Dick Dooijes

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dick Dooijes (1978)

Dick Dooijes (Amsterdam, 1909Baarn, 1998) was een Nederlandse letterontwerper en typograaf. Ook was hij lid van de Amsterdamse gemeenteraad voor de Partij van de Arbeid. Dooijes werkte ruim veertig jaar bij Lettergieterij Amsterdam voorheen N. Tetterode,waarvan bijna dertig jaar als hoofd van de ontwerpafdeling.

Dooijes, geboren in een socialistisch milieu, werd in 1926 bij Tetterode de leerling en assistent van S.H. de Roos, ontwerper van letters als de Hollandse Mediaeval en de Egmont. Dooijes volgde De Roos in 1940 op als ontwerper-tekenaar en beheerder van de Typografische Bibliotheek van Lettergieterij Tetterode.

Eind jaren vijftig ontwierp hij de schreefloze Mercator, maar Dooijes’ bekendste letter is de Lectura uit 1969, bestemd voor zowel hand- als machinezetsel. De productie van deze letter nam zeven jaar in beslag.

Een nieuwe loodletter ontwerpen was een langdurig proces: Na het eerste ontwerp moesten met de hand punches worden geslepen met zeer fijne vijlen en gravers. Met die punches werden matrijzen geslagen. Na callibratie kon met die matrijzen proefletter worden gegoten, en handzetsel gemaakt voor proefzetsel. De drukproeven werden daarna kritisch beoordeeld, en zo nodig werd het ontwerp meermalen aangepast. Nieuwe patrijzen, nieuwe matrijzen maken, het hele proces herhaalde zich totdat de letter goed genoeg werd bevonden om uit te brengen. Dit alles vergde zeer veel tijd en vakmanschap. Om van de letter ook matrijzen voor Linotype en Intertype uit te brengen, was er ook de samenwerking met die firma's, en ook dat kostte extra tijd voor onderling overleg. Daarnaast had dit grote invloed op het uiteindelijke letterontwerp. Bij deze zetselgietmachines was een cursieve letter "a" altijd even breed als de romein "a". Ze stonden boven elkaar op de matrijs. En dit gold voor alle letters in het alfabet.[1]

Van 1968 tot 1974 was hij directeur van de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. Dooijes was zowel lid van de nationale Raad voor de Kunst als van de Amsterdamse Kunstraad.

Naast letterontwerper was Dooijes publicist en verzorger van talrijke publicaties. In 1951 ontving hij de H.N. Werkmanprijs voor zijn verzorging van De letter als kunstwerk van G. Knuttel. In Het Boekblad, het orgaan van de Nederlandse boekhandel, schreef Dooijes elf artikelen onder de titel Wegbereiders van de moderne boektypografie in Nederland, over de belangrijkste Nederlandse letterontwerpers.

Bibliografie[bewerken]

  • Traditie en vernieuwing, 10 jaar Nederlands drukwerk 1945-1955. Nederlandse Vereniging van Drukkers, 1956
  • Nederlandse kunstenaressen rond het exlibris. Wereldbibliotheek, 1958
  • Over drukletters en het ontwerpen daarvan. Amsterdamse Grafische School, 1959
  • Over typografie en grafische kunst. Lettergieterij Amsterdam, 1968
  • Boektypografische verkenningen. De Buitenkant, 1968
  • Met Pieter Brattinga: A history of the Dutch Poster 1890-1960. Scheltema & Holkema, 1968
  • Hendrik Werkman. Meulenhoff, 1970
  • Met W.H. Crouwel: Boeken maken 1890—1940, de collectie Nijkerk. Stedelijk Museum Amsterdam, 1975.
  • Sjoerd H. de Roos zoals ik mij hem herinner. Rijksmuseum Meermanno, 1976
  • Over de drukwerkletterontwerpen van Sjoerd H. de Roos. Buhrmann-Ubbink, 1987
  • Mijn leven met letters. De Buitenkant 1991.

Literatuur over Dooijes[bewerken]

  • Mathieu Lommen: Letterontwerpers. Gesprekken met Dick Dooijes, Sem Hartz, Chris Brand, Bram de Does, Gerard Unger. Met een voorwoord van John Dreyfus. Haarlem, 1987.
  • John A. Lane & Mathieu Lommen: Dutch typefounders' specimens from the Library of the KVB and other collections in the Amsterdam University Library, with histories of the firms represented. Amsterdam, 1998.
    • Fred Smeijers, Counterpunch, Making Type in the Sixteenth Century, Designing Typefaces Now, London : Hyphen Press, 1996, ISBN 9780907259060