Naar inhoud springen

De hospita (Roald Dahl)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

De hospita (oorspronkelijke titel: The Landlady) is een kort horrorverhaal van Roald Dahl. Het verscheen voor het eerst op 21 november 1959 in The New Yorker.[1] Een jaar later kwam het voor het eerst uit in een verhalenbundel, Kiss Kiss.[2] Later is het herhaaldelijk opnieuw uitgegeven.

De achterliggende boodschap in dit verhaal is dat men een onbekende nooit zomaar moet vertrouwen, hoe sympathiek en welwillend die persoon op het eerste gezicht ook overkomt. Dit geldt met name wanneer men met diegene alleen is en er dus, indien nodig, geen hulp van anderen valt te verwachten.

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud of de afloop van het verhaal.

De 17-jarige Billy Weaver komt met de trein vanuit Londen aan in Bath. Hij gaat hier op zoek naar een plek om te overnachten. Na wat rondkijken ziet hij een B&B-gelegenheid met groene gordijnen. Hij besluit hier naar binnen te gaan. Het eerste wat hij hier ziet is een papegaai, die heel levend oogt maar perfect opgezet blijkt te zijn. De B&B blijkt helemaal vol te staan met op deze manier uiterst vakkundig opgezette dieren. Er hangt bovendien een vreemde geur, die wat aan een ziekenhuis doet denken.

De hospita, een vrouw van middelbare leeftijd, is heel vriendelijk en heet Billy van harte welkom. Terwijl ze samen aan tafel zitten blijkt er een opgezette teckel naast hen te liggen, die eveneens levend lijkt. De vrouw vertelt Billy dat het opzetten van allerlei dieren haar grote passie is. Ze laat Billy ook zijn kamer zien. Het valt Billy intussen op dat er helemaal geen andere gasten zijn. De vriendelijke hospita overhandigt Billy het gastenboek waarin hij nu alvast zijn naam moet zetten. Terwijl Billy tekent, ziet hij meteen erboven ineens twee bekende namen: die van Christopher Mulholland en Gregory Temple. Deze twee jonge mannen raakten twee jaar geleden vermist in precies de omgeving waar Billy nu zelf is. Sindsdien heeft niemand meer iets van hen vernomen. Hun verdwijning heeft destijds in de kranten gestaan.

De hospita maakt Billy complimenten over zijn mooie uiterlijk en zijn gebit. Dan blijkt ze ineens allerlei persoonlijke details over de verdwenen jongemannen Mulholland en Temple te weten, met name over hun lichamen. Ze begint zelfs Billy's uiterlijke kenmerken hiermee te vergelijken. Vervolgens zegt ze iets heel raadselachtigs: dat Mulholland en Temple nog steeds hier bij haar zijn. Ze vertelt Billy tot slot dat hij pas de eerste nieuwe gast bij haar is, sinds Mulholland en Temple kwamen. Billy nipt van de thee die ze hem heeft gegeven. Die blijkt echter een heel raar smaakje te hebben, als van bittere amandel (de reden is dat de hospita er cyanide in heeft gedaan, aangezien Billy haar volgende slachtoffer moet worden).