De koddige kater

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De koddige kater
Stripreeks Suske en Wiske
Volgnummer 64
Scenario Willy Vandersteen
Tekeningen Willy Vandersteen
Lijst van verhalen van Suske en Wiske
Portaal  Portaalicoon   Strip

De koddige kater is het vierenzestigste stripverhaal uit de reeks van Suske en Wiske. Het is geschreven door Willy Vandersteen en gepubliceerd in De Standaard en Het Nieuwsblad van 11 september 1964 tot en met 22 januari 1965.

De eerste albumuitgave was in 1965, als vierde deel in de gezamenlijke tweekleurenreeks met nummer 54. In 1967 verscheen het verhaal in de Vierkleurenreeks met albumnummer 74. De oorspronkelijke versie kwam in 1999 nog eens uit in Suske en Wiske Klassiek.

Locaties[bewerken | brontekst bewerken]

Personages[bewerken | brontekst bewerken]

  • Suske, Wiske, Lambik, Jerom, tante Sidonia, meneer Erdemelcher (X), boswachter, bewaker, Hans (bediende), de burgemeester en zijn vrouw Hildgarde, Siegfried (kater), Nonoletta (poes), rooie kater, zigeuners, de oudjes van Altenfels.

Het verhaal[bewerken | brontekst bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Lambik rijdt over een fiets heen. Hij geeft de eigenaar een schadevergoeding, maar ziet vervolgens dat dezelfde man zijn fiets voor een andere auto gooit en weer om geld vraagt. Tante Sidonia’s keuken is niet afgemaakt door een schilder en ze wordt kwaad als ze hoort dat Lambik de schilder van tevoren heeft betaald. Lambik gaat kwaad weg, hij heeft er genoeg van steeds beetgenomen te worden. Suske en Wiske zien hoe hij in een zwarte auto stapt en vertrekt. ’s Nachts vinden ze Lambik in de koelkast en hij spreekt niet meer tegen zijn vrienden.

Ze horen dat Lambik naar Luxemburg wil en zijn geweten wil kwijtraken, maar hij verdwijnt met meneer X. De vrienden gaan voor een grotexploratie naar Luxemburg en zien daar de zwarte wagen. Ze kamperen bij het domein en ontdekken dat meneer Erdemelcher – een grondspeculant – de eigenaar is. Ook ontdekken ze de naam van Lambik in verband met project Altenfels in die papieren.

De vrienden dalen af in een druipsteengrot en vinden daar sporen van een kat. Ook vinden ze een beeld van een dame met een kat op de schoot, op het beeld staat de naam Altenfels. Als de touwladder wordt losgemaakt vinden de vrienden een andere uitgang. Ook de kat gaat naar buiten en ze komen bij een ruïne op een berg bij het dorp Altenfels.

De burgemeester vertelt over een legende die wil dat de kat van de gravin door zijn blik mensen kon genezen van egoïsme. In 1728 stierf de gravin van Altenfels en hij liet het dorp voor altijd achter voor ouderen, zij leven daar nu nog altijd in rust. Maar de burgemeester vertelt ook over Erdemelcher die het dorp wil afbreken om er een hotel te kunnen bouwen en Lambik in dienst heeft genomen om zijn plannen te verwezenlijken. Dan komt Siegfried − de kat uit de grot −, maar voordat hij Lambik kan genezen van zijn koude hart ziet hij de poes Nonoletta.

Siegfried achtervolgt Nonoletta naar het zigeunerkamp en krijgt daar ruzie met haar baas en een andere kater. Bij de burgemeester is ingebroken en het privilege is gestolen. Lambik zegt dat Erdemelcher de rechtmatige eigenaar van het dorp is en er worden zware jongens naar het dorp gestuurd. De dorpelingen maken zich gereed voor de strijd en Jerom helpt hen. Suske en Wiske bevrijden Nonoletta en vangen ook Siegfried.

Siegfried zorgt er met zijn gave voor dat de zware jongens afdruipen, maar Lambik blijft een egoïst. Zijn portemonnee vol met geld blijkt de blik van Siegfried te hebben afgekaatst. Lambik vangt Nonoletta, maar die wordt bevrijd door Siegfried en later Jerom. Nonoletta gaat er met een andere kater vandoor. Suske, Wiske en Jerom gaan naar Erdemelcher en Siegfried geneest hem van zijn egoïsme. Erdemelcher vertelt dat hij Lambik opdracht heeft gegeven het dorp te vernietigen met dynamiet.

Siegfried rent naar Lambik, die zijn portemonnee niet meer op zak heeft. Als hij in een klem vast komt te zitten, schiet Nonoletta hem toch te hulp. Lambik wordt op tijd genezen door Siegfied, maar een tijdens een onweersbui door de bliksem geraakte boom valt op de ontsteker van het dynamiet, waardoor dit ontploft. Jerom weet het dorp te redden en de inwoners vieren feest. Siegfried trouwt met Nonoletta en ze gaan samen wonen in de grot. De vrienden gaan terug naar huis.

Achtergronden bij het verhaal[bewerken | brontekst bewerken]

Uitgaven[bewerken | brontekst bewerken]

Publicaties
Krant of tijdschrift Nummer Publicatiedatum Voorganger Opvolger
De Standaard / Het Nieuwsblad 54 11 september 1964 - 22 januari 1965 Het zoemende ei De schone slaper
Het Nieuwsblad van het Zuiden 35 7 december 1964 - 19 april 1965 Het zoemende ei De schone slaper
Albumuitgaven
Stripreeks of collectie Nummer Eerste druk Voorganger Opvolger
Gezamenlijke tweekleurenreeks 54 1965 Het zoemende ei De speelgoedzaaier
Vierkleurenreeks 74 juni 1967 Het zoemende ei Het mini-mierennest
In de ban van Willy Vandersteen 2 mei 1984
Suske en Wiske Collectie 2 1986
Rode klassiek reeks 55 september 1999 Het zoemende ei De schone slaper
Originele Verhalen 14 augustus 2002
UItgave voor Albert Heijn 8 12 mei 2003 Het zoemende ei Het mini-mierennest
Uitgave VUM-groep 52 2006 Het zoemende ei De schone slaper
Witte reeks 23 2 april 2019 De Tartaarse helm De schone slaper

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]