Defensie Helikopter Commando

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Defensie Helikopter Commando (DHC) werd in 2008 opgericht. In de in 2001 gestarte studie van het Nederlandse ministerie van Defensie die verliep onder de naam ‘integrale militaire helikoptercapaciteit’ werd gekeken naar een mogelijk samengaan van de militaire helikopterluchtvaart, de luchtmobiele en maritieme transportbehoeften en de eventuele oprichting van een defensiebreed helikoptercommando.

Door de vele bezuinigingsmaatregelen gekoppeld aan een steeds groter wordende vraag naar helikopters en de resultaten van de studie, werd medio 2005 besloten tot oprichting van één helikopterorganisatie voor de hele krijgsmacht onder een verdere personeelsreductie. Dit zou moeten leiden tot grotere doeltreffendheid bij de inzet van de defensiehelikopters.

Op 4 juli 2008 werd tijdens een ceremonie het Defensie Helikopter Commando (DHC) officieel opgericht. Dit commando is ontstaan uit de eenheden van Vliegbasis Gilze-Rijen, Maritiem Vliegkamp De Kooy, Vliegbasis Deelen, de intussen opgeheven Vliegbasis Soesterberg en het eveneens opgeheven 303 Squadron op Vliegbasis Leeuwarden

Commodore T. ten Haaf van het CLSK werd tijdens de ceremonie geïnstalleerd als de eerste Commandant Defensie Helikopter Commando (CDHC). In aanwezigheid van de staatssecretaris van Defensie en de Commandant der Strijdkrachten (CDS) werd aan Commodore ten Haaf de vlag van het DHC uitgereikt door de Commandant Luchtstrijdkrachten (CLSK), Luitenant-gen. J. Jansen. De oprichtingsceremonie werd afgesloten met een zogenaamde fly-by van 22 helikopters.

Geschiedenis[bewerken]

In het verleden waren de krijgsmachtdelen ieder met hun “eigen” helikopteronderdeel uitgerust. De landmacht bezat de Groep Lichte Vliegtuigen (GpLV) voor het doen van artilleriewaarnemingen door artilleristen. De luchtmacht leverde echter de hiervoor geschikte infrastructuur op de Vliegbasis Deelen en de Vliegbasis Soesterberg, het onderhoudspersoneel en de vliegers. De Marine Luchtvaartdienst (MLD) had zijn eigen vliegkampen Valkenburg en De Kooy en helikopters aan boord van de schepen.

In de loop van de tijd zijn deze onderdelen door de vele bezuinigingen en reorganisaties aan grote veranderingen onderhevig geweest. De GPLV werd in 1993 omgevormd tot Groep Helicopters Koninklijke Luchtmacht (GPHKLu) en ook het bezit van de helikopters ging geheel naar de luchtmacht over toen de artilleriewaarneming werd afgestoten. Daarna vervolgde in 1995 transformatie tot Tactische Helicopter Groep (THG) met de nieuwe luchtmobiele brigade als de te vervoeren klant.

De MLD was in de jaren 1980 en 1990 al enkele keren zwaar bekritiseerd door de rekenkamer vanwege het inefficiënt werken van de operationele en de onderhoudsdienst in deze organisatie . Na de verkoop van de Lockheed P-3 Orion-patrouillevliegtuigen en de sluiting van het vliegkamp Valkenburg in 2006 resteerde nog de maritieme groep helikopters (MARHELI) met 21 toestellen op De Kooy.

De Groep Lichte Vliegtuigen (GpLV) was uit terugkerende eenheden uit Nederlands-Indië opgericht op 1 maart 1950. Standplaats werd de Vliegbasis Deelen vanwaar men tm 1955 met 298 Sq. en aangekochte Austers opereerde. Van 1955 tm 1959 werd door 298 Sq gevlogen met de Piper L18C en de eerste helikopter, de Hiller H23B Raven. Beide typen werden via het MDAP kosteloos verstrekt. Het inmiddels opgerichte 299 Sq opereerde in gelijke configuratie aangevuld met aangekochte Piper L21B's en van 1957 tm 1959 had de GpLV tevens een detachment op Vlb.Ypenburg. Het vliegerkorps bestond destijds zowel uit Officieren als Onderofficieren-Vlieger.

Van 1959-1961 werd t.v.v. Piper L18C's de een nieuw helikoptertype geintroduceerd: de Aérospatiale Alouette II. 298 Sq vloog tm 1964 met de Alouette II, de Piper L21B en de Hiller H23B. 299 Sq vloog alleen met de Piper L21B en de Hiller H23B. Het detachement op Ypenburg werd in 1962 omgedoopt tot 300 Sq en vloog tm 1964 in gelijke configuratie met 299 Sq.

In 1964 schakelde men collectief over op de 77 stuks Aérospatiale Alouette III en werden de Piper L21B en de Hiller H23B fasegewijs afgestoten. Respectievelijk vanaf 1964 tm 1967 en 1965 tm 1967 vlogen 298 en 299 Sq (Deelen) met de Alouette III. 300 Sq (Ypenburg) vloog tm 1966 door met de Piper L21B en de Hiller H23B. In deze periode kreeg de GPLV ook officieel tot taak:

  • het maken van verkennings-, liaison- en vuurleidingsvluchten voor de legercommandanten van de Koninklijke Landmacht [1].
  • het verkennen van landingstrips, commandovoering, gebiedsbewaking, camouflagecontrole, luchtfotografie, radio tussenstation en bevoorraden van eenheden[2]
  • uitvoeren van Search and Rescue SAR/TAR vluchten ter redding van vliegers op zee (eerst vanaf Ypenburg, later vanaf Leeuwarden. Hierbij was een toestel stand-by op de Waddeneilanden tijdens air-ground missies op Vlieland en Terschelling). Dit werd later uitgebreid met het verlenen van noodvervoer van patienten etc. naar het vasteland.

In 1966 schakelde ook 300 Sq om op de Alouette III en werd daar gelijktijdig de de Havilland DHC2 Beaver geintroduceerd en vloog men tm 1967 met beide toestellen.

In 1968 volgde een reorganisatie: 298 Sq verhuisde met de staf GPLV en het nieuwe Logistiek Sq naar Vliegbasis Soesterberg en 300 Sq verhuisde van Ypenburg naar Deelen.

298 Sq vloog van 1968-1993 met de Alouette III waarbij in 1975 tevens de Messerschmitt-Bölkow-Blohm BO-105 werd geintroduceerd.

299 Sq vloog van 1965-1975 met de Alouette III en voerde de BO-105 vanaf 1975 in [3] en was in 1979 volledig overgeschakeld op de BO-105 waarmee men tot 1995 doorvloog. 299 Sq kwam in 1992 negatief in het nieuws na een terroristische actie door een politieke actiegroep. [4].

300 Sq vloog van 1968-1983 met de DHC2 Beaver waarna tm 1993 totaal op de Alouette III werd overgegaan. Het uitfaseren van de Beaver betekende tegelijk ook het verdwijnen van de Onderofficier-Vlieger.

In de loop der tijd werden helikopters dikwijls gebruikt voor het vervoer van VIPS en leden van het koninklijk huis bij officiële gelegenheden; hiervoor was aan de linkerzijde van enkele Alouette III's een extra instaptrapje gemonteerd, was het interieur overtrokken met een blauwe lederen stoelbekleding en was getint anti inkijkglas aan de linkervoorzijde van de cockpit gemonteerd.

De GPLV vliegopleidingen waren een interne aangelegenheid. Voor de vliegopleiding van de KLu (Groot Militair Brevet) werden de vliegers intern opgeleid bij de Helikopter Vlieg Opleiding (HVO) bij 299 Sq en vervolgens bij 300 Sq. op Vlb.Deelen. De opleiding op de Piper Cub, (Klein Militair Brevet) werd destijds gedaan bij de Lichte Vliegtuig Opleiding (LVO) op Vlb.Gilze-Rijen. De waarnemers waren afkomstig van de KL en volgden samen met de vliegers een operationele opleiding bij de Legerluchtwaarnemersschool (LLWS), later het Opleidingscentrum Grond- Luchtsamenwerking (OCGLS). Aan het begin van de jaren 1980 ving de helikoptervliegopleiding aan op Fort Rucker, Alabama, later aangevuld met operationele opleiding in Fort Hood, Texas.

Vanaf de jaren 1950 tot begin jaren 1990 viel alle logistieke ondersteuning onder verantwoordelijkheid van de KL. In 1993, samen met de naamsverandering in Groep Helikopters (GPH), nam de KLu ook deze taken over en volgde de introductie van de nieuwe helikoptertypen. In 1995 volgde tenslotte de naamsverandering in Tactische Helikopter Groep KLu (THGKLu).

Veranderingen[bewerken]

Bij de uitzendingen van de Nederlandse militairen naar alle delen van de wereld is gebleken dat de behoefte aan transport en gevechtshelikopters hierbij alleen maar toeneemt. De helikopters vervullen een onmisbare rol bij vredesoperaties en bij gevechtssituaties waarbij grondsteun aan eigen of bevriende troepen moet worden verleend. De studie integrale militaire helikoptercapaciteit leidde uiteindelijk tot de volgende regeringsbesluiten.

  • Bij het CZSK de vervanging van de Westland Lynx-helikopters door 12 helikopters van het type NHIndustries NH-90 ‘Nato Frigate Helicopter’ (NFH) en 8 land-scoped NFH's. In een later stadium zou worden bekeken of financiële ruimte was om nog 2 NFH's te kopen.[5]
  • Het CLSK beschikt over 17 Eurocopter AS 532U2 Cougar Mk 2 en 11 middelzware CH-47D Chinook-transporthelikopters. In een eerder stadium zijn 2 CH-47D Chinook-transporthelikopters verongelukt. Er is al eerder behoefte gesteld aan 20 Chinooks, waardoor uitbreiding met 7 stuks nodig was. Op korte termijn kon er financiële ruimte gevonden worden voor 4 extra helikopters. Later wordt bezien wanneer de overige worden aangeschaft. Thans zijn toch 6 stuks extra besteld, waarvan 2 bedoeld zijn voor de eerder verloren toestellen. Sinds 24 september 2013 Zijn alle 6 CH-47F Chinook-transporthelikopters geleverd. Hiervan zijn 3 stuks op vliegbasis Gilze-Rijen gestationeerd en de andere 3 stuks op Fort Hood. Daarnaast beschikt het CLSK over 29 AH-64D Apache-gevechtshelikopters. [6]
  • Oprichting van het Defensie Helikopter Commando (DHC) om deze helikoptervloot zo effectief en doelmatig mogelijk te beheren. De totale helikoptercapaciteit wordt op vliegbasis Gilze-Rijen geconcentreerd.

De studie ‘integrale militaire helikoptercapaciteit’ gaf aan dat het detacheren van enkele helikopters op het vliegveld de Kooy operationele voordelen bood. Daarentegen was het doelmatiger en goedkoper om alle helikopters op Gilze-Rijen te stationeren. Met de civiele medegebruikers op het vliegveld de Kooy, de provincie, gemeente Den Helder en het lokale bedrijfsleven werd bestuurlijk overleg gevoerd alvorens het regeringsbesluit werd genomen.

In dezelfde studie werd aangegeven dat de SAR capaciteit van zowel de Marine Luchtvaartdienst (met Lynxhelikopters vanaf De Kooy) als de luchtmacht (met AB 412SP's vanaf Leeuwarden) door 2 NH90-helikopters kan worden overgenomen. Plaatsing van deze helikopters was afhankelijk van het voortbestaan van vliegveld De Kooy. Zou De Kooy worden opgeheven dan zouden deze helikopters op de basis Leeuwarden geplaatst worden. Nu De Kooy openblijft zullen deze helikopters, samen met de andere NH90's NFH, op De Kooy worden geplaatst.

Capaciteiten en indeling[bewerken]

De totale DHC sterkte omvatte in januari 2015:

Op 27 juni 2014 kwam het nieuwsbericht dat de levering van de laatste 7 NH90 NFH helikopters wordt opgeschort wegens corrosie en slijtage problemen.

Op 16 december 2014 kwam het nieuwsbericht dat levering van de laatste 7 NH90 helikopters wordt hervat.

Squadron Locatie Taak / Uitgerust met
7 (ex MLD VGSQ 7) Maritiem Vliegkamp De Kooy opleiding /expertise
298 Vliegbasis Gilze-Rijen middelzwaar transport / CH-47D/F Chinook
299 Vliegbasis Gilze-Rijen opleiding/expertise / land
300 Vliegbasis Gilze-Rijen utility en VIP / AS 532U2 Cougar Mk 2 (later NH90) en Alouette III
301 Vliegbasis Gilze-Rijen grondsteun / AH-64D Apache
302 Fort Hood opleiding/training / AH-64D Apache en CH-47F Chinook
303 Vliegbasis Leeuwarden Reddingseenheid / AB 412SP [8]
860 (ex MLD VGSQ 860) Maritiem Vliegkamp De Kooy maritieme tactische operaties / SAR / NH90 NFH
930 Vliegbasis Gilze-Rijen onderhoud
931 Vliegbasis Gilze-Rijen ondersteuning en facilitair
932 Vliegbasis Gilze-Rijen logistiek
990 (ex MLD Onderhoudsdienst) Maritiem Vliegkamp De Kooy onderhoud en logistiek
991 (ex MLD Algemene dienst) Maritiem Vliegkamp De Kooy ondersteuning en facilitair

Het DHC biedt werk aan circa 2300 militairen op de locaties: Vliegbasis Gilze-Rijen - 1800, Maritiem Vliegkamp De Kooy - 450 en Vliegbasis Deelen - 60.

Toekomst: Benelux Helikopter Commando[bewerken]

In 2012 hebben de Benelux-landen in principe afgesproken om v.w.b. de helikopterinzet meer te gaan samenwerken en eventueel te streven naar een geïntegreerd Benelux Helikopter Commando. In 2013 werden de commandanten van de Belgische en Nederlandse luchtmachten het na onderhandelingen eens over de uitwisseling van helikopterpersoneel. Tevens werd een overeenkomst getekend over de inrichting van een "Belgium-Netherlands Coordination Cell" voor de Nederlandse en Belgische helikoptereenheden. De coördinatiecel moet de eerste stap zijn naar een geïntegreerd Benelux Helikoptercommando. De coördinatiecel regelt sinds medio 2014 de training en operaties van de Belgische en Nederlandse helikopter eenheden.

Externe links[bewerken]