader van Dantès gaan, waar ze een beurs zal vinden die ze naar haar vader moet brengen. Het is dezelfde beurs die Morrel had gebruikt om de vader van Dantès te ondersteunen en er zit genoeg geld in om Morrels schulden te betalen. Bovendien blijkt juist op dat moment le Pharaon de haven binnen te varen. Morrel is gered! Op de achtergrond kijkt een man toe. Hij roept zijn helper Jacopo en samen vertrekken ze met een jacht.

Wraak[bewerken]

Of Caderousse is veranderd zal moeten blijken. Hij kan de diamant ofwel ten goede gebruiken ofwel ten kwade. Echter, Caderousse is niets verbeterd. Van Monte-Cristo krijgt hij nogmaals een kans doch hij neemt deze kans wederom niet aan. Uiteindelijk wordt Caderousse door zijn partner in crime vermoord.

Negen jaar nadat Dantès naar Marseille is teruggekeerd, gaat hij van start met het uitoefenen van zijn wraak. Dantès verandert in graaf De Monte-Cristo, een mysterieuze en zeer rijke edelman. Hij duikt eerst op in Rome waar hij bevriend raakt met baron Franz d'Épinay en Albert burggraaf De Morcerf, de zoon van Mercedes en Fernando, die daar zijn om carnaval te vieren. Hij maakt tegenover hen echter zijn ware identiteit niet bekend. Als Albert in Rome wordt ontvoerd door de beruchte rover Luigi Vampa, helpt de graaf van Monte Christo – die in werkelijkheid met Vampa in het complot zit – Albert te bevrijden.

Vlak daarna verhuist Dantès naar Parijs alwaar hij, door zijn tentoongestelde rijkdom, al snel de meest besproken persoon is. Door zijn scherpe retoriek is hij geliefd bij vriend en vijand. Iedereen wil vrienden met degraaf van Monte-Cristo zijn, zo ook zijn vijanden die nog niet weten wie hij is. Alleen Gérard De Villefort is eigenlijk bang voor de graaf, die hem ergens bekend voorkomt.

De graaf van Monte-Cristo leert Danglars kennen, die een succesvolle bankier is geworden. Als Danglars hoort hoe rijk de graaf is, raakt Danglars geobsedeerd. De graaf krijgt een krediet los van 6 miljoen francs en eist direct 900 000 francs uitbetaald te krijgen. Voorts bedingt Monte-Cristo dat hij te allen tijde het restant kan opeisen. Om wraak te nemen op Danglars manipuleert de graaf de beursberichten. Danglars verliest op deze wijze een aanzienlijk gedeelte van zijn vermogen. Ook het restant verdwijnt als sneeuw voor de zon.

De graaf van Monte-Cristo heeft ook Haydée, een Albanese slavin, die hij heeft vrijgekocht. Zij is de dochter van Ali Pasja, de pasja van Janina. Ali Pasja’s vertrouweling heette Fernando Mondego. Echter, na een oorlog verraadt Mondego Ali Pasja. Ali Pasja wordt vermoord en Haydée en haar moeder Vasiliki worden als slaaf verkocht. Monte-Cristo weet Danglars te overtuigen een onderzoek in te stellen naar het verleden van Haydée. Het onderzoek leidt tot een publicatie in de krant. Fernando wordt opgeroepen zich te verantwoorden in de Kamer. Haydée getuigt en Mondego wordt ontmaskerd.

Mercedes is inmiddels getrouwd met Fernando en zij gaan door het leven als graaf en gravin De Morcerf. Samen hebben ze een zoon gekregen, Albert burggraaf De Morcerf. Mercedes is de enige die Dantès herkent. Wanneer Albert verhaal komt halen over de, in zijn ogen, onrechtmatige publicatie en de graaf van Monte-Cristo voor een duel uitdaagt, smeekt Mercedes Monte-Cristo het leven van haar enige zoon te sparen. Mercedes ontdekt pas dan het ware verhaal van de gevangenneming van Dantès. Dantès is verbitterd over het feit dat Mercedes al zo snel met Fernando is getrouwd en wil er verder niets meer van weten. Mercedes vertelt het verhaal vervolgens aan haar zoon. Albert biedt daarop zijn excuses aan aan de graaf van Monte-Cristo en vertrekt samen met zijn moeder. Fernando, die had verwacht dat de graaf inmiddels dood zou zijn, wordt rechtstreeks met de graaf geconfronteerd en herkent hem als Dantès. Vervolgens ziet hij zowel zijn vrouw als zijn zoon de woning verlaten. Fernando begrijpt dat alles is uitgekomen en pleegt daarop in zijn woning zelfmoord om aan de schande te ontkomen. Albert besluit in Afrika in dienst te gaan en neemt de naam Herrera aan, de naam van zijn moeder. Mercedes gaat terug naar Marseille.

Als laatste op het lijstje van de graaf van Monte-Cristo staat De Villefort. De familie De Villefort is verdeeld. Gérard heeft van zijn eerste en inmiddels overleden vrouw Renée een dochter, Valentine, zijn oogappel. Van zijn tweede vrouw Heloïse heeft hij een zoon, Edouard.

Valentine staat op het punt de omvangrijke erfenis van haar grootouders aan moederszijde, markies de Saint-Méran en markiezin de Saint-Méran, te erven. Daarnaast wil haar andere grootvader, de vader van De Villefort, Noirtier de Villefort, zijn vermogen aan haar nalaten. Valentine is aldus verzekerd van een omvangrijke erfenis. Heloïse, jaloers op de rijkdom van Valentine, wil deze rijkdom voor haar zoon Edouard. Heloïse wil iedereen vergiftigen om zo de erfenis voor haar zoon te bemachtigen. De techniek van het vergiftigen is haar geleerd door de graaf van Monte-Cristo. Hij heeft de bedoelingen van Heloïse al snel in de gaten en helpt haar een handje. Door het vergiftigen van de Saint-Mérans erft Valentine dat erfdeel. Echter, Noirtier de Villefort onterft Valentine op het moment dat hij hoort dat zijn zoon Gérard voor Valentine een huwelijk heeft gearrangeerd met Franz d'Épinay. Het huwelijk gaat uiteindelijk niet door als Noirtier onthult dat hij degene is die de vader van Franz heeft vermoord. Nu Valentine wel zal erven, is Heloïse bezig Noirtier te vergiftigen. Barrois, zijn trouwe kamerdienaar, drinkt per ongeluk vergiftigde limonade waardoor hij onder gruwelijke pijnen sterft. Heloïse richt daarna haar pijlen op haar stiefdochter Valentine en wil ook haar vergiftigen, zodat Edouard zal erven.

Naast dit familiedrama speelt nog een ander drama. Gérard De Villefort heeft in het verleden een affaire gehad met de huidige echtgenoot van Danglars, Hermine Danglars. Uit deze relatie is een zoon geboren waarvan De Villefort dacht dat deze al bij de geboorte was overleden. In de tuin van de woning te Auteuil begroef Gérard de baby. In de tuin werd daarop een aanslag gepleegd op Gérard door de Corsicaan Giovanni Bertuccio, die in de veronderstelling verkeerde dat De Villefort bezig was een schat te begraven. Bertuccio vond het kind en noemde het Benedetto. Benedetto groeide op als crimineel en doet op latere leeftijd zijn intrede in de Parijse aristocratie als Andrea burggraaf Cavalcanti, geïntroduceerd door de graaf van Monte-Cristo, die er vervolgens voor zorgt dat de dochter van Danglars niet met de zoon van Fernando trouwt. Andrea wordt later ontmaskerd door Caderousse die hem vervolgens chanteert. Later vermoordt Benedetto ook Caderousse om het geheim te bewaren. Op zijn sterfbed herkent Caderousse Dantès en smeekt om vergeving. Op de bruiloft van de dochter van Danglars en Andrea/Benedetto komt het verhaal naar buiten. Benedetto vlucht en wordt later gearresteerd.

Inmiddels heeft Monte-Cristo van Maximilien Morrel gehoord dat hij verliefd is op Valentine. Monte-Cristo is in eerste instantie fel gekant tegen een huwelijk omdat hij De Villefort een gedoemde familie vindt. Uiteindelijk redt hij Valentine door haar in een kunstmatige dood te brengen. Heloïse lijkt geslaagd in haar plan. De Villefort krijgt van zijn vader te horen wie de moorden heeft gepleegd. Overmand door woede en verdriet confronteert hij Heloïse met de bevindingen en stelt haar voor de keus: ofwel zelfmoord plegen ofwel kiezen voor het schavot. De Villefort gaat vervolgens naar de rechtbank voor de zaak van de gearresteerde Benedetto/Andrea. Eenmaal voor de rechter maakt Andrea bekend dat hij de zoon is van De Villefort. De Villefort is en publique verslagen en spoedt zich naar huis. Hij heeft nu spijt van al zijn daden en beseft dat hij net zo fout is als zijn vrouw. Hij besluit samen met haar het land te ontvluchten, maar treft haar stervend aan; ze heeft zijn wens ingewilligd. Op zoek naar zijn zoon Edouard vindt hij deze ook dood, vergiftigd door Heloïse. De Villefort wordt vervolgens krankzinnig als hij de graaf van Monte-Cristo herkent als de man die hij meer dan twintig jaar geleden onschuldig heeft laten opsluiten in het Château d'If. De Villefort confronteert Dantès met de lijken van zijn vrouw en zoon. Dantès probeert, tevergeefs, nog Edouard te redden omdat hij inziet dat zijn wraak te gortig is geweest.

Nalatenschap[bewerken]

De zaken hebben inmiddels buitenproportionele gevolgen gehad, meer dan Dantès had voorzien. Hij besluit ermee op te houden nu hij zijn wraak heeft genomen. Hij begint ook te twijfelen of hij het wel juist heeft gedaan nu er een kind is overleden. Dit leidt ertoe dat Dantès even niet meer weet wat hij moet doen. Tijdens deze periode komt hij weer in evenwicht en vergeeft zichzelf en zijn vijanden.

Monte-Cristo besluit Danglars te sparen. Danglars, inmiddels op het randje van het faillissement, heeft alleen zijn goede naam over alsmede 5 miljoen francs. Monte-Cristo int deze laatste 5 miljoen. Danglars moet de kredietopvraag inlossen. Hij vlucht naar Rome om daar een cheque van 5,1 miljoen te incasseren bij de Firma Thomson & French. Danglars weet niet dat deze bank van Dantès is. Na het incasseren van de kredietbrief denkt hij zijn schaapjes op het droge te hebben. Echter, hij wordt ontvoerd door Luigi Vampa, degene die eerder Danglars zoon Albert heeft ontvoerd. In de grotten waar hij wordt opgehouden, zit Danglars in een cel. Daar ervaart Danglars nu zelf wat het is om opgesloten te zijn en honger te hebben. Hij wil eten maar daar moet hij voor betalen. Uiteindelijk kiest Danglars voor zijn leven en besluit 5,05 miljoen te betalen in ruil voor eten. Danglars mag 50 000 francs houden en Monte-Cristo vertelt wie hij is. Het leven van Danglars wordt gespaard.

Maximilien Morrel is nog steeds in diepe rouw. Hij wil zelfmoord plegen maar daar steekt Monte-Cristo een stokje voor. Monte-Cristo vertelt vervolgens wie hij is en dat hij destijds de rederij heeft gered van de ondergang. Maximilien hoort later dat de dood van Valentine in scène is gezet om Heloïse te misleiden. Valentine leeft en Maximilien kan met haar trouwen. Voor Dantès is hiermee zijn missie voltooid; hij heeft enerzijds wraak genomen op degenen die hem vroeger zoveel kwaad hebben berokkend, maar ook een paar mensen gelukkig gemaakt. Dantès laat Maximilien en Valentine het eiland en zijn woningen na. Monte-Cristo vertrekt met Haydée om met haar een nieuwe toekomst op te bouwen.

Publicatie[bewerken]

De graaf van Monte-Cristo werd oorspronkelijk gepubliceerd in het Journal des Débats in achttien delen. De publicatie liep van 28 augustus 1844 tot 15 januari 1846. Het verhaal werd voor het eerst in boekvorm gepubliceerd in Parijs door Pétion, in 18 volumes (1844-5).[2] Volledige versies van de roman werden in de 19e eeuw ook gedrukt, aanvankelijk alleen in de Franstalige versie.

Zie ook: Volledige tekst op Wikisource (Frans)

Karakters[bewerken]

Heel typerend is de karakterverandering die Edmond Dantès doormaakt. Aan het begin van het verhaal is hij een heel vriendelijke, vrolijke en levenslustige jongeman. Tijdens zijn gevangenschap verandert hij volledig in het tegendeel: hij wordt een zwartgallige, cynische en in feite uiterst boosaardige, op wraak beluste persoon.

Bewerkingen[bewerken]

De roman is meerdere malen bewerkt voor film en televisie. Enkele noemenswaardige verfilmingen zijn:

Behalve verfilmingen van het verhaal zelf, heeft het verhaal ook als basis gediend voor enkele andere films:

Een soortgelijke film:

Stamboom[bewerken]

Louis Dantès
 
Ali Pasja
 
Vasiliki
 
 
 
 
 
 
 
 
La Carconte
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Personen waarop de wraak is gericht
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Edmond Dantès
 
Haydée
 
 
 
 
 
 
 
 
Marquis de St-Méran
 
Marquise de St-Méran
 
Noirtier
 
 
 
 
 
Pierre Morrel
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Mercedes
 
 
Hermine Danglars
 
Flavien de Quesnel
 
Renée de Saint-Méran
 
 
 
 
 
Héloïse
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Albert
 
 
 
Eugénie
 
 
 
Benedetto
 
Franz d'Épinay
 
 
 
Valentine
 
Maximilien
 
Édouard
 
Emmanuel Herbault
 
Julie Herbault
 
 
 
 
 
 
 
 
Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) An Overview of The Count of Monte Christo, voorwoord in The Count of Monte Christo (eBookEden.com, 1979)
  2. David Coward (ed), Oxford's World Classics, Dumas, Alexandre, The Count of Monte Cristo, p. xxv