De standvastige tinnen soldaat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De standvastige tinnen soldaat
Het tinnen soldaatje wordt door een vis opgeslokt, maar belandt weer in de keuken

De standvastige tinnen soldaat is een sprookje van de Deense schrijver Hans Christian Andersen, het verscheen in 1838.

Samenvatting van het boek[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Het verhaal begint met vijfentwintig tinnen soldaatjes, die uit één lepel zijn gesmolten. Ze worden als verjaardagscadeau aan een jongetje gegeven. Een van de soldaatjes mist een been, omdat de tin op was toen hij gesmolten werd. Als de soldaatjes in de woonkamer zijn wordt dat soldaatje verliefd op een papieren danseresje. Het danseresje woont in een kasteel en het soldaatje deelt een doos met vierentwintig anderen. Als de jongen naar bed gaat komt al het speelgoed in de woonkamer te leven. Alleen het tinnen soldaatje en het danseresje bewegen zich niet.

Bertall ill Intrepide Soldat de plomb Le Couple.png

Per ongeluk komt het duveltje in het doosje vrij en die vervloekt het invalide soldaatje, omdat hij ook verliefd was op het danseresje. De volgende (regenachtige) dag waait het tinnen soldaatje uit het raam. Twee straatjongens vinden hem en zetten hem op een papieren bootje. Het bootje drijft via het regenwater het riool in. In het riool wordt hij kort tegengehouden door een rat, maar drijft daarna gewoon verder. Aan het eind van het riool zinkt het bootje en wordt het tinnen soldaatje opgeslokt door een vis. De vis wordt aan de haak van een visser geslagen en belandt uiteindelijk (wonder boven wonder) in de keuken van het huis van het jongetje. Het tinnen soldaatje wordt teruggevonden door de keukenmeid en weer teruggezet bij de andere soldaatjes.

Het jongetje is zeer blij als hij het soldaatje weer vindt. Zijn zusje opent het duveltje in het doosje als grapje om de jongen bang te maken. De jongen schrikt hier zo erg van dat hij het soldaatje laat vallen in het haardvuur. Het danseresje schrikt hier weer zo erg van dat ze haar evenwicht verliest en ook in het haardvuur belandt. De goede fee, die elke kerst in de kerstboom woont, ziet het en fluistert toverwoorden uit medelijden. Op dat moment lopen een soldaat en een danseres buiten de stad op straat. Ze zien elkaar en rennen op elkaar af, roepend van blijdschap. Het enige wat in het vuur overblijft is een tinnen hartje en een papieren bloempje.

Andere versie[bewerken]

Er is ook een versie waarin een jongen het soldaatje zonder reden in het haardvuur gooit. Als de deur wordt geopend, waait het danseresje als een elf recht de kachel in. De dienstmeid vindt de volgende dag alleen een tinnen hart en een zwartverbrand paillet terug.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Alle sprookjes en vertellingen van Hans Christian Andersen, vertaling door Dr. W. van Eeden, 2000, ISBN 90-269-9296-3