De graaf van Monte-Cristo

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Graaf van Monte-Cristo
Louis Français-Dantès sur son rocher.jpg
Oorspronkelijke titel Le Comte de Monte-Cristo
Auteur(s) Alexandre Dumas
Vertaler Paul Schultink
Land Frankrijk
Taal Frans
Reeks/serie Historische roman
Uitgever Van Holkema & Warendorf, Bussum; Standaard Uitgeverij, Antwerpen
Pagina's 937
ISBN-code 9026978898
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

De graaf van Monte-Cristo (originele Franse titel: Le Comte de Monte-Cristo) is een roman van Alexandre Dumas uit 1844. Centraal staat het verhaal van Edmond Dantès die, na eerst veertien jaar onschuldig opgesloten te hebben gezeten op grond van een valse verdachtmaking, een verborgen fortuin vindt op het eiland Montecristo waarna hij met zijn verworven rijkdom wraak neemt op degenen die hem dit leed hebben aangedaan. Het verhaal bestaat uit zes afzonderlijke delen die in onderlinge samenhang dienen te worden gelezen. De rode draad door het hele verhaal heen is de gevangenneming van Dantès, gevolgd door zijn jarenlange verblijf in de gevangenis, de ontsnapping en ten slotte de wraakneming. Daarnaast zijn er allerlei min of meer onderling samenhangende secundaire verhaallijnen met betrekking tot de overige personages.

Het verhaal is los gebaseerd op een waargebeurd verhaal over de lotgevallen van de Franse schoenmaker Pierre Picaud.[1]

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Valse beschuldiging[bewerken]

Edmond Dantès is een levenslustige jongeman van 19 jaar, die nu al stuurman is op de driemaster le Pharaon. Het geluk lacht hem van alle kanten toe. Hij is een kundig zeeman, hij is geliefd bij de matrozen en reder Pierre Morrel is tevreden over hem en overweegt hem binnenkort tot kapitein te bevorderen. Bovendien heeft Dantès plannen om te trouwen met de mooie en lieve Catalaanse Mercedes.

Na een lange reis komt de driemaster op 24 februari 1815 aan te Marseille. Tijdens de reis is kapitein Leclère overleden en Edmond heeft het gezag overgenomen. Leclère stond bekend als een aanhanger van de verbannen Napoleon. Hij heeft aan zijn sterfbed Dantès de opdracht gegeven om op Elba een pakje met een brief aan de voormalige maarschalk Bertrand te geven. Uit loyaliteit aan zijn kapitein besloot Dantès om te gehoorzamen en tijdens de terugreis liet hij le Pharaon Elba aandoen. Dantès ging daar aan wal en ontmoette Bertrand, die op zijn beurt aan Dantès een vertrouwelijke brief van de keizer meegaf om te bezorgen bij iemand in Parijs. Morrel heeft begrip voor de situatie, maar wijst Dantès erop dat hij onvoorzichtig is geweest en dringt erop aan om dit alles geheim te houden.

Het geluk van Edmond leidt inmiddels tot jaloezie bij zijn vrienden. De boekhouder van le Pharaon, Danglars, voelt zich vernederd door de aanstaande promotie van Edmond; hij had zelf graag kapitein willen worden. Uit rancune probeert hij Edmond eerst zwart te maken bij de reder. Het loon dat Edmond mee naar huis neemt, leidt inmiddels tot jaloezie bij Gaspard Caderousse, een verarmde kleermaker en de buurman van Edmonds vader Louis Dantès. Edmonds relatie en het voorgenomen huwelijk leiden ook tot jaloezie bij Fernando Mondego, de volle neef van Mercedes. Fernando is zelf ook smoorverliefd op Mercedes, maar zij heeft haar hart aan Edmond gegeven. Danglars schrijft, in het bijzijn van Fernando en de dronken Caderousse, een anonieme brief aan de politie waarin Dantès ervan wordt beticht een verrader te zijn die voor Napoleon werkt. De brief wordt verfrommeld en in een hoek gegooid, maar nadat de anderen zijn vertrokken raapt Fernando de brief weer op, kennelijk om hem alsnog naar de politie te brengen.

Château d’If, op een eiland voor de kust van Marseille

Dantès wordt op zijn huwelijksdag, 1 maart 1815, gearresteerd. Toevallig is dit ook de dag waarop de procureur voor wie Dantès even later moet verschijnen, Gérard de Villefort, in ondertrouw gaat met Renée de Saint-Méran. De belastende brief die de maarschalk aan Dantès gaf komt boven water; het blijkt een brief te zijn van Napoleon zelf aan een zekere Noirtier, met het verzoek voorbereidingen te treffen voor de terugkeer van Napoleon. Deze Noirtier is toevallig de vader van Gérard de Villefort, en laatstgenoemde realiseert zich dat het rampzalig zou uitpakken voor zowel hemzelf als zijn vader als de inhoud van de brief publiekelijk bekend wordt. Omdat Gérard de Villefort vreest dat Dantès op de hoogte is van de inhoud van de brief of in ieder geval de naam van de geadresseerde kent, neemt hij enkele zeer radicale besluiten. Hij verbrandt eerst de brief die voor zijn vader was bedoeld om er zeker van te zijn dat niets hem in zijn carrière kan schaden. Vervolgens laat hij Dantès op grond van de valse beschuldiging levenslang opsluiten in het Château d'If. Ten slotte grijpt hij zijn kans helemaal: hij gaat naar Parijs en licht persoonlijk koning Lodewijk XVIII in over wat hij dankzij de brief te weten is gekomen. Hij wordt daarop beloond met een hoge positie aan het hof. De rol van zijn eigen vader noemt Gérard de Villefort niet, in plaats daarvan helpt hij Noirtier stiekem te vluchten.

Ontsnapping[bewerken]

De cel van Edmond Dantès in Château d'If

Na jaren van eenzame opsluiting heeft Dantès alle hoop verloren. Hij tracht zelfmoord te plegen door te stoppen met eten. Net als hij op het punt staat te verhongeren, hoort hij ineens iemand in de ruimte naast zijn cel graven. Dantès begint op zijn beurt ook te graven en komt zo in contact met de andere gevangene. Het is de Italiaanse priester abbé Faria, die jaren geleden is vastgezet vanwege zijn afwijkende politieke overtuigingen. Faria heeft in de verkeerde richting gegraven en is in plaats van aan de kust, in de cel van Dantès beland. Al spoedig worden de twee vrienden.

Faria is reeds op leeftijd en blijkt een briljant persoon te zijn. Als Edmond Faria vertelt over de omstandigheden rondom zijn gevangenneming en allerlei details geeft, begrijpt Faria wat er eigenlijk is gebeurd. Faria heeft Noirtier de Villefort, een overtuigd bonapartist, vroeger namelijk persoonlijk gekend. Het bekend worden van de brief had zoon Gérard dus zijn baan kunnen kosten. Ook herinnert Dantès zich nu dat hij een paar dagen voor zijn arrestatie Danglars en Fernando in het gezelschap van Caderousse aan een tafel een brief zag schrijven, en hiermee snapt hij alles. Dantès zweert vreselijk wraak te nemen op de vier mannen die hem dit leed hebben aangedaan.

Edmond wordt door Faria onderwezen op alle denkbare gebieden, waaronder vreemde talen, geschiedenis, economie, filosofie en wiskunde. Ook leert Dantès de vigerende etiquette en hoe hij weer zelfvertrouwen moet krijgen en zich verder moet ontwikkelen. De twee werken verder aan de tunnel, maar dan krijgt Faria een ernstige aanval van katalepsie, de tweede in zijn leven. Faria overleeft de aanval, maar hij raakt aan één kant van zijn lichaam verlamd en weet dat zijn einde nu met rasse schreden nadert. Faria vertrouwt Dantès vervolgens een groot geheim toe: er moet zich op het eiland Montecristo een onmetelijk grote schat bevinden. Faria is dit te weten gekomen doordat hij, kort voordat hij gevangengenomen werd, in de nalatenschap van graaf Spada, van wie hij de persoonlijke secretaris was, een 300 jaar oud document vond van een door Cesare Borgia vermoorde voorzaat van Spada, waarin de bergplaats van de schat werd beschreven. De familie Spada is nu uitgestorven, er zijn geen erfgenamen. Hun schat behoort daarom aan de eerste vinder.

Als Faria na een derde aanval overlijdt is Dantès diep bedroefd, maar tegelijk ziet hij nu een kans om te vluchten. Hij sleept het lichaam van de dode naar zijn eigen cel en gaat zelf naakt in de lijkzak liggen. Dantès wordt daarop in zee gegooid met een kanonskogel aan zijn voeten. Hij weet zich net op tijd uit de zak te bevrijden. Hij kan uitstekend zwemmen en ziet even later een schip zijn richting uit varen, de Jeune-Amélie. Dantès weet de aandacht van de bemanning te trekken en wordt aan boord geholpen. Hij doet zich voor als de enige overlevende van een schip dat die nacht in een storm is vergaan.

De schat[bewerken]

Het eiland Montecristo, waar Edmond Dantès de schat vindt

Eenmaal aan boord heeft Dantès al snel in de gaten dat hij op een schip van smokkelaars is beland. Dantès is zelf een uitstekende zeeman en wint snel het vertrouwen van de bemanning en de kapitein. Hij wil nu naar het eiland Montecristo om de schat te zoeken, maar zonder dat de anderen er iets van merken. Na een paar maanden ziet hij zijn kans schoon: de Jeune-Amélie maakt een afspraak met een ander smokkelschip om op het verlaten eilandje contrabande uit te wisselen. Tijdens het verblijf op het eiland doet Dantès alsof hij van een rots valt en een been breekt. Hij kan in deze toestand niet vervoerd worden. Zijn vrienden laten proviand en gereedschap bij hem achter en beloven hem over een week, als zijn been genezen is, weer op te halen. Als de schepen vertrokken zijn heeft Dantès alle tijd om ongestoord de schat te zoeken. Hij vindt de schat en steekt een handvol edelstenen bij zich. Na een week komt de Jeune-Amélie hem weer ophalen. Ze varen naar Livorno. Dantès neemt hier afscheid van de smokkelaars en gaat naar Genua. Daar koopt hij een jacht waarmee hij in zijn eentje naar Montecristo kan varen om zo ongezien ook de rest van de schat op te halen. Hij blijft echter contact houden met een van de smokkelaars, de Corsicaan Jacopo.

De redding van Morrel[bewerken]

Dantès gaat terug naar zijn geboorteplaats Marseille, waar niemand hem na 14 jaar nog herkent. Zijn vader is inmiddels overleden, Mercedes is verdwenen en Morrel staat financieel aan de rand van de afgrond. Dantès hoort dat Caderousse nu samen met zijn vrouw La Carconte een herberg heeft in de buurt van Beaucaire. Hij vermomt zich als priester en noemt zich abbé Busoni. In deze vermomming heeft hij een gesprek met Caderousse, aan wie hij vertelt dat hij in de gevangenis bij het sterfbed van ene Edmond Dantès stond. Dantès had een diamant gekregen van een andere gevangene en zijn laatste wens was dat die diamant verdeeld zou worden onder zijn naasten: zijn vader, die echter al overleden is, Mercedes, Danglars, Fernando en Caderousse. Caderousse kan hem vertellen waar deze personen te vinden zijn: Danglars is inmiddels een rijke baron. Fernando Mondego noemt zich thans graaf De Morcerf en is getrouwd met Mercedes, die nu gravin De Morcerf heet. Bovendien vertelt Caderousse dat Fernando en Danglars schuldig zijn aan Edmonds arrestatie, zodat ze geen recht hebben op de erfenis. Busoni geeft daarop de hele diamant aan Caderousse, de enige van het "groepje" die niet rijk is geworden. Caderousse vertelt ook over Morrel. Deze heeft nog gezorgd voor het levensonderhoud en de begrafenis van vader Dantès door hem een gevulde beurs te geven. De lege beurs is nu bij Caderousse. Busoni vraagt of hij de beurs mag hebben en neemt dan afscheid. Of Caderousse zijn leven zal beteren moet nog blijken.

Enkele dagen later is Dantès weer in Marseille. Hij doet zich nu voor als Lord Wilmore, agent van de Romeinse bankier Thomson & French. Hij gaat naar de crediteuren van Morrel en neemt de schulden voor de nominale prijs over. De crediteuren doen dat graag, want ze weten dat Morrel op de rand van faillissement staat. Een van de crediteuren is inspecteur van de gevangenis en Wilmore krijgt inzage in het dossier van Dantès en Faria. Daarna gaat Wilmore met de schuldbekentenissen naar Morrel. Juist op dat moment krijgt Morrel bericht dat le Pharaon vergaan is. Wilmore geeft Morrel drie maanden uitstel. Als Wilmore vertrekt ontmoet hij Morrels dochter Julie. Hij fluistert haar toe dat ze binnenkort een brief zal krijgen van "Simbad de zeeman" en precies moet doen wat daarin staat. Drie maanden later overweegt Morrel een eind aan zijn leven te maken. De agent van Thomson & French wordt om elf uur verwacht. Intussen krijgt Julie de brief: ze moet naar het oude huis van Louis Dantès gaan, waar ze een beurs zal vinden die ze naar haar vader moet brengen. Het is dezelfde beurs die Morrel had gebruikt om de vader van Edmond Dantès te ondersteunen en er zit genoeg geld in om Morrels schulden af te betalen. Bovendien blijkt juist op dat moment le Pharaon de haven binnen te varen; Morrels bedrijf is gered.

Wraak[bewerken]

Negen jaar nadat Dantès is ontsnapt en naar zijn geboorteplaats is teruggekeerd, begint hij met het uitoefenen van zijn wraak. Hij noemt zich nu de graaf van Monte-Cristo, een mysterieuze en zeer rijke edelman. Hij duikt eerst op in Rome, waar hij bevriend raakt met baron Franz d'Épinay en Albert burggraaf De Morcerf, de zoon van Mercedes en Fernando, die daar zijn om carnaval te vieren. Hij maakt zijn ware identiteit niet bekend. Als Albert in Rome wordt ontvoerd door de beruchte rover Luigi Vampa, helpt de graaf van Monte Christo – die in werkelijkheid met Vampa in het complot zit – Albert te bevrijden.

Vlak daarna verhuist Dantès naar Parijs alwaar hij, door zijn tentoongestelde rijkdom en zijn scherpe retoriek, al snel de meest besproken persoon is. Iedereen wil vrienden met hem zijn, zo ook zijn vijanden die nog niet weten wie hij is. Alleen Gérard de Villefort is eigenlijk bang voor de graaf, die hem ergens bekend voorkomt.

De graaf leert Danglars kennen, die een succesvolle bankier is geworden. Als Danglars hoort hoe rijk de graaf is, raakt hij geobsedeerd. De graaf krijgt een krediet los van 6 miljoen francs en eist direct 900 000 francs uitbetaald te krijgen. Voorts bedingt Monte-Cristo dat hij te allen tijde het restant kan opeisen. Om wraak te nemen op Danglars manipuleert de graaf de beursberichten. Danglars verliest op deze wijze een aanzienlijk gedeelte van zijn vermogen. Ook het restant verdwijnt als sneeuw voor de zon.

De graaf van Monte-Cristo heeft ook een Albanese slavin, Haydée, die hij heeft vrijgekocht. Zij is de dochter van Ali Pasja, de pasja van Janina. Ali Pasja’s vertrouweling heette Fernando Mondego. Echter, na een oorlog heeft Mondego Ali Pasja verraden. Ali Pasja werd vermoord en Haydée en haar moeder Vasiliki werden als slaaf verkocht. De graaf van Monte-Cristo weet Danglars ertoe te bewegen een onderzoek in te stellen naar het verleden van Haydée. Het onderzoek leidt tot een publicatie in de krant. Fernando wordt opgeroepen zich te verantwoorden in de Kamer. Haydée getuigt en Mondego wordt ontmaskerd.

Niemand herkent Dantès, behalve Mercedes, maar ze laat niets merken. Trouwens, Morrel, die inmiddels overleden is, zei op zijn sterfbed dat zijn weldoener niemand anders dan Edmond Dantès kon zijn. Wanneer Albert verhaal komt halen over de, in zijn ogen, onrechtmatige publicatie over zijn vader en de graaf van Monte-Cristo voor een duel uitdaagt, smeekt Mercedes Dantès het leven van haar enige zoon te sparen. Zij ontdekt pas dan het ware verhaal van de gevangenneming van Dantès. Dantès is echter verbitterd over het feit dat Mercedes al zo snel na zijn verdwijning met Fernando trouwde en wil er verder niets meer van weten. Mercedes vertelt het verhaal vervolgens ook aan haar zoon. Albert biedt daarop zijn excuses aan aan de graaf van Monte-Cristo en vertrekt samen met zijn moeder. Fernando, die had verwacht dat de graaf inmiddels dood zou zijn, wordt rechtstreeks met de graaf geconfronteerd en nu herkent hij hem ook. Vervolgens ziet hij zowel zijn vrouw als zijn zoon de woning verlaten. Fernando begrijpt dat alles is uitgekomen en pleegt daarop in zijn woning zelfmoord om aan de schande te ontkomen. Albert besluit in Afrika in dienst te gaan en neemt de naam Herrera aan, de naam van zijn moeder. Mercedes gaat terug naar Marseille.

De volgende die op het lijstje van de graaf van Monte-Cristo staat is Gérard de Villefort. De familie De Villefort is verdeeld. Gérard heeft van zijn eerste en inmiddels overleden vrouw Renée een dochter, Valentine, zijn oogappel. Van zijn tweede vrouw Heloïse heeft hij een zoon, Édouard. De graaf komt met de familie in contact als tijdens een tochtje met hun rijtuig de paarden op hol slaan en de graaf samen met zijn bediende Ali te hulp schiet. Valentine staat op het punt de omvangrijke erfenis van haar grootouders aan moederszijde, markies de Saint-Méran en markiezin de Saint-Méran, te erven. Daarnaast wil ook haar andere grootvader, Noirtier dus, zijn vermogen aan haar nalaten. Valentine is aldus verzekerd van een omvangrijke erfenis. Maar Heloïse, jaloers als ze is op de rijkdom van haar stiefdochter, wil deze rijkdom voor haar eigen zoon Édouard. Heloïse wil iedereen vergiftigen om zo de erfenis voor haar zoon te bemachtigen. De techniek van het vergiftigen is haar geleerd door de graaf van Monte-Cristo. Hij heeft de bedoelingen van Heloïse al snel in de gaten en helpt haar in eerste instantie een handje. Door het vergiftigen van de Saint-Mérans erft Valentine dat erfdeel. Echter, Noirtier de Villefort onterft Valentine op het moment dat hij hoort dat zijn zoon Gérard voor Valentine een huwelijk heeft gearrangeerd met Franz d'Épinay. Het huwelijk gaat uiteindelijk niet door als Noirtier onthult dat hijzelf degene is die de vader van Franz heeft vermoord. Nu Valentine alsnog zal erven, besluit Heloïse om ook Noirtier te vergiftigen. Barrois, Noirtiers trouwe kamerdienaar, drinkt per ongeluk de vergiftigde limonade waardoor hij onder gruwelijke pijnen sterft. Heloïse richt vervolgens al haar pijlen op Valentine; slaagt zij erin ook haar te vergiftigen, dan zal Édouard erven.

Naast dit familiedrama zijn er nog meer grote geheimen binnen de familie De Villefort. Gérard de Villefort heeft vroeger een kortstondige affaire gehad met de huidige echtgenote van Danglars, Hermine. Uit deze relatie is een zoon geboren waarvan De Villefort dacht dat deze al bij de geboorte was overleden en die hij in de tuin van de woning te Auteuil begroef. Op dat moment werd een aanslag gepleegd op Gérard door de Corsicaan Giovanni Bertuccio, die in de veronderstelling verkeerde dat De Villefort bezig was een schat te begraven. Bertuccio vond het kind en noemde het Benedetto. Benedetto groeide op als een ware crimineel en doet op latere leeftijd zijn intrede in de Parijse aristocratie als Andrea burggraaf Cavalcanti, geïntroduceerd door de graaf van Monte-Cristo, die vervolgens verhindert dat de dochter van Danglars, Eugénie, met de zoon van Fernando trouwt. Andrea wordt later ontmaskerd door Caderousse, die hem vervolgens chanteert. Caderousse blijkt namelijk niets verbeterd en heeft ook zijn vrouw omgebracht. Van Monte-Cristo krijgt Caderousse nogmaals een kans, doch hij grijpt ook deze niet aan. Later vermoordt Benedetto Caderousse, om te voorkomen dat het geheim uitlekt. Op zijn sterfbed herkent Caderousse Dantès en smeekt om vergeving. Later, op de bruiloft van de dochter van Danglars en Andrea/Benedetto, komt het hele verhaal naar buiten. Benedetto vlucht, maar wordt later alsnog gearresteerd.

Inmiddels heeft de graaf van Monte-Cristo van Maximilien Morrel gehoord dat die verliefd is op Valentine. De graaf is in eerste instantie fel gekant tegen een huwelijk tussen deze twee, aangezien hij de De Villeforts als een gedoemde familie beschouwt. Uiteindelijk redt hij Valentine door haar in een kunstmatige dood te brengen. Heloïse lijkt hierdoor voor de buitenwereld geslaagd in haar plan. Gérard De Villefort krijgt van zijn vader te horen wie de moorden heeft gepleegd. Overmand door woede en verdriet confronteert hij zijn echtgenote met de bevindingen en stelt haar voor de keus: zelfmoord plegen, of het schavot. De Villefort gaat vervolgens naar de rechtbank voor de zaak van de gearresteerde Benedetto/Andrea. Eenmaal voor de rechter maakt Andrea zijn ware identiteit bekend, waarop Gérard de Villefort en plein publique ontmaskerd is en zich wanhopig naar huis spoedt. Hij heeft nu spijt van al zijn daden en beseft dat hij net zo fout is als zijn vrouw. Hij besluit samen met haar het land te ontvluchten, maar treft haar stervend aan; ze heeft zijn wens ingewilligd. Op zoek naar zijn zoon Édouard vindt hij deze ook dood, vergiftigd door Heloïse. De Villefort wordt vervolgens krankzinnig als hij de graaf van Monte-Cristo herkent als de man die hij meer dan twintig jaar geleden onschuldig heeft laten opsluiten in het Château d'If. De Villefort confronteert Dantès met de lijken van zijn vrouw en zoon. Dantès probeert nog, tevergeefs, om Édouard te redden.

De zaken hebben inmiddels dus buitenproportionele gevolgen gehad, meer dan Dantès had voorzien. Hij begint te twijfelen of hij niet te ver is gegaan met zijn wraak nu er een kind is overleden. Tijdens deze periode van besluiteloosheid komt hij weer in evenwicht en vergeeft zichzelf en zijn vijanden.

De graaf besluit het leven van zijn laatste overgebleven vijand, Danglars, te sparen. Danglars, inmiddels op het randje van het faillissement, heeft alleen zijn goede naam over alsmede 5 miljoen francs. Monte-Cristo int deze laatste 5 miljoen. Danglars moet de kredietopvraag inlossen. Hij vlucht naar Rome om daar een cheque van 5,1 miljoen te incasseren bij de Firma Thomson & French. Danglars weet niet dat deze bank van Dantès is. Na het incasseren van de kredietbrief denkt hij zijn schaapjes op het droge te hebben. Echter, hij wordt ontvoerd door Luigi Vampa en vastgezet in een cel in een grot. Om iets te eten moet hij een absurd hoge prijs betalen. Zo ervaart Danglars nu zelf, net als Dantès vroeger, hoe het is om eenzaam opgesloten te zijn en honger te hebben. Uiteindelijk kiest Danglars voor zijn leven en besluit 5,05 miljoen te betalen in ruil voor een maaltijd. Danglars mag 50 000 francs houden en Monte-Cristo vertelt nu ook aan hem wie hij is. Danglars mag hierna vrijuit gaan om de rest van zijn leven zinvol in te vullen.

Ontknoping[bewerken]

Maximilien Morrel is nog steeds in diepe rouw. Hij wil zelfmoord plegen, maar daar steekt de graaf van Monte-Cristo een stokje voor. De graaf vertelt wie hij eigenlijk is en ook dat hij degene is die destijds de rederij heeft gered van de ondergang. Maximilien komt erachter dat de dood van Valentine in scène is gezet om Heloïse te misleiden. Valentine leeft dus nog en Maximilien kan met haar trouwen.

Voor Dantès is hiermee zijn missie voltooid; hij heeft enerzijds wraak genomen op degenen die hem vroeger zoveel kwaad hebben berokkend, maar ook een paar mensen gelukkig gemaakt. Dantès laat Maximilien en Valentine het eiland en zijn woningen na. Hij vertrekt met Haydée om met haar elders een nieuwe toekomst op te bouwen.

Publicatie[bewerken]

De graaf van Monte-Cristo werd oorspronkelijk gepubliceerd in het Journal des Débats in achttien delen. De publicatie liep van 28 augustus 1844 tot 15 januari 1846. Het verhaal werd voor het eerst in boekvorm gepubliceerd in Parijs door Pétion, in 18 volumes (1844-5).[2] Volledige versies van de roman werden in de 19e eeuw ook gedrukt, aanvankelijk alleen in de Franstalige versie.

Karakters[bewerken]

Heel typerend is de karakterverandering die Edmond Dantès doormaakt. Aan het begin van het verhaal is hij een heel vriendelijke, vrolijke en levenslustige jongeman. Tijdens zijn gevangenschap verandert hij volledig in het tegendeel: hij wordt een zwartgallige, cynische en in feite uiterst boosaardige, op wraak beluste persoon.

Vervolgen[bewerken]

Diverse schrijvers hebben vervolgen op het verhaal geschreven, met voor het merendeel dezelfde personages (voor zover die in leven zijn gebleven). Geen enkel vervolg of een van de bewerkingen is echter zo bekend geworden als het oorspronkelijke verhaal van Dumas.

De Franse schrijver Jules Lermina schreef aan het eind van de 19e eeuw Le Fils de Monte-Cristo (Parijs, 1881) – waarin Benedetto op zijn beurt wraak neemt op de graaf van Montecristo – en Le Trésor de Monte-Cristo (1885). In 1994 schreef ook François Tallandier een vervolg, Mémoires de Monte-Cristo. De Amerikaanse auteur Edmund Flagg schreef in 1884 twee vervolgen. De Italiaanse schrijver Italo Calvino maakte in 1967 een eigen bewerking van het oorspronkelijke verhaal.

Bewerkingen[bewerken]

De roman is meerdere malen bewerkt voor film en televisie. Enkele noemenswaardige verfilmingen zijn:

Behalve verfilmingen van het verhaal zelf, heeft het verhaal ook als basis gediend voor enkele andere films:

Een soortgelijke film:

Stamboom[bewerken]

Louis Dantès
 
Ali Pasja
 
Vasiliki
 
 
 
 
 
 
 
 
La Carconte
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Geel blok: Personen waarop de wraak is gericht
 
Onderbroken stippellijn: Verbroken verloving
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Edmond Dantès
 
Haydée
 
 
 
 
 
 
 
 
Marquis de St-Méran
 
Marquise de St-Méran
 
Noirtier
 
 
 
 
 
Pierre Morrel
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Mercedes
 
 
Hermine Danglars
 
Flavien de Quesnel
 
Renée de Saint-Méran
 
 
 
 
 
Héloïse
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Albert
 
 
 
Eugénie
 
 
 
Benedetto
 
Franz d'Épinay
 
 
 
Valentine
 
Maximilien
 
Édouard
 
Julie
 
Emmanuel Herbault
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Wikisource Meer bronnen die bij dit onderwerp horen, kan men vinden op de pagina Le Comte de Monte-Cristo op de Franstalige versie van Wikisource