De samenzwering van de Bataven onder Claudius Civilis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
De Samenzwering van Claudius Civilis
Rembrandt Harmensz. van Rijn - The Conspiracy of the Batavians under Claudius Civilis - Google Art Project.jpg
Museum Nationalmuseum
Locatie Stockholm
Kunstenaar Rembrandt van Rijn
Jaar 1661-1662
Type Olieverfschilderij
Afmetingen 196 × 309 cm
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

De samenzwering van de Bataven onder Claudius Civilis is een schilderij van de Nederlandse kunstschilder Rembrandt van Rijn dat hij maakte tussen 1661 en 1662.

Het schilderij hangt in het Nationalmuseum in Stockholm. (Tijdelijk tussen mei 2017 en april 2018 in Göteborgs Konstmuseum in Göteborg). Het was ooit het grootste, en volgens het Rijksmuseum meest prestigieuze schilderij van Rembrandt van Rijn, maar Rembrandt heeft er een stuk uitgesneden.[1]

Het schilderij uit 1661 was bestemd voor de galerij van het nieuwe stadhuis op de Dam, wat nu het paleis op de Dam is. Historische schilderijen stonden hoog in aanzien in de zeventiende eeuw. Dit schilderij vertelt het verhaal van Julius (Claudius) Civilis. Hij kwam in opstand tegen de Romeinse bezetter. Kort na het afronden van de Spaanse oorlog wilde Amsterdam door opdracht te geven tot het schilderen van dit schilderij een vergelijking trekken. Al na enkele weken werd het schilderij weer verwijderd en aan Rembrandt geretourneerd om wijzigingen aan te brengen. Over welke wijzigingen werden gewenst is veel gespeculeerd. Genoemd worden de te fel-realistische uitbeelding (het ene oog van Claudius Civilis[2]), de kroon, die in republikeinse ogen misstond, of de donkere en 'lege' achtergrond, waardoor het schilderij in stijl erg afweek van de meer conventionele schilderijen eromheen. In 1612 was er een boekwerk uitgegeven over de opstand met passages uit Tacitus, dat geïllustreerd was met zesendertig gravures van de Italiaan Antonio Tempesta, naar tekeningen van Otto van Veen, de leermeester van Peter Paul Rubens. Ze vormden het uitgangspunt voor de schilderijenreeks in de grote zaal van het stadhuis. Rembrandt leidde zijn eedaflegging echter direct af van Tacitus' Historiae, inclusief het ene oog van de leider en de barbaarse riten, barbaro ritu. In de gravuren was Claudius Civilis en profil afgebeeld, zodat niet te zien was dat hij een oog miste. Ook de eedaflegging verliep er volgens de Romeinse rite: elkaar de rechterhand geven. Volgens de barbaarse riten werden zwaarden verenigd boven een gouden kelk, waaruit vervolgens iedereen dronk. De 'Hollandse nouveaux riches' (de machtige regentenstand) zouden zich niet hebben kunnen herkennen in dit ruwe beeld van hun voorouders. Rembrandt ging de strijd aan met de 'toen geldende classicistische normen, volgens welke het ongepast was om een held of beroemdheid af te beelden met lichamelijke afwijkingen of verminkingen'.[3] Rembrandt kon het vervolgens niet meer eens worden met zijn opdrachtgevers en behield het schilderij.[4][1][5][6] Het werd vervangen door een onvoltooid werk van Govert Flinck, die eerst de opdracht had gekregen, maar onverwachts was overleden, dat door Jurriaen Ovens werd afgeschilderd.

Voorstudie uit 1659 voor het schilderij

Oorspronkelijk was het schilderij ongeveer 5,50 bij 5,50 meter groot. Omdat het doek bedoeld was om op een grote hoogte hangen en van een afstand bekeken te worden is het schilderwerk in vergelijking met andere werken van Rembrandt minder gedetailleerd. Het paste goed op de plaats van bestemming in het stadhuis, maar op de markt was het niet te verkopen in die omvang. Daarom sneed de schilder het meest verhalende deel uit het doek en gooide de rest (75%) weg. Het resterende schilderij meet 196 bij 309 centimeter. Er is nog wel een tekening (Voorstudie) in München bewaard gebleven, waaruit blijkt hoe het origineel eruit moet hebben gezien.[1]