Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (kortweg DSM, letterlijk "diagnostisch en statistisch handboek voor psychische stoornissen") is een Amerikaans classificatiesysteem voor psychische aandoeningen, uitgegeven en opgesteld door de American Psychiatric Association. In de meeste landen dient het handboek als de standaard in de psychiatrische diagnostiek.

De DSM was noodzakelijk geworden om een einde te maken aan de grote internationale spraakverwarring in de literatuur over psychische aandoeningen. Termen als "depressie" of "psychose" werden door verschillende auteurs heel anders ingevuld en waren vaak ook nationaal gekleurd. Zo kon met de DSM veel meer eenheid gebracht worden in diagnosen: het was nodig om alle symptomen duidelijk te omschrijven, en precies te definiëren welke symptomen kunnen voorkomen bij een ziektebeeld, en hoeveel symptomen aanwezig dienen te zijn, voordat er gesproken kan worden van een bepaald syndroom of ziektebeeld bij een patiënt.

In mei 2013 werd de DSM-5 gepubliceerd: in april 2014 volgde de Nederlandse vertaling hiervan.[1] Sinds 2017 is de DSM-5 in Nederland leidend bij het bepalen van de verzekerde zorg.[2]

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Vanaf de negentiende eeuw onderging de geneeskunde in het algemeen door wetenschappelijk onderzoek een hele evolutie. Ook in de geestelijke gezondheidszorg leidde dit tot het opstellen van systematische indelingen van psychische aandoeningen.

In ongeveer 60 jaar is het DSM geëvolueerd van DSM-I tot DSM-5. Door de jaren heen zijn de volgende versies openbaar gemaakt:

  • DSM-I (1952)
  • DSM-II (1968)
  • DSM-III (1980)
  • DSM-III-R (1987)
  • DSM-IV (1994)
  • DSM-IV-TR (2000)
  • DSM-5: (mei 2013)[3]

Afhankelijk van het model dat de professionals die deze indelingen opstelden hanteerden, van voornamelijk biologisch georiënteerd, (zoals Kraepelin) tot meer theoretisch, leidde dit tot andere indelingen, die door en naast elkaar werden gebruikt. Decennialang werd het onderzoek naar de diagnostiek en behandeling van patiënten ernstig bemoeilijkt, doordat iedere onderzoeker zijn eigen invulling had van een bepaalde diagnostische term. Zo kon in het ene land een bepaalde benadering bij een bepaalde groep patiënten wel aanslaan maar in een ander land helemaal niet.

In de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw kwam er kritiek op de lage onderlinge betrouwbaarheid van bepaalde diagnoses en op de te strikte afbakening van de grenzen tussen normaal en abnormaal gedrag waar deze in werkelijkheid veel vager waren. De noodzaak van een duidelijke en eenduidige diagnose leidde ertoe dat de meerderheid van de professionals in de geestelijke gezondheidszorg anders ging werken. Voortaan zou de voorlopige diagnose met een collega of een team worden besproken. Daarvoor moesten de gebruikte diagnostische termen voor allen dezelfde inhoud hebben.

In de geestelijke gezondheidszorg zijn klachten en symptomen van patiënten veelal vaag, complex en onsamenhangend, en wisselt de beoordeling van de ernst ervan sterk met de beoordelaar. Verder zijn er verschillende theorieën over dezelfde term, bijvoorbeeld schizofrenie.

Om te pogen in deze chaos orde te scheppen is de DSM ontstaan, met zoveel succes dat het inmiddels in zijn vijfde versie over nagenoeg de gehele wereld wordt gebruikt. Een internationale groep psychiaters, psychologen en epidemiologen kwamen voor de American Psychiatric Association samen om een handleiding voor het gebruik van diagnostische termen samen te stellen.

DSM-5[bewerken | brontekst bewerken]

Vanaf 2002, toen de eerste "research agenda" verscheen, is er gewerkt aan de nieuwe DSM-5 criteria. Via de website dsm5.org werd kritiek en commentaar verzameld op de eerdere proefversies van de nieuwe criteria: men verzamelde in een paar maanden tijd 13.000 opmerkingen op de website, met daarnaast nog eens 12.000 via e-mail, brieven en langs andere wegen.[4]

Met de komst van de DSM-5 zijn enkele grote veranderingen aangekondigd: zo zouden alle vormen van autisme onder de naam autismespectrumstoornis gaan vallen en zal meer de nadruk worden gelegd op de hevigheid van de symptomen, dan op de stoornis zelf, om zo betere diagnoses te kunnen stellen. Nieuw zijn onder andere stoornissen als gokverslaving en eetbuienstoornis.[5] Ook verdween het assenstelsel waarlangs de verschillende diagnoses in DSM-IV werden gerubriceerd.[6]

Allen Frances, die de samenstelling van de DSM-IV geleid had, liet zich in 2013 uiterst kritisch uit over de DSM-5. Vrijwel normaal gedrag zal volgens hem steeds meer een label opgeplakt krijgen en met medicijnen worden behandeld.[7]

De DSM-5 werd gepresenteerd op de jaarlijkse bijeenkomst van de American Psychiatric Association in San Francisco van 18 tot 22 mei 2013. Een jaar later, in april 2014, verscheen de DSM-5 onder de titel voor het eerst in een Nederlandse vertaling. DSM-5 is per 2017 leidend voor de administratie van Nederlandse zorgverzekeraars en zorgverleners.[8]

Gebruik[bewerken | brontekst bewerken]

De DSM wordt gebruikt in de gezondheidszorg en daarbuiten in niet-GGZ-diensten zoals zorg voor mensen met een functiebeperking, centra voor leerlingenbegeleiding en centra voor maatschappelijk werk. Zo wordt de DSM gebruikt als naslagwerk met betrekking tot de diagnostiek van autisme. Vóór de opkomst van de DSM waren diagnoses veel meer afhankelijk van de diagnosticus in kwestie, dan van de symptomen van de patiënt.

Met de in gebruik name van DSM-5, zijn verschillende onderverdelingen losgelaten: onder andere de diagnoses "NOA", niet-anders-omschreven (NOS), zoals bijvoorbeeld gebruikt bij PDD-NOA zijn vervallen. De autistiforme stoornissen die de DSM-IV kende, zijn in de DSM-5 samengevat onder autismespectrumstoornissen. Ook leerstoornissen staan nu samen onder één noemer. Het veranderen van de classificatie heeft echter geen gevolgen voor de diagnose van de patiënten, tenzij de betaling van de behandeling door de zorgverzekeraar afhankelijk is van een DSM-classificatie. [9]

Verder is in de DSM-5 het assenstelsel dat tot en met de DSM-IV-TR werd gebruikt losgelaten.

Bij de diagnose wordt verder verwacht dat er een inschatting wordt gemaakt van de volgende aspecten:

  • is de patiënt syntoon of dystoon, dat wil zeggen heeft hij ziekte-inzicht en motivatie?
  • is er sprake van comorbiditeit en suïcidaliteit?
  • wat is de invloed van leeftijd, geslacht en cultuur?
  • hoe hoog is de lijdensdruk, te scoren op een schaal 0-3 volgens de ‘severity index of impairment’.

Structuur[bewerken | brontekst bewerken]

De DSM-5 kent een indeling in 3 secties. Sectie 1 geeft uitleg over de indeling van de DSM: sectie 2 vervolgens, omvat twintig hoofdcategorieën met diagnoses. Sectie 3 bevat classificaties waar nog meer onderzoek voor nodig is, en die daarom niet opgenomen zijn in sectie 2. Voorbeelden van sectie 3 zijn de internet gaming disorder en non suicidal self-injury.

Overzicht hoofdcategorieën[bewerken | brontekst bewerken]

Kritiek[bewerken | brontekst bewerken]

Sociaal-culturele context[bewerken | brontekst bewerken]

De DSM maakt een scherp onderscheid tussen ziekte en gezondheid. Uiteindelijk betreffen psychische ziektebeelden echter veel voorkomende gedragspatronen die zich (al of niet tijdelijk) in zulk een extreme mate manifesteren dat ze als afwijkend worden beschreven. Veel begrippen uit de DSM zijn sterk gerelateerd aan sociaal-culturele waarden en hun veranderingen. Dit geeft nog weleens problemen op het gebied van de afgrenzing. Zo is homoseksualiteit lange tijd een DSM-diagnose geweest.[10]

Geen dimensionele indeling[bewerken | brontekst bewerken]

De DSM werd bekritiseerd omdat deze een atheoretische indeling van psychische ziektebeelden gaf, wat wetenschappelijk onderzoek en betrouwbare conclusies over deze ziektebeelden bemoeilijkt.

De DSM wordt gebruikt om in enkele woorden en op overzichtelijke wijze duidelijk te maken waar de problematiek van de patiënt over gaat, met als doel een passende behandeling te kunnen geven. Vooral in de huidige maatschappij met de vaak wisselende zorgverleners is het wenselijk om in één oogopslag de basisproblematiek te overzien. Het gebruik van DSM-categorieën (hokjes) kan echter leiden tot een beschrijving van het ziektebeeld die tekortdoet aan de complexiteit ervan.

De DSM-5 bevat nu een dimensionele indeling van persoonlijkheidsstoornissen (As II, zie Big Five (persoonlijkheidsdimensies)). Voor de zogenaamde As I-stoornissen (zoals depressies en psychotische stoornissen) wordt nog steeds een categoriële indeling verwacht.

Belangenverstrengeling[bewerken | brontekst bewerken]

Een ander punt van kritiek op de DSM betreft belangenverstrengeling ("conflicts of interest") bij de commissie die verantwoordelijk is voor het maken van de (nieuwe) indelingen. Een onderzoek uit 2006 meldde dat zesenvijftig procent van de leden van de 170-koppige DSM-IV- en IV-R-commissie één of meer financiële verbindingen hadden met de farmaceutische industrie. Honderd procent van de leden van de subcommissies 'Stemmingsstoornissen' en 'Schizofrenie en overige psychotische stoornissen' hadden financiële banden met de farmaceutische industrie. De overige commissies die verbindingen hadden waren: financiering wetenschappelijk onderzoek (42%), consultancy (22%) en sprekersbureau (16%).[11]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]