Deportivo La Coruña

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Deportivo
Estadio de Riazor.A Corunha.Galiza.jpg
Naam Real Club Deportivo
de La Coruña
Bijnaam (Súper)Depor, Los Blanquiazules, Los Turcos (De Turken)
Opgericht 2 maart 1906
Stadion Estadio Municipal de Riazor,
A Coruña
Capaciteit 34.721
Voorzitter Vlag van Spanje Tino Fernández
Trainer Vlag van Spanje Víctor Sánchez
Competitie Primera División
Teamkleuren Teamkleuren Teamkleuren
Teamkleuren
Teamkleuren
Thuiskleuren
Teamkleuren Teamkleuren Teamkleuren
Teamkleuren
Teamkleuren
Uitkleuren
Teamkleuren Teamkleuren Teamkleuren
Teamkleuren
Teamkleuren
Alternatief
geldig voor 2015/16
Portaal  Portaalicoon   Voetbal

Real Club Deportivo de La Coruña, S.A.D. , beter bekend als Deportivo of de afkorting Depor, is een Spaanse voetbalclub opgericht in 1906 en uitkomend in de Primera División. De club speelt zijn thuiswedstrijden in Estadio Municipal de Riazor in A Coruña. De succesperiode van de club begon in 1992 en leidde uiteindelijk tot onder meer een landstitel in 2000, winst van de Copa del Rey in 1995 en in 2002 (in de Bernabeu tegen Real Madrid), en een halve finale in de Champions League in 2004. Spits Roy Makaay speelde vanaf 1999 tot 2003 voor Deportivo en won in het seizoen 2002/2003 de Gouden Schoen als topscorer van Europa, waarna hij werd verkocht aan Bayern Munchen.

Na de onverwachte degradatie in 2011 volgde onmiddellijk weer promotie (2012), maar ook weer een nieuwe degradatie (2013), nieuwe promotie in 2014, en een ontsnapping op de laatste speeldag in 2015 aan nieuwe degradatie. Anno 2016 staat Deportivo stabiel in de sub-top van de Primera División onder leiding van ex-speler Víctor Sánchez, en met sterspelers Lucas Pérez, Sidnei en Luis Alberto.

Deportivo is vooral bekend om de periode met de Braziliaanse spits Bebeto (1992-1996), het titelverlies in 1994 door de gemiste penalty van Djukic, de succesvolle periode in de Champions League tussen 2000 en 2004 (inclusief 8 wedstrijden tegen Juventus) met spelers als Makaay, Pandiani en Diego Tristán, de spectaculaire come-backs tegen Paris-Saint Germain (2001) en AC Milan (2004), de desastreuze 8-3 nederlaag bij AS Monaco (2003), en de doelpuntloze Champions League deelname in het seizoen 2004/2005.

In Europees verband heeft Deportivo drie wedstrijden tegen Nederlandse clubs gespeeld. In het Champions League seizoen 2003/2004 zaten Deportivo en PSV Eindhoven bij elkaar in de groepsfase. Deportivo won met 2-0 in Riazor, en PSV won met 3-2 in Eindhoven, wat voor de Galiciers nipt voldoende was om door te gaan en het mirakel tegen AC Milan te bereiken. In het seizoen 2008/2009 won Deportivo met 3-0 van Feyenoord in de Europa League.

Van de oprichting tot 1988[bewerken]

José Maria Abalo bracht voetbal naar La Coruña in 1904 na in Engeland gestudeerd te hebben en hij was betrokken bij de oprichting van Deportivo de la Sala Calvet in 1906 als voorloper van het huidige Deportivo. De Spaanse koning Alfonso XIII schonk de club in 1908 het predicaat ‘Koninklijk’ (Real) en accepteerde tevens de rol van erepresident van de club die inmiddels Real Club Deportivo de La Coruña heette. In die periode verliet de club de thuisbasis Corral de la Gaiteira en verhuisde naar een stadion dat tegenwoordig met Viejo Riazor wordt aangeduid. Toen de Liga in 1928 werd opgericht kwam de club niet door de kwalificaties heen en startte het in de Segunda División. Het eerste grote succes was het elimineren van Real Madrid in 1932 in de Copa del Rey. Een andere prestatie van betekenis was de promotie naar de Primera División in 1941.

In het debuutseizoen in de hoogste afdeling (1941/1942) eindigde Deportivo op de vierde plaats. In 1944 werd het huidige Riazor in gebruik genomen. De eerste grote tegenslag was de degradatie van de club in 1945 naar de Segunda División, maar in 1950 eindigde het als tweede in de Primera División en werd de titel op de laatste speeldag aan Atlético de Madrid verspeeld. In de jaren tot 1991 zou er veel sprake zijn van promoties en degradaties.

In de jaren’50 kwamen er meerdere buitenlandse spelers naar Deportivo, waaronder de Argentijnen Corcuera en Oswaldo. Tezamen met de spelers Franco, Moll en Tino zou het aanvallende vijftal bekend worden als het Orquesta Canaro. Het was de eerste glorieuze periode van Deportivo dat geleid werd door onder meer Helenio Herrera, en met spelers als Pahiño en de latere Europees voetballer van het jaar Luis Suárez. Maar na de degradatie in 1957 zouden meerdere degradaties in een kort tijdsbestek volgen (in 1963, 1965, 1967, 1970 en 1973).

Na 1973 belandde club zelfs in de Tercera Division, en ook met Luis Suárez als coach (in 1978/1979) kon de club het tij niet keren. In de jaren’80 nam de frustratie over het uitblijven van de terugkeer naar de Primera Division alsmaar toe, evenals de financiële problemen.

1988-1992: De eerste jaren onder president Lendoiro[bewerken]

In 1988 werd Augusto César Lendoiro tot president van Deportivo gekozen. Coach Arsenio Iglesias begon het seizoen 1988/1989 met een team dat enkele maanden ervoor ternauwernood aan een nieuwe degradatie was ontsnapt. Hoewel het team erg succesvol was in de Copa del Rey, was er opnieuw niet sprake van promotie, hoewel er voor het eerst in jaren weer sprake was van een positieve economische balans. In 1990 was de promotie bijna een feit, maar in de laatste play-off wedstrijd was het CD Tenerife dat promotie verdiende in Riazor na een eerder gelijkspel op de Canarische Eilanden.

Na 18 jaar zou dan eindelijk in 1991 de terugkeer naar de Primera División worden gerealiseerd. Met onder meer Miroslav Djukic in de selectie werd promotie afgedwongen in de slotfase van de laatste wedstrijd van het seizoen tegen Murcia. Onder coach Marco Antonio Boronat leek Deportivo in het seizoen 1991/1992 (met spelers als Liaño, López-Rekarte, Fran en Claudio) op weg naar handhaving toen Sporting de Gijón in maart 1992 met 5-2 verslagen werd met drie goals van Uralde. Het team stortte vervolgens echter in elkaar, en coach Arsenio Iglesias keerde terug als coach van Deportivo. De club eindigde op de zeventiende plek en was hierdoor voor de derde keer op rij veroordeeld tot play-off wedstrijden. Over twee wedstrijden werd Betis Sevilla uitgeschakeld na 2-1 winst in Riazor en een 0-0 gelijkspel in Sevilla.

1992-1995: Superdepor en de eerste prijzen[bewerken]

Na de turbulente voorgaande jaren zou in de zomer van 1992 de opmars naar boven beginnen welke zou aanduren tot 2004. De Brazilianen Bebeto (28) en Mauro Silva (24) sloten zich bij de selectie aan, en zouden zich twee jaar later tot wereldkampioen laten kronen met Brazilië. In La Coruña namen zij de club meteen aan de hand. Deportivo won de eerste vijf wedstrijden van het seizoen 1992/1993, inclusief 3-2 winst op Real Madrid na een 0-2 achterstand, en werd gekroond tot ‘winterkampioen’. Bebeto zou topscorer van Spanje worden met 29 goals, en Liaño de minst gepasseerde doelman. Uiteindelijk bleken Real Madrid en Barcelona nog een maatje te groot, maar eindigde de club op een verdienstelijke derde plaats en kwalificeerde het zich voor het eerst voor Europees voetbal. In het seizoen 1993/1994 bouwde het team op de successen voort, en bleek het in staat om spelmaker Fran Gonzalez te verleiden in La Coruña te blijven en een stap naar Real Madrid af te slaan. Dat seizoen zou berucht worden om de “Djukic-penalty”. Erkende voetballers als Donato, Manjarín, Paco, Elduayen, Voro, Pedro Riesco en Alfredo versterkten de selectie, en in december 1994 werd opnieuw de eerste positie ingenomen na onder meer een 4-0 overwinning op Real Madrid. Deportivo bleef koploper tot de laatste speeldag waarbij winst thuis op Valencia tot de titel zou leiden. In de laatste minuut, bij de stand 0-0, kreeg Deportivo een penalty toegewezen die door Djukic werd gemist. Als gevolg daarvan werd FC Barcelona kampioen op doelsaldo, nadat het zelf thuis pas twintig minuten voor tijd afstand had genomen van Sevilla. Op het moment dat Djukic de penalty miste was de wedstrijd van FC Barcelona al afgelopen. Doelman Liaño was dat seizoen opnieuw de minst gepasseerde doelman, en in 27 van de 38 wedstrijden kreeg Deportivo geen tegengoals.

Het seizoen 1994/1995 zou de eerste prijs ooit voor een Galische club opleveren. Op 27 juni 1995 won Deportivo de Copa del Rey tegen Valencia, nadat de wedstrijd een paar dagen eerder vanwege hevige regenval was gestaakt. In de competitie bleek Deportivo de enige club in staat om tegenstand te bieden aan Real Madrid, maar de titel ging naar de hoofdstad. Met de tweede plaats eindigde Deportivo voor het derde seizoen op rij bij de bovenste drie plekken. In de zomer van 1995 nam Deportivo revanche op Real Madrid door de Supercopa te winnen en de kampioen twee keer te verslaan (3-0 thuis en 1-2 uit).

1995-1998: De eerste terugslag[bewerken]

De succesperiode onder coach Arsenio Iglesias werd in 1995 afgesloten en hij werd opgevolgd door John Benjamin Toshack. De coach stond bekend om zijn goede prestaties met beperkte middelen. Voor het eerst sinds 1969 won het team het eigen Teresa Hererra toernooi. En na de winst in de Supercopa werd de eerste competitiewedstrijd moeiteloos met 3-0 van Valencia gewonnen. Maar daarna ging het mis, gekenmkerkt door een genadeloze 4-0 nederlaag bij streekgenoot Compostela. In oktober 1995 stond het team op de twaalfde positie, hoewel Deportivo af en toe nog excelleerde zoals tegen Apoel Nicosia (8-0 in de Europacup 2) en Albacete (5-0, met alle goals door Bebeto). Een opleving in de wintermaanden zorgde onder meer voor een 3-0 overwinning op Real Madrid en een 1-1 gelijkspel bij FC Barcelona. In de halve finale van de Europacup II bleek Paris-Saint Germain te sterk te zijn, en het seizoen ging als een nachtkaars uit met Deportivo in de middenmoot.

Het seizoen 1996-1997 zorgde voor een grotere opleving, wat met name te danken was aan de komst van de Braziliaan Rivaldo. Daar tegenover stond echter het vertrek van onder meer Bebeto. Deportivo startte erg sterk en was in december 1996 nog ongeslagen na 17 wedstrijden. De sterke defensie werd aangevuld met de doelpunten van Corentin Martins en Rivaldo. De club deed in de winter grote investeringen in Flávio Conceicao, Hélder en Renaldo. De komst van Nuno was de allereerste transfer van spelersmakelaar Jorge Mendes. In januari 1997 ging het echter mis met een late nederlaag tegen FC Barcelona (0-1), de aankondiging van Toshack dat hij na het seizoen zou stoppen, meerdere malen puntenverlies in de competitie, en uitschakeling in de Copa del Rey tegen Espanyol. Assistent-coach José Manuel Corral nam het tijdelijk over, en onder zijn leiding speelde Deportivo onder meer een thuiswedstrijd in Santiago de Compostela vanwege een munt-incident in een eerdere wedstrijd tegen Tenerife. Onder de nieuwe coach Carlos Alberto Silva was er een opleving (met name dankzij de doelpunten van Rivaldo), en het team eindigde alsnog op de derde plaats. Rivaldo zou in totaal 21 competitie-doelpunten scoren, en doelman Jacques Songo'o was de minst gepasseerde doelman.

In de zomer van 1997 voegde Deportivo met Djalminha en Luizão twee nieuwe Braziliaans spelers toe aan de selectie. Het team werd voortgebouwd op de derde plek van het vorige seizoen en had een zeer succesvolle voorbereiding, maar in de sloturen van de transfermarkt werd Rivaldo voor $27 miljoen weggekocht door FC Barcelona volgens een clausule in zijn contract. Alleen de spelers Ronaldo (naar Inter Milan) en Denilson (naar Betis Sevilla) waren tot op dan op de transfermarkt voor een hoger bedrag verkocht. Voor Deportivo was er geen tijd om een vervanger te halen, en het gemis van Rivaldo bleek een te grote slag te zijn. Het team zou in het seizoen 1997/1998 nooit hoger komen dan plek elf, en werd al in de eerste ronde van de UEFA Cup uitgeschakeld door Auxerre. In oktober 1997 werd coach Silva ontslagen, en wederom nam José Manuel Corral het over. Ditmaal zou het tot het einde van het seizoen duren. In de winterperiode deed president Lendoiro twee urgente aankopen in Zuid-Amerika met de aanvallers Abreu en 'Manteca' Martínez, maar dat bleek achteraf weggegooid geld. In de Copa del Rey was er uitschakeling tegen Segunda División club Alavés. Tegen het einde van het seizoen was er een ontluisterende 2-6 nederlaag tegen streekgenoot Compostela, en het team eindigde op de veertiende plek.

1998-2005: Het Eurodepor van Javier Irureta[bewerken]

In de zomer van 1998 bouwde Deportivo aan een nieuw team (met onder meer de verdedigers Romero en Manuel Pablo) dat ditmaal succesvoller dan ooit zou zijn. De Baskische coach Javier Irureta kwam over van streekgenoot Celta de Vigo en zou maar liefst zeven seizoenen aanblijven. In die periode werd de titel gewonnen, eenmaal de Copa del Rey, tweemaal de Supercopa, bereikte het team de halve finale van de Champions League, kwalificeerde het zich elk seizoen voor Europees voetbal, en maakte het bovenal veel indruk door de prestaties met beperkte middelen.

1998-1999: terugkeer in de sub-top[bewerken]

In het eerste seizoen onder Irureta ging niet alles meteen soepel. In januari 1999 werd thuis met 1-2 van Racing de Santander verloren en het team stond slechts op de twaalfde plaats. Ternauwernood werd uitschakeling in de Copa del Rey tegen Sporting de Gijón voorkomen. Op dat moment stond de Argentijn ‘Turu’ Flores op als de nieuwe ster. Mede dankzij zijn 13 goals (tussen 17 januari en 25 april 1999) werden Celta de Vigo en Mallorca in de Copa del Rey uitgeschakeld, en werd er in de eerstvolgende elf wedstrijden nog maar één keer verloren. Real Madrid werd in die periode met 4-0 vernederd. In de halve finale van de Copa del Rey ging het echter mis tegen Atlético de Madrid, en kwalificatie voor de Champions League werd op de laatste speeldagen verspeeld. Niettemin eindigde het team als zesde en kwalificeerde zich zo weer voor de UEFA Cup.

1999-2000: de Spaanse titel[bewerken]

In 1999 bouwde de club voort op het nieuwe succes en werden de jonge aanvallers Roy Makaay en Víctor Sánchez aangetrokken. Zij bleken de ontbrekende sleutels om het team de ultieme bekroning te geven: het winnen van de Spaanse competitie. Makaay scoorde in de eerste wedstrijd tegen Alavés meteen een hattrick (4-1), maar eind september 1999 stond het team nog slechts zevende na een thuisnederlaag tegen Numancia. Uitschakeling in de UEFA Cup tegen Stabaek werd nipt voorkomen. Daarna begon het team te draaien, en won het zeven keer op rij waaronder tegen FC Barcelona (2-1), Atlético de Madrid (1-3) en streekgenoot Celta de Vigo (1-0). Na een wervelende show op 21 november 1999 tegen Sevilla (5-2) nam Deportivo de eerste positie van de ranglijst in. In de UEFA Cup werden Montpellier en Panathinaikos uitgeschakeld, Mallorca werd geelimineerd in de Copa del Rey, en in de competitie werd een gat geslagen van acht punten.

In het begin van 2000 ging het echter weer mis. Na onder meer een 0-3 thuisnederlaag tegen Racing de Santander liep Real Zaragoza in de competitie in tot op twee punten, en FC Barcelona tot op vier punten. Osasuna uit de Segunda División bleek de meerdere te zijn in de Copa del Rey, en Arsenal schakelde Deportivo uit in de UEFA Cup. Maar het team hervond zich net op tijd. Real Madrid werd met een 5-2 nederlaag naar huis gestuurd, hoewel door een 2-1 nederlaag bij FC Barcelona de Catalanen onder leiding van Louis van Gaal tot op twee punten naderden. Het seizoen sleepte zich tot het einde, en Deportivo behaalde slechts twee uit punten uit drie wedstrijden voordat de laatste speeldag op 19 mei 2000 arriveerde. De eigen winst van Deportivo tegen Espanyol (2-0) was voldoende, en achteraf bleek dat zelfs een nederlaag toereikend was geweest omdat FC Barcelona thuis niet verder kwam dan 2-2 tegen Celta de Vigo. Na 94 jaar was Deportivo voor het eerst kampioen van Spanje geworden, en het kwalificeerde zich meteen voor het eerst voor de Champions League. Met 22 doelpunten had Roy Makaay een groot aandeel in de titel.

2000-2001: succesvol debuut in de Champions League[bewerken]

Deportivo zou zich vijf keer achter elkaar voor de Champions League kwalificeren tussen 2000 en 2004. Om daarin een goed figuur te slaan deed de club in de zomer van 2000 grote uitgaven. Van het gedegradeerde Atlético de Madrid werden Molina, Capdevila en Valerón overgenomen. Daarnaast arriveerde onder meer de aanvallers Walter Pandiani en Diego Tristán. Een vierde trofee werd in die periode aan de prijzenkast toegevoegd met het winnen van de Supercopa tegen Espanyol.

De Champions League groep met Panathinaikos, Hamburger SV en Juventus werd met een eerste plaats probleemloos overleefd, en ook in de competitie ging het vrij soepel. Tot 4 november 2000 werd er slechts eenmaal verloren (3-0 bij Real Madrid). Hoewel Deportivo in december 2000 de eerste plek in de competitie veroverde en in Europa indruk maakte met een 1-3 overwinning bij Paris-Saint Germain, kwam daarna een bijna gebruikelijke terugval. Het team verloor thuis met 0-1 van AC Milan, werd in de Copa del Rey wederom uitgeschakeld door een club uit de Segunda División (ditmaal door Tenerife) en behaalde slechts vier van de mogelijke twaalf punten in de competitie. Op 27 februari 2001 schreef Deportivo geschiedenis door in de slotseconde met 2-3 bij FC Barcelona te winnen. Een week later had het een monsterscore kunnen behalen in de thuiswedstrijd tegen Real Madrid, maar een mirakel hield de Madrilenen op de been (2-2). Deportivo raakte daarmee definitief het zicht op de eerste positie kwijt. In Europa was vervolgens een wonder nodig na een onnodige 1-0 nederlaag bij Galatasaray. De Turken werden probleemloos in Riazor met 2-0 verslagen, maar een 0-3 achterstand in de thuiswedstrijd tegen Paris-Saint Germain leek fataal te worden. Dankzij drie doelpunten van Pandiani en een goal van Tristán werd de wedstrijd alsnog gewonnen (4-3) en kon Deportivo dankzij een Panenka-penalty van Djalminha bij AC Milan (1-1) zich alsnog kwalificeren voor de kwartfinale. In die ronde behaalde het team bijna opnieuw een wonder na een 3-0 nederlaag bij Leeds United, maar de 2-0 thuisoverwinning bleek te weinig. Daarmee was de laatste kans op een prijs voor Deportivo verkeken. Diego Tristán werd topscorer voor Deportivo met 19 goals, en ook Roy Makaay stond hoog in het klassement met 16 doelpunten.

2001-2002: consolidatie in Europa en de Centenariazo[bewerken]

De enige aankoop van naam voor het seizoen 2001/2002 was middenvelder Sergio González die van Espanyol overkwam. In de Champions League werd voor het eerst van een grote club gewonnen dankzij late goals van Pandiani en Naybet tegen Manchester United (2-1). De impact was nog groter toen het team ook een overwinning op Old Trafford kon noteren dankzij twee goals van Tristán en één van Sergio. Al na vijf speeldagen in de Champions League groep was Deportivo gekwalificeerd voor de volgende ronde. In de competitie eindigde het team het jaar 2001 als koploper en het team maakte opnieuw indruk tegen een Engelse club met een 2-0 overwinning op Arsenal. Maar rondom de jaarwisseling ging het opnieuw fout. Na een 3-0 nederlaag bij Valladolid zakte het team zelfs naar een zevende plaats op de ranglijst. In Europe herpakte het team zich met een 0-0 gelijkspel bij Juventus en een 2-0 overwinning thuis tegen de Italianen, die in eigen land de titel zouden winnen dat seizoen. De meeste indruk maakte echter de 0-2 overwinning op Highbury bij Arsenal waarmee het team zich opnieuw kwalificeerde voor de kwartfinale van de Champions League. De Engelsen zouden dat seizoen zowel de FA Cup als de FA Premier League winnen.

Het hoogtepunt van het seizoen 2001/2002 zou de finale van de Copa del Rey op 6 maart 2002 blijken te zijn. Deportivo had een vrij gemakkelijke route naar de finale met Marino, Leonesa, een ronde met L'Hospitalet die niet doorging (vanwege het type veld van de Catalanen), Valladolid en Figueres. In de finale wachtte echter Real Madrid dat door de Spaanse voetbalbond in staat was gesteld om de finale in eigen stadion te spelen exact op de honderdste geboortedag van de club. Met snelle goals van Sergio en Tristán nam Deportivo echter de leiding, en gaf het dit niet meer uit handen (1-2). De overwinning van Deportivo gaat sindsdien door het leven als de Centenariazo. In Europa ging het echter wederom mis in de kwartfinale. Manchester United (de Engelse kampioen van 1999, 2000 en 2001) had geleerd van de eerdere nederlagen in het seizoen en won met 0-2 in Riazor, en maakte het karwei af op Old Trafford (3-2). Drie wedstrijden voor het einde werd ook de kans op de Spaanse titel verspeeld door een 1-0 nederlaag bij Valencia, dat kampioen zou worden. Maar ten koste van Real Madrid werd wel op de laatste speeldag wederom de tweede plek veilig gesteld dankzij een 3-0 overwinning. Tristán eindigde competitie als topscorer met 21 goals.

2002-2003: Roy Makaay als topscorer van Europa[bewerken]

Het seizoen 2002/2003 startte met opnieuw winst van de Supercopa, ditmaal tegen Valencia (3-0 en 0-1). Deportivo had zich flink versterkt met Jorge Andrade, Albert Luque en ‘Toro’ Acuña voor een totaalbedrag van €38 miljoen. De competitie startte in mineur met een 2-4 thuisnederlaag tegen Betis Sevilla en een serieuze blessure voor Jorge Andrade, maar de stemming sloeg volledig om op 18 september 2002. Op die dag scoorde Roy Makaay een hattrick (met twee assists van Valerón) en won Deportivo met 2-3 bij Bayern München. Het was de eerste winst ooit van een Spaanse club in München, en ook de eerste keer dat Bayern drie goals tegen kreeg in een Europese thuiswedstrijd. In de thuiswedstrijd die volgde tegen Valladolid liep Valerón echter een serieuze blessure op, en raakte het team uit balans. AC Milan won daarna gemakkelijk in Riazor (0-4), en ook wedstrijden tegen Racing de Santander, Villarreal en Lens werden verloren. In de competitie zakte het team naar de negende plek. De come-back kwam in de Europese thuiswedstrijd tegen Bayern München, die werd gewonnen door een late goal van Makaay: 2-1. Met een 1-2 overwinning bij het al gekwalificeerde AC Milan drong Deportivo voor derde keer op rij door tot de tweede groepsfase.

Het door blessures en schorsingen geplaagde team klom toch begin januari 2003 op naar de derde plek in de competitie, op zeven punten van koploper Real Sociedad. Maar in de Champions League lukt het dit seizoen niet. Een 2-0 voorsprong werd thuis tegen Juventus weggegeven (2-2), en bij Manchester United werd kansloos met 2-0 verloren. Ook bij FC Basel werd verloren (1-0), hoewel de 1-0 thuisoverwinning tegen de Zwitsers nog enige hoop gaf. Maar een 1-2 voorsprong in de vijfde wedstrijd tegen Juventus werd in de slotfase weggeven (3-2) waardoor uitschakeling al een feit was. Ook in de Copa del Rey ging het mis na een 2-3 nederlaag in Riazor tegen Mallorca, en een 1-1 gelijkspel op het eiland. De terugkeer van de geblesseerde Valerón, en de van kanker herstelde Molina, gaf het team echter een boost om voor de laatste kans in de competitie te vechten. Vanaf februari 2003 werden zeven van acht wedstrijden gewonnen, waaronder de toppers tegen Real Sociead (2-1) en FC Barcelona (2-4). Op 10 mei 2003 werd zelfs de eerste plek veroverd na een 0-2 overwinning op Málaga, op één punt gevolgd door Real Madrid en Real Sociedad. Toen ging het echter alsnog mis door nederlagen tegen Valencia (1-2) en Celta de Vigo (3-0), en Deportivo eindigde als derde. Hoewel het team het seizoen zonder prijzen eindigde, en eerder dan ooit was uitgeschakeld in de Champions League, kon de club terugblikken op opnieuw een seizoen in de top van het Spaanse en Europese voetbal. De bekroning daarvan was dat Makaay als Europees topscorer werd gekroond met 29 goals in de Liga, 9 in de Champions League, en 1 in de Copa del Rey. Het leverde hem een transfer van €19 miljoen naar Bayern München op.

2003-2004: Het mirakel tegen AC Milan[bewerken]

De zomer van 2003 was de meest rustige op de transfermarkt voor Deportivo sinds 1991, een teken aan wand van de toenemende economische problemen. De enige veldspeler die werd aangetrokken was de transfervrije Pedro Munitis van Real Madrid. Daartegenover stond het vertrek van onder meer Donato. Door de derde plek in het vorige seizoen was Deportivo genoodzaakt om voorrondes voor de Champions League te spelen, waarbij een 1-0 overwinning op Rosenborg ternauwernood voldoende was na de 0-0 in Noorwegen. Maar voor de vierde keer op rij zou Deportivo deelnemen aan de Champions League. Walter Pandiani bleek de natuurlijke vervanger van Makaay, en scoorde acht wedstrijden op rij. In Europa had het team vier punten na twee wedstrijden, maar in de competitie moest het de koppositie na enkele weken overlaten aan Valencia. Die werd echter enkele weken later weerd teruggepakt na 2-1 winst op Valencia en de derde overwinning ooit van Deportivo in Nou Camp (2-4). In november ging het echter goed mis. In de competitie zakte het team weg naar een derde plek, en in de Champions League werd met maar liefst 8-3 bij AS Monaco verloren. Toch was er opnieuw kwalificatie voor de volgende ronde na een minimale nederlaag bij PSV Eindhoven (3-2) waardoor de Galiciërs op doelsaldo door gingen. Maar de titelkansen gingen vrijwel verloren na een 2-1 nederlaag bij Real Madrid, met enkele dubieuze beslissingen van de scheidsrechter.

Atlético de Madrid schakelde vervolgens Deportivo uit in de Copa del Rey, maar in de competitie raakte het team weer op stoom met onder meer een 0-5 overwinning bij streekgenoot Celta de Vigo en een 4-1 overwinning tegen Real Zaragoza. In de Champions League van het seizoen 2003/2004 was de tweede groepsfase afgeschaft, en Deportivo lootte een oude bekende met Juventus in de knock-out fase. Na een verdiende 1-0 thuisoverwinning was het Pandiani die de enige goal in de return scoorde, en daarmee de eerste overwinning ooit van Deportivo bij Juventus realiseerde. Ondertussen ging het in de competitie definitief mis. Het herleefde Barcelona won met 2-3 in Riazor, en ook Valencia nam revanche voor een eerdere nederlaag en won met 3-0. In de kwartfinale van de Champions League wachtte de titelverdediger, en opnieuw een oude bekende: AC Milan. Voor de derde keer in vier seizoenen speelden beide teams tegen elkaar in een dubbele ontmoeting. In San Siro was de start veelbelovend voor Deportivo na de goal van Walter Pandiani, maar rondom de pauze sloeg Milan hard terug met vier goals (4-1). De return op 7 april 2004 werd algemeen als een formaliteit beschouwd, maar na 90 minuten had Deportivo het onmogelijke gepresteerd door AC Milan alle hoeken van het veld te laten zien: 4-0. Voor het eerst in de geschiedenis van de Champions League maakte een team een achterstand van drie goals uit de heenwedstrijd ongedaan, en dat ook nog eens in een kwartfinale tegen de titelverdediger.

Dat seizoen bleek achteraf voor Deportivo een unieke kans om de Champions League te winnen, maar de Galiciers bleken niet opgewassen tegen het FC Porto van José Mourinho. In de bloedeloze 0-0 in Porto kreeg verdediger Jorge Andrade een curieuze rode kaart, en zijn vervanger (César Martín) veroorzaakte in de return een penalty die de beslissing bleek te zijn: 0-1. FC Porto zou dat seizoen de Champions League winnen. Met alle ogen vervolgens op de competitie gericht bleek het team opnieuw in staat om de derde plek te bereiken, vóór Real Madrid.

2004-2005: De aftakeling[bewerken]

Dat het sprookje voor Deportivo niet eeuwig kon duren toonde de transferzomer van 2004 al aan. Net als in het jaar ervoor kreeg trainer Irureta geen nieuwe spelers van betekenis om te kunnen doorselecteren, ondanks dat spelers als Maniche, Mascherano, Eto'o en Saviola aan de club werden gelinked. Sterker nog, op de salarispost werd flink bespaard door het vertrek van onder meer Naybet, Djalminha, Djorovic, en vele andere spelers. Uiteindelijk werd voorkomen dat Albert Luque een stap maakte naar FC Barcelona. In de voorronde van de Champions League werd het 0-0 bij het kleine Shelbourne, en pas na 60 minuten werd de score in Riazor geopend wat leidde tot een 3-0 overwinning.

Negatieve berichten gingen echter de boventoon voeren. Deportivo had last-minute de middenvelder Aciari van Murcia willen aantrekken, maar slaagde daar niet in vanwege finánciele problemen. Daarbij kwam de aanklacht van Fran tegen de club vanwege finánciele geschillen. Luque en Pandiani haalden vervolgens het nieuws vanwege een ruzie op de training. Het was een teken aan de wand dat Irureta de controle op zijn spelersgroep aan het verliezen was. Op 22 september 2004 liet Valencia geen spaan heel van Deportivo in Riazor (1-5), en ook in de Champions League ging het vrijwel meteen mis met een 0-0 gelijkspel thuis tegen Olympiakos Piraeus, en een 2-0 verlies bij AS Monaco. Hét hoogtepunt van het seizoen vond plaats in oktober 2004 toen het team voor het eerst in 49 jaar in de competitie won bij Real Madrid: 0-1. Hoewel het team een stormloop van Liverpool op Anfield Road overleefde (0-0), bleek de thuisnederlaag (0-1) tegen de Engelsen fataal. De volgende klap was uitschakeling in de Copa del Rey tegen het kleine Elche. Hoewel het team nog tot de achtste plek in de competitie zou reiken, eindigde de Champions League campagne in mineur met een 1-0 nederlaag bij Olympiakos Piraeus, en een ontluisterende 0-5 nederlaag tegen AS Monaco. Hiermee werd Deportivo het eerste team in de geschiedenis van de Champions League dat niet scoorde tijdens de eerste groepsfase. Deportivo eindigde het jaar 2004 op plek dertien en op twintig punten achterstand van FC Barcelona.

In de wintermaanden was er sprake van twee selectiewijzigingen. Walter Pandiani rebelleerde met opmerkingen richting Irureta, en werd uitgeleend aan Birmingham City. Daarentegen kwam Fabricio Coloccini de selectie versterken. In het restant van de competitie was er de bijna traditionele overwinning op Real Madrid (2-0). Toen zelfs kansen op UEFA Cup voetbal echter verkeken leken, maakte de officiale krant van Deportivo bekend dat Irureta aan het einde van het seizoen zou vertrekken. Het team kon zich zelfs niet meer voldoende motiveren voor de laatste wedstrijd van Mauro Silva en Fran in Riazor, en verloor kansloos met 0-3 van Real Mallorca. Deportivo had uiteindelijk een eigen goal van Numancia’s Juanpa nodig om op de slotdag een 1-1 te behalen dat voldoende was voor de achtste plek, welke recht gaf op Intertoto voetbal. Het was niet alleen Irureta’s laatste seizoen bij Deportivo, maar ook zijn slechtste, en bijna even slecht voor Deportivo als het dramatische seizoen 1997/1998.

Terugval[bewerken]

In het seizoen 2005-2006 viel Deportivo voor het eerst in jaren buiten de top-zes van de Primera División en liep daardoor de kwalificatie voor Europees voetbal mis. Op 31 mei 2005 werd bekendgemaakt dat het contract met de trainer Javier Irureta zou worden ontbonden. Niet veel later werd Joaquín Caparrós aangesteld als nieuwe trainer. Hij kon met Deportivo in het seizoen 2005-2006 echter geen betere resultaten behalen en opnieuw moest de club zich tevreden stellen met een eindklassering in de middenmoot. In de zomer van 2006, het jaar van het honderdjarig bestaan van de club, contracteerde Deportivo met de hoop op betere resultaten verschillende jonge talentvolle spelers zoals Riki (Getafe CF), Joan Verdú (FC Barcelona B) en Juan Rodríguez (Málaga CF), terwijl verschillende oudere spelers zoals Víctor (Panathinaikos) en Enrique Romero (Real Betis) de club moesten verlaten. Het seizoen 2006/2007 werd een nieuwe stap achteruit voor Deportivo. De Galiciërs werkten een ontgoochelend seizoen af in de Primera División, en eindigden zo op een dertiende plaats. Even werd zelfs gevreesd voor de degradatie, nadat Depor 11 matchen op rij niet kon winnen. In de beker verging het hen iets beter, maar in de halve finale gingen ze kansloos onderuit tegen Sevilla, tot grote ontgoocheling van de fans. Die schreeuwden dan ook om het onstlag van Caparros. "Capa" stapte dan maar zelf op in de zomer van 2007.

De nieuwe trainer werd Miguel Angel Lotina. Met de komst van de Mexicaanse sterspeler Andres Guardado had iedereen hoge verwachtingen voor het nieuwe seizoen, maar al bij de eerste speeldag werd heel La Coruña met beide voeten op de grond gezet. Nieuwkomer Almería vernederde Depor meteen in eigen huis. De toestand was zo rampzalig, dat Depor na 20 van de 38 speeldagen op de voorlaatste plaats stond, op 6 punten van een niet-degradatieplaats. Lotina kreeg nog een allerlaatste kans. Als Depor niet kon winnen van Valladolid, zou hij zijn ontslag krijgen. In een wanhoopspoging gooide Lotina zijn hele tactiek om, en koos hij ervoor om met vijf verdedigers te starten, in een 5-4-1 opstelling. Depor won met 3-1 tegen Valladolid. Dat was dan meteen ook de ommekeer voor Deportivo. De ploeg was zelfs de derde beste ploeg van de terugronde in Spanje, en ware het niet van de laatste twee speeldagen, waren ze zelfs dé beste ploeg van de terugronde geworden. Het leverde Depor zelfs een plaats in de Intertoto op. In de zomer van 2008 vertrok de grote sterkhouder Coloccini naar Newcastle, maar Depor kocht ook goed in met onder andere Omar Bravo, Zé Castro en Mista. Depor kwalificeerde zich al bij al makkelijk voor de Uefa Cup, nadat ze het Israëlische Bnei Sachnin zowel in de heen- als uitwedstrijd van de laatste ronde van de Intertoto Cup versloegen. Depor kende maar weinig geluk met zowel de loting van de tweede kwalificatieronde, als met de loting van de eerste ronde van de Uefa Cup. Met moeite gingen zowel Hajduk Split als SK Brann voor de bijl om zo in de groepsfase terecht te komen.

In het seizoen 2010/11 degradeerde Deportivo op de laatste speeldag, het eindigde op de 18e plek. Het verblijf in de Segunda División A was van korte duur, want Depor slaagde er meteen in kampioen te spelen en zo terug promotie naar de Primera División af te dwingen. De terugkeer naar Primera was echter weinig succesvol. Financiële problemen zorgden ervoor dat de club in administratie moest gaan. Ook sportief ging het niet goed, en Depor degradeerde onmiddellijk terug naar de Segunda División aan het einde van het seizoen 2012/2013. Even leek het erop dat de club zou worden geliquideerd omdat de spelerslonen niet voor de deadline van 1 augustus betaald zouden kunnen worden, maar de club vond enkele minuten voor middernacht een oplossing, en kon zo op de valreep gered worden. Voorzitter Lendoiro moest tijdens het daarop volgende seizoen (2013/2014) onder druk van de supporters en de rest van het bestuur de club verlaten. Hij werd vervangen door Constantino "Tino" Fernández. Onder dit nieuwe bewind kwam er meteen terug beterschap. Deportivo slaagde er opnieuw in om na slechts 1 jaar in tweede klasse terug promotie naar Primera División af te dwingen. Deze keer eindigden ze de competitie op de tweede plaats, wat een rechtstreeks ticket naar Primera oplevert. Seizoen 2014/2015 was opnieuw bijzonder zwaar voor Deportivo op sportief gebied. Coach Víctor Fernández moest na 30 speeldagen opstappen, en werd vervangen door ex-speler Víctor Sánchez Del Amo. Op dat moment leek een nieuwe degradatie onafwendbaar. Toch slaagde Víctor Sánchez erin om Deportivo in eerste klasse te houden. Dankzij enkele verrassende resultaten bereikte Deportivo de laatste speeldag met een kleine kans op het behoud intact. Het moest dan wel een punt pakken op het veld van FC Barcelona. Deportivo slaagde erin een 2-0 achterstand goed te maken in het laatste halfuur van de match, en mocht zo het behoud vieren op Camp Nou. Tijdens het huidige seizoen, 2015/2016, gaat het Deportivo zowel sportief als financieel terug voor de wind.

Prijzen[bewerken]

In 2000 wist Deportivo na de mislukking in 1994 wel landskampioen te worden onder leiding van succescoach Javier Irureta. Een tweede Spaanse beker kon in 2002 bijgezet worden in de prijzenkast van Deportivo. Op 6 maart van dat jaar bestond Real Madrid precies honderd jaar en ter gelegenheid van dat feit werd de finale van de Copa del Rey op die dag gespeeld in het Estadio Santiago Bernabéu. Real en Deportivo haalden de finale en een groot aantal vooraanstaande mensen uit de voetbalwereld waren in het stadion aanwezig. Wat een mooi verjaardagscadeau moest worden voor Real Madrid, werd een feest voor Deportivo dat met 2-1 de beker won.

Europees[bewerken]

Ook Europees presteerde Deportivo goed. Bij de eerste deelname van de club aan de Champions League in het seizoen 2000-2001 werd direct de kwartfinales gehaald, waarin het Engelse Leeds United de betere was. De jaargang 2003-2004 was het beste Europese seizoen voor Deportivo met een halve-finaleplaats. In de kwartfinale zorgde de Galicische club voor een opmerkelijke prestatie. In de heenwedstrijd tegen AC Milan in Milaan verloor Deportivo met 4-1. Niemand gaf de club nog een kans om door te gaan in het toernooi, maar de realiteit was anders. In de return in A Coruña was Deportivo verreweg de betere van AC Milan en won uiteindelijk met 4-0 door doelpunten van Pandiani, Valerón, Luque en Fran. In de halve finale bleek de latere winnaar FC Porto over twee wedstrijden echter te sterk.

Rivaliteit[bewerken]

De grootste rivaal van Deportivo is streekgenoot Celta de Vigo. Sinds de jaren'90 bleek Deportivo dominant in het Galicische voetbal, maar deze verhoudingen zijn sinds de degradatie in 2011 weer in evenwicht. In tegenstelling tot Deportivo heeft Celta echter nog nooit een hoofdprijs gewonnen.

Een andere traditionele rivaal is Valencia. Deze rivaliteit ontstond in 1994 toen Valencia voor Deportivo de weg naar de titel verspeelde, en sindsdien hebben beide clubs elkaar in cruciale wedstrijden ontmoet. Als het om prijzen gaat was Deportivo succesvoller in rechtstreeks ontmoetingen, met de Copa del Rey in 1995 en de Supercopa in 2002. In 2002 was Valencia echter te sterk in de titelstrijd, en in 2003 versperde het Deportivo opnieuw de weg naar de landstitel. Toen Deportivo in 2011 degradeerde was Valencia de tegenstander in Riazor.

Recentelijk is de rivaliteit met Sporting de Gijón toegenomen. Dit ontstond vanwege een curieuze wedstrijd in 2011 in Gijón welke bijdroeg aan de degradatie van Deportivo enkele weken later. Beide steden liggen op 300 kilometer van elkaar, en in de onderlinge wedstrijden reizen veel supporters van de tegenpartij mee.

In de hoogtijaren van Deportivo waren Real Madrid en FC Barcelona echte rivalen. Sinds 2004 is daar echter geen sprake meer van. Met drie overwinningen in Nou Camp was Deportivo in de succesvolle periode een angstgegner van FC Barcelona. In 1994 werd de onderlinge titelstrijd in het voordeel van FC Barcelona beslist, maar in 2002 was dit omgekeerd. Real Madrid won de titel in 1995 in een rechtstreeks duel met Deportivo. Maar in Riazor lukt het de Madrilenen niet om in de periode 1991-2010 te winnen, tot de 1-3 overwinning op 30 januari 2011. In die periode was er sprake van vernederende 4-0 overwinningen van Deportivo in de seizoenen 1993/1994 en 1998/1999, en een 5-2 overwinning in 1999/2000.

Erelijst[bewerken]

2000
1995, 2002
1995, 2000, 2002
1940, 1962, 1964, 1966, 1968, 2012
1975

In Europa[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Lijst van Europese wedstrijden van Deportivo La Coruña voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

speelt sinds in diverse Europese competities. Hieronder staan de competities en in welke seizoenen de club deelnam:

2000/01, 2001/02, 2002/03, 2003/04, 2004/05
1995/96
1993/94, 1994/95, 1997/98, 1999/00, 2008/09
2005, 2008

Bekende spelers[bewerken]

Spanjaarden[bewerken]


Nederlanders[bewerken]

Overig[bewerken]


Trivia[bewerken]

  • De club houdt nog steeds het Spaanstalige "La Coruña" in de naam, wat niet langer officieel de naam van de stad is, maar nog wel veel wordt gebruikt in plaats van het Galicische A Coruña.

Externe links[bewerken]