Deportivo La Coruña

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Deportivo La Coruña
Estadio de Riazor.A Corunha.Galiza.jpg
Naam Real Club Deportivo
de La Coruña
Bijnaam (Súper)Depor, Los Blanquiazules, Los Turcos (De Turken)
Opgericht 2 maart 1906
Stadion Estadio Municipal de Riazor,
A Coruña
Capaciteit 34.721
Voorzitter Vlag van Spanje Tino Fernández
Trainer Vlag van Spanje Víctor Sánchez
Competitie Primera División
Teamkleuren Teamkleuren Teamkleuren
Teamkleuren
Teamkleuren
Thuiskleuren
Teamkleuren Teamkleuren Teamkleuren
Teamkleuren
Teamkleuren
Uitkleuren
Teamkleuren Teamkleuren Teamkleuren
Teamkleuren
Teamkleuren
Alternatief
Geldig voor 2015/16
Portaal  Portaalicoon   Voetbal

Real Club Deportivo de La Coruña, S.A.D., beter bekend als Deportivo of de afkorting Depor, is een Spaanse voetbalclub opgericht in 1906 en uitkomend in de Primera División. De club speelt zijn thuiswedstrijden in Estadio Municipal de Riazor in A Coruña. De succesperiode van de club begon in 1992 en leidde uiteindelijk tot onder meer een landstitel in 2000, winst van de Copa del Rey in 1995 en in 2002 (in de Bernabéu tegen Real Madrid op haar 100ste verjaardag), en een halve finale in de Champions League in 2004. Spits Roy Makaay speelde vanaf 1999 tot 2003 voor Deportivo en won in het seizoen 2002/2003 de Gouden Schoen als topscorer van Europa, waarna hij werd verkocht aan Bayern Munchen.

De club eindigde in 1993 verrassend op een derde plaats in de Primera División en zou tot en met 2004 bijna elk seizoen op een hoge positie eindigen. Per het seizoen 2004/2005 eindigde Deportivo meestal in de middenmoot, totdat het in 2011 vrij onverwacht degradeerde. Hierna volgde onmiddellijk weer promotie (2012), maar ook weer een nieuwe degradatie (2013), nieuwe promotie in 2014, en een ontsnapping op de laatste speeldag in 2015 aan nieuwe degradatie. Anno 2016 staat Deportivo in de middenmoot van de Primera División onder leiding van ex-speler Víctor Sánchez, en met sterspelers Lucas Pérez, Sidnei en Luis Alberto.

Deportivo is vooral bekend om de periode met de Braziliaanse spits Bebeto (1992-1996), het titelverlies in 1994 door de gemiste penalty van Djukic, de succesvolle periode in de Champions League tussen 2000 en 2004 (inclusief 8 wedstrijden tegen Juventus) met spelers als Makaay, Pandiani en Diego Tristán, de spectaculaire come-backs tegen Paris-Saint Germain (2001) en AC Milan (2004), de desastreuze 8-3 nederlaag bij AS Monaco (2003), en de doelpuntloze Champions League deelname in het seizoen 2004/2005.

In Europees verband heeft Deportivo drie wedstrijden tegen Nederlandse clubs gespeeld. In het Champions League seizoen 2003/2004 zaten Deportivo en PSV Eindhoven bij elkaar in de groepsfase. Deportivo won met 2-0 in Riazor, en PSV won met 3-2 in Eindhoven, wat voor de Galiciers nipt voldoende was om door te gaan en het mirakel tegen AC Milan te bereiken (El Milanazo). In het seizoen 2008/2009 won Deportivo met 3-0 van Feyenoord in de Europa League.

Inhoud

Van de oprichting tot 1988[bewerken]

José Maria Abalo bracht voetbal naar La Coruña in 1904 na in Engeland gestudeerd te hebben en hij was betrokken bij de oprichting van Deportivo de la Sala Calvet in 1906 als voorloper van het huidige Deportivo. De Spaanse koning Alfonso XIII schonk de club in 1908 het predicaat ‘Koninklijk’ (Real) en accepteerde tevens de rol van erepresident van de club die inmiddels Real Club Deportivo de La Coruña heette. In die periode verliet de club de thuisbasis Corral de la Gaiteira en verhuisde naar een stadion dat tegenwoordig met Viejo Riazor wordt aangeduid. Toen de Liga in 1928 werd opgericht kwam de club niet door de kwalificaties heen en startte het in de Segunda División. Het eerste grote succes was het elimineren van Real Madrid in 1932 in de Copa del Rey. Een andere prestatie van betekenis was de promotie naar de Primera División in 1941.

In het debuutseizoen in de hoogste afdeling (1941/1942) eindigde Deportivo op de vierde plaats. In 1944 werd het huidige Riazor in gebruik genomen. De eerste grote tegenslag was de degradatie van de club in 1945 naar de Segunda División, maar in 1950 eindigde het als tweede in de Primera División en werd de titel op de laatste speeldag aan Atlético de Madrid verspeeld. In de jaren tot 1991 zou er veel sprake zijn van promoties en degradaties.

In de jaren’50 kwamen er meerdere buitenlandse spelers naar Deportivo, waaronder de Argentijnen Corcuera en Oswaldo. Tezamen met de spelers Franco, Moll en Tino zou het aanvallende vijftal bekend worden als het Orquesta Canaro. Het was de eerste glorieuze periode van Deportivo dat geleid werd door onder meer Helenio Herrera, en met spelers als Pahiño en de latere Europees voetballer van het jaar Luis Suárez. Maar na de degradatie in 1957 zouden meerdere degradaties in een kort tijdsbestek volgen (in 1963, 1965, 1967, 1970 en 1973).

Na 1973 belandde club zelfs in de Tercera Division, en ook met Luis Suárez als coach (in 1978/1979) kon de club het tij niet keren. In de jaren’80 nam de frustratie over het uitblijven van de terugkeer naar de Primera Division alsmaar toe, evenals de financiële problemen.

1988-1992: De beginjaren onder president Lendoiro[bewerken]

In 1988 werd Augusto César Lendoiro tot president van Deportivo gekozen. Coach Arsenio Iglesias begon het seizoen 1988/1989 met een team dat enkele maanden ervoor ternauwernood aan een nieuwe degradatie was ontsnapt. Hoewel het team erg succesvol was in de Copa del Rey, was er opnieuw niet sprake van promotie, hoewel er voor het eerst in jaren weer sprake was van een positieve economische balans. In 1990 was de promotie bijna een feit, maar in de laatste play-off wedstrijd was het CD Tenerife dat promotie verdiende in Riazor na een eerder gelijkspel op de Canarische Eilanden.

Na 18 jaar zou dan eindelijk in 1991 de terugkeer naar de Primera División worden gerealiseerd. Met onder meer Miroslav Djukic in de selectie werd promotie afgedwongen in de slotfase van de laatste wedstrijd van het seizoen tegen Murcia. Onder coach Marco Antonio Boronat leek Deportivo in het seizoen 1991/1992 (met spelers als Liaño, López-Rekarte, Fran en Claudio) op weg naar handhaving toen Sporting de Gijón in maart 1992 met 5-2 verslagen werd met drie goals van Uralde. Het team stortte vervolgens echter in elkaar, en coach Arsenio Iglesias keerde terug als coach van Deportivo. De club eindigde op de zeventiende plek en was hierdoor voor de derde keer op rij veroordeeld tot play-off wedstrijden. Over twee wedstrijden werd Betis Sevilla uitgeschakeld na 2-1 winst in Riazor en een 0-0 gelijkspel in Sevilla.

1992-1995: Superdepor, de 'Djukic penalty' en de eerste prijzen[bewerken]

1992-1993: Het ontstaan van Superdepor[bewerken]

Na de turbulente voorgaande jaren zou in de zomer van 1992 de opmars naar boven beginnen welke zou aanduren tot 2004. De Brazilianen Bebeto (28) en Mauro Silva (24) sloten zich bij de selectie aan, en zouden zich twee jaar later tot wereldkampioen laten kronen met Brazilië. In La Coruña namen zij de club meteen aan de hand. Deportivo won de eerste vijf wedstrijden van het seizoen 1992/1993, inclusief 3-2 winst op Real Madrid na een 0-2 achterstand, en werd gekroond tot ‘winterkampioen’. Bebeto zou dat seizoen topscorer van Spanje worden met 29 goals, en Liaño de minst gepasseerde doelman. Uiteindelijk bleken Real Madrid en Barcelona nog een maatje te groot, maar eindigde de club op een verdienstelijke derde plaats en kwalificeerde het zich voor het eerst voor Europees voetbal.

1993-1994: Verspilde titel in de slotseconden[bewerken]

In het seizoen 1993/1994 bouwde het team op de successen voort, en bleek het in staat om spelmaker Fran Gonzalez te verleiden in La Coruña te blijven en een stap naar Real Madrid af te slaan. Dat seizoen zou berucht worden om de 'Djukic-penalty' in de slotseconden van de competitie. Erkende voetballers als Donato, Manjarín, Paco, Elduayen, Voro, Pedro Riesco en Alfredo versterkten de selectie, en na speeldag 14 zorgde een late treffer van Bebeto in de thuiswedstrijd tegen Logroñés (1-0) ervoor dat Deportivo de koppositie innam. Op de derde speeldag had het team al met duidelijke cijfers afgerekend met Real Madrid: 4-0. Na speeldag 23 in februari 1994 had Deportivo een voorsprong van vijf punten op Real Madrid en zes punten op FC Barcelona. Een week ervoor had Deportivo nog met 2-0 bij Real Madrid verloren, en eind februari verloren de Galiciërs met 3-0 bij FC Barcelona. De algehele verwachting was dat Deportivo opnieuw onder de druk zou bezwijken, en FC Barcelona coach Johan Cruyff begon de media in te zetten om de druk op Deportivo op te voeren. Na de 2-1 winst van Deportivo op speeldag 32 tegen Atlético de Madrid zei Cruyff: "Deportivo kan niet meer dan dit doen, het heeft haar potentieel bereikt. Met iets minder fysieke en psychologische inspanning had het niet gewonnen. Wij, in tegenstelling tot zij, winnen onze wedstrijden zonder maximale inspanning".[1] Een ludiek antwoord van de Deportivo supporters waren de Chupa Chups lollies die in alle maten in Riazor te zien waren, als verwijzing naar de lollies die Johan Cruyff gebruikte als alternatief voor zijn sigaretten.

Real Madrid zou dit seizoen echter niet tot om de titel blijven spelen, nadat het begin april 1994 binnen acht dagen tweemaal verloor en eenmaal gelijkspeelde. Barcelona hield de race echter wel vol doordat het nog maar twee keer gelijkspeelde na de winst op Deportivo en alle andere wedstrijden won. Deportivo leek echter niet te bezwijken en zou zelf ook niet meer verliezen na de nederlaag in Nou Camp. Op speeldag 34 werd de thuiswedstrijd tegen Tenerife gebruikt door de supportersgroep Riazor Blues om gratis Chupa Chups lollies aan het hele stadion uit te delen, en zorgden twee goals van Claudio ervoor dat er met 2-0 werd gewonnen. Het gat met FC Barcelona bleef op dat moment drie punten, met nog vier wedstrijden te spelen. De Galiciërs verspeeldde een gedeelte van die marge na doelpuntloze wedstrijden bij Lleida en thuis tegen Rayo Vallecano. Op zaterdag 7 mei 1994 speelde FC Barcelona een cruciale wedstrijd bij aartsrivaal Real Madrid, en won een kwartier voor tijd dankzij Amor (0-1). Het nam hiermee een punt voorsprong op Deportivo, dat de volgende dag echter weer eens won: 0-2 bij Logroñés.

Deportivo was daarmee opnieuw koploper met een punt voorsprong op FC Barcelona, en wist dat winst thuis op Valencia tot de titel zou leiden. Valencia (onder leiding van Guus Hiddink) stond zevende en maakte geen kans meer op Europees voetbal. FC Barcelona kreeg de nummer vijf Sevilla op bezoek, dat de punten zelf hard nodig had om deze plek te behouden en daarmee UEFA Cup voetbal veilig te stellen. Sevilla nam vlak voor rust zelfs een 1-2 voorsprong in Nou Camp, waardoor de 0-0 ruststand van Deportivo tegen Valencia voldoende perspectief leek te bieden voor de titel. FC Barcelona nam echter zelf twintig minuten voor tijd definitief afstand van Sevilla en zou uitlopen tot 5-2. Deportivo kreeg in de 88e minuut een penalty toegewezen na een overtreding op verdediger Nando, maar de poging van verdediger Djukic werd in de 90e minuut klemvast gepakt door doelman González van Valencia. Na anderhalve minuut blessuretijd was de wedstrijd afgelopen, en was FC Barcelona kampioen geworden op doelsaldo. Het feit dat Valencia erg fanatiek het gelijkspel verdedigde, en diverse spelers (waaronder keeper González) uitbundig de gestopte penalty vierden, leidde tot volop speculatie over premies van FC Barcelona. Dit werd uiteindelijk in 2008 door verdediger Giner toegegeven.[2].

Doelman Liaño was dat seizoen opnieuw de minst gepasseerde doelman van Spanje, en in 27 van de 38 wedstrijden kreeg Deportivo geen tegengoals. Het team won 22 wedstrijden (net als in het seizoen 1992/1993) en verloor slechts viermaal. De 18 tegengoals in dat seizoen is een all-time laagterecord in de Spaanse Primera División. Omgerekend naar 3 punten per wedstrijd behaalde Deportivo 78 punten; in 2000 zou Deportivo uiteindelijk kampioen worden met 69 punten.

1994-1995: Winst van de Copa del Rey[bewerken]

Het seizoen 1994/1995 zou de eerste prijs ooit voor een Galische club opleveren: op 27 juni 1995 won Deportivo de Copa del Rey tegen Valencia, nadat de wedstrijd op 24 juni 1995 vanwege hevige regenval was gestaakt in de tweede helft. In de eerste helft had Manjarín de Galiciërs een 1-0 voorsprong gegeven in het uitverkochte Bernabéu stadion (95.000 toeschouwers). Valencia aanvaller Mijatovic scoorde in minuut 70 de gelijkmaker, waarna de wedstrijd in minuut 79 werd gestaakt. Na de hervatting drie dagen later was het middenvelder Alfredo die binnen een minuut de 2-1 maakte, wat uiteindelijk de winnende treffer bleek te zijn.

In de competitie bleek Deportivo de enige club in staat om enige tegenstand te bieden aan de uiteindelijke kampioen Real Madrid, dat na vier kampioenschappen van FC Barcelona (onder Cruyff) eindelijk weer een de Spaanse titel won. Op speeldag 10 (november 1994) won Deportivo met 3-1 van Real Sociedad en nam het de koppositie in, maar verloor deze definitief een week later na een 2-0 nederlaag bij Real Oviedo. In maart 1995 was Deportivo na aan 0-1 thuisnederlaag tegen Atlético de Madrid verder weggezakt en stond het vierde met zeven punten achterstand op Real Madrid. Maar in de negen wedstrijden erna zette Deportivo een sterkte serie neer met zes overwinningen (onder meer thuis tegen FC Barcelona en uit bij Celta en Valencia) en drie gelijke spelen. Dat zorgde ervoor dat bij aanvang van de wedstrijd Real Madrid - Deportivo op speeldag 35 het gat nog maar vier punten was. Winst van Deportivo zou het gat tot twee punten verkleinen, waarna Real Madrid nog onder meer tegen het hooggeklasseerde Betis Sevilla zou moeten spelen. Een late treffer van Iván Zamorano zorgde er echter voor dat Real Madrid met 2-1 won en daardoor voor het eerst sinds 1990 weer Spaans kampioen werd. Deportivo verzekerde zich in het restant van het seizoen van de tweede plaats door 5-0 winst op Logroñés en een 2-8 uitoverwinning bij Albacete Balompié. Met deze tweede plaats eindigde Deportivo voor het derde seizoen op rij bij de bovenste drie plekken. In de zomer van 1995 nam Deportivo revanche op Real Madrid door de Supercopa te winnen en de kampioen twee keer te verslaan (3-0 thuis en 1-2 uit).

1995-1998: De eerste terugslag[bewerken]

1995-1996: De ontmanteling van Superdepor[bewerken]

De succesperiode onder coach Arsenio Iglesias werd in 1995 afgesloten en hij werd opgevolgd door John Benjamin Toshack. De coach stond bekend om zijn goede prestaties met beperkte middelen. Voor het eerst sinds 1969 won het team het eigen Teresa Hererra toernooi (dankzij een 2-0 zege in de finale op Real Madrid). En na de winst in de Supercopa (na twee nieuwe zeges op Real Madrid) werd de eerste competitiewedstrijd moeiteloos met 3-0 van Valencia gewonnen. Deportivo was ineens de topfavoriet om de competitie te winnen. Maar daarna ging het mis, gekenmkerkt door een genadeloze 4-0 nederlaag bij streekgenoot Compostela. In oktober 1995 stond het team op de twaalfde positie, hoewel Deportivo af en toe nog excelleerde zoals tegen Apoel Nicosia (8-0 in de Europacup 2) en Albacete (5-0, met alle goals door Bebeto). Een opleving in de wintermaanden zorgde onder meer voor een 3-0 overwinning op Real Madrid (en daarmee de vierde in een paar maanden tijd) en een 1-1 gelijkspel bij FC Barcelona. In de halve finale van de Europacup II bleek Paris-Saint Germain te sterk te zijn, en het seizoen ging als een nachtkaars uit met Deportivo in de middenmoot.

1996-1997: Het jaar van Rivaldo[bewerken]

Het seizoen 1996-1997 zorgde voor een grotere opleving, wat met name te danken was aan de komst van de Braziliaan Rivaldo. Daar tegenover stond echter het vertrek van onder meer Bebeto. Deportivo startte erg sterk en was in december 1996 nog ongeslagen na 17 wedstrijden. De sterke defensie werd aangevuld met de doelpunten van Corentin Martins en Rivaldo. De club deed in de winter grote investeringen in Flávio Conceicao, Hélder en Renaldo. De komst van Nuno was de allereerste transfer van spelersmakelaar Jorge Mendes. In januari 1997 ging het echter mis met een late nederlaag tegen FC Barcelona (0-1), de aankondiging van Toshack dat hij na het seizoen zou stoppen, meerdere malen puntenverlies in de competitie, en uitschakeling in de Copa del Rey tegen Espanyol. Assistent-coach José Manuel Corral nam het tijdelijk over, en onder zijn leiding speelde Deportivo onder meer een thuiswedstrijd in Santiago de Compostela vanwege een munt-incident in een eerdere wedstrijd tegen Tenerife. Onder de nieuwe coach Carlos Alberto Silva was er een opleving (met name dankzij de doelpunten van Rivaldo), en het team eindigde alsnog op de derde plaats. Rivaldo zou in totaal 21 competitie-doelpunten scoren, en doelman Jacques Songo'o was de minst gepasseerde doelman van de Spaanse competitie en won daarmee de Trofeo Zamora.

1997-1998: Van titelkandidaat tot degradatiezorgen[bewerken]

In de zomer van 1997 voegde Deportivo met Djalminha en Luizão twee nieuwe Braziliaans spelers toe aan de selectie. Het team werd voortgebouwd op de derde plek van het vorige seizoen en had een zeer succesvolle voorbereiding, maar in de sloturen van de transfermarkt werd Rivaldo voor $27 miljoen weggekocht door FC Barcelona volgens een clausule in zijn contract. Alleen de spelers Ronaldo (naar Inter Milan) en Denilson (naar Betis Sevilla) waren tot op dan op de transfermarkt voor een hoger bedrag verkocht. Voor Deportivo was er geen tijd om een vervanger te halen, en het gemis van Rivaldo bleek een te grote slag te zijn. Het team zou in het seizoen 1997/1998 nooit hoger komen dan plek elf, en werd al in de eerste ronde van de UEFA Cup uitgeschakeld door Auxerre. In oktober 1997 werd coach Silva ontslagen, en wederom nam José Manuel Corral het over. Ditmaal zou het tot het einde van het seizoen duren. In de winterperiode deed president Lendoiro twee urgente aankopen in Zuid-Amerika met de aanvallers Abreu en 'Manteca' Martínez, maar dat bleek achteraf weggegooid geld. In de Copa del Rey was er uitschakeling tegen Segunda División club Alavés. Tegen het einde van het seizoen was er een ontluisterende 2-6 nederlaag tegen streekgenoot Compostela, en het team eindigde op de veertiende plek.

1998-2005: Het Eurodepor van Javier Irureta[bewerken]

In de zomer van 1998 bouwde Deportivo aan een nieuw team (met onder meer de verdedigers Romero en Manuel Pablo) dat ditmaal succesvoller dan ooit zou zijn. De Baskische coach Javier Irureta kwam over van streekgenoot Celta de Vigo en zou maar liefst zeven seizoenen aanblijven. In die periode werd de titel gewonnen, eenmaal de Copa del Rey, tweemaal de Supercopa, bereikte het team de halve finale van de Champions League, kwalificeerde het zich elk seizoen voor Europees voetbal, en maakte het bovenal veel indruk door de prestaties met beperkte middelen.

1998-1999: Terugkeer in de sub-top[bewerken]

In het eerste seizoen onder Irureta ging niet alles meteen soepel. In januari 1999 werd thuis met 1-2 van Racing de Santander verloren en het team stond slechts op de twaalfde plaats. Ternauwernood werd uitschakeling in de Copa del Rey tegen Sporting de Gijón voorkomen. Op dat moment stond de Argentijn ‘Turu’ Flores op als de nieuwe ster. Mede dankzij zijn 13 goals (tussen 17 januari en 25 april 1999) werden Celta de Vigo en Mallorca in de Copa del Rey uitgeschakeld, en werd er in de eerstvolgende elf wedstrijden nog maar één keer verloren. Real Madrid werd in die periode met 4-0 vernederd. In de halve finale van de Copa del Rey ging het echter mis tegen Atlético de Madrid, en kwalificatie voor de Champions League werd op de laatste speeldagen verspeeld. Niettemin eindigde het team als zesde en kwalificeerde zich zo weer voor de UEFA Cup.

1999-2000: De Spaanse titel[bewerken]

In 1999 bouwde de club voort op het nieuwe succes en werden onder meer de jonge aanvallers Roy Makaay en Víctor Sánchez aangetrokken. Zij bleken de ontbrekende sleutels om het team de ultieme bekroning te geven: het winnen van de Spaanse competitie. Makaay scoorde in de eerste wedstrijd tegen Alavés meteen een hattrick (4-1), maar eind september 1999 stond het team nog slechts zevende na een thuisnederlaag tegen Numancia. Uitschakeling in de UEFA Cup tegen Stabaek werd nipt voorkomen. Daarna begon het team te draaien, en won het zeven keer op rij waaronder tegen FC Barcelona (2-1), Atlético de Madrid (1-3) en streekgenoot Celta de Vigo (1-0). Na een wervelende show op 21 november 1999 tegen Sevilla (5-2) nam Deportivo de eerste positie van de ranglijst in. In de UEFA Cup werden Montpellier en Panathinaikos uitgeschakeld, Mallorca werd geelimineerd in de Copa del Rey, en in de competitie werd een gat geslagen van acht punten.

In het begin van 2000 ging het echter weer mis. Na onder meer een 0-3 thuisnederlaag tegen Racing de Santander liep Real Zaragoza in de competitie in tot op twee punten, en FC Barcelona tot op vier punten. Osasuna uit de Segunda División bleek de meerdere te zijn in de Copa del Rey, en Arsenal schakelde Deportivo uit in de UEFA Cup. Maar het team hervond zich net op tijd. Real Madrid werd met een 5-2 nederlaag naar huis gestuurd, hoewel door een 2-1 nederlaag bij FC Barcelona de Catalanen onder leiding van Louis van Gaal tot op twee punten naderden. Na speeldag 34 had Deportivo een voorsprong van vijf punten op FC Barcelona. De situatie leek echter precair te worden voor Deportivo door de 0-3 winst van de Catalanan bij Atlético de Madrid, en de 2-1 nederlaag van Deportivo in de derby bij Celta. Na 35 speeldagen was het gat daardoor nog maar 2 punten, en kwam Zaragoza als nummer drie naar Riazor (met een achterstand van vijf punten op Deportivo). Maar waar middenmotor Rayo Vallecano in 1994 een cruciale rol speelde door in de slotfase van de competitie een punt bij Deportivo te pakken, verraste het Barcelona op speeldag 36 met een 0-2 overwinning in Nou Camp. Een dag later vond de wedstrijd tussen Deportivo en Zaragoza plaats, waarbij winst voor de bezoekers ervoor zou zorgen dat alle vijf de achtervolgende teams nog een kans op de titel zouden maken. Een 0-1 voorsprong van Zaragoza na rust werd door Deportivo omgezet naar een 2-1 voorsprong, waarna Djalminha uit het veld werd gestuurd en Zaragoza vrij snel gelijkmaakte. Met hangen en wurgen trok Deportivo het gelijkspel over de streep, en liep daarmee zelfs een punt uit op de belangrijkste achtervolger FC Barcelona. Had FC Barcelona gewonnen van Rayo Vallecano dan was Deportivo de koppositie kwijt geweest.

Met de wetenschap dat de laatste thuiswedstrijd tegen het al uitgespeelde Espanyol zou plaatsvinden, speelde Deportivo zeer behoudend bij Racing de Santander (0-0). Dat FC Barcelona de strijd echter al leek te hebben opgegeven toonde het nieuwe puntenverlies bij Real Sociedad aan: 0-0. Van de overige clubs kon alleen nog Zaragoza aanhaken dankzij een 3-2 overwinning op Málaga. De overige achtervolgers (Valencia, Alavés en Real Madrid) haakten definitief af na speeldag 37. Doordat Deportivo nu met 3 punten voorsprong de laatste speeldag inging zou het aan een punt tegen Espanyol voldoende hebben om kampioen te worden. Een overwinning van Espanyol bleek al snel ingwikkeld te worden dankzij snelle goals van Donato en Makaay voor Deportivo. Ondertussen deed Deportivo's aartsrivaal Celta haar plicht door met een 0-2 voorsprong in Nou Camp de rust in te gaan. Zaragoza bleef aangehaakt door een 0-1 voorsprong bij Valencia. In Riazor liep de wedstrijd van Deportivo echter probleemloos af en liet het team zich niet beinvloeden door de snelle come-back van FC Barcelona vlak na rust (2-2). Dat zou ook de eindstand in Nou Camp worden, terwijl Zaragoza uiteindelijk met 2-1 bij Valencia verloor en daarmee afstand deed van de derde plaats. Na 94 jaar was Deportivo voor het eerst kampioen van Spanje geworden, en het kwalificeerde zich meteen voor het eerst voor de Champions League. Met 22 doelpunten had Roy Makaay een groot aandeel in de titel. Doordat Deportivo in de eindstand een gat van vijf punten met FC Barcelona en Valencia had, bleek achteraf dat zelfs een nederlaag tegen Espanyol voldoende zou zijn geweest voor de titel.

Waar Deportivo in dat seizoen van kon profiteren was de ongekende nivellering van de Primera Divisón. Tussen kampioen Deportivo (69 punten) en nummer zes Alavés (61 punten) zat slechts een verschil van 8 punten. FC Barcelona behaalde in de jaren 2000-2003 nooit meer dan 64 punten, en Real Madrid behaalde in het seizoen 1999/2000 slechts 62 punten. Dat waren er slechts een paar minder dan de 63 punten in 1997/1998 en de 68 punten in 1998/1999. Deportivo is met 69 punten dan ook tot heden de kampioen met de minste punten sinds de toekenning van drie punten aan een overwinning in 1995. Tweede op die lijst is het kampioenschap van FC Barcelona in 1997/1998 met 74 punten. In het seizoen voor de titelwinst van Deportivo behaalden de Galiciërs 63 punten en eindigen daarmee op een zesde plek. Het contrast qua nivellering toonde het seizoen 2011/2012 aan, toen Real Madrid als eerste club de 100 punten behaalde (en een record neerzette met 121 goals) en daarmee een gat had van 45 punten met de nummer zes Levante. Dat de nivellering van de Spaanse competitie in die periode een sterkte bleek toont onder meer de Champions League finale van 2000 aan die door Real Madrid met 3-0 werd gewonnen van Valencia. FC Barcelona was in de halve finale uitgeschakeld door Valencia. Een jaar later verloor Valencia opnieuw de Champions League finale (ditmaal na strafschoppen van Bayern Munchen), en was Real Madrid in de halve finale gestrand op de zuid-Duitsers. De clubs Mallorca en Celta de Vigo hadden in 1999/2000 de kwartfinale van de UEFA Cup bereikt. Alavés zou in het seizoen 2000/2001 de UEFA Cup finale na verlenging met 5-4 van Liverpool verliezen.

2000-2001: Succesvol debuut in de Champions League[bewerken]

Deportivo zou zich vijf keer achter elkaar voor de Champions League kwalificeren tussen 2000 en 2004. Om daarin een goed figuur te slaan deed de club in de zomer van 2000 grote uitgaven. Van het gedegradeerde Atlético de Madrid werden Molina, Capdevila en Valerón overgenomen. Daarnaast arriveerde onder meer de aanvallers Walter Pandiani en Diego Tristán. Een vierde trofee werd in die periode aan de prijzenkast toegevoegd met het winnen van de Supercopa tegen Espanyol.

De Champions League groep met Panathinaikos, Hamburger SV en Juventus werd met een eerste plaats probleemloos overleefd, en ook in de competitie ging het vrij soepel. Tot 4 november 2000 werd er slechts eenmaal verloren (3-0 bij Real Madrid). Hoewel Deportivo in december 2000 de eerste plek in de competitie veroverde en in Europa indruk maakte met een 1-3 overwinning bij Paris-Saint Germain, kwam daarna een bijna gebruikelijke terugval. Het team verloor thuis met 0-1 van AC Milan, werd in de Copa del Rey wederom uitgeschakeld door een club uit de Segunda División (ditmaal door Tenerife) en behaalde slechts vier van de mogelijke twaalf punten in de competitie. Op 27 februari 2001 schreef Deportivo geschiedenis door in de slotseconde met 2-3 bij FC Barcelona te winnen. Een week later had het een monsterscore kunnen behalen in de thuiswedstrijd tegen Real Madrid, maar een mirakel hield de Madrilenen op de been (2-2). Deportivo raakte daarmee definitief het zicht op de eerste positie kwijt. In Europa was vervolgens een wonder nodig na een onnodige 1-0 nederlaag bij Galatasaray. De Turken werden probleemloos in Riazor met 2-0 verslagen, maar een 0-3 achterstand in de thuiswedstrijd tegen Paris-Saint Germain leek fataal te worden. Dankzij drie doelpunten van Pandiani en een goal van Tristán werd de wedstrijd alsnog gewonnen (4-3) en kon Deportivo dankzij een Panenka-penalty van Djalminha bij AC Milan (1-1) zich alsnog kwalificeren voor de kwartfinale. In die ronde behaalde het team bijna opnieuw een wonder na een 3-0 nederlaag bij Leeds United, maar de 2-0 thuisoverwinning bleek te weinig. Daarmee was de laatste kans op een prijs voor Deportivo verkeken. Diego Tristán werd topscorer voor Deportivo met 19 goals, en ook Roy Makaay stond hoog in het klassement met 16 doelpunten.

2001-2002: Consolidatie in Europa en de Centenariazo[bewerken]

De enige aankoop van naam voor het seizoen 2001/2002 was middenvelder Sergio González die van Espanyol overkwam. In de Champions League werd voor het eerst van een grote club gewonnen dankzij late goals van Pandiani en Naybet tegen Manchester United (2-1). De impact was nog groter toen het team ook een overwinning op Old Trafford kon noteren dankzij twee goals van Tristán en één van Sergio. Al na vijf speeldagen in de Champions League groep was Deportivo gekwalificeerd voor de volgende ronde. In de competitie eindigde het team het jaar 2001 als koploper en het team maakte opnieuw indruk tegen een Engelse club met een 2-0 overwinning op Arsenal. Maar rondom de jaarwisseling ging het opnieuw fout. Na een 3-0 nederlaag bij Valladolid zakte het team zelfs naar een zevende plaats op de ranglijst. In Europe herpakte het team zich met een 0-0 gelijkspel bij Juventus en een 2-0 overwinning thuis tegen de Italianen, die in eigen land de titel zouden winnen dat seizoen. De meeste indruk maakte echter de 0-2 overwinning op Highbury bij Arsenal waarmee het team zich opnieuw kwalificeerde voor de kwartfinale van de Champions League. De Engelsen zouden dat seizoen zowel de FA Cup als de FA Premier League winnen.

Het hoogtepunt van het seizoen 2001/2002 zou de finale van de Copa del Rey op 6 maart 2002 blijken te zijn. Deportivo had een vrij gemakkelijke route naar de finale met Marino, Leonesa, een ronde met L'Hospitalet die niet doorging (vanwege het type veld van de Catalanen), Valladolid en Figueres. In de finale wachtte echter Real Madrid dat door de Spaanse voetbalbond in staat was gesteld om de finale in eigen stadion te spelen exact op de honderdste geboortedag van de club. Met snelle goals van Sergio en Tristán nam Deportivo echter de leiding, en gaf het dit niet meer uit handen (1-2). De overwinning van Deportivo gaat sindsdien door het leven als de Centenariazo. In Europa ging het echter wederom mis in de kwartfinale. Manchester United (de Engelse kampioen van 1999, 2000 en 2001) had geleerd van de eerdere nederlagen in het seizoen en won met 0-2 in Riazor, en maakte het karwei af op Old Trafford (3-2). Drie wedstrijden voor het einde werd ook de kans op de Spaanse titel verspeeld door een 1-0 nederlaag bij Valencia, dat kampioen zou worden. Maar ten koste van Real Madrid werd wel op de laatste speeldag wederom de tweede plek veilig gesteld dankzij een 3-0 overwinning. Tristán eindigde in de Spaanse competitie als topscorer met 21 goals.

2002-2003: Roy Makaay als topscorer van Europa[bewerken]

Het seizoen 2002/2003 startte met opnieuw winst van de Supercopa, ditmaal tegen Valencia (3-0 en 0-1). Deportivo had zich flink versterkt met Jorge Andrade, Albert Luque en ‘Toro’ Acuña voor een totaalbedrag van €38 miljoen. De competitie startte in mineur met een 2-4 thuisnederlaag tegen Betis Sevilla en een serieuze blessure voor Jorge Andrade, maar de stemming sloeg volledig om op 18 september 2002. Op die dag scoorde Roy Makaay een hattrick (met twee assists van Valerón) en won Deportivo met 2-3 bij Bayern München. Het was de eerste winst ooit van een Spaanse club in München, en ook de eerste keer dat Bayern drie goals tegen kreeg in een Europese thuiswedstrijd. In de thuiswedstrijd die volgde tegen Valladolid liep Valerón echter een serieuze blessure op, en raakte het team uit balans. AC Milan won daarna gemakkelijk in Riazor (0-4), en ook wedstrijden tegen Racing de Santander, Villarreal en Lens werden verloren. In de competitie zakte het team naar de negende plek. De come-back kwam in de Europese thuiswedstrijd tegen Bayern München, die werd gewonnen door een late goal van Makaay: 2-1. Met een 1-2 overwinning bij het al gekwalificeerde AC Milan drong Deportivo voor derde keer op rij door tot de tweede groepsfase.

Het door blessures en schorsingen geplaagde team klom toch begin januari 2003 op naar de derde plek in de competitie, op zeven punten van koploper Real Sociedad. Maar in de Champions League lukt het dit seizoen niet. Een 2-0 voorsprong werd thuis tegen Juventus weggegeven (2-2), en bij Manchester United werd kansloos met 2-0 verloren. Ook bij FC Basel werd verloren (1-0), hoewel de 1-0 thuisoverwinning tegen de Zwitsers nog enige hoop gaf. Maar een 1-2 voorsprong in de vijfde wedstrijd tegen Juventus werd in de slotfase weggeven (3-2) waardoor uitschakeling al een feit was. Ook in de Copa del Rey ging het mis na een 2-3 nederlaag in Riazor tegen Mallorca, en een 1-1 gelijkspel op het eiland. De terugkeer van de geblesseerde Valerón, en de van kanker herstelde Molina, gaf het team echter een boost om voor de laatste kans in de competitie te vechten. Vanaf februari 2003 werden zeven van acht wedstrijden gewonnen, waaronder de toppers tegen Real Sociead (2-1) en FC Barcelona (2-4). Op 10 mei 2003 werd zelfs de eerste plek veroverd na een 0-2 overwinning op Málaga, op één punt gevolgd door Real Madrid en Real Sociedad. Toen ging het echter alsnog mis door nederlagen tegen Valencia (1-2) en Celta de Vigo (3-0), en Deportivo eindigde als derde. Hoewel het team het seizoen zonder prijzen eindigde, en eerder dan ooit was uitgeschakeld in de Champions League, kon de club terugblikken op opnieuw een seizoen in de top van het Spaanse en Europese voetbal. De bekroning daarvan was dat Makaay als Europees topscorer werd gekroond met 29 goals in de Liga, 9 in de Champions League, en 1 in de Copa del Rey. Het leverde hem een transfer van €19 miljoen naar Bayern München op.

2003-2004: Het mirakel tegen AC Milan (El Milanazo)[bewerken]

De zomer van 2003 was de meest rustige op de transfermarkt voor Deportivo sinds 1991, een teken aan wand van de toenemende economische problemen. De enige veldspeler die werd aangetrokken was de transfervrije Pedro Munitis van Real Madrid. Daartegenover stond het vertrek van onder meer Donato. Door de derde plek in het vorige seizoen was Deportivo genoodzaakt om voorrondes voor de Champions League te spelen, waarbij een 1-0 overwinning op Rosenborg ternauwernood voldoende was na de 0-0 in Noorwegen. Maar voor de vierde keer op rij zou Deportivo deelnemen aan de Champions League. Walter Pandiani bleek de natuurlijke vervanger van Makaay, en scoorde acht wedstrijden op rij. In Europa had het team vier punten na twee wedstrijden, maar in de competitie moest het de koppositie na enkele weken overlaten aan Valencia. Die werd echter enkele weken later weerd teruggepakt na 2-1 winst op Valencia en de derde overwinning ooit van Deportivo in Nou Camp (2-4). In november ging het echter goed mis. In de competitie zakte het team weg naar een derde plek, en in de Champions League werd met maar liefst 8-3 bij AS Monaco verloren. Toch was er opnieuw kwalificatie voor de volgende ronde na een minimale nederlaag bij PSV Eindhoven (3-2) waardoor de Galiciërs op doelsaldo door gingen. Maar de titelkansen gingen vrijwel verloren na een 2-1 nederlaag bij Real Madrid, met enkele dubieuze beslissingen van de scheidsrechter.

Atlético de Madrid schakelde vervolgens Deportivo uit in de Copa del Rey, maar in de competitie raakte het team weer op stoom met onder meer een 0-5 overwinning bij streekgenoot Celta de Vigo en een 4-1 overwinning tegen Real Zaragoza. In de Champions League van het seizoen 2003/2004 was de tweede groepsfase afgeschaft, en Deportivo lootte een oude bekende met Juventus in de knock-out fase. Na een verdiende 1-0 thuisoverwinning was het Pandiani die de enige goal in de return scoorde, en daarmee de eerste overwinning ooit van Deportivo bij Juventus realiseerde. Ondertussen ging het in de competitie definitief mis. Het herleefde Barcelona won met 2-3 in Riazor, en ook Valencia nam revanche voor een eerdere nederlaag en won met 3-0. In de kwartfinale van de Champions League wachtte de titelverdediger, en opnieuw een oude bekende: AC Milan. Voor de derde keer in vier seizoenen speelden beide teams tegen elkaar in een dubbele ontmoeting. In San Siro was de start veelbelovend voor Deportivo na de goal van Walter Pandiani, maar rondom de pauze sloeg Milan hard terug met vier goals (4-1). De return op 7 april 2004 werd algemeen als een formaliteit beschouwd, maar na 90 minuten had Deportivo het onmogelijke gepresteerd door AC Milan alle hoeken van het veld te laten zien: 4-0. Voor het eerst in de geschiedenis van de Champions League maakte een team een achterstand van drie goals uit de heenwedstrijd ongedaan, en dat ook nog eens in een kwartfinale tegen de titelverdediger.

Dat seizoen bleek achteraf voor Deportivo een unieke kans om de Champions League te winnen, maar de Galiciers bleken niet opgewassen tegen het FC Porto van José Mourinho. In de bloedeloze 0-0 in Porto kreeg verdediger Jorge Andrade een curieuze rode kaart, en zijn vervanger (César Martín) veroorzaakte in de return een penalty die de beslissing bleek te zijn: 0-1. FC Porto zou dat seizoen de Champions League winnen. Met alle ogen vervolgens op de competitie gericht bleek het team opnieuw in staat om de derde plek te bereiken, vóór Real Madrid.

2004-2005: De aftakeling[bewerken]

Dat het sprookje voor Deportivo niet eeuwig kon duren toonde de transferzomer van 2004 al aan. Net als in het jaar ervoor kreeg trainer Irureta geen nieuwe spelers van betekenis om te kunnen doorselecteren, ondanks dat spelers als Maniche, Mascherano, Eto'o en Saviola aan de club werden gelinked. Sterker nog, op de salarispost werd flink bespaard door het vertrek van onder meer Naybet, Djalminha, Djorovic, en vele andere spelers. Uiteindelijk werd voorkomen dat Albert Luque een stap maakte naar FC Barcelona. In de voorronde van de Champions League werd het 0-0 bij het kleine Shelbourne, en pas na 60 minuten werd de score in Riazor geopend wat leidde tot een 3-0 overwinning.

Negatieve berichten gingen echter de boventoon voeren. Deportivo had last-minute de middenvelder Aciari van Murcia willen aantrekken, maar slaagde daar niet in vanwege finánciele problemen. Daarbij kwam de aanklacht van Fran tegen de club vanwege finánciele geschillen. Luque en Pandiani haalden vervolgens het nieuws vanwege een ruzie op de training. Het was een teken aan de wand dat Irureta de controle op zijn spelersgroep aan het verliezen was. Op 22 september 2004 liet Valencia geen spaan heel van Deportivo in Riazor (1-5), en ook in de Champions League ging het vrijwel meteen mis met een 0-0 gelijkspel thuis tegen Olympiakos Piraeus, en een 2-0 verlies bij AS Monaco. Hét hoogtepunt van het seizoen vond plaats in oktober 2004 toen het team voor het eerst in 49 jaar in de competitie won bij Real Madrid: 0-1. Hoewel het team een stormloop van Liverpool op Anfield Road overleefde (0-0), bleek de thuisnederlaag (0-1) tegen de Engelsen fataal. De volgende klap was uitschakeling in de Copa del Rey tegen het kleine Elche. Hoewel het team nog tot de achtste plek in de competitie zou reiken, eindigde de Champions League campagne in mineur met een 1-0 nederlaag bij Olympiakos Piraeus, en een ontluisterende 0-5 nederlaag tegen AS Monaco. Hiermee werd Deportivo het eerste team in de geschiedenis van de Champions League dat niet scoorde tijdens de eerste groepsfase. Deportivo eindigde het jaar 2004 op plek dertien en op twintig punten achterstand van FC Barcelona.

In de wintermaanden was er sprake van twee selectiewijzigingen. Walter Pandiani rebelleerde met opmerkingen richting Irureta, en werd uitgeleend aan Birmingham City. Daarentegen kwam Fabricio Coloccini de selectie versterken. In het restant van de competitie was er de bijna traditionele overwinning op Real Madrid (2-0). Toen zelfs kansen op UEFA Cup voetbal echter verkeken leken, maakte de officiale krant van Deportivo bekend dat Irureta aan het einde van het seizoen zou vertrekken. Het team kon zich zelfs niet meer voldoende motiveren voor de laatste wedstrijd van Mauro Silva en Fran in Riazor, en verloor kansloos met 0-3 van Real Mallorca. Deportivo had uiteindelijk een eigen goal van Numancia’s Juanpa nodig om op de slotdag een 1-1 te behalen dat voldoende was voor de achtste plek, welke recht gaf op Intertoto voetbal. Het was niet alleen Irureta’s laatste seizoen bij Deportivo, maar ook zijn slechtste, en bijna even slecht voor Deportivo als het dramatische seizoen 1997/1998.

2005-2007: Achteruitgang onder Caparrós[bewerken]

De successen van de periode 1992-2004 bleken onder Joaquín Caparrós niet herhaalbaar en Deportivo werd een bleke middenmotor die zelfs flirtte met degradatie, en dit uiteindelijk in 2011 niet meer kon ontlopen.

2005-2006: Fysiek voetbal en ontgoocheling[bewerken]

In de zomer van 2005 was Deportivo zich ervan bewust dat het voor het eerst sinds 1998 geen Europees voetbal ging spelen. Tezamen met het vertrek van aanvoerders Mauro Silva en Fran, en de komst van coach Joaquín Caparrós, was er sprake van de grootste reconstructie sinds 1998. Daarbij kwam nog de verkoop van Pandiani en Albert Luque (naar Newcastle United voor €14 miljoen), en dit werd slechts gecompenseerd door de transfervrije Julián de Guzmán en Juanma, en de komst van de aanvaller Taborda. President Lendoiro was duidelijk in zijn verwachtingen dat Deportivo B voortaan een belangrijke bron voor nieuwe spelers zou moeten worden.

In de Intertoto Cup overleefde het teams de rondes met Buducnost en Slaven, en waren er twee indrukwekkende zeges op Newcastle United. Thuis tegen Olympique Marseille werd vervolgens met 2-0 gewonnen, maar het team stortte in de uitwedstrijd in elkaar bij een 2-1 achterstand en het wegzenden van Joan Capdevila. Ondanks de uiteindelijke 5-1 nederlaag was het een goede voorbereiding geweest, tezamen met de winst van het eigen Teresa Herrera toernooi. Dit werd doorgezet in de competitie waarin het team vijf wedstrijden ongeslagen bleef, met bijdrages van jonge spelers als Rubén Castro (24), Iván Carril (21), Senel (21) en Momo (23). De resultaten in oktober waren minder, maar er was het debuut van spelmaker Iago (21), en het team vocht zich in de thuiswedstrijd tegen FC Barcelona terug van een 1-3 achterstand tot 3-3. Aan het einde van de maand was er een 3-1 overwinning tegen het Real Madrid van Luxemburgo.

Ondanks de hoge notering in de subtop van de competitie was er ontevredenheid onder de supporters. De passing game van de voorgaande jaren had plaatsgemaakt voor meer fysiek spel, en vele doelpunten werden gescoord uit standaardsituaties. Dit had in de tweede helft van het seizoen onder meer te maken met het geblesseerd uitvallen van spelmaker Valerón. Het team was succesvoller in uitwedstrijden dan in het eigen Riazor stadion. Maar de Argentijnen Duscher en Scaloni hadden een moeizame relatie met Caparrós. En ook de nieuwe coach kon Diego Tristán zijn vorm niet teruggeven van het seizoen 2001/2002 toen hij topscorer van Spanje was. Tot overmaat van ramp ging het in de slotfase van de competitie ook mis met de resultaten voor het 100-jarige Deportivo. Celta de Vigo bezette een plek die recht gaf op UEFA Cup voetbal en had vijf punten voorsprong op Deportivo, en won voor het eerst in 12 jaar in Riazor. Het contrast was dan weer dat de overwinning op Espanyol (1-2) de negende uitoverwinning van het team was, een record in de geschiedenis van Deportivo. Maar in de laatste thuiswedstrijd ging het helemaal mis. Twintig minuten voor tijd stond Deportivo nog 1-0 voor tegen Bilbao, maar de Basken wonnen uiteindelijk met 1-2. Op de slotdag werd ook nog eens een ticket voor de Intertoto cup verspeeld door een 1-0 nederlaag bij Deportivo Alavés, dat niettemin degradeerde doordat Espanyol zichzelf in blessuretijd redde tegen Real Sociedad. Het was Espanyol geweest dat Deportivo dat seizoen had uitgeschakeld in de halve finale van de Copa del Rey.

Al met al waren er in 2006 tegenstrijdige ideeën over het succes van het afgelopen seizoen. Voor het eerst sinds de promotie in 1991 werd twee seizoenen op rij rechtstreekse kwalificatie voor de Europese toernooien gemist. Omdat Deportivo zich in de zomer van 2005 net niet had weten te kwalificeren voor de UEFA Cup via de Intertoto, en de Champions League campagne in 2004/2005 dramatisch was geweest, leek de stunt tegen AC Milan van 2004 alweer lang geleden. Positieve uitzonderingen waren Munitis, Duscher, Juanma en het debuut van diverse jonge spelers. Toch bestond de basiself meestal uit ervaren spelers van rond de dertig jaar. Het seizoen had anders geinterpreteerd kunnen worden als de laatste twintig minuten in Marseille waren overleefd, of als er een doelpunt was gemaakt in de Copa del Rey tegen Espanyol, of als een van de laatste thuiswedstrijden tegen Celta de Vigo of Athletic de Bilbao winnend was afgesloten. De teruglopende successen vielen erg ongelukkig samen met het 100-jarig bestaan van de club in maart 2006.

2006-2007: Babydepor op de dertiende plek[bewerken]

Voor het tweede seizoen van coach Caparrós werd er meer dan ooit doorgeselecteerd. Oudgedienden als Tristán, Molina, Víctor Sánchez, Scaloni en Romero verlieten de club, en Spaanse spelers als Riki, Joan Verdú, Lopo en Juan Rodríguez arriveerden. In totaal zouden er zeventien nieuwe (meestal jonge en goedkope) spelers worden aangetrokken. Daaronder waren twee spelers die later bij het Europese topvoetbal zouden aanhaken: Arbeloa (23) en Filipe Luís (21). Net als in het eerste seizoen onder Caparrós was de start heel behoorlijk. In de eerste tien competitiewedstrijden verloor het team slechts twee keer en werd er thuis gelijkgespeeld tegen FC Barcelona. Daarnaast werd Racing de Santander verslagen in de Copa del Rey. Het vertoonde spel overtuigde echter wederom niet, en de twijfel sloeg in december volledig toe toen het team maar liefst negen wedstrijden zonder overwinning bleef. In november won streekgenoot Celta de Vigo voor de tweede keer in 2006 in Riazor, en er waren grote nederlagen tegen Osasuna (4-1), Valencia (4-0) en Sevilla (4-0), waardoor het team zelfs was afgezakt naar een degradatieplaats.

Een ommekeer leek de thuiswedstrijd begin januari 2007 tegen Real Madrid te zijn. Een ontketend Deportivo onder leiding van Riki en Cristián versloeg de ‘Koninklijke’ met 2-0, en deze uitslag had hoger kunnen uitvallen. Dit positieve resultaat werd in de weken erna niet meteen doorgezet en Deportivo was genoodzaakt om Arbeloa aan Liverpool te verkopen om aan de meest acute schuldeisers te voldoen. Pas in februari 2007 zette Deportivo weer een goede serie neer (zonder tegengoals) met twee overwinning en twee gelijke spelen. Ondertussen waren ook Real Mallorca en Real Valladolid uitgeschakeld in de Copa del Rey, en zou Deportivo de halve finale tegen Sevilla gaan spelen. Het seizoen zou echter als een nachtkaars uitgaan. Het team won nog maar vier keer in de competitie, en speelde zich daardoor uiteindelijk veilig op de dertiende plek. Maar er was opnieuw een nederlaag tegen Celta de Vigo (1-0), en Sevilla schakelde de Galiciërs met groot gemak uit in de Copa del Rey. De Andaluciërs wonnen dat seizoen zelfs alle vier de wedstrijden tegen Deportivo, wat in de voorgaande jaren meestal andersom was geweest. In de thuiswedstrijd tegen Recreativo op 9 juni 2007 liet het team zelfs vijf tegengoals toe (2-5). Het was vervolgens een vanzelfsprekendheid dat Caparrós de club verliet, en hij werd opgevolgd door Miguel Ángel Lotina.

2007-2011: Problemen met Lotina en uiteindelijk degradatie[bewerken]

2007-2008: Van de hel naar de hemel[bewerken]

De fans van Deportivo kregen met een verrassing te maken toen president Lendoiro in de zomer van 2007 de aankoop voor €7 miljoen van het 20-jarige Mexicaanse talent Andrés Guardado aankondigde. Daar tegenover stond echter de verkoop van Jorge Andrade aan Juventus voor €10 miljoen.

Maar de eerste wedstrijd van het seizoen was een teken aan de wand van wat komen ging. Het team zou zich opnieuw beroepen op de bekende passing game, en was in vele wedstrijden beter dan de tegenstander, maar zette dit niet om in voldoende resultaten. Op de eerste speeldag gaf nieuwkomer Almería een les in effectiviteit en won met maar liefst 0-3 in Riazor, en pas begin november kon het team een beetje adem halen toen de 0-2 overwinning bij Murcia de derde zege van dat seizoen betekende. Het vrijwel enige in het oog springende resultaat tot dan toe was de 0-1 zege bij Sevilla (dat speelde met onder meer Alvés, Jesús Navas, Keita, Adriano en Kanouté). Maar daarna ging het slechter dan ooit sinds 1991. Het team zakte dramatisch weg in de degradatiezone, en won alleen nog maar bij Levante (0-1). Het was opnieuw Espanyol dat Deportivo uitschakelde in de Copa del Rey, met onder meer een 1-2 zege in Riazor. Door de 1-0 nederlaag bij Almería in januari 2008 was het team zes punten verwijderd van een veilige plek. Coach Lotina wist dat hij de eerstvolgende wedstrijd (thuis tegen van Valladolid) moest winnen om niet ontslagen te worden.

Net als een jaar eerder (toen tegen Real Madrid) speelde een ontketend Deportivo in een zo goed als vol stadion zich naar een makkelijke overwinning (3-1), hoewel het was omgeschakeld naar een systeem met vijf verdedigers. Het zou de start zijn van een unieke serie van zestien wedstrijden. In deze periode behaalde Deportivo zelfs de beste resultaten van alle Spaanse club (elf zeges, twee gelijke spelen, en drie nederlagen). Onder de overwinningen was in maart 2008 de bijna gebruikelijke zege op Real Madrid (1-0), en een 2-0 overwinning op FC Barcelona. Met name de vleugelspelers Lafita en nieuwkomer Christian Wilhelmsson gaven het team letterlijk ‘vleugels’, en Coloccini bleek eindelijk de leider van de defensie te zijn waar Deportivo naar zoek was. Daarbij leek Deportivo eindelijk weer een topscorer in huis te hebben met Xisco, die ook nog eens voortkwam uit Deportivo B. En ook verdediger Adrián van Deportivo B speelde vele wedstrijden in de basis dat seizoen. Hoewel tegen het einde van het seizoen de opmars tot stilstand kwam met drie nederlagen in vier wedstrijden, waren de resultaten toch net voldoende geweest om van de laatste plek op de klimmen naar kwalificatie voor Intertoto voetbal.

2008-2009: Consolidatie en terugkeer in Europa[bewerken]

Om de grote schuldenlast tegen te gaan was Deportivo ook in de zomer van 2008 weer verplicht om belangrijke spelers te verkopen. Dit keer werden Coloccini en Xisco aan Newcastle United verkocht. De aangetrokken spelers zouden een wisselend succes zijn: achterin bleken Aranzubia, Diego Colotto en Zé Castro een versterking, maar voorin zouden de spitsen Mista en Omar Bravo het verschil niet kunnen maken. Ondanks dit beperkte succes op de transfermarkt kon het team de lijn van de tweede seizoenshelft van 2007/2008 doorzetten en op een verdienstelijke zevende plaats eindigen.

Om uiteindelijk de groepsfase van de UEFA Cup te bereiken werden Bnei Sakhnin en Hajduk Split vrij moeiteloos uitgeschakeld. Brann Bergen was een stuk lastiger. In Noorwegen verloor Deportivo met 2-0, en bij een 1-0 tussenstand in de thuiswedstrijd werd aanvaller Riki van het veld gestuurd. Toch wist Deportivo, met tien man, het tweededoelpunt te maken, de verlenging teoverleven, en uiteindelijk via strafschoppen te winnen. Op dat moment bevond het team zich in de competitie in een lastige situatie. Op de openingsdag werd Real Madrid weer eens verslagen, ditmaal met 2-1. Maar in de vier wedstrijden erna werden slechts twee punten behaald, en scoorde Deportivo niet in drie van die wedstrijden. Van de vier groepswedstrijden in de UEFA Cup werd de eerste wedstrijd met 3-0 bij CSKA Moskou verloren, maar daarna bleef het team ongeslagen met tegen Feyenoord (3-0), met een 1-1 gelijkspel bij Lech Poznan, en een 1-0 overwinning op Nancy.

In de competitie begon het team pas in november 2008 op stoom te slaan, waarin het vier van de vijf competitiewedstrijd won, en van de vier wedstrijden die volgenden werden er nog eens drie gewonnen, waardoor Deportivo naar boven begon te kijken in plaats van naar de degradatiezone. Met name tegen de kleinere clubs was Deportivo succesvol, en zou zo komen tot 16 overwinningen in de competitie. Maar van de teams die zich voor Europees voetbal zouden kwalificeren werd alleen van Villarreal gewonnen. Nederlagen zoals 4-1 bij Atlético de Madrid en 5-0 bij FC Barcelona toonden aan dat Deportivo zich niet kon meten met de beste clubs van Spanje. In februari 2009 kwam het UEFA Cup avontuur tot een bruut einde met een 3-0 nederlaag bij Aalborg, en een 1-3 thuisnederlaag in Riazor. En hoewel Elche in de Copa del Rey was verslagen, bleek Sevilla wederom een maatje te groot met een 2-1 overwinning in Sevilla, en een duidelijk 0-3 overwinning in Riazor. Vanaf medio-maart tot midden april bleef het team ook in de competitie zonder overwinning, maar herpakte zich in de wedstrijden erna door er vier van de vijf te winnen. Toch bleek rechtstreekse kwalificatie voor de UEFA Cup niet te lukken vanwege het resterende programa. Het ging al mis in de thuiswedstrijd tegen het laag geklasseerde Getafe (1-1), en het avontuur was definitief voorbij door de 1-0 nederlaag in Sevilla (dat zich voor Champions League voetbal zou kwalificeren). Het 1-1 gelijkspel in Riazor tegen FC Barcelona deed er vervolgens voor beide teams niet meer toe, hoewel Deportivo op een verdienstelijke zevende plaats eindigde.

2009-2010: Stilstand is achteruitgang[bewerken]

De tiende plek in de competitie in het derde seizoen onder Lotina (2009/2010) zou naar verwachting zijn, en het team kon zich met name niet verder omhoog werken door de vele blessures en de beperkte versterking van de selectie. Een belangrijke aderlating was de terugkeer van Lafita naar Zaragoza vanwege een clausule in zijn contract. Hiervoor in de plaats kwam onder meer de Braziliaan Juca. De belangrijkste blessure was voor de nieuwe leider van het team, de Braziliaan Filipe Luis die in de zomer van 2010 voor €20 miljoen aan Atlético de Madrid werd verkocht. Die transfer was hard nodig voor de inkomsten van Deportivo, wat in december 2009 een schuld van €122 miljoen had. Op het moment van Filipe’s blessure in januari 2010 stond de club op een gedeelde vierde plaats, hoewel het op de rand van uitschakeling van de Copa del Rey stond. Het seizoen was moeizaam begonnen met een 3-2 nederlaag bij Real Madrid, een 1-0 overwinning op Mallorca, en een 2-3 thuisnederlaag tegen Espanyol. Na de 0-3 uitoverwinning bij Xerez begon het te lopen, en het team won viermaal op rij (zonder tegengoals). De 4-0 nederlaag bij Valladolid was een teleurstelling, maar Deportivo bleef daarna viermaal zonder nederlaag, en versloeg onder meer Atlético de Madrid met 1-0. De serie werd onderbroken door een 1-3 nederlaag tegen FC Barcelona, waarbij Messi pas tien minuten voor tijd het verschil maakte. Uit de zes competitiewedstrijden erna behaalde Deportivo twee overwinningen, drie gelijke spelen, en één nederlaag. In de herfst was Murcia uitgeschakeld in de beker, en in januari was het de beurt aan Valencia. Maar voor het derde seizoen op rij werd Deportivo zelf uitgeschakeld door Sevilla, mede omdat de Galiciërs wederom thuis verloren (0-3). De 0-1 overwinning in Sevilla met een veredeld B-elftal deed er vervolgens niet meer toe.

Voor het eerst in bijna 19 jaar won Real Madrid vervolgens in La Coruña met 1-3. In februari 2010 waren de resultaten nog behoorlijk met twee thuisoverwinningen, twee uitnederlagen, en een gelijkspel bij Málaga. Maar daarna was het over. Het ontbreken van doelpunten betekende dat het team elf speeldagen zonder overwinning zou blijven, en daarmee vrij snel naar de middenmoot afzakte. Deze serie was een negatief record in de clubgeschiedenis van Deportivo. Met vijf doelpunten in die periode was het team slechts in staat om drie gelijke spelen te behalen, en verloor dus achtmaal. Pas in de laatste thuiswedstrijd van het seizoen was er een 1-0 overwinning op Mallorca, en het seizoen eindigde met een 2-0 nederlaag bij Bilbao.

2010-2011: De onverwachte degradatie[bewerken]

Over het eerste decennium van de 21ste eeuw was Deportivo de vierde club van Spanje gebleken, na de traditionele topclubs FC Barcelona en Real Madrid, en na Valencia, maar vóór clubs als Sevilla, Villarreal, Atlético de Madrid en Bilbao. Het team nam vijfmaal deel aan de Champions League, en behaalde daarin een positieve balans met 23 overwinningen, 15 gelijke spelen, en 20 nederlagen. Dat het tweede decennium een stuk lastiger zou zijn zou echter al meteen bleken in het vierde, en laatste, seizoen van Lotina.

De slechte vorm van het team aan het einde van het seizoen 2009/2010 werd doorgetrokken in het seizoen 2010/2011 doordat er maar liefst achtmaal op rij niet werd gewonnen, wat opnieuw een negatief record betekende voor Deportivo in haar geschiedenis. Opgeteld bij de laatste dertien wedstrijden van het vorige seizoen, werd er dus slechts eenmaal gewonnen in 21 wedstrijden. Opnieuw viel het gebrek aan doelpunten op omdat er slechts drie keer werd gescoord bij de start van het seizoen 2010/2011. Dit was niet geheel verrassend omdat het team wederom verzwakt uit het transferseizoen leek te komen. Een dragende speler als Sergio verliet de club na 10 jaar. Dat het team absoluut niet opgewassen was tegen de grootste clubs bleek uit de 6-1 nederlaag bij Real Madrid. Dat was de grootste nederlaag ooit in het Bernabéu stadion, en het slechtste resultaat van Deportivo in de Primera División sinds 1964. Het zorgde ervoor dat Deportivo op de laatste plaats van de ranglijst belandde. Na deze periode herstelde het team zich knap tot en met begin januari 2011 tegen teams van vergelijkbaar niveau. In negen wedstrijden werd vijfmaal gewonnen, tweemaal gelijk gespeeld, en tweemaal verloren, waardoor het team meer lucht kreeg ten opzichte van de onderste plaatsen. Na de zeventiende speeldag had Deportivo 21 punten en stond het acht punten boven een degradatieplek. Daarnaast was het seizoen in de Copa del Rey tot dan toe geslaagd door de eliminaties van Osasuna en Córdoba.

Dat het seizoen gecompliceerd zou blijven bleek in het restant van januari 2011. Er waren nederlagen tegen FC Barcelona (0-4), Valencia (2-0) en Zaragoza (1-0), en Almería schakelde Deportivo uit in de Copa del Rey door onder meer een 2-3 overwinning in Riazor. Hierdoor resteerde er dit seizoen maar een doelstelling: handhaving. Dat doel leek relatief simpel binnen bereik toen Deportivo op 17 april 2011 thuis van Racing de Santander won met 2-0. Dat was de laatste wedstrijd in een serie van twaalf wedstrijden waarin vijfmaal (thuis) werd gewonnen, er viermaal gelijk werd gespeeld (waaronder een knappe 0-0 tegen Real Madrid), en slechts werd verloren van Getafe, Espanyol en Levante. Dit leidde tot een dertiende plaats met 38 punten; een aantal dat in veel van voorgaande seizoen al voldoende was voor lijfsbehoud. Op dat moment was de afstand tot de degradatiezone vijf punten, stonden zeven teams onder Deportivo, en was de degradatiezone al sinds de negende speeldag door het team verlaten.

Wat tegen Deportivo zou werken was dat zowel Hércules Alicante als Almería ongekend weinig punten behaalden dat seizoen en zouden degraderen, wat ertoe leidde dat de derde degradatieplek zwaarbevochten zou worden. Dat er een week na de zege op Racing de Santander een 1-0 nederlaag bij Hercules (onder leiding van coach Djukic) was, deed het team op dat moment weinig kwaad. Ook na die speeldag bleven er nog zeven teams onder Deportivo. Dat veranderde na de 0-1 thuisnederlaag tegen subtopper Atlético de Madrid (door een late goal van Agüero), waardoor de degradatiezone op nog maar 1 punt was en er geen teams meer tussen zaten. Waar na het seizoen nog vaak naar werd teruggekeken was de uitwedstrijd tegen Sporting de Gijón (2-2). Bij een 1-2 stand kreeg Sporting een zeer discutabele penalty waardoor het uiteindelijk 2-2 werd, en Sporting zich vrijwel veilig speelde, terwijl Deportivo in de degradatiezone belandde. Een week later was het daar echter alweer uit na de 2-1 zege op Bilbao. Het gat met de degradatiezone was drie punten toen de twee laatste speeldagen begonnen, terwijl Almería al was gedegradeerd en Hércules op zes punten van veiligheid stond. Het vertrouwen werd alleen maar vergroot toen Deportivo een 0-0 gelijkspel behaalde bij kampioen FC Barcelona, hoewel het thuisteam met vele reserves speelde.

De laatste speeldag van het seizoen 2010/2011 begon met nog één te vergeven degradatieplak nadat Almería en Hércules al waren gedegradeerd. Zaragoza bezette op dat moment de derde degradatieplek met 42 punten, terwijl Getafe en Deportivo zich daar met 43 punten net boven bevonden. Op 44 punten stonden maar liefst drie clubs: Osasuna, Real Sociedad en Mallorca. Levante stond net veilig met 45 punten. Het voordeel voor Deportivo zou zijn dat het de competitie thuis tegen Valencia zou eindigen, dat met een derde plaats al gekwalificeerd was voor Champions League voetbal en niet meer tweede of vierde zou kunnen worden. Een nederlaag van Zaragoza bij Levante had in alle scenario’s degradatie betekend voor Zaragoza. Maar Zaragoza stond bij de rust met 0-1 voor, en zou uiteindelijk 1-2 winnen. Ondertussen speelden Real Sociedad en Getafe tegen elkaar, wat eindigde in 1-1, waarbij dus ook hier de degradatiekandidaten tenminste een punt pakten. Osasuna had een thuiswedstrijd tegen het sterke Villarreal, en won dat verrassend met 1-0, waardoor het zich op eigen kracht veilig speelde. Het enige resultaat dat in het voordeel van Deportivo werkte was de 3-4 zege van Atlético bij Mallorca, dat al vrij snel duidelijk was na een 0-3 tussenstand.

Deze tussenstand van Mallorca betekende dat Deportivo bij een gelijkspel tegen Valencia veilig zou zijn op basis van onderlinge resultaten tegen Mallorca. Tegen Valencia ging het echter al meteen mis toen Aduriz na vier minuten scoorde. Deportivo liep zich vervolgens stuk op de muur die Valencia optrok en miste een aantal goede kansen. Tien minuten voor tijd bleek een doelpunt van Soldado de nekslag: 0-2. Wat Deportivo op dat moment nog had kunnen redden was een overwinning van Levante thuis tegen Zaragoza, maar verder dan 1-2 kwam de thuisclub niet. Deportivo eindigde daardoor het seizoen op een achttiende plek met 43 punten, en was daarmee de ‘beste’ degradant sinds 1998 toen de Primera División uit 20 clubs ging bestaan.

Deze degradatie werd overigens een paar jaar later weer actueen, toen meerdere spelers en officials van Levante en Real Zaragoza werden aangeklaard voor 'matchfixing'. Dit leidde er al toe dat Gabi, die beide doelpunten maakte voor Zaragoza in de met 1-2 gewonnen wedstrijd, heeft toegegeven dat de wedstrijd gekocht is.[3]

2011-heden: Op en neer tussen Primera en Segunda[bewerken]

2011-2012: De snelle terugkeer als record-kampioen[bewerken]

Deportivo wist dat het snel naar de Primera División moest terugkeren om financieel niet helemaal in elkaar te klappen, en hierdoor besloot het om de selectie zoveel mogelijk bij elkaar te houden. Dit betekent dat spelers als Aranzubia, Colotto, Zé Castro, Guardado, Valerón en Riki in de Liga Adelante kwamen te spelen onder leiding van de coach José Luis Oltra. Deportivo kon niet voorkomen dat de jonge aanvaller Adrián López naar Atlético de Madrid vertrok op transfervrije basis, en datzelfde gold voor verdediger Lopo die naar Getafe ging. Ook de Braziliaan Juca vertrok. Daarentegen stond de komst van onder meer Germán Lux, Bruno Gama en Diogo Salomão.

Dat het seizoen niet bij voorbaat makkelijk zou verlopen bleek in november 2011, toen het team op speeldag 14 met 3-2 van Elche verloor, en terug te vinden was op plek zeven. De afstand met koploper Hércules Alicante was op dat moment acht punten. In thuiswedstrijden werden voldoende punten gepakt, maar in de eerste zeven uitwedstrijden werd er viermaal verloren. Het team overleefde twee rondes in de Copa del Rey door van Girona en Alcoyano te winnen. Daarna stoomde Deportivo door met tien overwinningen in de competitie en één gelijkspel, zodat het na speeldag 25 de trotse koploper was met 54 punten en een voorsprong van vijf punten op Celta de Vigo. Inmiddels was het wel uitgeschakeld in de Copa del Rey door Levante, hoewel de thuiswedstrijd nog met 3-1 was gewonnen.

Het team zou daarna nog slechts driemaal verliezen (bij Sabadell, Almería en Xerex) en eenmaal gelijkspelen (thuis tegen Valladolid). De koppositie werd dan ook niet meer uit handen gegeven, en na 42 wedstrijden had Deportivo 91 punten verzameld (mede dankzij 29 overwinningen). Dit was een Spaans record voor de Segunda División. De titel kon echter pas op speeldag 41 worden gevierd na de 2-1 thuiswinst tegen Huesca, omdat zowel Celta als Valladolid op korte afstand volgden. De wedstrijd ervoor had Deportivo pas in blessuretijd met 1-2 bij Gimnástic gewonnen dankzij een doelpunt van Xisco, die in januari 2012 als huurling was teruggekeerd. Xisco scoorde ook de winnende treffer in het duel met Huesca. Dat Celta en Valladolid het team zo dicht op de nek zaten betekent dat Deportivo in de laatste twee speeldagen nog had kunnen terugvallen naar de derde positie, wat play-offs had betekend in plaats van rechtstreekse promotie. Deze twee plekken waren echter voor Deportivo en streekgenoot Celta de Vigo. Topscorers in dat seizoen waren Lassad met 14 goals, Riki met 12 goals, en Guardado met 10 goals.

2012-2013: Gestrand in het zicht van de finish[bewerken]

Ook in de zomer van 2012 verlieten enkele belangrijke spelers de club nadat hun contract was afgelopen, namelijk Colotto, Guardado en Lassad. Deportivo kon niet opbieden tegen de betere contracten die de spelers van andere clubs kregen aangeboden, ondanks de terugkeer naar de Primera División. Daartegenover stond de komst van met name huurlingen (Abel Aguilar, Pizzi, Nelson Oliveira en opnieuw Salomäo) of transfervrije spelers zoals Marchena. Zij zouden gedurende de wintermaanden worden vergezeld door de Portugese huurling Silvio en de Braziliaan Paulo Assunção.

Het team startte fris met een 2-0 overwinning op Osasuna, een knap 3-3 gelijkspel bij Valencia (na een 3-1 achterstand), en gelijke spelen tegen Getafe en Granada. Het leverde Deportivo een achtste plek op na vier speeldagen. Daarna volgde een serie van vijf wedstrijden waarin slechts 1 punt werd behaald, hoewel het vaak sterke tegenstanders betrof. Thuis werd met 0-2 van Sevilla verloren en met 4-5 in een spektakelstuk van FC Barcelona. Uit was er opnieuw een afstraffing bij Real Madrid (5-1), een nipte nederlaag bij Rayo Vallecano (2-1), en een 1-1 gelijkspel bij Celta de Vigo. Imiddels stond het team al een paar speelrondes op een degradatieplek. Maar een 1-0 overwinning op Mallorca bracht Deportivo weer uit die gevarenzone, hoewel dat team in november 2012 verantwoordelijk was voor de uitschakeling van Deportivo in de Copa del Rey. Door de nederlagen tegen Zaragoza (5-3) en Levante (0-2) zat Deportivo weer bij de onderste drie, maar een punt bij Bilbao (1-1) trok het team er ook weer uit.

In december 2012 ging het echter helemaal mis. Radamel Falcao scoorde maar liefst vijfmaal voor Atlético in de 6-0 zege op Deportivo, en ook Espanyol won vrij gemakkelijk (2-0). Dat betekende uiteindelijk het ontslag van coach Oltra op 30 december 2012 nadat het team slechts 12 punten uit 17 wedstrijden had gehaald, hoewel een veilige plek op slechts drie punten afstand was. Op diezelfde dag nog kondigde president Lendoiro de komst aan van de Portugese coach Domingos Paciencia, die onder meer in 2010 met SC Braga op de tweede positie van de Portugese competitie was geeindigd, en in 2011 de finale van de Europa League van FC Porto had verloren. De start onder Paciencia was succesvol en hoopvol met een 1-0 zege op het sterke Málaga, waardoor de veilige zeventiende plek op nog maar één punt was. Deze zege zou onder Domingos echter geen vervolg krijgen. In de eerstvolgende uitwedstrijd bij Real Sociedad werd er nog een 1-1 gelijkspel behaald, maar door de daarop volgende 2-1 nederlaag bij Osasuna belandde Deportivo op de laatste plaats. Na nederlagen tegen Valencia (met 2-3 in de slotfase, na een 2-1 tussenstand), tegen Getafe (met 3-1 na een 0-1 voorsprong) en degradatie-rivaal Granada (0-3) hield Domingos de eer aan zichzelf en stapte hij op.

Op 11 februari 2013 nam de Galicische coach Fernando Vázquez het over, met als taak om Deportivo buiten de degradatiezone te brengen. Dat leek een schier onmogelijke opgave met een team dat slechts driemaal had gewonnen, de meest gepasseerde verdediging van de Primera División had, en een zes punten zou moeten inlopen om een veilige plek te bereiken. Het speelschema zat Fernando Vázquez niet mee, omdat onder meer Sevilla, Real Madrid en FC Barcelona wachtten. De uitwedstrijd tegen de Andalusiërs ging met 3-1 verloren, maar tegen Real Madrid (op dat moment op de derde positie) werd pas in de slotfase een 1-0 voorsprong weggeven: 1-2. Het eerste succesje was vervolgens een 0-0 gelijkspel tegen Rayo Vallecano, en een kleine 2-0 nederlaag bij FC Barcelona dat pas in de slotfase de tweede goal maakte. Met alleen nog Atlético als topclub voor de boeg in de resterende tien wedstrijden was het nu of nooit, hoewel een veilige positie inmiddels op negen punten afstand was.

De ommekeer kwam in de Galicische derby tegen Celta de Vigo, welke door Deportivo met 3-1 gewonnen werd. En voor het eerst dat seizoen won het team twee wedstrijden op rij, na een 2-3 zege op Mallorca. In die wedstrijd had Deportivo op een 1-0 achterstand gestaan, en een tussenstand van 1-2 was er in de thuiswedstrijd tegen Real Zaragoza. Een bevlogen Deportivo boog echter ook dat om in een 3-2 overwinning. De achterstand op de veilige zeventiende plek, op dat moment bezet door Zaragoza, was nog maar één punt. Het zouden zelfs vier zeges op rij worden na de indrukwekkende 0-4 zege bij Levante, dat zelf al vrijwel veilig was. Deportivo stond inmiddels zestiende met twee punten voorsprong op de degradatiezone. In de thuiswedstrijd tegen Bilbao (1-1) en uit tegen Betis Sevilla (1-1) werd in beide gevallen een voorsprong weggeven, maar Deportivo bleef buiten de degradatiezone. Daar zakte het echter weer een terug na het verdienstelijke 0-0 gelijkspel in de thuiswedstrijd tegen Atlético de Madrid. Er resteerden nog vier wedstrijden.

Waar Deportivo het met name liet liggen was de uitwedstrijd tegen Valladolid, dat zichzelf definitief veilig speelde met een 1-0 overwinning. Met twee punten achterstand op Zaragoza, en vier punten op Granada en Osasuna, greep Deportivo een laatste kans door een 2-0 thuiszege op het al uitgespeelde Espanyol. Málaga, dat streed voor Europa League voetbal, was de tegenstander in de laatste uitwedstrijd en won met 3-1. Osasuna speelde zich die dag veilig door een 3-1 zege op Sevilla, terwijl Celta een laatste kans greep door een 0-2 zege bij het uitgespeelde Valladolid, en Zaragoza hard onderuit ging bij Betis Sevilla (4-0). Ook het laatst geklasseerde Mallorca hield opties open door vier punten uit de laatste twee wedstrijden te pakken.

Op de laatste speeldag zou het daarom gaan tussen Deportivo, Celta, Zaragoza en Mallorca om de drie degradatieplaatsen. De tegenstander van Deportivo was Real Sociedad, dat bezig was aan een sterk seizoen, en nog Valencia kon achterhalen en de kwalificatie voor Champions League kon afdwingen. Een zege op Real Sociedad had Deportivo in alle scenario’s veilig gespeeld, maar midden in de eerste helft maakte Griezmann het doelpunt dat de winnende bleek te zijn: 0-1. Het zou Real Sociedad een ticket voor de Champions League opleveren. Een vrij machteloos Deportivo moest daarom hopen op falen van alle drie de overige drie degradatiekandidaten. Het al uitgespeelde Atlético de Madrid deed haar plicht door in de slotfase met 1-3 te winnen bij Real Zaragoza, maar Celta had een relatief makkelijke wedstrijd thuis tegen het al uitgespeelde Espanyol. De in de eerste helft verkregen voorsprong werd met succes verdedigd (1-0), waardoor Celta over Deportivo op de ranglijst heen sprong. Dat deed Mallorca ook door met 4-2 te winnen van het uitgespeelde Valladolid, maar dat mocht uiteindelijk niet meer baten. Met slechts 35 punten eindigde Deportivo op de een-na-laatste positie, en degradeerde het samen met Real Zaragoza en Mallorca.

Het contrast met twee jaar eerder was dat er gedurende het gehele seizoen sprake was van degradatiedreiging, en het team ook niet zo overtuigend speelde als twee jaar eerder. Daarnaast werden er acht punten minder behaald dan tijdens de degradatie onder Lotina. De laatste speeldag was ook minder frustrerend voor Deportivo dan twee jaar eerder, omdat het al vrij snel duidelijk was dat Deportivo zelf moest winnen tegen Real Sociedad na de vroege achterstand, terwijl twee jaar eerder een gelijkspel tegen Valencia voldoende was geweest. De scores op de andere velden maakten al vrij snel duidelijk dat er daar niet op gerekend hoefde te worden.

2013-2014: Moeizame promotie[bewerken]

Fernando Vázquez bleef aan als coach van Deportivo om het team onmiddellijk weer terug te brengen naar de Primera División. Dat zou moeten gebeuren met een vernieuwde selectie, waarin meer ruimte zou komen voor jonge lokale spelers. Ook deze zomer vertrokken er weer gereputeerde spelers als Aranzubia (naar Atlético), Riki (naar Granada), Valerón (naar Las Palmas), Zé Castro (naar Rayo Vallecano) en Bruno Gama (naar Dnipro Dnipropetrovsk). Daarnaast vertrokken basisspeler Aythami (naar Las Palmas) en de meestal in de basis spelende huurlingen Abel Aguilar, Nelson Oliveira, Pizzi en Silvio. Onder de nieuwe spelers bevonden zich Luisinho, Juan Culio, Borja Bastón, Rabello, Wilk en oudgediende Arizmendi. Daarnaast verlengde Marchena zijn contract voor nog een seizoen.

De vernieuwing creerde ruimte voor de Galicische spelers Insúa, Juan Domínguez en Álex Bergantiños die bijna alle wedstrijden zouden starten. Daarnaast was Laure (afkomstig van Deportivo B) de vaste rechtsback en speelde Galicier Diego Seoane vele wedstrijden als linksback. Tot slot zou de in La Coruña geboren middenvelder Juan Carlos zeventien wedstrijden in de basis starten, en de Galicische aanvaller Luis Fernández tot elf basisplaatsen komen. Het team werd gecompleteerd door de vaste doelman Germán Lux, linkermiddenvelder Luisinho, aanvaller Borja Bastón (die zijn basisplaats soms moest afstaan aan Luis Fernández en de later aangetrokken Toché), veteraan Manuel Pablo, en de middenvelders Culio en Rabello. Spelers als Marchena, Wilk en Lopo zouden ook tot een behoorlijk aantal speelminuten komen.

Net als twee jaar eerder was de start van het seizoen op het lagere niveau erg moeizaam. Na vijf wedstrijden had het team tweemaal gewonnen en driemaal verloren, en was de koppositie al op vijf punten afstand. Dat laatste was het directe resultaat van de 2-0 nederlaag bij Sporting de Gijón, dat daardoor koploper werd. Twee weken ervoor was er een duidelijke 0-4 nederlaag tegen Real Madrid in de strijd om de Trofeo Teresa Herrera. In beide thuiswedstrijden voor de competitie in deze periode verloor Deportivo zonder zelf te scoren; tegen zowel Córdoba als Murcia werd het 0-1. Een opsteker was de revanche voor de Copa bij Córdoba. In deze enkele wedstrijd was het 2-2 na 120 minuten, en won Deportivo uiteindelijk met 13-12 op strafschoppen.

In de weken erna werkte Deportivo zich omhoog tot een vierde positie na tien speeldagen, en kreeg het slechts één tegendoelpunt in vijf wedstrijden. Een tegenslag was de Copa-uitschakeling bij Jaén na een 2-0 nederlaag. Na de 2-0 competitienederlaag op Tenerife volgende een serie van zes wedstrijden met vijf overwinningen en één gelijkspel, en nam Deportivo na de vijftiende speeldag de koppositie in. De 2-1 nederlaag bij het sterke Eibar luidde echter een serie van vijf wedstrijden in waarin driemaal werd gelijkgespeeld en tweemaal werd verloren. Na 22 speeldagen moest Deportivo daardoor de koppositie overgeven aan Sporting de Gijón. In deze periode vertrok een van de leiders van het team, Culio, voor €300.000 naar Al Wasl uit de Verenigde Arabische Emiraten. Daartegenover stond de komst van de aanvallers Ibrahim Sissoko en Toché, en een nieuwe huurdeal voor Salomão.

De volgende serie van zes wedstrijden leverde dan weer vier overwinningen op, één gelijkspel, en een nederlaag bij Murcia. Met name het gelijkspel in de thuiswedstrijd tegen sub-topper Sporting de Gijón op de speeldag 26 was zwaarbevochten, omdat aanvaller Toché pas in blessuretijd gelijkmaakte met behulp van de eigen doelman Fabricio. Na 28 speeldagen zorgde de resultaten voor een gedeelde koppositie met Eibar, en al een voorsprong van elf punten op de plekken die geen play-off voetbal betekenden. Op speeldag 35 leek Deportivo de concurrent Eibar definitief te hebben afgeschud na een 0-3 zege bij Real Mallorca, en een gat van negen punten op de nummer drie Tenerife. Maar het team moest zich uiteindelijk naar het einde van de competitie toeslepen. De volgende vier wedstrijden leverden slechts drie punten op, waaronder een 1-1 gelijkspel in de topper tegen Eibar. Met nog drie speeldagen te gaan behield Deportivo daardoor een voorsprong van twee punten op Eibar, en zes punten op Las Palmas dat derde stond. Op speeldag 40 leek de titel echter definitief verspeeld door een 2-1 nederlaag bij Numancia. Daartegenover stond dat op de een-na-laatste speeldag de tweede plek (en daarmee promotie) werd verzekerd door een 1-0 overwinnning op Real Jaén. Deportivo was zelfs nog kampioen geworden als het de laatste wedstrijd bij Girona had gewonnen, maar dat werd een duidelijke 3-1 nederlaag. Daardoor was het 1-1 gelijkspel van Eibar bij Numancia overbodig omdat de Basken ook zonder dat punt kampioen waren geworden.

2014-2015: Handhaving in de laatste twintig minuten[bewerken]

De promotie naar de Primera División betekende voor coach Fernando Vázquez een verlenging van zijn contract in juni 2014 tot 2016, maar enkele verklaringen van hem in de pers over het transferbeleid van Deportivo leidde tot zijn ontslag pas een maand later. Zijn opvolger werd Víctor Fernández. Ditmaal bleek Deportivo in staat om de meeste van zijn basiskrachten te behouden. Gehuurde spelers als Borja Bastón en Rabello keerden terug naar hun clubs. Van Arizmendi werd zijn contract ontbonden, en van Marchena niet opnieuw verlengd. Diego Seoane zou in de winterstop worden uitgeleend aan Lugo, waar aanvaller Luis Fernández al op huurbasis speelde. De belangrijkste aanwinsten bleken rechterverdediger Juanfran, centrale verdediger Sidnei, de aanvallers Iván Cavaleiro, Lucas Pérez en Oriel Riera, middenvelders José Rodríguez, Mendunjanin en Luis Fariña, en aanvaller Isaac Cuenca.

De eerste drie wedstrijden op het hoogste niveau waren hoopvol, na een nipte 2-1 nederlaag bij Granada, een 2-2 gelijkspel tegen Rayo Vallecano, en een 0-1 overwinning bij Eibar. Hierdoor stond Deportivo na drie speeldagen op een keurige negende plek. De 2-8 thuisnederlaag tegen Real Madrid was vervolgens ontluisterend, en was meteen de laatste wedstrijd van de aangetrokken verdediger Diakité. Wat volgde was een serie van nog drie pijnlijke nederlagen. De 2-1 nederlaag bij streekgenoot Celta de Vigo was onnodig omdat Mendunjanin in de slotfase een penalty miste. In de thuiswedstrijd tegen Almería was het de tegenstander die juist in de blesuretijd toesloeg: 0-1. En op bezoek bij Sevilla had Deportivo geen enkele inbreng en verloor het kansloos met 4-1. Aan het einde van deze zevende speeldag stond Deportivo troosteloos onderaan.

Coach Víctor Fernández greep in en verving doelman Germán Lux door Fabricio. Die zou meteen zijn stempel drukken door slechts twee doelpunten toe te staan in de volgende vijf wedstrijden. De eerste daarvan was een spectaculaire 3-0 thuiszege op rivaal Valencia. Drie van die wedstrijden eindige in 0-0 (Espanyol, Córdoba en Real Sociedad), en alleen Getafe bleek in staat om Fabricio te verslaan: 1-2. Na speeldag twaalf bleek het doelpuntloze gelijkspel tegen Real Sociedad echter dat Deportivo terug was in de degradatiezone. De 2-0 nederlaag bij Atlético was geen verrassing, maar 0-1 thuisnederlaag tegen Málaga was onnodig. De moeizame 1-0 zege op Elche in december 2014 gaf de ploeg echter wat lucht, en een plek buiten de degradatiezone. In die maand volgde meteen al uitschakeling in de Copa del Rey na een 1-1 gelijkspel in de thuiswedstrijd tegen Málaga, en een 4-1 uitnederlaag. Na de 3-0 uitnederlaag tegen Villarreal stond Deportivo slechts op doelsaldo buiten de degradatiezone.

De eerste zes weken van 2015 bleken achteraf de sterkste van Deportivo in de competitie. Een goal van Iván Cavaleiro was voldoende voor de zege op Bilbao, wat volgde door een 0-0 gelijkspel bij Levante. De 0-4 thuisnederlaag tegen FC Barcelona was geen verrassing, maar Deportivo bleef buiten de degradatiezone. Het maakte zelfs grote stappen door thuis tegen Granada een punt te pakken (2-2), van Rayo Vallecano te winnen (dankzij twee goals van nieuwkomer Celso Borges), en drie punten te pakken tegen Eibar (2-0). Hierdoor steeg Deportivo naar een elfde plek met 24 punten, wat vijf punten boven de degradatiezone betekende. De periode werd afgesloten met een prima wedstrijd in de Bernabéu tegen Real Madrid, waarbij Deportivo in de tweede helft kansen had op de gelijkmaker, maar uiteindelijk met 2-0 verloor.

Daarna sloegen de resultaten om. De thuisnederlaag (0-2) tegen Celta de Vigo was pijnlijk, maar Deportivo had die drie punten moeten terugveroveren op Alméria, maar bleef steken op 0-0. Ook de 3-4 thuisnederlaag tegen Sevilla was onnodig gezien de kansenverhouding, terwijl Deportivo lang stand hield bij de uiteindelijke 2-0 nederlaag bij Valencia. Het 0-0 gelijkspel thuis tegen Espanyol was teleurstellend, en ook de 2-1 nederlaag bij Getafe was onnodig. Zelfs het al bijna tot degradatie veroordeelde Córdoba deed Deportivo pijn door met 0-1 voor te komen in Riazor, maar in de slotfase redde Deportivo met tien man toch nog een punt. Voor het bestuur van Deportivo waren de resultaten voldoende aanleiding om coach Víctor Fernández te ontslaan, en te vervangen door ex-speler Víctor Sánchez. Zijn opdracht voor de resterende acht wedstrijden was helder: voorkomen dat Deportivo voor de derde keer in vier jaar zou degraderen. Zijn debuut bij Real Sociedad leidde tot een terecht gelijkspel (2-2), en tegen Atlético de Madrid had er meer in gezeten dan de 1-2 nederlaag. Door dit resultaat was Deportivo terug in de degradatiezone. Dat Deportivo veerkracht had bleek uit het 1-1 gelijkspel bij Málaga (dat streed om Europa League kwalificatie) na een 1-0 achterstand.

Alle hoop was vervolgens gevestigd op de wedstrijd bij Elche, dat een voorsprong van vijf punten had op Deportivo. Met een overwinning zou Deportivo niet alleen Elche terugtrekken in de degradatiestrijd, maar ook meteen definitief afstand nemen van Córdoba en Granada. Dat zou niet gebeuren; een ontluisterend slecht spelend Deportivo verloor met maar liefst 4-0, en wist dat de definitieve strijd om de drie degradatieplekken nu zou gaan tussen Córdoba, Granada, Deportivo, Almería en Eibar. De ploeg toonde echter veerkracht. Thuis tegen Villarreal kwam het team terug van een 0-1 achterstand tot 1-1, en in Bilbao kreeg Deportivo loon naar werken door een gelijkmaker van Lopo diep in blessuretijd. Toch was de situatie erg gecompliceerd. Córdoba was inmiddels gedegradeerd, en het zou op die speeldag drie punten weggegeven aan Granada. Daarbij zou het op de laatste speeldag bij Eibar spelen. En precies Eibar en Granada zouden met Deportivo en Almería moeten uitmaken welke twee clubs nog meer zouden degraderen.

Winst voor Deportivo in de thuiswedstrijd tegen het al uitgespeelde Levante was absolute noodzaak, en kwam relatief simpel tot stand: 2-0. Toch was de sfeer in het stadion beperkt vanwege de resultaten op de andere velden. Getafe en Eibar hielden feitelijk op met voetballen bij de tussenstand 1-1, en Real Sociedad liet de wedstrijd tegen Granada volledig lopen: 0-3. Sevilla kwam Deportivo echter te hulp door met 2-1 van Almería te winnen, na een 0-1 achterstand. Deze resultaten betekende dat Eibar de achterstand op Deportivo weliswaar zag oplopen tot twee punten, maar dat de thuiswedstrijd tegen Córdoba genoeg perspectief bood om te winnen. Hierdoor zou Deportivo verplicht zijn om tenminste een punt te pakken op bezoek bij kampioen FC Barcelona, waar Xavi zijn laatste wedstrijd zou spelen. Bij gelijk eindigen op de ranglijst op 35 punten zou Deportivo op basis van onderlinge resultaten voorbij gaan aan Eibar. Het scenario zou gecompliceerd worden als Almería van Valencia zou winnen, en daarmee ook 35 punten zou komen. Tot slot zou ook Granada op precies 35 punten kunnen eindigen als het een punt zou pakken in de thuiswedstrijd tegen Atlético de Madrid. Granada zou zichzelf hoe dan ook veilig spelen met een overwinning.

Na 36 minuten op de laatste speeldag zag het er zeer slecht uit voor Deportivo. Zelf stond het met 1-0 achter bij FC Barcelona na een vroege goal van Messi, en de score had hoger uit kunnen vallen. Zoals verwacht had Eibar geen enkele moeite met Córdoba, en stond het al na 33 minuten met 3-0 voor. Almería leidde verrassend met 2-1 tegen Valencia, en omdat Granada tegen Atlético nog 0-0 stand, betekende de stand op dat moment dat Deportivo als een-na-laatste van de ranglijst zou degraderen.

Enige hulp kwam van Valencia dat vlak voor rust de 2-2 maakte, wat lang de tussenstand zou blijven. Het gebrek aan kansen in de wedstrijd tussen Granada en Atlético toonde aan dat beide teams zich tevreden zouden stellen met 0-0. En omdat Eibar comfortabel de wedstrijd tegen Córdoba uitspeelde, restte Deportivo niks anders dan zelf een gelijkspel te behalen. Dat werd erg gecompliceerd toen FC Barcelona na een uur spelen op een 2-0 voorsprong kwam. Daarna nam de intensiteit echter af, wat Deportivo in staat stelde om aan te dringen, en met nog 23 minuten te spelen leidde dat tot een doelpunt van Lucas Pérez. Sterker nog, de Portugees Salamão scoorde negen minuten later de gelijkmaker, waardoor Deportivo ineens weer springlevend was. Met deze tussenstand zou namelijk Eibar samen met Almería degraderen. Het ritme van de wedstrijd tussen Barcelona en Deportivo ging omlaag, mede vanwege de publiekswissel van Xavi, en de stand bleef ongewijzigd. Ondertussen scoorde Valencia de derde treffer in Alméria en won daarmee met 2-3, dat in alle gevallen degradatie van Almería betekende met 32 punten.

Zo eindigden Deportivo, Granada en Eibar alle drie op 35 punten, maar degradeerde Eibar op basis van de onderlinge resultaten. Voor het eerst sinds de seizoenen 2009/2010 en 2010/2011 zou Deportivo weer eens twee seizoenen achter elkaar in de Primera División spelen.

2015-2016: Een wederopleving en de kampioen der gelijke spelen[bewerken]

In de zomer van 2015 bleek Deportivo in staat om zich aantoonbaar te versterken, in plaats van het voortdurend vertrek van de beste spelers. De enige speler die Deportivo zeker niet kon behouden was Iván Cavaleiro, die door zijn club Benfica voor €15 miljoen aan AS Monaco werd verkocht. Van spelers als José Rodríguez (Galatasaray), Luis Fariña (als huurling van Benfica naar Rayo Vallecano), Isaac Cuenca (Bursaspor), Toché (Oviedo) en Hélder Postiga (naar India) werd afscheid genomen. Het lukte de club om twee van de beste gehuurde spelers voor langere tijd vast te leggen: verdediger Sidnei tekende voor drie jaar, en de in La Coruña geboren Lucas Pérez werd overgenomen van PAOK Saloniki en tekende voor vier jaar. Daarnaast werd Juanfran opnieuw geleend van Watford en Oriol Riera definitief overgenomen van Wigan Athletic. Daarbij bleef het niet. Van Sevilla werden de transfervrije verdedigers Fernando Navarro en Arribas overgenomen, en van Elche de middenvelders Fajr en Mosquera. Met Mosquera haalde Deportivo, na Lucas Pérez, opnieuw een in La Coruña geboren speler terug naar de club. In aanvallend opzicht was de grootste slag de komst van Luis Alberto als huurling van Liverpool. Daarnaast kwamen Jonás Gutierrez en Cani als ervaren transfervrije spelers, en werden Fede Cartabia en Jonathan Rodriguez gehuurd.

De defensie zou al snel versterkt blijken te zijn, en vooral in aanvallend opzicht waren de mogelijkheden voor Deportivo toegenomen. De 0-0 openingswedstrijd tegen Real Sociedad was enigszins teleurstellend, maar de 1-1 bij Champions League deelnemer Valencia had meer kunnen opleveren. Het grote verschil met het seizoen ervoor bleek de 1-3 overwinning bij Rayo Vallecano te zijn, die vrij soepel tot stand kwam, terwijl 8 maanden eerder er sprake was van een hardbevochten overwinning. De derby tegen Sporting de Gijón leidde al snel tot een 0-2 achterstand, wat door Deportivo nog voor rust werd goedgemaakt, maar uiteindelijk werd toch met 2-3 verloren. Dat werd echter gecompenseerd door een 1-2 overwinning bij Betis Sevilla, en een moeiteloze 3-0 zege op Espanyol. Met twee doelpunten in deze wedstrijd toonde Lucas Pérez zich de nieuwe leider van Deportivo. Uit bij Granada werd een 0-1 voorsprong weggegeven wat leidde tot een 1-1 gelijkspel, maar Deportivo vocht thuis terug tegen Bilbao en kwam van 0-2 op een 2-2 eindstand. Een smet was vervolgens de vrij kansloze 2-0 nederlaag in Málaga.

Deportivo zou hierna maar liefst acht wedstrijden op rij ongeslagen blijven, en behaalde in deze serie wedstrijden een enorme stunt bij FC Barcelona. Tegen Atlético toonde het team opnieuw weerstand door van een 0-1 achterstand op 1-1 te komen, maar bij Levante was dit net andersom. De kroon op de goede periode was tijdens speeldag 12 toen Celta de Vigo met een 2-0 nederlaag naar huis werd gestuurd. Dat werd een goed vervolg gegeven door een 0-2 overwinning op Las Palmas, en pas in de slotfase van de thuiswedstrijd tegen Sevilla moest een 1-1 gelijkspel worden toegestaan. De stunt bij FC Barcelona vond plaats tijdens de vijftiende speeldag. De wedstrijd toonde grote gelijkenissen met enkele maanden ervoor omdat Messi het openingsdoelpunt in de eerste helft maakte, en na een uur spelen de stand 2-0 werd. Lucas Pérez was wederom degene die de aansluitingstreffer maakte, en dit keer was het niet Salomäo, maar middenvelder Álex Bergantiños die de 2-2 scoorde. Hierdoor werden beide goals in Nou Camp door spelers geboren in La Coruña gemaakt. Op de speeldag erna sloot Deportivo zich bij de subtop aan met een 2-0 overwinning op Eibar.

De dertien wedstrijden die volgden leverde het team vervolgens geen overwinning meer op. De 0-0 bij Getafe was tekenend voor de progressie voor Deportivo, omdat een jaar eerder een vergelijkbare wedstrijd nog met 2-1 was verloren. Dit laatste was net andersom in de thuiswedstrijd tegen Villarreal, toen Deportivo hard op jacht was naar de overwinning in Riazor, maar in blessuretijd door een strafschop verloor: 1-2. De eerste wedstrijd van coach Zidane van Real Madrid was tegen Deportivo, en ondanks een goed begin van Deportivo scoorde Real Madrid een discutabel doelpunt, en liep het vrij snel uit naar 3-0 en uiteindelijk 5-0. De 1-1 bij Real Sociedad was zwaarbevochten, want de thuisclub had de beste kansen om te winnen. Daarentegen hadden zowel Valencia (1-1) als Rayo Vallecano (2-2) het geluk dat Deportivo deze wedstrijden niet afmaakte. De gelijkmaker van Valencia viel in de laatste minuut van de wedstrijd, en tegen Rayo Vallecano moest Deportivo tweemaal van een achterstand terug komen. Het punt (1-1) in de derby bij Sporting Gijón was verdiend, en thuis tegen Betis Sevilla bleek na 25 pogingen van de thuisclub en 4 van de bezoekers dat de eindstand 2-2 was.

Vervolgens werd er driemaal verloren: bij Espanyol (1-0) en tegen Granada (0-1) was Deportivo geen schim van de ploeg van de eerste helft van het seizoen. Ook defensief zakte Deportivo in de volgende twee wedstrijden door het ijs, met een 4-1 nederlaag bij Athletic de Bilbao en een 3-3 gelijkspel tegen Málaga. In deze laatste wedstrijd kwam Deportivo tweemaal toe op achterstand, maar gaf het in blessuretijd alsnog weer de overwinning weg. In de wedstrijd bij Atlético de Madrid gaf coach Víctor Sánchez meerdere basisspelers rust, en het team was nimmer in staat om indruk te maken tijdens de 3-0 nederlaag. In de thuiswedstrijd tegen Levante was er eindelijk weer eens winst (2-1) waardoor Deportivo weer op leek naar een nieuw seizoen in de Primera División. In de derby tegen het hogergeklasseerde had Deportivo moeten winnen, maar met tien man werd een 1-1 gelijkspel behaald. In de thuiswedstrijd tegen Las Palmas hadden de Galiciërs de degradatie al vrijwl definitief kunnen afwenden na een overwinning, maar na een 1-0 voorsprong werd met 1-3 verloren. Dit werd enigszins goedgemaakt door het 1-1 gelijkspel bij Sevilla, maar Deportivo verloor veel krediet met de hoogste nederlaag ooit in Riazor: 0-8 tegen FC Barcelona. Daarna behaalde het team voor de derde maal op rij een 1-1 gelijkspel in een uitwedstrijd: ditmaal bij Eibar. De resterende wedstrijden zijn tegen Getafe, Villarreal en Real Madrid.

Prijzen[bewerken]

  • De allereerste prijs van Deportivo op het hoogste niveau in de clubgeschiedenis was het winnen van de Copa del Rey in 1995.
  • Door de winst van deze beker mocht Deportivo in de zomer van 1995 de Supercopa wedstrijden spelen tegen kampioen Real Madrid. Deportivo won thuis met 3-0 en uit met 1-2, waardoor het binnen enkele maanden een tweede prijs won
  • De bekroning voor de opmars van Deportivo was de allereerste landstitel in 2000. Het team had in 1994 de titel in de slotseconden verspeeld en was in 1995 als tweede geeindigd in het gevecht met Real Madrid om de landstitel
  • De winst van de Primera División in 2000 betekende dat Deportivo in de zomer van 2000 weer om de Supercopa mocht spelen tegen bekerwinnaar Espanyol, dat met 2-1 de finale van Atlético de Madrid had gewonnnen (mede dankzij een doelpunt van middenvelder Sergio). De wedstrijd in Barcelona eindigde in 0-0, en Deportivo won de thuiswedstrijd met 2-0 door goals van Diego Tristán en Djalminha.
  • De tweede winst van de Copa del Rey vond plaats in maart 2002. Deportivo won met 1-2 bij Real Madrid op de dag dat deze club precies 100 jaar bestond, mede dankzij een doelpunt van middenvelder Sergio (die in de finale van 2000 voor Espanyol had gescoord).
  • De bekerwinst in 2002 betekende dat Deportivo in de zomer van 2002 weer om de Supercopa mocht spelen tegen kampioen Valencia. Deportivo won beide wedstrijden: 3-0 in Riazor en 0-1 in Mestalla.

De Supercopa van 2002 was de laatste prijs die Deportivo tot op heden op het hoogste niveau heeft gewonnen. In 2012 werd de club kampioen van de Segunda División.

Europees[bewerken]

  • 1993/1994: Deportivo bereikte de derde ronde van de UEFA Cup door Aalborg en Aston Villa uit te schakelen, maar werd uitgeschakeld door Eintracht Fankfurt
  • 1994/1995: Deportivo bereikte opnieuw de derde ronde van de UEFA Cup door door Rosenborg en Tirol Innsbruck te verslaan, maar werd uitgeschakeld door Borussia Dortmund (dat na 32 jaar dat seizoen weer Duits kampioen werd)
  • 1995/1996: Deportivo bereikte de halve finale van de Europa Cup II door Apoel Nicosia, Trabzonspor en Real Zaragoza te verslaag, maar werd uitgeschakeld door Paris Saint-Germain, dat het toernooi zou winnen door Rapid Wien met 1-0 te verslaan
  • 1997/1998: Deportivo werd in de eerste ronde van de UEFA Cup uitgeschakeld door AJ Auxerre
  • 1999/2000: Deportivo bereikte de vierde ronde van de UEFA Cup door Stabaek, Montpellier en Panathinaikos te verslaan, maar werd uitgeschakeld door Arsenal, dat de finale van Galatasaray zou verliezen.
  • 2000/2001: Deportivo bereikte de kwartfinale van de Champions League door zowel de eerste groep (met Panathinaikos, Hamburger SV en Juventus) als de tweede groep (met Galatasaray, AC Milan en Paris Saint-Germain te winnen), en werd uitgeschakeld door Leeds United
  • 2001/2002: Deportivo bereikte opnieuwe de kwartfinale van de Champions League door de eerste groep (met Manchester United, Lille en Olympiakos Piraeus) te winnen en als tweede te eindigen in de tweede groep (met Bayer Leverkusen, Arsenal en Juventus), en werd uitgeschakeld door Manchester United
  • 2002/2003: Deportivo bereikte de tweede groepsfase van de Champions League nadat het tweede was geworden in de eerste groepsfase (met AC Milan, Lens en Bayern Munchen). In de tweede groepsfase eindigde Deportivo als laatste in de groep met Manchester United, Juventus en Basel
  • 2003/2004: Deportivo bereikte de halve finale van de Champions League. Het team moest zich kwalificeren voor het hoofdtoernooi door Rosenborg in de derde voorronde te verslaan. Deportivo werd tweede in de enige groepsfase in een groep met AS Monaco, PSV Eindhoven en AEK Athene). In de knock-out fase werden beide finalisten van 2003 door Deportivo uitgeschakeld: Juventus en AC Milan. In de halve finale werd Deportivo uitgeschakeld door FC Porto.
  • 2004/2005: Deportivo werd uitgeschakeld in de eerste groepsfase van de Champions League. Het team moest zich kwalificeren voor het hoofdtoernooi door Shelbourne in de derde voorronde te verslaan. Deportivo werd laatste in de groep met AS Monaco, Liverpool en Olympiakos Piraeus
  • 2005/2006: Deportivo bereikte een van de drie finales van de Intertoto Cup. In de rondes ervoor had het team gewonnen van Budućnost Podgorica, Slaven Belupo en Newcastle United. Deportivo werd uitgeschakeld door Olympique Marseille.
  • 2008/2009: Deportivo bereikte de laatste 32 van de UEFA Cup. Het team begon aan het toernooi door eerst van Bnei Sakhnin te winnen in de Intertoto Cup. In de tweede voorronde van de UEFA Cup werd van Hajduk Split gewonnen, en in de eerste ronde van Brann Bergen. In de groepsfase werd Deportivo tweede in een groep met CSKA Moskou, Lech Poznan, Nancy en Feyenoord. In de ronde van 32 werd Deportivo uitgeschakeld door Aalborg, wat in 1993 de allereerste tegenstander van Deportivo in Europa was geweest, en tot op heden ook de laatste.

Rivaliteit[bewerken]

Celta de Vigo[bewerken]

De grootste rivaal van Deportivo is streekgenoot Celta de Vigo. Sinds de jaren'90 bleek Deportivo dominant in het Galicische voetbal, maar deze verhoudingen zijn sinds de degradatie in 2011 weer in evenwicht. In tegenstelling tot Deportivo heeft Celta echter nog nooit een hoofdprijs gewonnen. Met de terugkeer van Deportivo in de Primera División in 1991 en Celta in 1992 was er weer sprake van een derby in het Galicische voetbal op het hoogste niveau. Deportivo zou in die eerste jaren steeds de betere club zijn, maar in de seizoenen 1997/1998 en 1998/1999 was Celta dominant met een zesde plek en een vijfde plek tegenover een twaalfde plek voor Deportivo in 1997/1998 en een zesde plek in 1998/1999.

Daarna braken de beste jaren aan voor het Galicische voetbal. In het seizoen 1999/2000 was de wedstrijd in december 1999 in Riazor een absolute topper tussen de nummer 1 Deportivo (met 33 punten) en de nummer 2 Celta (met 28 punten). In een tumultueuze wedstrijd was Celta de betere, maar won Deportivo met 1-0 door een doelpunt van ‘Turu’ Flores. Deportivo won dat seizoen de titel en Celta zakte af naar de zevende plek. Deportivo zou in de seizoen erna eindigen op een tweede plek in 2001, nogmaals de tweede plek in 2002, en een derde plek in 2003, terwijl Celta zesde werd in 2001, vijfde werd in 2002, en vierde werd in 2003. In dat laatste seizoen moest Deportivo definitief afscheid nemen van de titelkansen door een 3-0 nederlaag bij Celta. De revanche was een seizoen later toen Celta in 2004 met 3-0 in La Coruña verloor en daardoor op de laatste speeldag zou degraderen.

In het seizoen 2005/2006 keerde Celta terug in de Primera División, en won Deportivo met 0-3 in Vigo. Maar aan het einde van het seizoen waren de zaken omgedraaid toen Celta in 2006 voor het eerst in 12 jaar in Riazor won (0-2) en zich later kwalificeerde voor de UEFA Cup, terwijl dat resultaat voor Deportivo betekende dat het slechts als achtste zou eindigen. Het werd nog pijnlijker toen Celta in november 2006 voor de tweede keer op rij in Riazor won (0-1), en ook de thuiswedstrijd met 1-0 won, waardoor Celta driemaal op rij van Deportivo won zonder tegendoelpunt. Het curieuze was echter dat Celta aan het eind van het seizoen 2006/2007 onder de streep eindigde en daardoor degradeerde.

Beide clubs kwamen elkaar pas weer tegen in het seizoen 2011/2012 in de Segunda División, waarin Deportivo als kampioen zou promoveren en Celta als nummer twee. Deportivo won de thuiswedstrijd met 2-1 en de uitwedstrijd met 2-3. De terugkeer van beide clubs was echter weinig succesvol omdat na speeldag 27 van het seizoen 2012/2013 beide clubs de laatste twee plekken bezetten, en Deportivo zelfs negen punten moest inlopen richting een veilige plek. De wedstrijd in Vigo was in 1-1 geeindigd, en op speeldag 29 won Deportivo met 3-1 van Celta. Na speeldag 31 had Deportivo inmiddels twee punten voorsprong op een veilige plek, en stond Celta troosteloos onderaan. Na speeldag 34 stonden beide clubs weer in de degradatiezone. Celta won echter de beide laatste wedstrijden en sprong zo alsnog over Deportivo heen, wat Mallorca ook deed, en hierdoor Deportivo degradeerde. Door dit resultaat was het seizoen 2013/2014 sinds lange tijd een seizoen met Celta in de hoogste afdeling en zonder Deportivo.

Door de promotie van Deportivo in 2014 werd de wedstrijd in ere hersteld, en won Celta beide edities. De wedstrijd in het seizoen 2015/2016 in Riazor werd door Deportivo met 2-0 gewonnen.

Valencia[bewerken]

Een andere traditionele rivaal is Valencia. Deze rivaliteit ontstond in 1994 toen Valencia voor Deportivo de weg naar de titel versperde, en sindsdien hebben beide clubs elkaar in cruciale wedstrijden ontmoet. Als het om prijzen gaat was Deportivo succesvoller in rechtstreeks ontmoetingen, met de Copa del Rey in 1995 en de Supercopa in 2002. In 2002 was Valencia echter te sterk in de titelstrijd, en in 2003 versperde het Deportivo opnieuw de weg naar de landstitel. Toen Deportivo in 2011 degradeerde was Valencia de tegenstander in Riazor.

Sporting de Gijón[bewerken]

Recentelijk is de rivaliteit met Sporting de Gijón toegenomen. Dit ontstond vanwege een curieuze wedstrijd in 2011 in Gijón welke bijdroeg aan de degradatie van Deportivo enkele weken later. Beide steden liggen op 300 kilometer van elkaar, en in de onderlinge wedstrijden reizen veel supporters van de tegenpartij mee.

Toen Deportivo in 1991 naar de Primera División promoveerde was Sporting nog de betere club. Sporting eindigde op een verdienstelijke achtste plaats, terwijl Deportivo via play-off voetbal zich veilig speelde. Daarna waren tot 2011 de rollen omgedraaid. Sporting was in de jaren’90 een middenmotor in de Primera División en flirtte in 1995 met degradatie door op plek 18 te eindigen, maar werd gered door de uitbreiding naar 22 clubs. In 1998 was plek 20 echter fataal en degradeerde Sporting. Dat was echter meteen het laatste seizoen dat Deportivo in competitieverband van Sporting won. In Riazor scoorde Abreu op speeldag 19 vlak voor tijd de winnende treffer (2-1), en op de allerlaatste speeldag won Deportivo met 0-3 in Gijón.

Het duurde tien jaar tot beide clubs elkaar in het seizoen 2008/2009 weer ontmoetten. Dat was de 0-3 winst van Sporting in Riazor, en ook thuis won Sporting van Deportivo (3-2). In de eindklassering stond Deportivo met een zevende plek echter boven Sporting, dat veertiende werd. Ook in het seizoen 2009/2010 eindigde Deportivo een paar plekken boven Sporting, maar werd het 1-1 in Riazor, en won Sporting thuis met 2-1. Het genoemde 2-2 gelijkspel in het seizoen 2010/2011 zou fataal blijken te zijn voor Deportivo, en behield Sporting voor de hoogste afdeling. De wedstrijd in Riazor dat seizoen was in 1-1 geeindigd.

Doordat Deportivo in 2012 naar de Primera División promoveerde, en Gijón juist degradeerde uit de Primera División, kwamen beide teams elkaar pas weer in het seizoen 2013/2014 in de Segunda División tegen. Op speeldag 5 won Sporting met 2-0 van Deportivo, en pas in blessuretijd van de wedstrijd in Riazor scoorde Deportivo de gelijkmaker 1-1. Deportivo promoveerde dat seizoen terug naar de Primera División, en werd hierin in 2015 door Sporting vergezeld. Sporting zette meteen de ongeslagen reeks voort, door met 2-3 in Riazor te winnen, en het 1-1 gelijke spel in Gijón. Dit betekent dat Sporting al 10 wedstrijden op rij niet heeft verloren van Deportivo.

Real Zaragoza[bewerken]

Daarnaast is er enige rivaliteit met Real Zaragoza, dat mede te maken heeft met het seizoen dat Deportivo degradeerde (2010/2011). Er loopt een aanklacht tegen de meeste spelers van Levante en Real Zaragoza met betrekking tot de wedstrijd die Zaragoza met 1-2 won op de laatste speeldag van dat seizoen, waardoor Deportivo verrassend degradeerde. Zaragoza werd derde in het seizoen 1994/1994 waarin Deportivo en FC Barcelona tot de laatste seconden om de titel streden. In het seizoen 1995/1996 speelde Deportivo de enige Spaanse ontmoeting in Europa van de club, en het betrof de kwartfinale van de Europa Cup II tegen Real Zaragoza (dat deze beker in 1995 had gewonnen). In het seizoen 1999/2000 werd Deportivo kampioen, maar was het bijna Zaragoza dat op de 36e speeldag won in La Coruña. Het seizoen 2006/2007 was het eerste seizoen sinds 1991/1992 dat Zaragoza hoger eindigde dan Deportivo, maar het degradeerde het seizoen erop, zoals het ook al in 2002 was gedegradeerd. In 2009 eerder vochten beide clubs in de rechtzaal om de rechten van Lafita. Hoewel Zaragoza het recht had om deze speler van Deportivo terug te kopen, deed het dat pas in de allerlaatste minuten van de transferrmarkt in de zomer van 2009 zodat Deportivo niet op tijd een vervanger kon aantrekken. Over de definitieve transfersom werd vervolgens fel gestreden, waarbij Deportivo in 2011 in het gelijk werd gesteld. Het beruchte seizoen 2010/2011 was de eerstvolgende keer dat Zaragoza boven Deportivo eindigde. In het seizoen 2012/2013 was er opnieuw felle concurrentie, maar beide teams degradeerden. Zaragoza heeft sindsdien niet meer op het hoogste niveau gespeeld.

Real Madrid en FC Barcelona[bewerken]

In de hoogtijaren van Deportivo waren Real Madrid en FC Barcelona echte rivalen. Sinds 2004 is daar echter geen sprake meer van.

In 1994 werd de onderlinge titelstrijd tussen FC Barcelona en Deportivo in de laatste seconden in het het voordeel van de Catalanen beslist, maar in 2000 was dit omgekeerd. Bij de terugkeer van Deportivo in de Primera División in 1991 waren de krachtsverschillen helder, en won Barcelona in Riazor met 0-4 en in Nou Camp met 4-0. Op bezoek bij FC Barcelona zou Deportivo amper een resultaat behalen in de jaren’90. In de seizoen 1992/1993 en 1993/1994 werd duidelijk met 3-0 verloren. Daartegenover stond dat Barcelona het jarenlang moeilijk zou krijgen in Riazor. Dankzij een doelpunt van Bebeto won Deportivo in 1992 met 1-0 van Barcelona, en het herhaalde dit resultaat in de seizoenen 1993/1994 en 1994/1995. In die periode ging Deportivo ook punten pakken in Barcelona, door een 1-1 gelijkspel in december 1994 en in januari 1996. Doordat de thuiswedstrijd in mei 1996 in 2-2 eindigde, was Deportivo al vier wedstrijden op rij ongeslagen tegen Barcelona. Dat was omgedraaid toen FC Barcelona in januari 1997 de topper bij Deportivo met 0-1 won, en ook de thuiswedstrijd in mei 1997 met 1-0 afsloot. Het werden drie overwinningen op rij toen Barcelona in september 1997 met 2-1 won in Nou Camp. Maar in Riazor bleef Deportivo ongekend sterk tegen FC Barcelona, en verloor pas weer in februari 2004 (ruim zeven jaar na de vorige nederlaag) nadat het zes wedstrijden op rij won. In de seizoenen 1998/1999 en 1999/2000 won FC Barcelona nog thuis van Deportivo, maar toen werden de Galiciërs een echte angstgegner. In zeven wedstrijden won FC Barcelona maar een keer, en verloor het maar liefst zesmaal. Hieronder waren de overwinningen van Deportivo in Nou Camp in februari 2001 (2-3), april 2003 (2-4) en oktober 2003 (0-2). De 2-3 overwinning van FC Barcelona in februari 2004 maakte niet alleen een einde aan de serie nederlagen van de Catalanen in Riazor, maar ook aan de slechte algehele serie tegen Deportivo.

Met die overwinning waren de rollen definitief teruggedraaid. Inclusief dat resultaat verloor Barcelona tussen 2004 en 2007 in acht wedstrijden niet van Deportivo, en behaalde Deportivo slechts twee gelijke spelen (beiden in Riazor). Toch was er in geen enkele wedstrijd sprake van winst met méér dan één doelpunt verschil, en Deportivo scoorde in zeven van die wedstrijden. De 2-0 winst van Deportivo in Riazor op 26 april 2008 was voorlopig de laatste op de Catalanen. In de elf wedstrijden die daarna volgden was er zeven keer winst voor FC Barcelona en vier gelijke spelen. Opmerkelijk is dat drie van die gelijke spelen in Barcelona werden behaald. Eén van die gelijke spelen was op 15 mei 2011 wat voldoende leek voor Deportivo om zich op de speeldag erna veilig te spelen, maar dat seizoen eindigde toch in degradatie. Ruim anderhalf jaar later won FC Barcelona in een spectaculaire wedstrijd met 4-5 van Deportivo, en dat seizoen eindigde opnieuw in degradatie voor de Galiciers. Het 2-2 gelijkspel op 23 mei 2015 in Barcelona was voor Deportivo precies voldoende voor lijfsbehoud, en een herhaling van dat resultaat op 12 december 2015 kwam opnieuw tot stand na een 2-0 achterstand. Al met al heeft Deportivo slechts één keer van FC Barcelona gewonnen in de laatste 20 wedstrijden. In recente jaren is er ook vaak sprake van een ruime overwinning voor de Catalanen, zoals de 5-0 op 17 januari 2009, de 0-4 op 8 januari 2011 en de 0-4 op 18 januari 2015.

Real Madrid won de titel in 1995 in een rechtstreeks duel met Deportivo. Maar in Riazor lukt het de Madrilenen niet om in de periode 1991-2010 te winnen, tot de 1-3 overwinning op 30 januari 2011. In die periode was er sprake van vernederende 4-0 overwinningen van Deportivo in de seizoenen 1993/1994 en 1998/1999, en een 5-2 overwinning in 1999/2000.

Erelijst[bewerken]

1940, 1962, 1964, 1966, 1968, 2012
1975

In Europa[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Lijst van Europese wedstrijden van Deportivo La Coruña voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

speelt sinds in diverse Europese competities. Hieronder staan de competities en in welke seizoenen de club deelnam:

2000/01, 2001/02, 2002/03, 2003/04, 2004/05
1995/96
1993/94, 1994/95, 1997/98, 1999/00, 2008/09
2005, 2008

Bekende spelers[bewerken]

Spanjaarden[bewerken]


Nederlanders[bewerken]

Overig[bewerken]


Trivia[bewerken]

  • De club houdt nog steeds het Spaanstalige "La Coruña" in de naam, wat niet langer officieel de naam van de stad is, maar nog wel veel wordt gebruikt in plaats van het Galicische A Coruña.
  • Doelman Liaño vestigde in het seizoen 1993/1994 een defensief record (dat anno 2016 nog steeds staat) in de Primera División door slechts 18 tegengoals te krijgen in 38 wedstrijden. Hij won daarmee de Trofeo Zamora. In 27 van de 38 wedstrijden kreeg Deportivo geen tegengoals.

Externe links[bewerken]