De twaalf broeders

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De twaalf broeders of De twaalf broers is een sprookje dat werd genoteerd door de gebroeders Grimm voor Kinder- und Hausmärchen. De oorspronkelijke naam is Die zwölf Brüder.

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Een koning en koningin hebben twaalf jongens, als het dertiende kind een meisje wordt, moeten de jongens sterven zodat haar rijkdom groot wordt en zij het koninkrijk erft. Er worden alvast twaalf doodskisten gemaakt, ze worden met houtkrullen gevuld en er komt een doodskussentje in. De kisten worden in een kamer gezet en de koningin krijgt de sleutel. De moeder treurt de hele dag, haar jongste zoontje Benjamin (zoals in de Bijbel) vraagt waarom ze zo bedroefd is. Na enig aandringen laat de moeder de kamer zien en ze vertelt dat de jongens zullen sterven als ze van een meisje bevalt.

De moeder zegt de jongen weg te gaan met zijn elf broers en in het bos te gaan wonen, er moet altijd iemand op de uitkijk zitten in de hoogste boom zodat ze de toren van het paleis kunnen zien. Als het dertiende kind een jongen is, zal er een witte vlag uitgestoken worden. Maar als het een meisje wordt, zal dit een rode vlag zijn en moeten de jongens vluchten. De moeder zegent haar jongens en na elf dagen houdt Benjamin de wacht in de hoogste boom. Er wordt dan een rode vlag uitgestoken en de jongens worden kwaad omdat ze nu moeten sterven door een meisje. Ze zweren dat ze wraak zullen nemen, elk meisje dat ze zullen tegenkomen zal eraan moeten geloven.

De twaalf trekken dieper het bos in, waar het erg donker is, en vinden een klein betoverd huisje. Benjamin moet thuisblijven en het huishouden doen, terwijl de oudere broers eten halen in het bos. Ze schieten konijnen, wilde reeën, vogels en duifjes en al het andere wat maar eetbaar is. Ze wonen tien jaar in het huisje en de dochter van de koningin is nu groot geworden. Ze heeft een goed hart en is erg mooi, ze heeft een gouden ster op haar voorhoofd. Als de grote was wordt gedaan, ziet het meisje twaalf mannenhemden en ze vraagt haar moeder van wie die zijn. Haar moeder vertelt dat ze twaalf broers heeft, die rondzwerven in de wereld. Ze laat het meisje de twaalf doodskisten zien in de kamer en vertelt dat de jongens zijn gevlucht voordat zij geboren werd.

Het meisje wil haar broers zoeken en neemt de twaalf hemden mee, ’s avonds komt ze aan bij het betoverde huisje. Ze laat aan een jongen de twaalf hemden zien en Benjamin weet dat dit zijn zusje moet zijn, ze vallen elkaar huilend in de armen. Maar Benjamin waarschuwt zijn zusje voor de broers, ze hebben elkaar beloofd elk meisje te doden. Het meisje wil wel sterven om haar broers te verlossen, maar Benjamin wil dit niet en verstopt haar onder een kuip. Als de elf thuiskomen van de jacht vragen ze of er nieuws is, Benjamin vertelt dat hij meer weet dan hen ondanks dat hij thuis is gebleven.

De broers willen weten wat Benjamin weet, maar hij wil het alleen vertellen als ze beloven het eerste meisje dat ze zien te zullen sparen. Het zusje komt vanonder de kuip en de broers vallen haar om de hals en kussen haar. Het zusje blijft bij Benjamin en helpt hem bij zijn werk, ze sprokkelen hout en zoeken eetbare planten. In de tuin groeien twaalf lelies en het meisje wil haar broers verrassen, ze plukt de bloemen en wil ze aan haar broers geven. Maar zodra ze de bloemen plukt, veranderen de broers in twaalf raven en ze vliegen weg, ook het huisje en de tuin verdwijnen in het niets. Het meisje is alleen in het woeste woud en ziet een oude vrouw die haar vraagt waarom ze de witte bloemen niet heeft laten staan.

Het meisje vraagt of ze haar daad ongedaan kan maken. Alleen zeven jaren zwijgen zal haar broers terug kunnen halen. Ze mag niet lachen en niet spreken en als dit mislukt zullen haar broers sterven. Het meisje zoekt een hoge boom en klimt er in. Een koning is gaan jagen en komt met een hazewindhond naar de boom. Als de koning het mooie meisje ziet, met de gouden ster op haar voorhoofd, vraagt hij of zij zijn vrouw wil worden. Het meisje knikt en wordt op het paard meegenomen, daar wordt bruiloft gevierd met veel pracht en praal. Na enkele jaren gelukkig samenzijn, begint de moeder van de koning de jonge koningin zwart te maken. Ze zegt dat hij met een gewoon bedelmeisje is thuisgekomen. Ze is te stom om te praten, maar zou toch eens kunnen lachen, wie niet lacht heeft een slecht geweten.

Na een tijdje overtuigt de moeder van de koning haar zoon, en hij veroordeelt de koningin tot de dood. Op de binnenplaats wordt een groot vuur aangestoken, de koning kijkt vanuit zijn raam huilend toe. Als de koningin aan een paal is gebonden en de rode vlammen aan haar kleren likken, verstrijken precies dan de zeven jaren. Er klinkt geruis en de twaalf raven komen aan, als ze landen op de grond veranderen ze in de twaalf broers. Ze doven het vuur en bevrijden hun zusje, ze kussen en omhelzen elkaar. Nu de koningin eindelijk mag spreken, vertelt ze de koning alles. Als hij hoort dat ze onschuldig is, veroordeelt hij de boze schoonmoeder tot de dood, zij wordt in een ton vol kokende olie en slangen gestopt en sterft een ellendige dood. De koningin blijft samen met haar broers bij de koning.

Achtergronden[bewerken]

Assepoester · Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · De ijzeren kachel · De jonge reus · De jood in de doornstruik · De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · De laarzen van buffelleer · De luie spinster · De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · De peetoom · De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · De uil · De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Frieder en Katherliesje · Gelukkige Hans · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het aardmanneke · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis · Het kind van Maria · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Het raadsel · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer · Het zingende botje · IJzeren Hans · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond · Op reis gaan · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui