Dienst Speciale Interventies

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Dienst Speciale Interventies (DSI)
Embleem van de DSI
Embleem van de DSI
Oprichting 1 juli 2006
Land Vlag van Nederland Nederland
Organisatie Logo politie.svg Nationale Politie
Onderdeel van Landelijke Eenheid
Specialisatie Contraterreur
Aanhouding van (vuurwapen)gevaarlijke verdachten
Aantal ±450
Garnizoen Driebergen
Motto Praeparatus Esto ('Wees voorbereid')
Kleur Blauwe baret, grijs uniform
Commandanten Commissaris Remmert Heuff (2013-heden)

De Dienst Speciale Interventies (DSI) is de overkoepelende dienst die de leiding heeft bij nationale operaties van de speciale eenheden van politie en defensie. De DSI is op 1 juli 2006 opgericht en is ondergebracht bij de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie. De DSI is in staat om een snelle en adequate respons te geven bij een terroristische aanslag of andere vormen van grof geweld.

Personeel van de DSI wordt – op vrijwillige basis – gerekruteerd uit personeel van de politie en van defensie. Ook vrouwen kunnen de opleiding volgen, echter zijn er door de zware fysieke eisen momenteel geen vrouwen operationeel binnen de DSI. De DSI heeft een grootte van ongeveer 450 militairen en agenten.[1] Binnen de DSI werken politiemensen en militairen nauw samen. In geen enkel ander land vallen eenheden van zowel de politie als defensie onder hetzelfde commando. Al het DSI-personeel heeft de status van buitengewoon opsporingsambtenaar.

Sinds de reorganisatie van de politie in 2013 zijn de arrestatieteams van de politie onderdeel geworden van de DSI en worden deze aangeduid als Aanhoudings- en Ondersteuningsteams (AOT’s). Sindsdien zijn er binnen de DSI drie afdelingen; respectievelijk de Afdeling Aanhoudings- en Ondersteuningsteams (AOT's), de Afdeling Interventie (AI) en de Afdeling Expertise & Operationele Ondersteuning (AE&OO). Binnen de DSI neemt de Afdeling AOT grofweg 80% van de inzetten tot haar rekening.[2]

Geschiedenis[bewerken]

Een van de aanleidingen voor de oprichting van de DSI was de moeizame arrestatie eind 2004 van twee inmiddels veroordeelde leden van het terroristische netwerk de Hofstadgroep in Den Haag. Diverse speciale eenheden, waaronder de BBE-SIE, hadden de hele dag nodig voor de arrestatie van de verdachten. Bij de inzet bleek dat de onderlinge afstemming en coördinatie van procedures tussen de verschillende betrokkene eenheden niet ideaal was.

Om dit soort situaties te voorkomen, werden er met de DSI voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis politietaken samengevoegd met defensiewerkzaamheden. Doel daarvan was dat alle specialismen van politie en defensie werden gebundeld. Naar aanleiding van een (deels) vertrouwelijk advies van professor Cyrille Fijnaut[3] en een deskundigenrapport vanuit het Openbaar Ministerie (OM), de politie en het ministerie van Defensie, is door het kabinet-Balkenende II besloten om het oude stelsel, de Bijzondere Bijstands Eenheid te herzien. De belangrijkste redenen hiervoor waren om meer samenhang te waarborgen in het stelsel en een optimale aanpak van het hedendaagse terrorisme te kunnen leveren. De Tweede Kamer werd op 3 juni 2005 geïnformeerd over dit kabinetsstandpunt. Onder regie van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) is de nieuwe dienst DSI in 2005 officieus van start gegaan. De officiële oprichting vond plaats op 1 juli 2006.

In 2007 verscheen een rapport waaruit bleek dat de DSI kampte met een groot tekort aan personeel. Dit tekort werd deels veroorzaakt doordat relatief veel personeel de dienst verliet. Reden van vertrek betrof veelal een te beperkte inzet van de dienst.[4] De Commissie ter evaluatie van de herinrichting van het stelsel van speciale eenheden concludeerde in haar rapport dat er vertrouwen was in het stelsel en dat het stelsel in algemene zin aan zijn doel beantwoordde. De commissie was enthousiast over de samenwerking tussen politie en militairen.[5]

In 2015, na de aanslag op de redactie van het Franse magazine Charlie Hebdo, ontstond de behoefte aan snellere en meer flexibele inzet van speciale eenheden in Nederland. Als reactie hierop werden de Rapid Response Teams (RRT) opgericht. Hierop werden DSI-eenheden direct inzetbaar, in flexibele teams, vanuit meerdere locaties in Nederland. De DSI kreeg structureel extra budget om uit te breiden. In 2015 €14,4 miljoen, in 2017 €10 miljoen, in 2018 €18 miljoen en vanaf 2019 €22 miljoen.[6]

Begin 2018 werd bekend dat er een tegenvallende instroom van personeel was. Hierdoor duurde de uitbreiding van de formatie, ondanks voldoende budgettaire middelen, langer dan verwacht bij de DSI en bleef de roosterdruk groot.[7]

Enkele notabele inzetten van de DSI:

  • De klopjacht op en aanhouding van verdachte Gökmen Tanis na de aanslag in Utrecht op 18 maart 2019.[8]
  • De aanhouding van verdachte Malek F. na het steekincident in Den Haag op 5 mei 2018.[9]
  • De aanhouding van vier terreurverdachten in Rotterdam op 29 december 2018.[10]
  • De aanhouding van zeven terreurverdachten in Arnhem en Weert op 27 september 2018.[11]
  • De aanhouding van een verdachte bij de beëindiging van een gijzeling van twee handhavingsambtenaren in Arnhem op 3 mei 2017.[12]
  • De aanhouding van de Frans-Algerijnse terreurverdachte Anis B. in Rotterdam op 27 maart 2016.[13]
  • De aanhouding van twaalf Somalische terreurverdachten in Rotterdam op 24 december 2010.[14]
  • De achtervolging van meerdere verdachten naar aanleiding van een ontsnappingspoging uit de penitentiaire inrichting in Roermond op 11 oktober 2017. Bij deze ontsnappingspoging probeerde de Amsterdamse topcrimineel Benaouf A. met behulp van een helikopter te ontsnappen. Bij een achtervolging volgend op deze ontsnappingspoging werd de uit Frankrijk afkomstige Jaouad Aaros door een AT van de DSI doodgeschoten.[15]

Opleiding en specialismen[bewerken]

In 1978 begon bij de Rijkspolitie de eerste opleiding voor AT’s. In 1979 stelden de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken bij de Rijkspolitie vier, en bij de Gemeentepolitie in de grote steden zes AT’s in. Sinds de reorganisatie van de Nederlandse politie in 1994 ontvangen alle medewerkers van de AT’s dezelfde ‘basisopleiding AOT’ aan de Politieacademie, sinds 2006 ook die van het arrestatieteam van de BSB KMar. Verder heeft de opleiding deels plaats in Doorn en Hilversum, waarbij ook faciliteiten van het Korps Mariniers kunnen worden gebruikt. De intensieve opleiding duurt in totaal 20 weken en begint met de Specialistische Rijopleiding (SRO) welke een week duurt. Mariniers of commando’s die worden gedetacheerd naar de Afdeling Interventie (AI) komen voort uit de antiterreureenheden van die korpsen. Ook zij doorlopen voor zij bij de AI komen eerst de AOT-opleiding. Daarna moeten zij hun diploma buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) interventie halen. Door de strenge psychosociale en fysieke selectie van het personeel, de speciale AOT-opleiding, frequente training en de specifieke uitrusting zijn de leden van al deze teams goed toegerust om te kunnen optreden in moeilijke, gevaarlijke en wisselende situaties. De intensieve opleiding van ongeveer duizend uren in zo’n twintig weken vormt het basisinstrumentarium. De cursisten leren om snel te kunnen klimmen én dalen op de geweldsladder.

Verder ontwikkelt elk lid van het AT op den duur een specialisme. In overleg met de leiding staat het de individuele AT'er vrij om een eigen keuze te maken voor een specialisme. De verscheidenheid aan specialismen binnen een AT is groot. Zo kunnen AT'ers onder andere kiezen voor de volgende specialismen:

  • Duiken: duikers van het AT worden regelmatig ingezet voor het veiligstellen van (vuur)wapens in het water ter ondersteuning van de (forensische) recherche.
  • Opereren op hoogte: deze AT'ers worden opgeleid voor het opereren op (grote) hoogte voor zowel aanhoudingen als reddingsoperaties.
  • Medic: de medic-opleiding is een specialistische opleiding tot gewondenverzorger.
  • Explosievenexpert: explosievenexperts (intern ook bekend als ‘springmeesters’) specialiseren zich in de omgang met explosieven. Binnen het AT worden explosieven regelmatig gebruikt om de toegang tot deuren te forceren (ook bekend als breachen).
  • Motorrijder: motorrijders van het AT specialiseren zich in het opereren op en vanaf de motorfiets. De motor wordt onder andere ingezet bij het verrichten van aanhoudingen van verdachten die zich te voet verplaatsen.
  • Vuurwapendocent: vuurwapendocenten van het AT geven vuurwapentrainingen en instructies omtrent de inzet van de verschillende wapensystemen van het AT.
  • Hondengeleider: de DSI heeft de beschikking over een aantal speciaal getrainde aanhoudingshonden. Deze honden kunnen worden ingezet bij de aanhouding van (vuurwapen)gevaarlijke verdachten, de honden kunnen ook voor risicovolle verkenningen worden gebruikt. Na hun werkzame leven blijven de honden vaak bij hun geleider om van hun pensioen te genieten.

Organisatorische inrichting[bewerken]

Sinds de vorming van de Nationale Politie in 2013 kent de DSI ook de afdeling AOT. De zes AT’s van de politie blijven decentraal over het land verdeeld, maar worden sindsdien aangestuurd en beheerd door de DSI. Het AT van de BSB KMar valt organisatorisch niet onder de DSI, maar draait wel volledig mee in de verdeling van de inzetten. Waar die in het verleden op regionale basis werden geregeld, eventueel met ondersteuning door een ander AT, verloopt dat nu vanuit een landelijke coördinatie, waardoor AT's efficiënter en doelmatiger ingezet kunnen worden.

De Dienst Speciale Interventies bestaat uit de volgende afdelingen:

  • Afdeling Aanhoudings- en Ondersteuningsteams (AOT's/AT's): Arrestatieteams (AT's, officiële benaming Aanhoudings- en Ondersteuningsteam) worden hoofdzakelijk ingezet bij de arrestatie van (vuurwapen)gevaarlijke verdachten en bij levensbedreigende situaties. Sinds begin jaren negentig schommelt het jaarlijkse aantal aanhoudingen tussen de 1.200 en 1.500. Verder verzorgen de AT’s sinds enige tijd kleinschalige surveillances in onopvallende voertuigen met als doel om bij beginnende terroristische aanslagen snel ter plaatse te kunnen zijn en interventies te kunnen voorbereiden. Deze Rapid Response Teams (RRT) rijden op tijden en in gebieden waarop en waar de kans op dergelijke aanslagen het grootst is.[16] Nederland is in 6 AT-regio's opgedeeld, hiernaast levert ook de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) van de Koninklijke Marechaussee een arrestatieteam:[17]
AOT Standplaats
Noord-Oost Zwolle
Midden-West Den Haag
Zuid Eindhoven
Noord-West Amsterdam
Midden Utrecht
Zuid-West Rotterdam
BSB KMar Landelijk
  • Afdeling Interventie (AI): De hoofdtaak van de Afdeling Interventie is de aanhouding van terreurverdachten met plannen voor een terreurdaad en de aanhouding of uitschakeling van personen die bezig zijn met een terreurdaad. De afdeling is een gemengde eenheid die ruwweg bestaat uit een derde operators van het M-Squadron van het Korps Mariniers en enkele medewerkers van de antiterreureenheid van het Korps Commandotroepen, een derde AT’ers van de BSB KMar en een derde AT’ers van de politie. Verder heeft AI op enkele locaties uitvalsbases ingericht voor zogeheten Quick Reaction Force (QRF) om bij daadwerkelijke aanslagen met voldoende personeel en slagkracht een interventie te kunnen plegen. Het reactieconcept van de DSI voorziet verder in drie middelzware helikopters om in geheel Nederland snel voldoende personeel en slagkracht te kunnen inzetten in voor rechtshandhaving en (direct) levensbedreigende omstandigheden; Quick Reaction Air (QRA). De AI heeft sinds 2009 ook de status van AOT, maar is daar beperkt voor beschikbaar. Die ervaring draagt wel bij aan het onderhouden van hun operationele vaardigheden.
  • Afdeling Expertise & Operationele Ondersteuning (AE&OO): Deze afdeling bestaat uit precisieschutters en onderhandelaren, van wie ongeveer de helft militairen. Ook verzorgt deze afdeling ondersteuning van sommige inzetten/operaties met drones en robots.

Onderdeel van het stelsel van speciale eenheden, maar organisatorisch geen onderdeel van de DSI:

  • M-Squadron (eerder Unit Interventie Mariniers, UIM): M-Squadron is onderdeel van de Netherlands Maritime Special Operations Forces (NLMARSOF). Dit zijn de special operations forces (SOF) van het Korps Mariniers. Het M-Squadron telt ongeveer 120 man en is bedoeld voor grootschalige, mogelijk langdurende en complexe interventies, zoals op schepen en boorplatforms. Het M-Squadron van het Korps Mariniers hoort bij het stelsel van speciale eenheden, maar valt organisatorisch niet onder de DSI. Bij een eventuele inzet heeft het hoofd-DSI wel de leiding over het aandeel van het M-Squadron in het geheel van de inzet.

De DSI is de spil waar het stelsel van speciale eenheden om draait, maar de DSI en het stelsel van speciale eenheden vallen niet samen. Het M-Squadron levert personeel aan de Afdeling Interventie (AI) van de DSI, maar dat personeel werkt dan onder de leiding van de AI. Hetzelfde geldt voor de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) van de Koninklijke Marechaussee (KMar). De BSB levert ook AT-personeel aan de AI.[18]

Embleem van het M-Squadron

Wettelijke taken [bewerken]

In Artikel 11 van het Besluit beheer politie zijn de wettelijke taken van de Dienst Speciale Interventies vastgelegd. Hierin wordt weer onderscheid gemaakt tussen aanhoudings- en ondersteuningsteams (afdeling AOT) en de bijzonder bijstandseenheden (AI, AE&OO en M-Squadron).

De Dienst Speciale Interventies heeft in ieder geval tot taak:[19]

1. het in stand houden van aanhoudings- en ondersteuningsteams die, indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat levensbedreigende omstandigheden tegen de politie of anderen dreigen, tot taak hebben:

  • het verrichten van planmatige aanhoudingen;
  • het bewaken en beveiligen van politie-infiltranten;
  • het assisteren bij het bewaken en beveiligen van het transport van getuigen, verdachten of gedetineerden;
  • het assisteren bij het bewaken en beveiligen van objecten en andere werkzaamheden waarvoor toestemming is verkregen van het bevoegd gezag;

2. het in stand houden van één of meerdere bijzondere bijstandseenheden als bedoeld in artikel 59, eerste lid, van de Politiewet 2012 of onderdelen daarvan.

De taken van de de bovengenoemde bijstandseenheden zijn vervolgens vastgelegd in de Regeling Dienst Speciale Interventies:[20]

1. Er is een bijzondere bijstandseenheid die in het kader van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde de volgende taken heeft:

  • Het bestrijden van alle vormen van ernstig geweld dan wel terrorisme over het gehele geweldsspectrum;
  • De beveiliging van personen en objecten in bijzondere situaties, waaronder het beveiligen van ambtenaren van de Algemene inlichtingen- en veiligheidsdienst bij operaties van die dienst;
  • Het uitvoeren van andere door de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Defensie opgedragen bijzondere onderdelen van de politietaak.

2. De bijzondere bijstandseenheid bestaat uit de volgende onderdelen:

  • de Afdeling Interventie
  • de Afdeling Expertise & Operationele Ondersteuning en
  • de Unit Interventie Mariniers (nu M-Squadron genaamd).

De Dienst Speciale Interventies houdt de eerste twee onderdelen, Afdeling Interventie en de Afdeling Expertise & Operationele Ondersteuning, in stand. Het beheer van het M-Squadron berust bij de Minister van Defensie.

Uitrusting[bewerken]

De AOT's, AI, AE&OO en M-Squadron hebben allen hun eigen specifieke uitrustingstukken, maar delen ook bepaalde uitrustingstukken. Iedereen binnen het stelsel van speciale eenheden draagt grijs en heeft 'Politie' op de borst, dus ook de DSI-operators afkomstig van Defensie.[21] Wel kan de uitrusting per afdeling/specialisme afwijken.

Persoonlijke uitrusting[bewerken]

Tot de basisuitrusting van de AOT's hoort een kogelwerende helm van de fabrikant Ulbrichts, model TITAN. Deze helm heeft een vizier van zwaar gepantserd glas dat meerdere 9mm-kogels kan weerstaan. Verder dragen de AOT'ers een zwaar kogelwerend vest met eventueel extra kogelwerende opzetstukken (bijvoorbeeld voor de nek of de armen). Naar persoonlijke voorkeur draagt de AOT'er een heup- of beenholster.

De operators van AI en M-Squadron kiezen vaak voor uitrustingstukken die lichter zijn en meer bewegingsvrijheid bieden. Deze operators dragen meestal de kogelwerende Ops-Core FAST helm; deze helm is licht en biedt veel ruimte voor eventuele communicatiemiddelen en andere opzetstukken. Verder dragen de operators van AI en M-Squadron een kogelwerend vest van het merk First Spear, model AAC. Ook deze operators kunnen kiezen voor een heup- of beenholster. Verder behoort nachtzichtapparatuur tot de mogelijkheden, de nachtzichtkijkers PVS-31 en GPNVG-18 (extra breed zichtveld) van het Amerikaanse bedrijf TNVC kunnen aan de persoonlijke uitrusting toegevoegd worden.

Verder wordt er door de operator die bij een instap het desbetreffende object als eerste betreedt vaak gekozen voor het gebruiken van een kogelwerend schild. De DSI beschikt over verschillende typen schilden. Schilden die ballistische protectie tegen lichte munitie hebben zijn vaak relatief gemakkelijk te hanteren. Bij casussen waarbij zwaarder (vuurwapen)geweld wordt voorzien kan tevens gekozen worden voor het zwaardere kogelwerende schild welke ook munitie van bijvoorbeeld het AK-47-aanvalsgeweer kan weerstaan.

Bewapening[bewerken]

Ook hier is onderscheid te maken tussen de AOT's en de AI en M-Squadron, alhoewel er ook hier de ruimte is voor operators om in bepaalde situaties af te wijken.

Pistolen

  • Glock 17 pistool, kaliber 9x19mm. Dit pistool wordt veelal uitgerust met een laser- en lichtmodule.

Machinepistolen

  • Heckler & Koch MP5 machinepistool, kaliber 9x19mm. De MP5 wordt veelal uitgerust met richtmiddelen en een laser- en lichtmodule.
  • Heckler & Koch MP7 machinepistool, kaliber 4,6x30mm. De MP7 wordt veelal uitgerust met geluiddemper, richtmiddelen en een laser- en lichtmodule.
  • FN P90 machinepistool, kaliber 5,7×28mm. De P90 wordt veelal uitgerust met geluiddemper, richtmiddelen en een laser- en lichtmodule. Dit wapen wordt uitsluitend gebruikt door het M-Squadron.

(Aanvals)geweren

  • Heckler & Koch HK416 aanvalsgeweer, kaliber 5,56×45mm NAVO. De HK416 wordt veelal uitgerust met geluiddemper, richtmiddelen en een laser- en lichtmodule.
  • SIG MCX aanvalsgeweer, kaliber .300 (7.62×35 mm) AAC Blackout. Dit wapen gebruikt het zogenaamde .300 AAC Blackout-patroon[22], welke een groter penetrerend vermogen heeft dan de gebruikelijke 5,56×45mm-munitie. De MCX is uitgerust met de SIG Sauer Suppressed Upper Receiver (SUR), een geïntegreerde geluiddemper. Verder is dit wapen uiterust met een Magpul-kolf, SIG Sauer richtmiddelen en een laser- en lichtmodule.

Scherpschuttersgeweren

  • Heckler & Koch HK417 scherpschuttersgeweer, kaliber 7,62×51mm NAVO. Dit wapen kan worden ingezet om ook op middellange afstand doeltreffend te zijn. Hiervoor is het wapen voorzien van een Schmidt & Bender of Hensoldt telescoopvizier.
  • Sako TRG 22/42 scherpschuttersgeweer, kaliber .300 Winchester Magnum (7.62×67mm) of .338 Lapua Magnum (8.6×70mm). Dit grendelgeweer van Finse makelij is eveneens uitgerust met een telescoopvizier en maakt gebruik van krachtige patronen. Hierdoor is het geweer ook accuraat op de lange afstand (>1000 meter). Dit wapensysteem wordt exclusief gebruikt door precisieschutters van de AE&OO.

Overige bewapening

  • Milkor MGL granaatwerper, granaatkaliber 40mm-granaat. Deze zesschots granaatwerper kan 40mm traangas- of rookgranaten afschieten.
  • Mossberg M-590-shotgun met less-lethal stunbag-munitie. De shotgun kan ook worden voorzien van speciale breachpatronen voor het forceren van (gebarricadeerde) deuren.
  • Taser X2, dubbelschots stroomstootwapen.
  • Stungranaat, ook bekend als flashbang, welke wordt gebruikt om de vijand tijdelijk te desoriënteren door middel van een felle flits en een zeer luide knal of piep.

Voertuigen[bewerken]

De AOT's en andere afdelingen maken grotendeels gebruik van bepantserde uitvoeringen van burgerauto's. Gedurende piketdiensten, waarbij men vierentwintig uur lang oproepbaar is, heeft men de beschikking over een persoonlijke dienstauto. Hiermee kunnen zij zich snel verplaatsen na een oproep. Het personeel moet allemaal een zogeheten Specialistische Rijopleiding (SRO) volgen. Binnen deze opleiding komt aan bod hoe men zich zo snel en veilig mogelijk door het verkeer kan verplaatsen. Ook de invloed van het extra gewicht van de bepantsering op de rijeigenschappen komt tijdens de opleiding aan bod. Verder worden er speciale manoeuvres aangeleerd; deze zogeheten autoprocedures maken het mogelijk om een zich in een auto verplaatsende verdachte snel en veilig te overmeesteren. De DSI heeft de beschikking over een uitgebreid en zeer gevarieerd wagenpark.

(Gepantserde) burgervoertuigen

Armoured Personnel Carriers (APC's)

Tevens heeft de DSI de beschikking over een aantal zogeheten armoured personnel carriers of kortweg APC's. Deze zwaar gepantserde voertuigen zijn van het model Lenco BearCat en Lenco Bear. Deze voertuigen worden gebruikt bij invallen met een hoog risico op vuurwapengeweld of andere bijzonder dreigende omstandigheden. Een aantal voertuigen van de DSI zijn uitherust met een MARS (Mobile Adjustable Ramp System)- of ARC (Articulating Ramp Conversion)-systeem, gefabriceerd door het Amerikaanse bedrijf PATRIOT3.[23] Dit systeem werkt met een aantal hydraulisch aangestuurde ramps waardoor er ook op grotere hoogte een instap kan worden uitgevoerd. Verder kan er in het geval van een vliegtuigkaping gebruik worden gemaakt van de YPR-765 AAV (Aircraft Assault Vehicle) van de Koninklijke Marechaussee, dit pantserrupsvoertuig is speciaal aangepast voor het bestormen van vliegtuigen.

Motorfietsen

Ook zijn er enkele motorfietsen in gebruik binnen de DSI. De motoren kunnen bij meerdere scenario's worden ingezet, bijvoorbeeld voor de arrestatie van verdachten die zich te voet verplaatsen. Deze DSI-operators krijgen voor het opereren met de motor een gespecialiseerde rijopleiding. De DSI heeft de beschikking over verschillende modellen, onder andere motoren van BMW en KTM worden gebruikt.

Helikopters

Zoals eerder genoemd voorziet het reactieconcept van de DSI in drie middelzware helikopters om in geheel Nederland snel voldoende personeel en slagkracht te kunnen inzetten in voor rechtshandhaving en (direct) levensbedreigende omstandigheden; de Quick Reaction Air (QRA). Hiervoor kan van drie AgustaWestland AW139 helikopters van de Dienst Luchtvaartpolitie gebruik worden gemaakt.

ATLAS[bewerken]

De DSI is de Nederlandse vertegenwoordiging binnen het ATLAS-netwerk. ATLAS is een samenwerkingsverband van Europese interventie-eenheden gericht op gezamenlijke training en eventuele bijstand bij grootschalige terreuraanslagen. Sinds 2018 beschikt ATLAS over een ondersteuningsbureau gevestigd in het hoofdkwartier van Europol in Den Haag. De opening van dit ondersteuningsbureau werd gevierd met een demonstratie van DSI- en Oostenrijkse EKO Cobra-operators.

Zie ook[bewerken]