Deraeocoris flavilinea

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Deraeocoris flavilinea
Deraeocoris flavilinea01.jpg
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse:Insecta (Insecten)
Orde:Hemiptera (Halfvleugeligen)
Onderorde:Heteroptera (Wantsen)
Familie:Miridae (Blindwantsen)
Geslacht:Deraeocoris
Kirschbaum, 1856
Soort
Deraeocoris flavilinea
A. Costa, 1862
Nimf
Nimf
Afbeeldingen Deraeocoris flavilinea op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Deraeocoris flavilinea op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten

Deraeocoris flavilinea (of Esdoornhalsbandwants) is een wants uit de familie van de blindwantsen (Miridae). De soort werd het eerst wetenschappelijk beschreven door Achille Costa in 1862

Uiterlijk[bewerken]

De enigszins brede, ovale, glanzende wants kan 6,5 tot 7 mm groot worden en is altijd langvleugelig (macropteer). De vrouwtjes zijn voornamelijk oranje-bruin van kleur en de mannetjes zijn donkerder bruin of zwart. Het schildje (scutellum) heeft een lichte rand. De ondoorzichtige achterpunt van de voorvleugels (cuneus) is ook lichter dan de rest van de vleugels en kan variëren van rood, oranje tot grijs-wit. Zoals andere halsbandwantsen zit tussen het halsschild en kop een duidelijke ring. De mannetjes hebben zwarte antennes, bij de vrouwtjes zijn die gedeeltelijk bruin. De kop en pootjes hebben veelal de zelfde kleur als de rest van de wants, de schenen hebben witte ringen. De nimfen hebben een duidelijk wit en rood achterlijf. De soort kan verward worden met andere soorten uit het genus Deraeocoris.

Leefwijze[bewerken]

De soort overwintert als eitje, kent één generatie per jaar en de volwassen dieren kunnen van mei tot in september waargenomen worden op struiken en bomen als esdoorn, es en hazelaar, langs bosranden en in parken en tuinen. De wantsen eten voornamelijk bladluizen (Aphidoidea) en poppen van lieveheersbeestjes.

Leefgebied[bewerken]

De soort kwam oorspronkelijk alleen in Italië en op Corsica voor maar is in Nederland en België inmiddels zeer algemeen en komt inmiddels ook vaker voor in de rest van het Palearctisch gebied.

Externe link[bewerken]