Dennenprocessierups

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dennenprocessierups
Thaumetopoea pityocampa FvL.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse: Insecta (Insecten)
Orde: Lepidoptera (Vlinders)
Familie: Notodontidae (Tandvlinders)
Onderfamilie: Thaumetopoeinae (Processievlinders)
Geslacht: Thaumetopoea
Soort
Thaumetopoea pityocampa
(Denis & Schiffermüller, 1775)
Thaumetopea.pityocampa.01.jpg
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten

De dennenprocessierups (Thaumetopoea pityocampa, syn. Traumatocampa pityocampa) is de larve van een vlinder uit de familie tandvlinders (Notodontidae), onderfamilie processievlinders (Thaumetopoeinae).

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

Hij komt voor in Zuid-Europa, Midden-Europa en Noord-Afrika. De soort is in Nederland en België niet waargenomen.

Leefwijze[bewerken]

De waardplant van deze vlinder is de den. De rupsen kunnen massaal voorkomen en hebben haren die irriterend zijn voor de mens. Net als bij de eikenprocessierups lopen de rupsen vanuit een nest achter elkaar in een grote sliert op zoek naar een verpoppingsplaats. Een verschil is dat bij de dennenprocessierups de processie slechts een rups breed is, terwijl bij de eikenprocessierups meerdere rupsen zich naast elkaar voortbewegen.

Brandharen en gevolgen voor mens en dier[bewerken]

De brandharen van de rups vormen voor de mens een gevaar voor de gezondheid. De haren zijn 0,2 tot 0,3 millimeter lang. Elke rups heeft er honderdduizenden tot een miljoen van. Het zijn pijlvormige haren, die bij een bedreiging worden afgeschoten. De haren kunnen dan makkelijk de huid, de ogen en de luchtwegen binnendringen. De stoffen die van de haren afkomen veroorzaken een op allergie lijkende huiduitslag, zwellingen, rode ogen en jeuk. In de meeste gevallen verdwijnen de klachten vanzelf. Niet alle personen zijn even gevoelig voor de brandharen.

In zeldzame gevallen kunnen andere verschijnselen ontstaan, namelijk braken, duizeligheid en koorts.

De rupsen hoeven niet te worden aangeraakt om in contact te komen met de brandharen. De haartjes verspreiden zich met de wind en kunnen zo in contact komen met wandelaars of fietsers. De haren blijven ook na het vertrek van de rupsen in de nesten, die aan de stammen en dikke takken hangen, aanwezig. Na jaren kunnen deze nesten bij aanraking nog overlast veroorzaken.

Ook dieren, met name honden, kunnen last hebben van de brandharen van de rups.