Dekgewas

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een dekgewas is een gewas dat voornamelijk verbouwd wordt om de grond te beschermen tegen de groei van onkruid of tegen winderosie (verstuiving) van de grond.

Rogge, gerst of andere grassen wordt bijvoorbeeld op stuifgevoelige grond in de bloembollenteelt gebruikt. Dit gewas wordt dan ruim voor de opkomst van het eigenlijke gewas, de bloembolgewassen, doodgespoten en sterft dan langzaam af, waardoor de bodem er nog lang bescherming van geniet.[1]

In sommige landen probeert men om de inheemse flora in te zetten als dekgewas, om zo delen van de bedreigde vegetatie weer een kans te geven. In Zuid-Afrika heeft men dat bijvoorbeeld als mogelijkheid onderzocht met inzet van soorten uit de fynbos- en renosterveld-vegetatie rond de wijngaarden in de streek van Stellenbosch. Het experiment was echter niet erg succesvol.[2]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]