Deceuninck

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deceuninck is de naam van een ondernemersfamilie uit West-Vlaanderen die verschillende bedrijven met hun naam opgericht hebben. Drie daarvan bestaan nog steeds: 'Deceuninck Bussen', 'Deceuninck Plastics' en EDERO. Plastics is het grootste bedrijf.

Deceuninck Auto's[bewerken | brontekst bewerken]

Het bedrijf werd opgericht door stamvader Benari Deceuninck (1894-1972). Hij was actief als drukker in Beveren-bij-Roeselare met een winkel voor missalen, papierwaren en schoolgerief. Het gezin Deceuninck had zeven zonen, Michel, Gabriël († na 4 maanden), Gabriël, Roger, Daniël, André en Lionel. Vader Deceuninck besloot zijn economische activiteiten te verruimen op een ander domein. Hij startte in 1928 naast zijn drukkerij nog een zaak die zich op autobusvervoer toelegde. In 1930 werd de stap naar het toerisme gezet. Zo werden er busreizen naar Lourdes ingericht. Later volgden ook bedevaartsreizen naar Rome.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de bussen door de Duitse bezetter in beslag genomen en lag de activiteit stil. In 1944 kwam de oudste zoon van Benari, Michel Deceuninck,en in 1946 zijn jongere broer Roger Deceuninck, in de zaak. Ze kochten tweedehandse bussen en konden én de buslijn Roeselare-Ieper opnieuw uitbaten én 'Bussen-Toerisme-Kosmos' laten rijden. Michel Deceuninck zal later het busbedrijf leiden. Met de afschaffing van de buurtspoorwegen en enkele kleine spoorwegen, zoals de lijn Roeselare-Ieper openden zich nieuwe mogelijkheden voor de uitbouw van regelmatige autobusdiensten, onder meer naar de mijnstreken van Ressaix, Borinage, Marcinelle en Binche maar ook naar tal van andere steden in West-Vlaanderen. In die periode was er nog heel wat pendelarbeid. Deze arbeiders maakten graag gebruik van de vast busverbindingen. In de jaren 1950 werden nieuwe toeristische gebieden aangesneden zoals Scandinavië, Oost-Duitsland en Polen. In 1958 verhuisde het busbedrijf naar de Ieperstraat in Roeselare en veranderde het Touringcarbedrijf Kosmos van naam: Radar Cars. In 1958 was Radar Cars de allereerste Westerse touringcaruitbater die na de Tweede Wereldoorlog Rusland binnen mocht. Door de snelle uitbouw van de stad Roeselare met tal van nieuwe woonwijken rijpte al snel het idee voor een stadsbus.

Het bedrijf bestaat nog steeds en heeft drie stelplaatsen in West-Vlaanderen van waaruit het verschillende vaste busdiensten verzorgt voor De Lijn. In 2016 werd deze firma onderdeel van de groep Hansea.

Deceuninck NV[bewerken | brontekst bewerken]

Deceunink NV
Oprichting 1937
Oprichter(s) Benari Deceuninck
Hoofdkantoor Hooglede-Gits
Motto of slagzin Building a sustainable home
Sleutelfiguren Paul Thiers (Voorzitter)
Francis Van Eeckhout (CEO)
Werknemers 3600 (2015)
Producten Kunststof en composiet raam- & deursystemen, tuintoepassingen, dak- en gevelprofielen en interieurtoepassingen
Sector Kunststofverwerking
Industrie Bouw
Omzet € 644,5 miljoen (2015)
Winst € 13,3 miljoen (2015)
Marktkapitalisatie € 328 miljoen (31 december 2015)
Website www.deceuninck.com
Portaal  Portaalicoon   Economie

Naast de autocarwereld werd nog een ander economisch segment aangesneden: kunststofverwerking. De oorsprong van Deceuninck als producent van kunststofproducten ligt in 1937. Vader Benari begon toen een eenmanszaak voor de productie van knopen en gespen uit plastic platen. Benari Deceuninck was niet de eerste producent van deze voorwerpen in West-Vlaanderen. Robert Tavernier - oprichter van het bedrijf Erta in Tielt - startte al eind van de jaren 20, samen met Jules Vandaele, met het maken van knopen en gebruiksvoorwerpen uit galaliet. In 1941 werd de eenmanszaak de PVBA Etablissementen Deceuninck en kocht Deceuninck zijn eerste machine voor het spuitgieten van kammen, plastic doosjes en speelgoed. Vanaf 1947 produceert Deceuninck zijn eigen spuitgietmatrijzen. In 1960 kopen Roger en Michel Deceuninck op een beurs in Milaan een eerste extrusiemachine voor de productie van rolluikprofielen in pvc (polyvinylchloride), een toen nieuw product in de streek. Samen met hun jongste broer Lionel Deceuninck bouwen ze het bedrijf uit tot een pionier op vlak van profielextrusie in Vlaanderen. In 1963, kreeg Deceuninck Plastics, een dochterbedrijf, het contract om alle bushaltes in Vlaanderen te voorzien van wachthuisjes. Voor het onderste gedeelte ervan recycleerde Deceuninck pvc-rolluiken en verwerkte die in een metalen frame. Het productassortiment werd in 1965 uitgebreid met pvc planchettes voor gevel-, muur- en plafondbekleding. In 1967 startte Deceuninck Plastics als eerste bedrijf in Vlaanderen met het extruderen van pvc-profielen voor vensterramen en sierluiken. Het bedrijf verhuisde daarop in 1968 van de kleine vestiging in Roeselare naar een groter bedrijventerrein net over de grens van Roeselare op het grondgebied van Gits.De matrijzenproductie zal pas in 1988 naar Gits verhuizen. In 1970, werd in het Franse Houplines een eerste buitenlandse vestiging met de naam Plastibat S.A. opgericht. De PVBA Etablissementen Deceuninck werd op 31 juli 1974 een NV. Als relatief klein familiaal bedrijf (omzet: 1,5 miljard Belgische frank) ging Deceuninck in 1985 naar de beurs van Brussel (nu Euronext). Roger Deceuninck wordt voorzitter van de raad van bestuur en afgevaardigd bestuurder. Eén van de merkwaardigste leden van de raad van bestuur wordt Pierre Alain Baron De Smedt (zie later). In 1986 start Deceuninck met het bekleven en het bedrukken van respectievelijk raamprofielen en wandbekledingsprofielen. In 1988 kocht Deceuninck de bedrijfsterreinen van de Belgische failliete tennisrakettenproducent Snauwaert in Diksmuide en bouwde er zijn eigen grondstoffenfabriek, Deceuninck Compound. In 1994 start Deceuninck, als pionier in zijn sector wereldwijd, met het coaten van raamprofielen. De familiale directieleden beslissen in 1994 om over te stappen naar de raad van bestuur. Hierdoor komt de dagelijkse leiding van het bedrijf volledig in handen van extern management. Clement De Meersman wordt CEO en bouwt het bedrijf tussen 1994 en 2009 uit tot een wereldleider. De naam Deceuninck Plastics Industries NV verdween in 2000. Sindsdien heet het bedrijf kortweg Deceuninck NV. Op 3 november 2001 krijgt Roger Deceuninck van Koning Albert II het ereteken van de Kravat van Commandeur in de Kroonorde (België). In 2004 ontvangt Deceuninck in België de prestigieuze onderscheiding Onderneming van het Jaar,een initiatief van Ernst & Young in samenwerking met De Tijd en BNP Paribas Fortis. In 2005 begint Deceuninck met de productie van houtcomposietproducten voor terrassen. Houtcomposiet is de combinatie van een polymeer met houtvezels. De grondstoffenfabriek in Diksmuide werd in 2012 uitgebreid met een fabriek voor de recyclage van oude PVC ramen, rolluiken, en planchettes. Deze nieuwe grondstof verwerkt Deceuninck in nieuwe raam-en bouwprofielen en sluit op die manier de kringloop van zijn producten. In 2011 installeert Deceuninck in België lijnen waarbij continue glasvezels of staalkabels tijdens het extrusieproces (pultrusie) in de raamprofielen verwerkt worden. Opnieuw is Deceuninck hiermee een pionier in zijn sector. In 2014 komt er een grondige wijziging van de raad van bestuur. Gramo BVBA, dat gecontroleerd wordt door de Roeselaarse ondernemer, Francis Van Eeckhout, wordt grootste aandeelhouder. Hierdoor verwerft Gramo 2 zetels en krijgen Sofina en de familie Deceuninck respectievelijk elk 1 zetel. Willy (2014) en Arnold (2015) worden erelid van de raad van bestuur. Evelyn Deceuninck (oudste dochter van Arnold Deceuninck) vertegenwoordigt de belangen van de familiale aandeelhouders. In de periode 2009-2016 is Pierre Alain Baron De Smedt voorzitter van de raad van bestuur. In die periode is hij eveneens een tijdlang voorzitter van de Belgische werkgeversorganisatie VBO. In 2015 wordt hij door koning Filip van België benoemd tot baron. In 2016 consolideert Deceuninck zijn vestigingen in het Turkse Kartepe nabij Istanboel, eind 2016 wordt de verhuis van de vestiging in Izmir naar het nabije Menemen gestart. In oktober 2016 opent Deceuninck een tweede vestiging - de eerste bevindt zich in Dayton, Ohio in de Midwest - in de Verenigde Staten, namelijk aan de Westkust in Fernley in de staat Nevada. In Groot-Brittannië, Kroatië, Spanje en Chili worden beklevingslijnen geïnstalleerd en opgestart voor het afwerken van raamprofielen met decoratieve houtimitatiefolies. In 2015 bedroeg de groepsomzet € 644,5 miljoen, waarvan 26% in West-Europa, 26% in Centraal & Oost-Europa, 30% in Turkije & Emerging Markets en 17% in Noord-Amerika. In 2016 telt het bedrijf - onder meer door een reeks overnames tussen 1995 en 2015 - 14 productievestigingen wereldwijd (België (2), Chili, Duitsland, Frankrijk, Kroatië, Polen, Rusland, Thailand, Turkije (2), het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van Amerika (2)) en 22 magazijnen in 19 landen. In 2016 wordt Francis Van Eeckhout CEO. Paul Thiers volgt Pierre Alain Baron De Smedt op als voorzitter. Het productassortiment bestaat nu uit kunststof en composiet raam- & deursystemen, tuintoepassingen, dak- en gevelprofielen en interieurtoepassingen.

EDERO[bewerken | brontekst bewerken]

In de jaren 1960 werd nog een bedrijf opgericht. EDERO, gebaseerd op Ets. Deceuninck Roeselare, was een firma die zich toelegde op de prefabouw van woningen, bungalow en villa's in plastiek. Al snel kwamen daar woningen en winkelgalerijen bij. Het bedrijf bestaat nog, maar eerder als immobiliënvennootschap.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]