Degoe

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Degoe
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008)
Octodon degus.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Rodentia (Knaagdieren)
Familie: Octodontidae (Schijnratten)
Geslacht: Octodon
Soort
Octodon degus
(Molina, 1782)
Afbeeldingen Degoe op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Degoe op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De degoe (Octodon degus) is een knaagdier uit Chili. De degoe werd halverwege de 18e eeuw ontdekt in de Andes in Chili door de Spaanse jezuïet Juan Ignazio Molina. Men dacht eerst dat het om een soort eekhoornfamilie ging, later bleek dat het familie was van de ook uit Chili afkomstige cavia. In eerste instantie werden degoes geïmporteerd om in dierentuinen te houden, maar aan het begin van de 20e eeuw werden ze naar laboratoria gebracht om onderzoek te doen naar het gedrag van het dier. Omdat degoes erg gevoelig bleken voor diabetes, werden de diertjes ook gebruikt voor onderzoek naar deze ziekte en de bestrijding ervan. Vanaf 1985 worden degoes verkocht als huisdier. In Chili worden degoes gezien als een plaag, omdat ze in grote groepen leven en de gewassen van het land aantasten. Ze leven in de vrije natuur in groepen op de rotsen, waar ze graag klimmen en klauteren; hiervoor zijn ze uitstekend uitgerust.

Uiterlijk[bewerken]

Een wildkleurige degoe met staar

Degoes lijken veel op de rat, de gerbil en ook nog een beetje op de cavia. In andere talen wordt de degoe soms trompetstaartrat genoemd. Hoe dik de vacht is hangt af van de omgevingstemperatuur waarbij de degoe gehouden wordt, maar de kleur van de vacht is altijd bruingrijs met aan de uiteinden van de haren een beetje zwart. De buik is wat lichter van kleur. Af en toe is een wit vlekje te ontdekken bij de degoe, dit is een typisch domesticatieverschijnsel.

De lengte van degoes in het wild is soms wel veertig centimeter en af en toe langer. Als ze als huisdier gehouden worden zijn ze een stuk kleiner, ongeveer vijfentwintig tot dertig centimeter. Het is vaak zo dat dieren die in gevangenschap opgroeien groter worden vanwege de betere voedingsomstandigheden. Bij de degoe gebeurt dit echter niet, men denkt dat dit te maken heeft met een grote mate van inteelt bij de dieren die in gevangenschap worden gehouden.

Degoes hebben een staart die een beetje op die van een rat lijkt. De staart van een degoe is echter kleiner en heeft haar, met aan het eind een klein kwastje (de staart van een rat is vrijwel kaal). De degoe gebruikt zijn staart om in balans te blijven.

De ogen van een degoe zijn donkerbruin, de tanden zijn oranje van kleur. De oren zijn groot en hebben de vorm van een schelp. Ze lijken op die van de chinchilla. De degoe heeft vijf vingers aan iedere poot, waaraan vrij scherpe nagels zitten. Met de voorpoten pakt de degoe dingen op en houdt er zijn voedsel mee vast, net als een rat.

Er zijn degoes gefokt met verschillende vachtkleuren, zoals: blauwe, grijze en witte degoes.

Gedrag[bewerken]

Een degoe, glinsterend van een juist genomen stofbad

Omdat de degoe veel in gevangenschap wordt gehouden, is veel bekend over het gedrag. Van zichzelf zijn degoes erg sociale en nieuwsgierige beestjes. Een degoe die individueel gehouden wordt zal al snel gebreken ontwikkelen. Daarom kan men de degoes het best in groepen houden. Degoes zijn snel geïnteresseerd. Als ze bijvoorbeeld iets zien wat ze nog niet kennen komen ze toch even een kijkje nemen. Degoes zijn heel erg actief. Het grootste deel van de dag zijn ze bezig met spelen. De degoe is dus een dagactief dier, vooral ’s morgens en ’s avonds. In de middag doen ze soms een dutje en ’s nachts ook. De degoe kan heel goed klimmen, springen en zich door de kleinste gaatjes worstelen en ze zijn ook erg snel. Als degoes de mogelijkheid hebben om te graven doen ze dit zeker. In deze kuilen leggen ze dan soms voedsel voor slechte tijden. Ze zoeken verder graag warme, donkere plekjes op.

Degoes knagen veel en maken alles stuk wat ze in hun pootjes krijgen. Dit is heel belangrijk omdat hun tanden altijd blijven doorgroeien. Om te voorkomen dat de tanden te lang worden moeten ze dus blijven knagen, bijvoorbeeld op een takje of een toiletrol. Sommige spullen gebruiken ze om hun nest mee te maken. In de natuur maken degoes ook heuvels met allerlei dingen, dit zouden vooral de mannetjes doen. Volgens sommige onderzoekers zou de degoe met de grootste hoop de hoogste positie krijgen. De degoes vechten in het wild dus niet veel met elkaar omdat ze een ander manier hebben om aanzien te krijgen. In gevangenschap zullen ze sneller een keer gaan vechten omdat ze dan niet kunnen wegvluchten zoals in het wild.

Degoes maken naar elkaar toe vaak allerlei geluidjes. Dit doen ze soms ook tegen de vaste verzorger. Deze piepjes dienen als een communicatiemiddel :

  • Zacht piepgeluidje : ze laten de ander merken dat ze elkaar lief vinden. Een mannetje doet dit vaak om aan te geven dat hij wil paren.
  • Een harde gil : dit geluid maken ze alleen als ze ergens van schrikken. Vaak reageren andere degoes hier ook op door heel stil te blijven zitten of hard weg te rennen en zich te verstoppen.
  • Hard piepgeluid : hiermee maken ze duidelijk dat ze chagrijnig zijn, als ze zich bezeren of gestoord worden bij een handeling.

Als een degoe bijt heeft dat vaak niks te maken met agressie. Een degoe is over het algemeen heel vriendelijk maar als hij dan toch bijt is dit uit nieuwsgierigheid of omdat hij in het nauw wordt gedreven. Een degoe is niet zo tam als de bekendere gedomesticeerde knaagdieren en knuffelen als met een konijn zit er niet in. Als de degoe regelmatig aandacht krijgt en rustig wordt geaaid kan men er veel plezier aan beleven.

Om inteelt te voorkomen kunnen alleen degoes die geen bloedverwanten van elkaar zijn bij elkaar gezet worden, en best op zo jong mogelijke leeftijd. Ze weten dan niet beter en hebben het gevoel dat ze familie zijn. Als ze niet op jonge leeftijd bij elkaar gezet zijn dan moeten ze apart in twee kooien worden gehuisvest, liefst met de kooien tegen elkaar zodat ze elkaar kunnen zien, horen en ruiken. Na een tijdje kunnen de degoes bij elkaar gezet worden maar er dient in de gaten te worden gehouden of het echt goed gaat. Dat ze in het begin elkaar niet echt mogen en territoriaal gedrag vertonen is niet zo’n ramp maar het moet niet op een gevecht uitlopen. Vaak gaat het tussen twee mannetjes niet goed en vooral niet wanneer er een aantal vrouwtjes bij zijn. Een vrouwtje en mannetje gaat vaak wel goed en ook twee vrouwtjes houden het vaak goed bij elkaar uit.

Geslachtsonderscheid en voortplanting[bewerken]

Bij het mannetje is de afstand tussen de geslachtsdelen en de anus groter dan bij het vrouwtje. Als het degoe-vrouwtje lichamelijk volwassen is geworden kan er eigenlijk pas mee gefokt worden, anders kan het vrouwtje lichamelijke en geestelijke problemen krijgen. Dit is ook slecht voor de jongen. Het vrouwtje is al ongeveer vanaf haar vijfenveertigste dag vruchtbaar, maar het is dus niet goed om haar dan al te laten dekken, dat kan je het beste doen als ze een jaar oud is. Het vrouwtje zou op het moment van het willen paren van het mannetje aangeven of ze er klaar voor is.

Het mannetje wil wat vaker paren dan het vrouwtje, in de meeste gevallen staat het vrouwtje dit niet toe. Ze loopt weg, en piept op lichtelijk boze toon tegen het mannetje. Slechts eens in de twee à drie weken zal het vrouwtje een dekking toestaan, hoewel dit wel per degoe verschillend is. Bij het fokken moet het vrouwtje altijd bij het mannetje gezet worden en nooit andersom.

Een degoe heeft een draagtijd van ongeveer negentig dagen. Het vrouwtje blijft actief hoewel dit wel afhangt van het aantal jongen in haar buik. Na negentig dagen komen de jongen op de wereld, vaak zit het aantal tussen de vier en tien per worp. Het mannetje kan gewoon bij het vrouwtje in de kooi blijven zitten, hij helpt namelijk mee met het grootbrengen van de jongen. Zo gaat hij bijvoorbeeld net als het vrouwtje op de jongen liggen om ze warm te houden en te beschutten. De jongen zoeken overigens liever beschutting en warmte bij hun moeder.

Na vierentwintig uur is het vrouwtje al weer vruchtbaar, maar zij moet niet meteen weer gedekt worden omdat het veel van haar lichaam vraagt en ze nog herstelt van de bevalling. Vaak regelt de natuur het zelf wel en wacht het mannetje totdat het nestje opgevoed is.

Geboorte[bewerken]

Als de jongen geboren zijn zonder complicaties, hebben ze de oogjes al open en lopen ze al snel rond om op onderzoek uit te gaan. Ze drinken de eerste paar weken ook nog veel melk bij de moeder. Na een paar weken eten de degoe-jongen al broodkruimels en proberen groenten uit. Na een week of zes kan men het geslacht bepalen. Na deze zes weken moeten ze apart worden gezet om te voorkomen dat de jonge vrouwtjes gedekt worden. De vrouwtjes zijn hier immers nog niet aan toe en kunnen eventuele jongen nog niet goed verzorgen. Als de jongen al helemaal zelfstandig eten kan hen geleerd worden om uit de hand te eten. Het is handig dit op jonge leeftijd te doen, omdat ze later dan tammer zijn wat uiteindelijk ook veel leuker is dan een diertje wat zich niet laat aanraken.

Voeding[bewerken]

Een etende degoe

Degoes zijn herbivoren en eten dus alleen groenvoer. In de vrije natuur leven zij in een omgeving waar er veel dorre takken en bladeren zijn en ze eten dus bijna alleen maar granen, grassen en zaden. Degoes in gevangenschap krijgen soms allerlei lekkernijen die niet goed zijn voor de degoe. Vaak is één van de oorzaken van ziekte slecht voedsel. Vezels zijn een heel belangrijk bestanddeel van het voedsel, ze kunnen het beste een combinatie van cavia- en chinchilla-voer krijgen. En geef altijd onbeperkt, fris hooi. Er is ook speciaal degoevoer te verkrijgen en dit voer is voor degoes gezonder dan een mix van andere dierenvoeders. Soms een beetje groenvoer kan helemaal geen kwaad, maar dit dient wel langzaam opgebouwd te worden anders kan de degoe diarree krijgen. Geef geen groente die veel suiker bevat, zoals wortels. Jonge twijgjes van de linde, ahorn en eik zijn ook lekkernijen die geen kwaad kunnen. Bied een degoe nooit zoete vruchten of andere suikerproducten aan, een degoe kan namelijk geen suiker verwerken en kan hier dus ziek van worden. Hij krijgt diabetes en kan bijgevolg staar ontwikkelen en blind worden.

Degoes hebben een maag-darmkanaal dat in beweging moet blijven net zoals dat van een konijn. Als ze langere tijd niet eten kan het gebeuren dat het maag-darmkanaal stopt met werken. Daarom is het belangrijk dat er altijd eten is. Daarnaast moet er voldoende hooi in het verblijf aanwezig zijn. Hooi eten ze ook graag en het is bovendien heel gezond, omdat het vezelrijk is, verder is hooi heel belangrijk voor de slijtage van de kiezen. Degoes stoppen pas met eten wanneer zij genoeg hebben gehad.

Voedsel zoals fruit, rozijnen en sommige groenten bevatten ook suikers dus dit moet niet al te veel gevoerd worden. Zonnebloempitten en pinda's zijn ronduit gevaarlijk, hier zitten namelijk vetten en oliën in die ook niet goed zijn voor de degoe.

Verzorging[bewerken]

De verzorging van een degoe kent zijn wekelijkse maar ook dagelijkse beslommeringen. Neemt men deze niet serieus, dan zullen de dieren langzaam wegkwijnen en sterven. Zo moet iedere week het verblijf grondig worden schoongemaakt en het substraat (bodemmateriaal) moet volledig worden vervangen. Het water van het drinkbakje of drinkflesje van de degoe dient dagelijks te worden ververst, ook het voedsel moet vers zijn en mag niet langer dan een dag in het voederbakje blijven liggen anders gaat het rotten. Zowel de waterbak of -fles als het voedselbakje moeten ook af en toe worden schoongemaakt om voedselresten en aanslag te verwijderen.

Daarnaast dient af en toe ook aan het natuurlijke gedrag gedacht te worden. Degoes klimmen en lopen graag en ze appreciëren ook wel een dutje in de zon, maar moeten wel beschikken over wat schaduwplaatsen. Ook nemen degoes graag een bad, geen waterbad maar zoals de chinchilla een zandbad. Dit doen ze om van parasieten af te komen en het is goed voor de huid. Ook dient regelmatig de gesteldheid van de dieren gecontroleerd te worden, zodat eventuele ziekten snel aan het licht komen wat de kans op herstel vergroot.

Huisvesting[bewerken]

Een metalen degoekooi

Een kooi voor de degoe moet vanwege het knaaggedrag van glas of metaal gemaakt zijn. Hout of (hard) plastic worden weggeknaagd. Er zijn wel een aantal voor- en nadelen verbonden aan een glazen of een metalen kooi.

Een metalen kooi bestaat altijd uit tralies, een glazen kooi is van volglas. Dat betekent dat een glazen kooi moeilijker te ventileren is, en bijvoorbeeld nooit in de zon mag staan. Een metalen kooi heeft weer als nadeel dat zeer makkelijk tocht kan ontstaan, waar degoes absoluut niet tegen kunnen. daarom moet de kooi altijd in een dood hoekje staan, nooit bij deuren of ramen in de buurt.

Een metalen kooi heeft verder als voordelen dat de diertjes gemakkelijk kunnen klimmen, krassen in de metalen tralies niet zo opvallen als krassen in glas en accessoires als een drinkfles en een tredmolen eenvoudig zijn te bevestigen. Een glazen kooi heeft als voordelen dat er geen substraat buiten de kooi kan komen, en glas is gemakkelijker schoon te maken dan de vele tralies van een metalen kooi. De tralies kunnen beter niet geverfd worden omdat de degoes er ongetwijfeld aan zullen knagen.

Een ander belangrijk verschil is dat een metalen kooi meestal een opening aan de zijkant heeft, glazen kooien (zoals oude aquariums) hebben een opening aan de bovenzijde. Net als cavia's en hamsters zijn roofvogels belangrijke vijanden en als een degoe van boven benaderd wordt kan het diertje schrikken en zal soms bijten.

Andere vereisten[bewerken]

Degoes zijn erg beweeglijk en daarom hebben ze behoorlijk wat ruimte nodig. De kooi moet vooral hoog zijn, minimaal vijftig centimeter. Een voordeel van een grote kooi is dat de degoes zich fijner voelen omdat ze genoeg ruimte hebben om te klauteren en zich beter kunnen terugtrekken. Zelf kan je ze ook veel meer zien bewegen en als er uitbreiding op komst is van het aantal dieren in de kooi kan dat gemakkelijk.

De inrichting van de kooi bestaat uit een voederbak en een drinkflesje. De voerbak moet wel zwaar genoeg zijn zodat ze deze niet kunnen omgooien. Het waterflesje dient liefst van glas te zijn zodat ze het niet kapot kunnen bijten. Verder moeten er in de kooi genoeg klimmogelijkheden zijn, zoals trapjes en takken.

Een degoe genietend van zijn zandbadje

Ook moeten er voldoende dingen zijn om te kunnen knagen, zoals een knaagsteen en takjes van wilgenbomen en fruitbomen. Een nestkastje in de kooi geeft de degoe de mogelijkheid zich terug te trekken, degoes schuilen graag in donkere hoekjes. Er moet ook echt een tredmolen in de kooi aanwezig zijn omdat ze graag rennen en zo hun energie kwijt kunnen.

Degoes hebben gevoelige longen, dus de bodembedekking mag niet stoffig zijn. Doordat de degoe erg beweeglijk is laat hij alles opwaaien, stro of zaagsel zijn al te stoffig voor degoes. Behalve dat er stof tussen het zaagsel zit, is het gemaakt van naaldhout dat abietinezuur bevat. Sommigen claimen dat dit de luchtwegen en lever aantast; daarnaast kunnen er allergische reacties worden opgewekt. Voorkeur verdienen houtkrullen waaronder een laagje kattenbakkorrels is gestrooid, die absorberen alles erg goed en de kooi ruikt iets langer fris. Hoe vaak de kooi verschoond moet worden hangt af van het aantal degoes dat er in zit en de grootte van de kooi. De bodembedekking kan het best iedere week worden vervangen.

Naast de bodembedekking is ook chinchillazand benodigd, omdat degoes graag in dit zand gaan liggen rollen. Hierdoor wordt hun vacht lekker schoon en er komt een mooie glans op. Door dit zand vaak te zeven of te vernieuwen kunnen ze zich steeds in schoon zand badderen. Om te vermijden dat het zand naast het badje valt moet het bakje smaller zijn aan de bovenkant. Degoes zijn ook gek op hooi waarmee ze nestjes maken en waarop ze graag knagen. Ook in het hooi mag natuurlijk geen grote hoeveelheid stof zitten.

Ziekten en aandoeningen[bewerken]

De degoe is voor weinig ziekten echt gevoelig. Net als knaagdieren kennen ze echter een scala aan mogelijke ziekten, waarvan de meest voorkomende aandoeningen de volgende zijn:

  • Infectie van de voorste luchtwegen: Te behandelen met het antibioticum enrofloxacine (baytril).
  • Longontsteking: Te behandelen met enrofloxacine:
    Een degoe met beginnende staar
  • Diabetes (suikerziekte): Symptomen zijn veel water drinken en staar. Zo nodig te behandelen met insuline. Suikerziekte is niet te genezen, maar wellicht wel te voorkomen. De degoe mag weinig suikers en vetten eten. Degoes met suikerziekte worden vaak niet zo oud.
  • Diabetes- of ouderdomsglaucoom (staar): Witte ogen kunnen niet alleen ontstaan door diabetes maar ook door ouderdom. Veel degoes krijgen staar op oudere leeftijd.
  • Darmstoornissen
  • Hartfalen
  • Shock: Te voorkomen door het vermijden van stress.
  • Zwaarlijvigheid: Te herstellen door het consequent aanhouden van een dieet (arm aan suikers en vetten) en het plaatsen van een looprad in de kooi.
  • Oververhitting: Te voorkomen door de omgevingstemperatuur beneden de 28°C te houden en de degoes de hele dag over hun zandbad te laten beschikken.
  • Afgebroken staart: Als iemand aan de staart van een degoe trekt of deze komt klem te zitten, dan kan de degoe zijn staart loslaten. Dit is in de natuur een overlevingsmechanisme en wordt autotomie genoemd. Na het losgooien van zijn staart vreet hij deze aan. De staart groeit nooit meer aan. De degoe mag om deze reden niet bij de staart worden opgepakt.

Tandaandoeningen[bewerken]

  • De tanden zijn afgebroken: Dit is in de regel niet zo'n probleem, omdat de tanden het hele leven lang blijven groeien.
  • Doorgroeiende tanden: Te behandelen door regelmatig knippen en voldoende knaagmateriaal aan te bieden, eventueel een knaagsteen.
  • De tanden zijn te lang en in de kaak gegroeid, de degoe kan daardoor niet (goed) meer eten. Als de tanden in de onderkaak zijn gegroeid moet daar zo snel mogelijk wat aan gedaan worden omdat de degoe dan niet meer kan eten. Te lange tanden kunnen veroorzaakt worden doordat de tanden niet recht boven elkaar in de mond staan, of doordat de degoe niet genoeg knaagmogelijkheden in zijn/haar kooi heeft.
  • De tanden zijn wit (in plaats van oranje): Als de tanden van de degoe wit zijn heeft deze een mondziekte waar niets aan te doen is. De degoe zal dan hoogstwaarschijnlijk niet lang meer leven. Men kan mondziektes voorkomen door steeds te zorgen voor vers en schoon water, kalkrijke voeding en een mineralenblok.

Kenmerken[bewerken]

Wie overweegt een degoe te gaan houden dient rekening te houden met de volgende kenmerken:

  • Degoes zijn enorm nieuwsgierig. Een aantal speeltjes in de kooi zijn aangeraden.
  • Degoes hebben hoofdzakelijk veel ruimte nodig in de hoogte, omdat ze graag klimmen en springen. Liefst ook nog in lengte en breedte zodat ze plaats genoeg hebben om met elkaar te stoeien.
  • Degoes stinken niet van zichzelf, daarvoor moet natuurlijk wel de kooi schoongehouden worden.
  • Degoes leven in groepen en moeten niet alleen gehouden worden: twee exemplaren is het minimum.
  • Degoes kunnen gerust een paar dagen alleen thuis gelaten worden, als er maar genoeg eten en drinken aanwezig is.
  • Als er een nestje komt hoeft het mannetje niet apart gezet te worden, hij helpt zijn vrouwtje zelfs bij de verzorging van de jongen.
  • Degoes krijgen niet zo vaak een nestje als veel andere knaagdieren.
  • Degoes bijten niet snel en zijn over het algemeen aardig.
  • Men kan een groep met alleen mannetjes houden alsook een groep met enkel vrouwtjes zonder dat dit problemen geeft.
  • Degoes zijn geen knuffeldieren. Ze worden bijvoorbeeld moeilijker tam dan een konijn of cavia. Voor kinderen zijn degoes dan ook zelden geschikt, omdat ze graag met dieren knuffelen en de degoe hier dus niet zo van houdt.
  • Degoes knagen aan alles, soms aan vingers om ze te ontdekken. Ook zullen ze in de kooi aan van alles knagen, speeltjes etc. zijn dus snel stuk. Gebruik daarom speeltjes van natuurlijke materialen zoals hout.
  • Als degoes ontsnappen wordt het een hele klus om ze weer te pakken omdat ze erg snel zijn. Verder is het niet leuk als ze aan meubilair gaan knabbelen of erger nog, aan elektriciteitskabels.
  • Doordat de degoe in de avond lang doorgaat met zijn bezigheden, kan dit soms storend zijn.

Galerij[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties