Diefstal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Diefstal is een in het strafrecht als misdrijf aangemerkt delict dat bestaat uit het op onrechtmatige wijze eigenhandig in bezit nemen van andermans eigendom. Wie zich schuldig maakt aan diefstal wordt een dief genoemd, een vrouwelijke dief is een dievegge.

Fietsen worden vaak gestolen, zelfs als ze op slot zitten, door het wiel te verwijderen of het slot door te knippen.

België[bewerken]

Hij die een zaak die hem niet toebehoort, bedrieglijk wegneemt, is schuldig aan diefstal (art. 461 Belgisch Strafwetboek). Het materieel element bestaat uit het wegnemen van een zaak terwijl het moreel element de intentie er eigenaar van te worden behelst.

Het Hof van Cassatie oordeelde dat ook elektriciteit kan worden "gestolen" aangezien het voldoet aan de kwalificatie van een lichamelijk goed.

Nederland[bewerken]

Diefstal is in Nederland strafbaar gesteld in artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht, en voor Caribisch Nederland in artikel 323 van het Wetboek van Strafrecht BES. Het wordt omschreven als het wegnemen van enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, en wordt bestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar of een geldboete van de vierde categorie.

'Wegnemen' is het onderscheidend criterium. Het veronderstelt dat de dader het goed door een eigen handeling in zijn bezit brengt, dat wil zeggen dat hij zich daarvan de feitelijke heerschappij verschaft.[1][2] Daarop moet ook zijn opzet gericht zijn, waaronder ook voorwaardelijk opzet begrepen wordt.[1] Wanneer de dader zich een goed dat hij reeds rechtmatig onder zich heeft wederrechtelijk toe-eigent, spreekt men van verduistering.[3] Wordt het slachtoffer gedwongen het goed zelf af te geven, dan is sprake van afpersing.[4]

Vereist is dat 'enig goed' wordt weggenomen. In de rechtspraak is aangenomen dat hieronder behalve stoffelijke voorwerpen onder meer ook elektriciteit, gas, giraal geld en virtuele objecten verstaan kunnen worden.[5] Vereist is bovendien dat dit goed aan een ander 'toebehoort'. Niet relevant is of de eigenaar of een andere rechthebbende ten tijde van het wegnemen feitelijk de beschikking had over het goed. Zo werd ook het wegnemen van een goed dat reeds door een ander gestolen was als diefstal aangemerkt.[2] Een zogenaamde res nullius behoort niet toe aan een ander, zodat het wegnemen daarvan niet kan worden gekwalificeerd als diefstal. Ook diefstal van een eigen goed is niet mogelijk.[6]

Tot slot is vereist dat de dader het oogmerk heeft om zich het goed wederrechtelijk toe te eigenen. 'Toe-eigening' wordt door de Hoge Raad wel omschreven als 'als heer en meester beschikken'. 'Wederrechtelijk' betekent 'zonder bevoegdheid'.[7] 'Oogmerk' is een bijzondere vorm van opzet, waarmee voorwaardelijk opzet niet te verenigen is.[1] Van zo'n oogmerk kan geen sprake zijn wanneer de dader een rechtmatige reden heeft om aan te nemen dat het goed aan hem of juist aan niemand toebehoort – vereist is dat hij in de veronderstelling verkeert dat het goed andermans eigendom is.[7] Het oogmerk op de wederrechtelijke toe-eigening moet aanwezig zijn op het moment dat het goed wordt weggenomen. Komt het oogmerk later op, dan is sprake van verduistering.[2]

Suriname[bewerken]

In Suriname wordt diefstal strafbaar gesteld door de artikelen 370 en volgende van het Wetboek van Strafrecht (zie 'Externe link').

Winkeldiefstal in Nederland[bewerken]

De politiestrafbeschikkingsfeiten G 100 a en b betreffen "goederen uit een winkel/vanaf een benzinestation wegnemen/toe-eigenen", met een waarde van het ontvreemde goed van respectievelijk € 50 of minder en € 120 of minder, maar meer dan € 50, en een boete van respectievelijk € 210 en € 350.[8] Voor de strafrechtelijke vervolging is er de Richtlijn voor strafvordering winkeldiefstal (ook voor de verwante delicten verduistering en omprijzen).

Sinds 2006 bestaat in Nederland de aanpak OverlastDonatie van de ServiceOrganisatie Directe Aansprakelijkstelling (SODA[9]) die inhoudt dat een winkelier die een winkeldief op heterdaad betrapt en aangifte doet bij de politie, de dader direct aansprakelijk stelt voor de schade t.g.v. oponthoud en overlast ad € 181; het betreft een schadevergoeding op basis van de onrechtmatige daad art. 6:162 BW, voor de tijd die de winkelier aan de aanhouding en afhandeling moet besteden. Dit wordt toegepast op personen van 14 jaar en ouder.

Sinds 2011 bestaat in Nederland de regeling Afrekenen met winkeldieven[10] van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel, die in opdracht van het Ministerie van Justitie en Veiligheid werd opgestart. Deze regeling wordt sinds maart 2013 uitgevoerd door Detailhandel Nederland. Deelnemende winkeliers kunnen bij de ene of bij de andere Stichting zijn aangesloten maar niet bij beide.

De schadevergoeding staat los van de vergoeding van eventuele verdere schade. Afrekenen met winkeldieven staat ook los van een eventueel strafrechtelijk traject.[11]

Als de verdachte aan de organisatie betaalt houdt deze een deel van bedrag in voor kosten en geeft de rest aan de winkelier. Soms is er de afspraak dat de winkelier dan ook nog een deel van het bedrag in een fonds stort.

Het bedrag is oorspronkelijk berekend op basis van een gemiddeld uurtarief voor een winkelier van € 70 en voor een winkelmedewerker € 45, en het volgende gemiddelde tijdsbeslag:

  • Observeren, aanspreken en aanhouden van de verdachte: 15 minuten.
  • Ophouden van de verdachte en alarmeren van de politie: 30 minuten.
  • Assisteren bij het ophouden door een winkelmedewerker: 30 minuten.
  • Overdragen van de verdachte aan de politie: 15 minuten.
  • Diverse communicatie en administratie: 30 minuten.

De totale kosten voor de afhandeling bedragen daarmee € 127,50. Inclusief btw wordt dit na afronding € 151. Aan de hand van het loonindexcijfer en verhoogde btw-tarief is het op 1 maart 2013 vastgesteld op € 181.[12]

Verzwarende omstandigheden[bewerken]

In het Nederlandse recht staan in artikel 311 en 312 Sr enkele vormen van diefstal onder verzwarende omstandigheden dit zijn er in totaal zeven:

  • diefstal tijdens de nacht op privéterrein;
  • diefstal met twee of meer personen;
  • diefstal waarbij men de toegang heeft verkregen door middel van braak, verbreking, inklimming, valse sleutels, valse order of vals kostuum;
  • diefstal met terroristisch oogmerk;
  • diefstal met geweldpleging, waarbij het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel of de bovengenoemde omstandigheden als extra verzwarende omstandigheid geldt;
  • diefstal van vee uit de weide;
  • diefstal bij rampen zoals brand, explosie, watersnood, schipbreuk, spoorwegongeval, oproer, muiterij of oorlogsnood;

In België kan ook het gebruik van een vluchtvoertuig bij de diefstal een verzwarende omstandigheid uitmaken.

Nederlandse Wet
Wet(boek): Strafrecht
Artikel: 311
Omschrijving: # Met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft:
    1. diefstal van vee uit de weide;
    2. diefstal bij gelegenheid van brand, ontploffing, watersnood, schipbreuk, stranding, spoorwegongeval, oproer, muiterij of oorlogsnood;
    3. diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning of op een besloten erf waarop een woning staat, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt;
    4. diefstal door 2 of meer verenigde personen;
    5. diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking of inklimming, van valse sleutels, van een valse order of een vals kostuum;
    6. diefstal met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken.
  1. Indien de onder 3° omschreven diefstal vergezeld gaat van een van de in onder 4° en 5° vermelde omstandigheden, wordt gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie opgelegd.
Nederlandse Wet
Wet(boek): Strafrecht BES
Artikel: 324
Omschrijving: # Met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren wordt gestraft:
    1. diefstal van vee uit de weide;
    2. diefstal bij gelegenheid van brand, ontploffing, watersnood, schipbreuk, stranding, spoorwegongeval, oproer, muiterij of oorlogsnood;
    3. diefstal van een motorrijtuig;
    4. diefstal door twee of meer vereenigde personen;
    5. diefstal waarbij de schuldige zich den toegang tot de plaats des misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking of inklimming, van valsche sleutels, van een valsche order of een valsch kostuum.
    6. diefstal met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijker te maken.

Verwante misdrijven[bewerken]

In de Nederlandse wet wordt er een verschil gemaakt tussen diefstal, stroperij, afpersing, afdreiging, verduistering en bedrog. Deze worden in de artikelen 314 tot en met 339 van het Wetboek van Strafrecht behandeld.

Stroperij[bewerken]

Stroperij heeft in het Nederlandse strafrecht een enigszins andere betekenis dan in het algemeen taalgebruik. Stroperij is een vorm van diefstal, maar dan wel een diefstal van goederen van geringe waarde. De straffen zijn dan ook lager dan die voor diefstal (het gaat om een zogenoemd geprivilegieerd delict).

1rightarrow blue.svg Zie ook: wildstroperij, voor de betekenis van stroperij in het alledaags taalgebruik (illegaal jagen en vissen).
1rightarrow blue.svg Zie ook: Stroperij (strafrecht).

Afdreiging[bewerken]

Afdreiging is in Nederland een bepaald misdrijf.

Het gaat om de gedraging die in de volksmond chantage heet. Opvallend is dat het een klachtdelict is en wel om de voor de hand liggende reden dat ambtelijke vervolging juist door de openbaarheid van rechtspraak aan het licht zou brengen wat het slachtoffer verborgen wil houden. Opmerkelijk is verder dat het ook strafbaar is iemand te chanteren tot iets waartoe hij al civielrechtelijk verplicht is. Chantage is met andere woorden geen legaal incassomiddel. Overigens is het ook denkbaar dat iemand met chantage wordt gedwongen tot een doen of nalaten en niet zo zeer tot afgifte of betaling. De dader kan bijvoorbeeld seksuele diensten eisen. Dit valt niet onder de delictomschrijving en zal derhalve via andere wetsartikelen vervolgd worden (bijvoorbeeld 'eenvoudige' bedreiging).

Nederlandse Wet
Wet(boek): Strafrecht
Artikel: 318
Omschrijving: Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging met smaad, smaadschrift of openbaring van een geheim iemand dwingt hetzij tot de afgifte van enig goed dat geheel of ten dele aan deze of aan een derde toebehoort, hetzij tot het aangaan van een schuld of het tenietdoen van een inschuld, hetzij tot het ter beschikking stellen van gegevens met geldswaarde in het handelsverkeer, wordt als schuldig aan afdreiging, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Nederlandse Wet
Wet(boek): Strafrecht BES
Artikel: 331
Omschrijving: Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordeelen, door bedreiging hetzij met smaad, smaadschrift of openbaring van een geheim, hetzij met klachte of aangifte van een strafbaar feit bij de overheid, iemand dwingt hetzij tot de afgifte van eenig goed dat geheel of ten deele aan dezen of aan een derde toebehoort, hetzij tot het aangaan van eene schuld of het tenietdoen van eene inschuld, wordt, als schuldig aan afdreiging, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.

Verduistering[bewerken]

Was de persoon reeds houder van het goed, bij lening of huur bijvoorbeeld, en besloot deze het niet aan de eigenaar terug te geven, dan is sprake van verduistering. Winkeldiefstal is feitelijk ook verduistering aangezien men tot men de kassa passeert houder van het goed is. Ook fraude met het beheer van bedrijfsrekeningen is verduistering.

Bedrog[bewerken]

Een flessentrekker is iemand die zich diensten laat verlenen, wetende dat er geen betaling zal volgen, zoals de eetpiraat. In tegenstelling tot een goed kan een dienst niet meer worden teruggenomen.

Heling[bewerken]

Wanneer een door diefstal verkregen zaak aan een ander wordt doorverkocht, dan maakt de koper van het gestolen goed zich schuldig aan heling als hij kan vermoeden dat de verkoper niet de rechtmatige eigenaar was. Dit is meestal het geval: dieven stelen over het algemeen om snel aan geld te kunnen komen. Een abnormaal lage prijs, bijvoorbeeld €80,- voor een dure racefiets, is volgens de rechter voldoende aanwijzing dat de verkoper niet te goeder trouw is. Door heling te bestrijden kunnen dieven hun gestolen goederen moeilijker doorverkopen; men probeert dus door strafbaarstelling van heling voornamelijk diefstal te bestrijden.

Trivia[bewerken]

  • Iemand die alleen spullen van weinig waarde steelt wordt een kruimeldief genoemd.
  • Iemand die door charme in figuurlijke zin de harten van anderen steelt is een hartendief. Meestal wordt deze term positief gebruikt.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]