De nachtmerrie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De nachtmerrie (The Nightmare)
John Henry Fuseli - The Nightmare.JPG
Museum Detroit Institute of Arts
Locatie Detroit
Kunstenaar Johann Heinrich Füssli
Jaar 1781
Type Olieverf op doek
Afmetingen 101,6 × 127,7 cm
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

De nachtmerrie (originele Engelse titel: The Nightmare) is een schilderij van de Zwitsers-Engelse kunstschilder Johann Heinrich Füssli, gemaakt in 1781, 101,6 × 127,7 centimeter groot. Het toont een vrouw in een angstdroom met een incubus op haar borst en geldt als een schoolvoorbeeld van de vroeg-romantiek. Het werk bevindt zich momenteel in de collectie van het Detroit Institute of Arts.

Context[bewerken]

In 1779, kort nadat hij in Londen arriveerde, werd Füssli hartstochtelijk verliefd op de jonge Anna Landholdt, een nichtje van zijn boezemvriend de dichter-filosoof Johann Kaspar Lavater. Tijdens deze periode verwoordde hij zijn seksuele fantasieën over haar in een bewaard gebleven brief aan Lavatar:

"Afgelopen nacht had ik haar in mijn bed - husselde mijn nachtkleding door elkaar tot een hoop - wond mijn hete en vast gesloten handen om haar heen - liet haar lichaam en ziel versmelten met de mijne - liet mijn geest in haar stromen, mijn adem en mijn kracht. Iedereen die haar nu aanraakt maakt zich schuldig aan overspel en bloedschande! Ze is de mijne, ik de hare. En hebben zal ik haar..."[1]

Füssli's liefde voor Landholdt bleef echter onbeantwoord. Hij deed haar een huwelijksaanzoek, maar werd afgewezen, naar het schijnt ook omdat haar vader tegen een huwelijk was. Korte tijd later trouwde ze met een vriend van de familie.

Landholdt liet Füssli echter niet los. In 1781 vereeuwigde hij haar in De nachtmerrie.

Afbeelding, duiding en stijl[bewerken]

De nachtmerrie toont een jonge vrouw in een luchtig gewaad die extreem uitgerekt op een bed ligt, terwijl haar hoofd en armen over de rand heen naar beneden hangen.[2] Boven op haar buik zit een incubus, een wezen waarvan vroeger vaak gedacht werd dat het nare dromen veroorzaakte. Het paard dat spookachtig zijn hoofd tussen de gordijnen doorsteekt, staat symbool voor nachtelijk bezoek.[3]

Indachtig de titel van het werk zou de vrouw een nachtmerrie moeten hebben. De aanwezigheid van de incubus heeft iets huiveringwekkends, maar tegelijkertijd is de aperte seksualiteit in haar houding onmiskenbaar (het lijkt welhaast alsof ze een orgasme heeft). Het gegeven dat Füssli kort voor de vervaardiging van het schilderij werd afgewezen door Anna Landholdt, geeft voeding aan de theorie dat het schilderij gezien moet worden als een daad van seksuele wraakneming: hij zal haar blijven achtervolgen.[4] Tegelijkertijd kan het geïnterpreteerd worden als een sublimatie van zijn onbevredigde seksuele driften.[5] De afgebeelde vrouw is naar alle waarschijnlijkheid Landholdt zelf. Op de achterzijde van het schilderij staat een eerder geschilderd portret van haar.

Füssli's stijlhistorische betekenis zit hem in de vroeg-romantische schildertrant, die gekenmerkt wordt door de griezelige, dramatische uitstraling van het tafereel. De invloed van de Angelsaksische spookverhalen uit die tijd is overduidelijk, maar toch is het geen illustratie van een specifieke gebeurtenis of verhaal. Veeleer is het een weergave van een abstract idee, waarbij vrouwelijke schoonheid, angst en seksualiteit aan elkaar worden gekoppeld. In de twintigste eeuw was het schilderij veelvuldig onderwerp van psychoanalytische interpretaties. Sigmund Freud beschouwde De nachtmerrie als bij uitstek representatief voor de sublimatie van seksuele verlangens en had een geëtste kopie van het werk in zijn Weense appartement hangen.[6]

Ontvangst en historie[bewerken]

De hier besproken eerste versie van De nachtmerrie werd door Füssli in 1782 geëxposeerd bij de Royal Academy of Arts en trok daar veel aandacht. Een jaar later maakte Thomas Burke een gravure naar hetzelfde thema, die in een voor die tijd grote oplage van 500 exemplaren in Londen werd verspreid en sterk bijdroeg aan de grote bekendheid van Füssli's originele werk.

De ets van Burke ging vergezeld door een kort gedicht van Erasmus Darwin:

Originele Engelstalige tekst

So on his Nightmare through the evening fog
Flits the squab Fiend o'er fen, and lake, and bog;
Seeks some love-wilder'd maid with sleep oppress'd,
Alights, and grinning sits upon her breast.

Nederlandse vertaling

Aldus op zijn nachtmerrie, door een mistig avondland
Schiet de gedrongen duivel over moeras en ven en drasland,
Zoekt een verwilderd-verliefde meid, door slaap overmand,
Zet zich greinzend op haar boezem, waarop hij zachtjes is geland.

Füssli zou het thema van De nachtmerrie later nog meermaals herhalen. Bijzondere bekendheid geniet ook zijn tweede versie uit 1791, thans in het Goethe-Haus in Frankfurt am Main. Andere versies betreffen kopieën van deze beide werken, die hij vooral maakte vanwege het grote succes ervan. Ook andere kunstenaars maakten werken die geïnspireerd waren op Füssli's schilderij, met als meest bekende voorbeeld een versie van Nicolai Abraham Abildgaard uit 1800. Abildgaard voegde een tweede lichaam toe dat de verkrachter van de vrouw moet verbeelden.[7]

Galerij[bewerken]

Literatuur en bronnen[bewerken]

Externe links[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Engelse tekst: "Last night I had her in bed with me ― tossed my bedclothes hugger-mugger ― wound my hot and tight-clasped hands about her ― fused her body and soul together with my own ― poured into her my spirit, breath and strength. Anyone who touches her now commits adultery and incest! She is mine, and I am hers. And have her I will…"
  2. In die tijd werd ook wel gedacht dat nachtmerries veroorzaakt werden door te slapen met het hoofd lager dan de romp.
  3. Nota bene: er bestaat geen etymologische relatie tussen het woord nachtmerrie en paarden.
  4. Cf. Farthing blz. 326.
  5. De naam van Füssli is in de kunstgeschiedenis onlosmakelijk verbonden met zijn nachtmerrie-schilderijen, maar heeft ook altijd een zekere connotatie gehad met seksuele obsessie. Gedurende zijn leven maakte hij honderden pornografische tekeningen, die veelal pas ver na zijn dood openbaar werden.
  6. Zie ook de videoanalyse van het Detroit Institute of Arts.
  7. Cf. Farthing, blz. 351.