Dialectisch materialisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Dialectisch materialisme of materialistische dialectiek wordt door velen beschouwd als de filosofische grondslag van het marxisme. Karl Marx combineerde het dialectische denken van Georg Wilhelm Friedrich Hegel met het materialisme van Ludwig Feuerbach.

De term "dialectisch materialisme"[bewerken]

Marx zelf heeft de term "dialectisch materialisme" nooit gebruikt. Friedrich Engels hanteert[1] alleen de term "materialistische dialectiek".

Joseph Dietzgen was de eerste die in 1887 het begrip "dialectisch materialisme" hanteerde[2]. Ook Karl Kautsky gebruikte de term in dat jaar[3].

Dialectisch materialisme als instrument voor sociaal-wetenschappelijke studie[bewerken]

Alhoewel “materialisme” als filosofisch uitgangspunt uiteindelijk de gehele kosmos omvat, en dientengevolge ook alle wetenschappelijke disciplines, werd het instrument van de materialistische dialectiek door Marx in eerste instantie ontwikkeld in de context van maatschappelijke vraagstukken; tegenwoordig zouden we zeggen: als sociaal-wetenschappelijk model. Marx trachtte greep te krijgen op de bewegingswetten van de kapitalistische maatschappij, en het dialectisch materialisme was in eerste instantie een instrument om dat te bewerkstelligen. Later is (bijvoorbeeld door Engels in zijn “Dialectiek der natuur”) de dialectisch materialistische beschouwingswijze ook toegepast op natuurwetenschappelijke vraagstukken.

In zijn sociaal-wetenschappelijke vorm leert het dialectisch materialisme dat de geschiedenis wordt voortgestuwd door tegenstellingen, waarbij materiële tegenstellingen uiteindelijk (“in laatste instantie”) de maatschappelijke ontwikkeling bepalen. Dat betekent dat tegenstellingen die te maken hebben met de productie en verdeling van maatschappelijke rijkdom (de maatschappelijke “onderbouw”) uiteindelijk bepalend zijn voor de loop van de geschiedenis.
Grondbeginsel van het dialectisch materialisme is dat "de geschiedenis van elke tot nog toe bestaande maatschappij de geschiedenis [is] van klassenstrijd" (Marx en Engels, Communistisch Manifest, 1848). Met andere woorden: sociale, economische en politieke strijd bepaalt de geschiedenis.

De klassenstrijd verloopt in fasen die samengevat kunnen worden door het schema these, antithese, synthese, zoals in Hegels dialectiek de geestelijke ontwikkeling van de mens wordt gekenschetst.

Diamat en histomat[bewerken]

De opvatting dat materiële ontwikkelingen de geschiedenis bepalen, is, zeer kort samengevat, de kern van het historisch materialisme. Dat deze ontwikkelingen het karakter hebben van tegenstellingen, en het stramien “these-antithese-synthese” volgen, is de dialectiek. In Marx' werk zijn deze zaken steeds heel nauw verweven. Zelf heeft hij bovendien over deze filosofisch-methodologische vraagstukken (zeker in latere jaren) slechts weinig expliciet geschreven.

In latere versies van het marxisme, m.n. in de stalinistische periode, werden het historisch en dialectisch materialisme – in een uiterst rigide vorm – tot een soort artikelen des geloofs. “Histomat” en “diamat” waren de gereedschappen waarmee elke proletariër elk vraagstuk in de wereld zonder problemen de baas kon. Deze verstarde, onwetenschappelijke (en ondialectische) zienswijze is tot aan de val van de Sovjet-Unie de officiële filosofie (ideologie) gebleven.

Voetnoten[bewerken]

  1. in Dialectiek der natuur
  2. Dietzgen, Joseph - en: Excursions of a Socialist into the Domain of Epistemology (English translation in Dietzgen, E. & J. (eds.) - Some of the Philosophical Essays by Joseph Dietzgen. Charles H. Kerr, Chicago 1906, p. 263 – 362. online beschikbaar op Marxists Internet Archive (MIA)
  3. Kautsky, Karl - Friedrich Engels. in het Engels online beschikbaar op MIA. De oudste online bron in het Duits is: Kautsky, Karl – Friedrich Engels. Zu seinem siebzigsten Geburtstag. in: Die Neue Zeit, 9e jrg. 1890, eveneens op MIA

Zie ook[bewerken]