De triomf van de dood
| Triomf van de dood | ||||
|---|---|---|---|---|
| Kunstenaar | Pieter Bruegel de Oude | |||
| Jaar | 1562 | |||
| Afmetingen | 160 × 120 cm | |||
| Museum | Museo Nacional del Prado | |||
| Locatie | Madrid | |||
| RKD-gegevens | ||||
| ||||
De triomf van de dood is een schilderij van Pieter Bruegel de Oude. Het schilderij wordt tentoongesteld in het Museo Nacional del Prado in Madrid. Het schilderij is geschilderd in 1562. De originele grootte van dit schilderij is 160 × 120 cm.
Inspiratie
[bewerken | brontekst bewerken]In vele commentaren bij dit huiveringwekkende werk, één van de drie zogenaamde 'helse' panelen van Bruegel, kan men lezen dat de kunstenaar zich heeft laten inspireren door het populaire motief van de dodendans (danse macabre), het volksgeloof dat de doden om middernacht dansen op hun graven. Nochtans ligt een verwantschap met dat thema allerminst voor de hand, aangezien Bruegel geen danspartij heeft geschilderd, maar een slachtpartij.
Een nauwkeurige analyse van de bovenste helft van het schilderij maakt daarentegen duidelijk dat het ontstaan ervan veeleer dient te worden verklaard in het licht van de politieke en religieuze actualiteit van 1562, legt Leo Spaepen uit in De Bruegel Code.[1] In maart van dat jaar was immers in Frankrijk de Eerste Hugenotenoorlog uitgebroken. Directe aanleiding was het feit dat een verboden bijeenkomst van Franse calvinisten (hugenoten) in Wassy door een troep van de hertog de Guise gewelddadig werd verstoord, waarbij tientallen doden vielen. Het effect van die oorlog in Frankrijk deed zich ook dadelijk gevoelen aan de Nederlandse kant van de grens, vooral in Franstalige steden als Doornik en Valenciennes, waar de opstand tegen het Spaanse bewind smeulde. In laatstgenoemde stad wisten de calvinisten bijvoorbeeld op 27 april twee terdoodveroordeelde 'ketters' uit hun cel te bevrijden en in triomf door de straten te voeren bij het zingen van protestantse psalmen. Alle ingrediënten waren dus aanwezig om de oorlog te doen overslaan naar de Nederlanden, en die dreiging is precies wat Bruegel laat zien. In de onderste helft van het schilderij toont hij vervolgens waartoe zulke grote oorlog zou kunnen leiden, namelijk tot een Bijbelse Apocalyps of de ondergang van de mensheid.
Beschrijving
[bewerken | brontekst bewerken]De bovenste helft van het schilderij is geografisch perfect te situeren. Links zien we aan de horizon de rode gloed van de oorlog die in Frankrijk is uitgebroken. In zee vergaan of branden enkele schepen. Aan de voet van de klippen (kaap Griz Nez en kaap Blanc Nez) wordt hevig gevochten. Boven de klippen luidt de stormklok en worden de doden begraven. Meer naar rechts, zowat in het midden van het schilderij, verandert het kustlandschap: de Franse klippen gaan er over in de gele zandstranden van de Nederlanden. Daar is voorlopig nog geen oorlog, maar we zien er heel duidelijke sporen van de godsdienstvervolging: mensen worden er terechtgesteld (opgehangen of onthoofd), en hun lijken worden op radpalen geplaatst tot voedsel van de vogels. In het grensgebied tussen de beide kustlandschappen staat een ommuurd huis, waarrond mensen druk lijken te manifesteren. In het licht van de historische gegevens kunnen we dit detail interpreteren als een verwijzing naar de opstand in Valenciennes. Zowel vanuit het strijdtoneel in Frankrijk als vanuit het gebied rond Valenciennes rukken nu skeletten, het leger des doods, op naar het centrum van het schilderij. Pogingen tot verzet halen duidelijk niets uit. De oorlog breidt zich onstuitbaar uit en dreigt de hele wereld te overspoelen. Haast onmerkbaar gaat het verhaal van 1562, in de onderste helft van het schilderij, over in een apocalyptisch angstvisioen van de kunstenaar. Bruegel verbindt de actualiteit immers met de duistere visoenen van Johannes van Patmos in het Bijbelse boek Openbaring. Het ene verhaal zal onvermijdelijk leiden tot het andere.[2]
De onderste helft van het schilderij toont een massale slachtpartij, waarin de dood triomfeert. De skeletten vallen de levenden aan, die proberen weg te vluchten of zich tevergeefs verzetten. Onder aanvoering van De Dood zelf, die gewapend met een zeis op een vaalbruin paard zit, drijven de geraamten een chaotische mensenmenigte in een tunnel die eruitziet als een enorme muizenval. Alle vluchtwegen zijn versperd. Links wordt een wagen vol schedels voortgetrokken door een uitgemergeld paard, misschien een beeld uit het Antwerpse Landjuweel van 1561. Ook de zwarte brandende hellewagen kan ontleend zijn uit een stoet van de rederijkers. Links daarvan overschouwen skeletten in witte gewaden het hele tafereel vanaf een soort tribune: het zijn de martelaren uit het boek Openbaring, die God smeken om wraak. Helemaal op de voorgrond toont de schilder ons ten slotte in detail hoe alle standen van de bevolking de slachtpartij machteloos ondergaan: van links naar rechts zien we een koning met zijn nutteloos geld, een kardinaal, een moeder met haar baby, een boer en een boerin, een soldaat, een pelgrim, enkele adellijke jonge mensen en ten slotte in de hoek een koppel muzikanten. Het is een typisch rederijkersmotief: voor de dood is iedereen gelijk.
Invloeden
[bewerken | brontekst bewerken]In 1562 kwam Bruegel, mogelijk via de drukker Plantijn en/of de cartograaf Ortelius, in de ban van het religieuze en pacifistische gedachtegoed van de Duitse mysticus Hendrik Niclaes (1502 - ca. 1570) en diens sekte, genaamd Het Huis der Liefde (Schola Caritatis). Die invloed is vanaf dat jaar duidelijk merkbaar in een groot aantal werken (om te beginnen in zijn drie 'helse' schilderijen), maar ook in zijn privéleven (Twee aapjes en De vlucht naar Egypte). De triomf van de dood is tevens een van de eerste schilderijen waarin Bruegel het procedé van de simultaniteit toepaste, d.w.z. het vermengen van twee verhalen in één schilderij, waardoor een verband tussen de beide verhalen wordt gesuggereerd. In De triomf van de dood is dat verband duidelijk: de oorlog in Frankrijk dreigt naar de Nederlanden over te slaan (verhaal 1) en zou kunnen leiden tot een apocalyptische catastrofe (verhaal 2) die uiteindelijk niemand zal sparen. Die pacifistische alarmkreet is vermoedelijk de diepere betekenis van het schilderij.
- ↑ Spaepen, Leo (2025). De Bruegel Code: Pieter Bruegel de Oude, politiek commentator en pacifist. MER.Books, Gent. ISBN 978-94-93410-73-2.
- ↑ Spaepen, Leo (mei 2025). De Bruegel Code. Pieter Bruegel de Oude, politiek commentator en pacifist. MER. Books. [[Speciaal:Booksources/ISBN 9789493410732|ISBN ISBN 9789493410732]].