De schat van Scharlaken Rackham

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De schat van Scharlaken Rackham
Originele titel Le Trésor de Rackham le Rouge
Stripreeks De avonturen van Kuifje
Volgnummer 12
Scenario Hergé
Tekeningen Hergé
Pagina's 62
Eerste druk 1944
Uitgever Casterman
ISBN 90 303 2514 3
Portaal  Portaalicoon   Strip

De schat van Scharlaken Rackham (originele titel Le Trésor de Rackham le Rouge) is het twaalfde album uit de reeks Kuifjestrips, geschreven en getekend door de Belgische tekenaar Hergé (1907-1983). Het is een vervolg op Het geheim van de Eenhoorn.

Het verhaal verscheen van 19 februari tot en met 23 september 1943 in Le Soir.[1] De eerste Nederlandse vertaling verscheen in 1947. In 1981 kwam een nieuwe Nederlandse vertaling uit.

Kuifje treedt in dit verhaal in de voetsporen van een voorvader van kapitein Haddock, ridder Hadoque, die een schat verborgen zou hebben. Door een boek dat Haddock in het vorige verhaal vond, lukt het Kuifje en Haddock al vlug de plaats te vinden waar de Eenhoorn ligt. Tijdens de schipbreuk zou de bewuste voorvader als enige ontkomen zijn en de schat van de piraten die onder leiding stonden van Scharlaken Rackham meegenomen hebben.

Bekend personage dat geïntroduceerd wordt[bewerken]

Verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Kuifje en Haddock zijn bezig met de voorbereidingen van de reis naar het eiland waar de schat begraven zou liggen. Ze hebben daarvoor de Sirius, het schip van Haddocks vriend Chester, geleend. De voorbereidingen zorgen er al snel voor dat het nieuws van de op handen zijnde schattenjacht uitlekt en in de krant komt te staan. Al snel staat er een leger charlatans voor Kuifjes deur: allen beweren erfgenaam van de zeerover Scharlaken Rackham te zijn en dus recht te hebben op een deel van de schat. Eén van de bezoekers blijkt niet uit op de schat. Hij stelt zich voor als Trifonius Zonnebloem en biedt aan om een door hem gebouwde duikboot ter beschikking te stellen, om tijdens het zoeken naar het wrak te kunnen duiken zonder door haaien aangevallen te worden. Kuifje en Haddock voelen niets voor het apparaat, maar kunnen de uitvinder dit maar moeilijk duidelijk maken, omdat hij hen door zijn doofheid voortdurend verkeerd begrijpt.

Na de laatste voorbereidingen vertrekt de Sirius. De detectives Jansen en Janssen gaan ook mee aan boord, vanwege het vermeende grote veiligheidsrisico: Kuifjes oude vijand Maximus Vogel, die (in het vorige album) ook achter de schat van de Eenhoorn aanzat, is uit de gevangenis ontsnapt en is de avond voor vertrek bij het schip Sirius in de buurt gezien. Onderweg gebeuren er inderdaad vreemde dingen: er verdwijnt eten uit de kombuis en als Haddock op een avond een kist vol whisky wil openen, treft hij enkel plaatijzer aan in de kist. De verstekeling blijkt uiteindelijk professor Zonnebloem te zijn, die zijn gedemonteerde duikboot aan boord heeft gesmokkeld. Haddock is woedend omdat Zonnebloem de flessen whisky heeft vervangen door de onderdelen.

Het eiland wordt met enige moeite gevonden, omdat kapitein Haddocks voorvader de meridiaan van Parijs gebruikte, in plaats van die van Greenwich. Het eiland blijkt onbewoond, al worden er sporen van vroegere bewoners gevonden: een speer, wat botten en een afgodsbeeld dat Haddocks voorvader lijkt voor te stellen. Het lijkt echter waarschijnlijker dat de schat bij het wrak in zee ligt. Voor de kust van het eiland gaat Kuifje in Zonnebloems haaienduikboot op zoek. De duikboot beschikt over een speciale capsule waarmee onder water signaalrook kan worden geproduceerd. Als het wrak gevonden is, wordt er in een oud duikerspak op zoek gegaan in het wrak, waarbij Jansen en Janssen tot hun ergernis het zware pompwerk te doen krijgen. Ze besluiten even uit te rusten, waardoor Kuifje in levensgevaar komt. Haddock kan Jansen en Janssen nog net op tijd naar de pomp terugsturen. Kuifje ontdekt een kistje, maar dit wordt opgegeten door een haai. De haai wordt aan boord genomen, nadat Kuifje hem met een fles rum uit het wrak dronken voert.

De haai wordt opengesneden, maar in de kist blijken enkel documenten te zitten. Andere duikpogingen leveren een entersabel en een gouden kruis op, en een lading rum. Er wordt een expeditie op het eiland ondernomen als Zonnebloem bij toeval een groot kruis op het eiland ontdekt, daar opgericht door Haddocks voorvader. Kuifje herinnert zich de vermelding van het "Kruis van de Adelaar" op het perkament. Het graven levert echter niets op. Ten slotte wordt het boegbeeld van de Eenhoorn opgedoken, waarna het gezelschap besluit terug te keren naar huis.

De expeditie levert echter nog een verrassing op. Zonnebloem maakt uit de opgedoken documenten op dat Haddocks voorvader het kasteel Molensloot, dat tot voor kort van de gebroeders Vogel was en nu te koop staat, van de Franse koning kreeg. Zonnebloem, die na de expeditie zijn duikboot aan de regering heeft verkocht, biedt aan om het kasteel voor de kapitein te kopen aangezien het Haddock in feite toebehoort. In de oude opslagkelder van de gebroeders Vogel ontdekt Kuifje een beeld van Johannes de evangelist met een kruis in de hand, waarop hij zich herinnert dat het symbool van de evangelist een adelaar is. Aan de voet van het beeld staat een wereldbol, waarop het eiland staat afgebeeld. Door op het eiland te drukken opent de bol, die de schat blijkt te bevatten; Hadoque had de schat indertijd zelf weer meegenomen naar Molensloot. Ze hebben dus al die tijd verkeerd gezocht.

Het verhaal eindigt met de feestelijke opening van een tentoonstelling in het kasteel, waarbij alle overige trofeeën van het avontuur ter bezichtiging gesteld worden.

Achtergronden[bewerken]

  • Dit is het eerste Kuifje-album waarin professor Zonnebloem voorkomt, al wordt hij nog niet als professor betiteld.
  • Het is een van vier Kuifjestrips die een direct vervolg zijn op een voorgaand album; de andere drie zijn De Blauwe Lotus (vervolg op De sigaren van de farao), De zonnetempel (vervolg op De zeven kristallen bollen) en Mannen op de maan (vervolg op Raket naar de maan).
  • Dit is tevens het eerste Kuifje-album waarin geen echte tegenstander voorkomt. Maximus Vogel wordt genoemd, maar verschijnt niet in beeld en onderneemt niets tegen de helden.
  • De onderzeeboot die professor Zonnebloem in dit boek uitvindt, kwam later voor in Kuifje en het Haaienmeer. Het idee voor een miniduikboot in de vorm van een haai is geïnspireerd op tekeningen van een Amerikaans prototype van een miniduikboot in visvorm. De Brusselse krant Le Vingtième Siècle bracht overigens al in 1934 een bericht dat een heuse miniduikboot, voortbewogen middels pedalen, was achtergelaten in een kanaal bij Brugge.[2]