Deltacommissie (1953)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Installatie van de Deltacommissie op 21 februari 1953

De Deltacommissie was een staatscommissie die op 18 februari 1953 werd ingesteld door minister van Verkeer en Waterstaat Jacob Algera na de watersnoodramp, die grote delen van vooral Zeeland en Zuid-Holland onder water zetten en bijna tweeduizend slachtoffers maakte.

Deze commissie van deskundigen moest de minister adviseren welke maatregelen er noodzakelijk waren om een volgende watersnoodramp te voorkomen. Drie dagen later werd de commissie geïnstalleerd en ging aan het werk.

De commissie bestond uit 14 deskundigen: 12 civiel ingenieurs, een landbouwkundig ingenieur en de econoom Jan Tinbergen. Voorzitter werd de directeur-generaal van Rijkswaterstaat August Godfried Maris. Secretaris was Johan van Veen die al eerder studies van het deltagebied had gemaakt. Naast hen hadden zitting:

In mei 1953 kwam de commissie met haar eerste advies: afsluiten van de Hollandse IJssel met een stormvloedkering. Vervolgens adviseerde de commissie tot afsluiting van de Oosterschelde, de Grevelingen en het Haringvliet. Het vierde advies omvatte de uitvoering van het 'Drie Eilandenplan': het verbinden van Walcheren, Noord- en Zuid-Beveland door de afdamming van het Veerse Gat en de Zandkreek. Ook stelde de commissie voor om de bestaande zeeweringen te verhogen tot deltahoogte. Het eindrapport van de Deltacommissie werd eind 1960 gepubliceerd.

Zie ook[bewerken]