Derk Wildeboer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Derk Wildeboer
Derk Wildeboer samen met prins Bernhard bij het Mausoleum in Ede (1947)
Derk Wildeboer samen met prins Bernhard bij het Mausoleum in Ede (1947)
Volledige naam Derk Wildeboer
Geboren 20 mei 1903, Groningen
Overleden 20 november 1956, Ede
Land Nederland
Ook bekend als Bill
Groep Binnenlandse Strijdkrachten Ede
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

Derk Wildeboer (Groningen, 20 mei 1903 - Ede, 20 november 1956) was een Nederlandse militair en verzetsstrijder. Hij was hoofd van de Binnenlandse Strijdkrachten in Ede.

Levensloop[bewerken]

Wildeboer was een militair. Hij diende eerst bij het Korps Rijdende Artillerie.[1] Vanaf 1922 was hij bij een artillerieregiment in Ede, waar hij ook woonde, gelegerd. Later kreeg hij een aanstelling bij de School voor Verlofs-Officieren der Bereden Artillerie.[2] In de meidagen van 1940 was hij in Haarlem ondergerbacht. Door de snelle Nederlandse overgave kwam hij niet in actie. Wildeboer begon een paardentram in Ede, nadat hij officieel uit militaire dienst was ontslagen.[3] De dienst bleek echter niet winstgevend, waardoor de paardentram na verloop van tijd weer uit het straatbeeld verdween.

Verzetswerk[bewerken]

Al vroeg in de oorlog raakte Wildeboer betrokken bij het verzet. In 1940 kwam hij in contact met de Ordedienst en begon Duitse troepenbewegingen in kaart te brengen. Hij hoorde arbeiders die op vliegveld Deelen werkten uit en probeerde zo een plattegrond van het vliegveld te maken. Hij had echter geen mogelijkheden - zoals bijna iedereen in de begindagen van de oorlog - om de gegevens naar Engeland te krijgen. In augustus 1941 verleende hij onderdak aan een Engelse piloot genaamd Guy Conran.[4] Verder had hij gedurende de oorlog meerdere onderduikers in huis.[5]

In de eerste vier jaar van de oorlog was Wildeboer aan geen enkele organisatie of groep verbonden. Binnen het verzet stond Wildeboer bekend onder de schuilnaam Bill. Hij woonde aan de Lunterseweg 32 in Ede.[6] Hij had verschillende verzetslieden als buren, waaronder Pieter van Vark die later in de oorlog gepakt en geëxecuteerd werd.[7] Nadat alle Nederlandse in april 1943 weer in krijgsgevangenschap moeten dook Wildeboer onder in Limburg.[8] Door zijn niet-Limburgse accent kon hij zich daar moeilijk over straat bewegen, waardoor hij na verloop van tijd weer terugkeerde naar Ede. Op 6 november 1943 hielp hij Christiaan van Schuppen, die gepakt was vanwege "jodenbegunstiging", ontsnappen vanuit het Edese politiebureau.[9]

Naarmate het einde van de oorlog naderbij kwam, drong de Nederlandse regering in Londen er op aan dat de verzetsgroepen hun krachten zouden bundelen en onder een koepelorganisatie zouden vallen: de Raad van Verzet. De verschillende Edese verzetsgroepen gaven daar navolging aan en vormde een organisatie. Zij vroegen Wildeboer als plaatselijk commandant.[10]

Amper twee weken later brak de Slag om Arnhem uit, waarbij duizenden Britse parachutisten op de Ginkelse Heide landen. De slag liep op een nederlaag voor de geallieerden uit. Het Edese verzet kreeg het vooral druk in de periode daarna, omdat honderden geallieerde soldaten op bezet grondgebied waren achtergebleven. Het Edese verzet kon de grote aantallen bijna niet aan. Daarom schakelde Wildeboer de Engelse majoor Digby Tatham-Warter die hielp bij de organisatie van de achtergebleven parachutisten.[11] Hij verbleef bij Wildeboer in huis. Naast zijn huis was een ondergrondse schuilplaats.[12]

Samen met Driekus van de Pol, Dobie en Tatham-Warter ontwierp Wildeboer een ontsnappingsplan. Onder de codenaam Pegasus I werden in de maand oktober honderdveertig militairen de Rijn overgesmokkeld. Operatie Pegasus II op 2 november 1944 liep op een mislukking uit, met als gevolg dat verschillende verzetsleden werden gepakt en later gefusilleerd. Een nieuwe klap was de arrestatie van Wildeboers (joodse) koerierster Didi Roos op 17 november 1944. Zij overleefde de oorlog en trouwde daarna met Marcel Hertz die ook voor Wildeboer werkzaam was.[13] Voor Wildeboer was de arrestatie van Roos wel aanleiding om samen met zijn gezin onder de duiken. De Duitse soldaten die in zijn huis gelegerd waren vroegen zich af of zij melding moesten maken van zijn plotselinge verdwijning.[14] Vermoedelijk hebben zij dat wel gedaan, want een paar dagen later werd het huis van de familie geplunderd door de Sicherheitsdienst.

Tijdens en kort na een wapendropping in de nacht van 8 op 9 maart 1945 werden 19 verzetslieden gepakt door de Duitsers, waarvan zestien werden geëxecuteerd en een in gevangenschap zelfmoord pleegde. Een week voor de fatale dropping had er al een andere wapendropping plaats gevonden op hetzelfde terrein in de buurt van Lunteren. Er was een discussie binnen de leiding van het verzet of het wel veilig was hetzelfde terrein amper een week later weer te gebruiken. Met name Evert Jan van Spankeren was tegen. Wildeboer sprak met hem af dat zijn verzetsgroep het terrein eerst een aantal dagen in de gaten zou houden om er zeker van te zijn dat de Duitsers geen bijzondere interesse hadden voor het gebied. Wildeboer besloot op aandrang van de geheim agent [François Beckers]] en andere stafleden dat de dropping toch doorgang moest vinden, zonder Van Spankeren daarin te kennen. Vijf leden van Van Spankerens verzetsgroep die het terrein in de gaten hielden werden onaangenaam verrast door het doorgaan van de dropping. Zij werkten wel mee, voor vier van hen met fatale gevolgen.[15]

Na de arrestatie van de kans was groot dat de Duitsers door verhoren achter de verblijfplaats van veel andere verzetsleden, waaronder Wildeboer, zouden komen. Wildeboer verliet daarom samen met zijn gezin het hotel De Leperkoen, waar hij op dat moment al enige tijd verbleef. Het huis van Wildeboer was eerder al in opdracht van de Sicherheitsdienst leeg gehaald.[16] De verzetsman vertrok naar Barneveld, waar hij op 17 april de bevrijding meemaakte.[17]

Na de oorlog[bewerken]

Wildeboer was een van de initiatiefnemers voor de bouw van Het Mausoleum, waar de lichamelijke resten van dertig omgekomen Edese verzetsstrijders werden begraven. Bij de begrafenis las Wildeboer de namen voor van de omgekomen oorlogsslachtoffers.[18]

Persoonlijk[bewerken]

Wildeboer was getrouwd met Hilletje Voskuil. Uit het huwelijk kwamen twee kinderen voort. In 1948 ontving hij de Amerikaanse Medal of Freedom.