Dienst Speciale Interventies

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Dienst Speciale Interventies
DSI
Embleem van de DSI
Embleem van de DSI
Oprichting 1 juli 2006
Land Vlag van Nederland Nederland
Organisatie Logo politie.svg Nationale Politie
Onderdeel van Landelijke Eenheid
Specialisatie Contraterreur
Aanhouding van (vuurwapen)gevaarlijke verdachten
Aantal ± 550
Garnizoen Driebergen, Utrecht
Motto Praeparatus Esto ('Wees voorbereid')
Kleur Blauwe baret, grijs uniform
Commandanten Commissaris Remmert Heuff (2013-heden)

De Dienst Speciale Interventies (DSI) is in Nederland de overkoepelende dienst die de leiding heeft bij nationale operaties van de speciale eenheden van politie en defensie. De DSI is op 1 juli 2006 opgericht en is ondergebracht bij de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie. De DSI is in staat om een snelle en adequate respons te geven bij een terroristische aanslag of andere vormen van gewelddadige verstoringen van de openbare orde en veiligheid waarvoor de reguliere politie onvoldoende toegerust is.

Personeel van de DSI wordt – op vrijwillige basis – gerekruteerd uit personeel van de politie en van defensie. Ook vrouwen kunnen de opleiding volgen, echter zijn er door de zware fysieke eisen momenteel geen vrouwen operationeel binnen de DSI. De DSI heeft een grootte van ongeveer 550 militairen en agenten.[1] Binnen de DSI werken politiemensen en militairen nauw samen. In geen enkel ander land vallen eenheden van zowel de politie als defensie onder hetzelfde commando. Al het DSI-personeel heeft de status van buitengewoon opsporingsambtenaar.

Sinds de reorganisatie van de politie in 2013 zijn de arrestatieteams van de politie onderdeel geworden van de DSI en worden deze aangeduid als Aanhoudings- en Ondersteuningsteams (AOT’s). Sindsdien zijn er binnen de DSI drie afdelingen; respectievelijk de Afdeling Aanhoudings- en Ondersteuningsteams (AOT's), de Afdeling Interventie (AI) en de Afdeling Expertise & Operationele Ondersteuning (AE&OO). Binnen de DSI neemt de Afdeling AOT grofweg 80% van de inzetten tot haar rekening.[2]

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Sinds de Aanhoudings- en Ondersteuningsteams (AOT's) onder het commando van de DSI werden geplaatst in 2013, zijn er eenheden met een volledig eigen geschiedenis actief onder één commando. Daarom is het nuttig om binnen een omschrijving van het verleden van de DSI onderscheid te maken tussen de respectievelijke geschiedenis van de Bijzondere Bijstandseenheden en de geschiedenis van de Aanhoudings- en Ondersteuningsteams.

Bijzondere Bijstandseenheid[bewerken | brontekst bewerken]

In 1972 werd de eerste Nederlandse contra-terrerreureenheid opgericht onder de naam Bijzondere Bijstandseenheid Mariniers (BBE-M). Deze oprichting vond plaats naar aanleiding van de aanslag op elf Israëlische atleten tijdens de Olympische Spelen in München uitgevoerd door Palestijnse Fatah-terroristen, en de toenemende terreurdreiging in geheel Europa gedurende de jaren '70. De leden van deze nieuwe eenheid werden geworven uit het Korps Mariniers. In 2005 werd de eenheid hernoemd tot Unit Interventie Mariniers (UIM), in 2013 werd de eenheid met de oprichting van NLMARSOF wederom hernoemd tot M-Squadron.

In navolging van de oprichting van de BBE-M werden ook twee eenheden gevormd die bestonden uit langeafstandschutters: de BBE-Politie (BBE-P) en de BBE-Krijgsmacht (BBE-K). Personeel van de BBE-P werd gerekruteerd uit de politie, waar BBE-K personeel uit de Nederlandse krijgsmacht werd gerekruteerd. De taken van de BBE-P en BBE-K werden met de oprichting van de DSI overgenomen door de Afdeling Expertise & Operationele Ondersteuning (AE&OO).

In 2004 werd de BBE-Snelle Interventie Eenheid (BBE-SIE) actief. De BBE-SIE bestond uit personeel van zowel politie als krijgsmacht en fungeerde als snel inzetbare contra-terreureenheid. De taken van de BBE-SIE werden met de oprichting van de DSI overgenomen door de Afdeling Interventie (AI).

Arrestatieteam[bewerken | brontekst bewerken]

Eind jaren zestig ontstond er bij de Nederlandse politie behoefte aan eenheden die in staat waren om de gewelddadiger geworden criminaliteit het hoofd te bieden. In 1969 richtte de gemeentepolitie van Arnhem als eerste een Groep Bijzondere Opdrachten op. Bij diverse districten van de Rijkspolitie ontstonden vergelijkbare groepen. In 1973 kreeg een van die groepen het label arrestatieteam (AT). Deze ontwikkeling leidde uiteindelijk tot het opzetten van de eerste opleiding voor AT’s bij de Rijkspolitie, in 1978. In 1979 stelden de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken bij de Rijkspolitie vier en bij de gemeentepolitie in de grote steden zes AT’s in. De bijbehorende regelgeving bepaalde dat AT’s uitsluitend konden worden ingezet voor de aanhouding van vuurwapengevaarlijke verdachten en uitsluitend met toestemming van de hoofdofficier van justitie. In 1975 richtte de Koninklijke Marechaussee (KMar) de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) op, primair voor het beveiligen van voornamelijk hooggeplaatste militairen en andere personen tegen wie er een dreiging was. In 1976 werd de BSB met 24 man operationeel. Die eersten werden opgeleid bij de GSG 9 in West-Duitsland.

Na de reorganisatie van de Nederlandse politie in 1994 zijn de AT’s van de rijks- en gemeentepolitie gaandeweg gereorganiseerd in zes interregionale AT’s van de politie. In 1994 kreeg de BSB KMar de officiële status van AT en werd daarmee het zevende AT. Sinds de reorganisatie van de politie in 2013 worden de politie AT’s officieel aangeduid als Aanhoudings- en Ondersteuningsteams (AOT’s) en zijn zij onderdeel van de DSI.

Oprichting en ontwikkeling DSI[bewerken | brontekst bewerken]

Een van de aanleidingen voor de oprichting van de DSI was de moeizame arrestatie van twee, inmiddels veroordeelde, leden van het terroristische netwerk de Hofstadgroep in Den Haag, eind 2004. Diverse speciale eenheden, waaronder de BBE-SIE, hadden de hele dag nodig voor de arrestatie van de verdachten. Bij de inzet schoot de onderlinge afstemming en coördinatie van procedures tussen de betrokken eenheden tekort.

Om dit soort situaties in de toekomst te voorkomen werd, naar aanleiding van een (deels) vertrouwelijk advies van professor Cyrille Fijnaut[3] en een deskundigenrapport vanuit het Openbaar Ministerie (OM), de politie en het ministerie van Defensie, door het kabinet-Balkenende II besloten om het oude Stelsel van Speciale Eenheden, de Bijzondere Bijstands Eenheid te herzien. Deze herziening kwam voort uit de wens en noodzaak om de eenheden binnen het stelsel efficiënter in te kunnen zetten en meer samenhang tussen de eenheden in het stelsel te creëren. Hierdoor zou een optimale inzet tegen de hedendaagse terreurdreigingen mogelijk moeten worden. De Tweede Kamer werd op 3 juni 2005 geïnformeerd over dit kabinetsstandpunt. Onder regie van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) is de nieuwe dienst DSI in 2005 officieus van start gegaan. De officiële oprichting vond plaats op 1 juli 2006. Met de oprichting van de DSI werden er voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis politietaken samengevoegd met militaire taken.

In 2007 verscheen een rapport waaruit bleek dat de DSI kampte met een groot tekort aan personeel. Dit tekort werd deels veroorzaakt doordat relatief veel personeel de dienst verliet. Reden van vertrek betrof veelal een te beperkte inzet van de dienst.[4] De Commissie ter evaluatie van de herinrichting van het stelsel van speciale eenheden concludeerde in haar rapport dat er vertrouwen was in het stelsel en dat het stelsel in algemene zin aan zijn doel beantwoordde. De commissie was enthousiast over de samenwerking tussen politie en militairen.[5]

In 2015, na de aanslag op de redactie van het Franse magazine Charlie Hebdo, ontstond de behoefte aan snellere en meer flexibele inzet van speciale eenheden in Nederland. Als reactie hierop werden de Rapid Response Teams (RRT) opgericht. Hierop werden DSI-eenheden direct inzetbaar, in flexibele teams, vanuit meerdere locaties in Nederland. De DSI kreeg structureel extra budget om uit te breiden. In 2015 €14,4 miljoen, in 2017 €10 miljoen, in 2018 €18 miljoen en vanaf 2019 €22 miljoen.[6]

Begin 2018 werd bekend dat er een tegenvallende instroom van personeel was. Hierdoor duurde de uitbreiding van de formatie, ondanks voldoende budgettaire middelen, langer dan verwacht bij de DSI en bleef de roosterdruk groot.[7]

Enkele notabele inzetten van de DSI:

  • De aanhouding van twee terreurverdachten (één Iraniër en één Nederlandse staatsburger) in Zoetermeer en Den Haag. De verdachten zouden eind 2019 een aanslag hebben willen plegen met bomvesten en één of meer autobommen.[8]
  • De klopjacht op en aanhouding van verdachte Gökmen Tanis na de aanslag in Utrecht op 18 maart 2019.[9]
  • De aanhouding van verdachte Malek F. na het steekincident in Den Haag op 5 mei 2018.[10]
  • De aanhouding van vier terreurverdachten in Rotterdam op 29 december 2018.[11]
  • De aanhouding van zeven terreurverdachten in Arnhem en Weert op 27 september 2018.[12]
  • De aanhouding van een verdachte bij de beëindiging van een gijzeling van twee handhavingsambtenaren in Arnhem op 3 mei 2017.[13]
  • De aanhouding van de Frans-Algerijnse terreurverdachte Anis B. in Rotterdam op 27 maart 2016.[14]
  • De aanhouding van twaalf Somalische terreurverdachten in Rotterdam op 24 december 2010.[15]
  • De achtervolging van meerdere verdachten naar aanleiding van een ontsnappingspoging uit de penitentiaire inrichting in Roermond op 11 oktober 2017. Bij deze ontsnappingspoging probeerde de Amsterdamse topcrimineel Benaouf A. met behulp van een helikopter te ontsnappen. Bij een achtervolging volgend op deze ontsnappingspoging werd de uit Frankrijk afkomstige Jaouad Aaros door een AT van de DSI doodgeschoten.[16]

Opleiding en specialismen[bewerken | brontekst bewerken]

DSI (AI, AE&OO en M-Squadron) tijdens een oefening in Arkansas, Verenigde Staten.

In 1978 begon bij de Rijkspolitie de eerste opleiding voor AT's. Sinds de reorganisatie van de Nederlandse politie in 1994 ontvangen alle medewerkers van de AT’s dezelfde ‘basisopleiding AOT’ aan de Politieacademie, sinds 2006 ook die van het arrestatieteam van de BSB KMar. Verder heeft de opleiding deels plaats in Doorn en Hilversum, waarbij ook faciliteiten van het Korps Mariniers kunnen worden gebruikt. De intensieve opleiding duurt in totaal 20 weken en begint met de Specialistische Rijopleiding (SRO) welke een week duurt. Mariniers of commando’s die worden gedetacheerd naar de Afdeling Interventie (AI) komen voort uit de antiterreureenheden van die korpsen. Ook zij doorlopen voor zij bij de AI komen eerst de AOT-opleiding. Daarna moeten zij hun diploma buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) interventie halen. Door de strenge psychosociale en fysieke selectie van het personeel, de speciale AOT-opleiding, frequente training en de specifieke uitrusting zijn de leden van al deze teams goed toegerust om te kunnen optreden in moeilijke, gevaarlijke en wisselende situaties. De intensieve opleiding van ongeveer duizend uren in zo’n twintig weken vormt het basisinstrumentarium. De cursisten leren om snel te kunnen klimmen én dalen op de geweldsladder.

Verder ontwikkelt elk lid van het AT op den duur een specialisme. In overleg met de leiding staat het de individuele AT'er vrij om een eigen keuze te maken voor een specialisme. De verscheidenheid aan specialismen binnen een AT is groot. Zo kunnen AT'ers onder andere kiezen voor de volgende specialismen:

  • Duiken: duikers van het AT worden regelmatig ingezet voor het veiligstellen van (vuur)wapens in het water ter ondersteuning van de (forensische) recherche.
  • Opereren op hoogte: deze AT'ers worden opgeleid voor het opereren op (grote) hoogte voor zowel aanhoudingen als reddingsoperaties.
  • Medic: de medic-opleiding is een specialistische opleiding tot gewondenverzorger.
  • Explosievenexpert: explosievenexperts (intern ook bekend als ‘springmeesters’) specialiseren zich in de omgang met explosieven. Binnen het AT worden explosieven regelmatig gebruikt om de toegang tot deuren te forceren (ook bekend als breachen).
  • Motorrijder: motorrijders van het AT specialiseren zich in het opereren op en vanaf de motorfiets. De motor wordt onder andere ingezet bij het verrichten van aanhoudingen van verdachten die zich te voet verplaatsen.
  • Vuurwapendocent: vuurwapendocenten van het AT geven vuurwapentrainingen en instructies omtrent de inzet van de verschillende wapensystemen van het AT.
  • Hondengeleider: de DSI heeft de beschikking over een aantal speciaal getrainde aanhoudingshonden. Deze honden kunnen worden ingezet bij de aanhouding van (vuurwapen)gevaarlijke verdachten, de honden kunnen ook voor risicovolle verkenningen worden gebruikt. Na hun werkzame leven blijven de honden vaak bij hun geleider om van hun pensioen te genieten.

Organisatorische inrichting[bewerken | brontekst bewerken]

Sinds de vorming van de Nationale Politie in 2013 kent de DSI ook de afdeling AOT. De zes AT’s van de politie blijven decentraal over het land verdeeld, maar worden sindsdien aangestuurd en beheerd door de DSI. Het AT van de BSB KMar valt organisatorisch niet onder de DSI, maar draait wel volledig mee in de verdeling van de inzetten. Waar die in het verleden op regionale basis werden geregeld, eventueel met ondersteuning door een ander AT, verloopt dat nu vanuit een landelijke coördinatie, waardoor AT's efficiënter en doelmatiger ingezet kunnen worden.

De Dienst Speciale Interventies bestaat uit de volgende afdelingen:

  • Afdeling Aanhoudings- en Ondersteuningsteams (AOT's/AT's): Arrestatieteams (AT's, officiële benaming Aanhoudings- en Ondersteuningsteam) worden hoofdzakelijk ingezet bij de arrestatie van (vuurwapen)gevaarlijke verdachten en bij levensbedreigende situaties. Sinds begin jaren negentig schommelt het jaarlijkse aantal aanhoudingen tussen de 1.200 en 1.500. Verder verzorgen de AT’s sinds enige tijd kleinschalige surveillances in onopvallende voertuigen met als doel om bij beginnende terroristische aanslagen snel ter plaatse te kunnen zijn en interventies te kunnen voorbereiden. Deze Rapid Response Teams (RRT) rijden op tijden en in gebieden waarop en waar de kans op dergelijke aanslagen het grootst is.[2] Nederland is in 6 AT-regio's opgedeeld, hiernaast levert ook de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) van de Koninklijke Marechaussee een arrestatieteam:[17]
AOT Standplaats
Noord-Oost Zwolle
Midden-West Den Haag
Zuid Eindhoven
Noord-West Amsterdam
Midden Utrecht
Zuid-West Rotterdam
BSB KMar Landelijk
Embleem van het Bravo-team van de AI.
  • Afdeling Interventie (AI): De hoofdtaak van de Afdeling Interventie is de aanhouding van terreurverdachten met plannen voor een terreurdaad en de aanhouding of uitschakeling van personen die bezig zijn met een terreurdaad. De afdeling is een gemengde eenheid die ruwweg bestaat uit een derde operators van het M-Squadron van het Korps Mariniers en enkele medewerkers van de antiterreureenheid van het Korps Commandotroepen, een derde AT’ers van de BSB KMar en een derde AT’ers van de politie. Verder heeft AI op enkele locaties uitvalsbases ingericht voor zogeheten Quick Reaction Force (QRF) om bij daadwerkelijke aanslagen met voldoende personeel en slagkracht een interventie te kunnen plegen. Het reactieconcept van de DSI voorziet verder in drie middelzware helikopters om in geheel Nederland snel voldoende personeel en slagkracht te kunnen inzetten in voor rechtshandhaving en (direct) levensbedreigende omstandigheden; Quick Reaction Air (QRA). De AI heeft sinds 2009 ook de status van AOT, maar is daar beperkt voor beschikbaar. Die ervaring draagt wel bij aan het onderhouden van hun operationele vaardigheden.
  • Afdeling Expertise & Operationele Ondersteuning (AE&OO): Deze afdeling bestaat uit precisieschutters en onderhandelaren, van wie ongeveer de helft militairen. Ook verzorgt deze afdeling ondersteuning van sommige inzetten/operaties met drones en robots.

Onderdeel van het stelsel van speciale eenheden, maar organisatorisch geen onderdeel van de DSI:

Embleem van het M-Squadron.
  • M-Squadron (eerder Unit Interventie Mariniers, UIM): M-Squadron is onderdeel van de Netherlands Maritime Special Operations Forces (NLMARSOF). Dit zijn de special operations forces (SOF) van het Korps Mariniers. Het M-Squadron telt ongeveer 120 man en is bedoeld voor grootschalige, mogelijk langdurende en complexe interventies, zoals op schepen en boorplatforms. Het M-Squadron van het Korps Mariniers hoort bij het stelsel van speciale eenheden, maar valt organisatorisch niet onder de DSI. Bij een eventuele inzet heeft het hoofd-DSI wel de leiding over het aandeel van het M-Squadron in het geheel van de inzet.

De DSI is de spil waar het stelsel van speciale eenheden om draait, maar de DSI en het stelsel van speciale eenheden vallen niet samen. Het M-Squadron levert personeel aan de Afdeling Interventie (AI) van de DSI, maar dat personeel werkt dan onder de leiding van de AI. Hetzelfde geldt voor de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) van de Koninklijke Marechaussee (KMar). De BSB levert ook AT-personeel aan de AI.[2]

Wettelijke taken [bewerken | brontekst bewerken]

In Artikel 11 van het Besluit beheer politie zijn de wettelijke taken van de Dienst Speciale Interventies vastgelegd. Hierin wordt weer onderscheid gemaakt tussen aanhoudings- en ondersteuningsteams (afdeling AOT) en de bijzondere bijstandseenheden (AI, AE&OO en M-Squadron).

De Dienst Speciale Interventies heeft in ieder geval tot taak:[18]

1. het in stand houden van aanhoudings- en ondersteuningsteams die, indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat levensbedreigende omstandigheden tegen de politie of anderen dreigen, tot taak hebben:

  • het verrichten van planmatige aanhoudingen;
  • het bewaken en beveiligen van politie-infiltranten;
  • het assisteren bij het bewaken en beveiligen van het transport van getuigen, verdachten of gedetineerden;
  • het assisteren bij het bewaken en beveiligen van objecten en andere werkzaamheden waarvoor toestemming is verkregen van het bevoegd gezag;

2. het in stand houden van één of meerdere bijzondere bijstandseenheden als bedoeld in artikel 59, eerste lid, van de Politiewet 2012 of onderdelen daarvan.

De taken van de de bovengenoemde bijstandseenheden zijn vervolgens vastgelegd in de Regeling Dienst Speciale Interventies:[19]

1. Er is een bijzondere bijstandseenheid die in het kader van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde de volgende taken heeft:

  • Het bestrijden van alle vormen van ernstig geweld dan wel terrorisme over het gehele geweldsspectrum;
  • De beveiliging van personen en objecten in bijzondere situaties, waaronder het beveiligen van ambtenaren van de Algemene inlichtingen- en veiligheidsdienst bij operaties van die dienst;
  • Het uitvoeren van andere door de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Defensie opgedragen bijzondere onderdelen van de politietaak.

2. De bijzondere bijstandseenheid bestaat uit de volgende onderdelen:

  • de Afdeling Interventie
  • de Afdeling Expertise & Operationele Ondersteuning en
  • de Unit Interventie Mariniers (nu M-Squadron genaamd).

De Dienst Speciale Interventies houdt de eerste twee onderdelen, Afdeling Interventie en de Afdeling Expertise & Operationele Ondersteuning, in stand. Het beheer van het M-Squadron berust bij de Minister van Defensie.

Uitrusting[bewerken | brontekst bewerken]

Patch zoals deze door alle DSI-eenheden op het kogelwerend vest worden gedragen.

De AOT's, AI, AE&OO en M-Squadron hebben allen hun eigen specifieke uitrusting, maar delen ook bepaalde onderdelen van de respectievelijke uitrusting. Alle operators die werkzaam zijn binnen het stelsel van speciale eenheden dragen grijze uitrusting en hebben 'Politie' op de borst, dit geldt ook voor de DSI-operators die afkomstig zijn van defensieonderdelen.[20] De keuze voor de kleur grijs heeft meerdere redenen. De voornaamste reden voor het dragen van één kleur is dat dit de uitstraling van eenheid en esprit de corps vergroot. Verder is de DSI nu makkelijk(er) te onderscheiden van andere eenheden binnen het opsporingsapparaat. Ook speelt mee dat uniformen en uitrustingstukken in de kleur grijs minder voor handen zijn op de commerciële markt. Dit bemoeilijkt mogelijke impersonatie door kwaadwillenden.

Binnen de DSI worden sinds enige tijd zogenaamde callsigns op het uniform gedragen om tijdens inzetten onderlinge identificatie te vergemakkelijken. Hiervoor gebruikt de DSI een combinatie van letters en cijfers die de eenheid en de rol binnen het team aangeven: (0=variabel cijfer en X=variabele letter)

Eenheid/team Callsign
AI Alfa-team A 0-0
AI Bravo-team B 0-0
AI Charlie-team C 0-0
AE&OO X 0
M-Squadron M 00 X
AOT Noord-Oost NO 000
AOT Midden-West DH 000
AOT Zuid ZD 000
AOT Noord-West AD 000
AOT Midden MN 000
AOT Zuid-West RD 000
AOT BSB KMar BSB 000

Persoonlijke uitrusting[bewerken | brontekst bewerken]

Tot de basisuitrusting van de AOT's hoort een kogelwerende helm van de fabrikant Ulbrichts, model TITAN. Deze helm heeft een vizier van zwaar gepantserd glas dat meerdere 9mm-kogels kan weerstaan. Verder dragen de AOT'ers een zwaar kogelwerend vest met eventueel extra kogelwerende opzetstukken (bijvoorbeeld voor de nek of de armen). Naar persoonlijke voorkeur draagt de AOT'er een heup- of beenholster.

De operators van AI en M-Squadron kiezen vaak voor uitrustingstukken die lichter zijn en meer bewegingsvrijheid bieden. Deze operators dragen meestal de kogelwerende Ops-Core FAST helm; deze helm is licht en biedt veel ruimte voor eventuele communicatiemiddelen en andere opzetstukken. Verder dragen de operators van AI en M-Squadron een kogelwerend vest van het merk First Spear, model AAC. Ook deze operators kunnen kiezen voor een heup- of beenholster. Verder behoort nachtzichtapparatuur tot de mogelijkheden, de nachtzichtkijkers PVS-31 en GPNVG-18 (extra breed zichtveld) van het Amerikaanse bedrijf TNVC kunnen aan de persoonlijke uitrusting toegevoegd worden.

Verder wordt er door de operator die bij een instap het desbetreffende object als eerste betreedt vaak gekozen voor het gebruiken van een kogelwerend schild. De DSI beschikt over verschillende typen schilden. Schilden die ballistische protectie tegen lichte munitie hebben zijn vaak relatief gemakkelijk te hanteren. Bij casussen waarbij zwaarder (vuurwapen)geweld wordt voorzien kan tevens gekozen worden voor het zwaardere kogelwerende schild dat ook munitie van bijvoorbeeld het AK-47-aanvalsgeweer kan weerstaan.

Bewapening[bewerken | brontekst bewerken]

Naam Herkomst Type Kaliber Foto Opmerkingen
Taser X2 Vlag van de Verenigde Staten Verenigde Staten Stroomstootwapen Dubbelschots Taser-x26.jpg Dubbelschots stroomstootwapen in gebruik bij de AOT's dat door middel van naalden een elektrische schok toedient.
Glock 17 Vlag van Oostenrijk Oostenrijk Pistool 9×19mm Parabellum Glock 17 (transparent background).jpg Dit pistool wordt veelal uitgerust met een laser- en lichtmodule.
Heckler & Koch MP5 Vlag van Duitsland Duitsland Machinepistool 9×19mm Parabellum Heckler & Koch MP5-1.jpg De MP5 wordt veelal uitgerust met richtmiddelen en een laser- en lichtmodule.
Heckler & Koch MP7 Vlag van Duitsland Duitsland Machinepistool HK 4,6x30mm Heckler & Koch MP7A1.jpg De MP7 wordt veelal uitgerust met geluiddemper, richtmiddelen en een laser- en lichtmodule.
FN P90 Vlag van België België Machinepistool FN 5,7×28mm FN-P90 noBG.jpg De P90 wordt veelal uitgerust met geluiddemper, richtmiddelen en een laser- en lichtmodule. Dit wapen wordt uitsluitend gebruikt door het M-Squadron.
Mossberg M590 Vlag van de Verenigde Staten Verenigde Staten Hagelgeweer Kaliber 12 PEO Mossberg 590A1.jpg In gebruik met less-lethal stunbag-munitie. De shotgun kan tevens worden voorzien van speciale breachpatronen voor het forceren van (gebarricadeerde) deuren.
HK416 Vlag van Duitsland Duitsland Aanvalsgeweer 5,56×45mm NAVO HK416.jpg De HK416 wordt veelal uitgerust met geluiddemper, richtmiddelen en een laser- en lichtmodule.
SIG MCX Vlag van Zwitserland Zwitserland
Vlag van de Verenigde Staten Verenigde Staten
Aanvalsgeweer .300 AAC Blackout SIG-MCX-Rifle.jpeg Dit wapen gebruikt het zogenaamde .300 AAC Blackout-patroon[21], welke met 7,62×35 mm een groter penetrerend vermogen heeft dan de gebruikelijke 5,56×45mm-munitie. De MCX is uitgerust met de SIG Sauer Suppressed Upper Receiver (SUR), een geïntegreerde geluiddemper. Verder is dit wapen uiterust met een Magpul-kolf, SIG Sauer richtmiddelen en een laser- en lichtmodule.
Heckler & Koch G28 Vlag van Duitsland Duitsland Scherpschuttersgeweer 7,62×51mm NAVO D150310ge2124.jpg Deze designated marksman rifle wordt ingezet om ook op middellange afstand doeltreffend te zijn. Het wapen is voorzien van een Hensoldt ZF 3.5-26x56 telescoopvizier, SPUHR scope mount, 45º red dot sight, Wilcox RAPTAR-S Rangefinder, LAW Tactical Gen 3 folding stock adapter, geluiddemper met Manta Suppressor Cover en is de RIS ingekort.
Barret M107 Vlag van de Verenigde Staten Verenigde Staten Scherpschuttersgeweer .50 Browning Machine Gun M107 1.jpg Antimaterieel geweer in gebruik bij de scherpschutters van AE&OO.
Sako TRG 22/42 Vlag van Finland Finland Scherpschuttersgeweer .300 Winchester Magnum
.338 Lapua Magnum
Sako TRG folding stock + Zeiss 3-12x56 SSG P.JPG Dit grendelgeweer van Finse makelij is eveneens uitgerust met een telescoopvizier en maakt gebruik van krachtige patronen. Hierdoor is het geweer ook accuraat op de lange afstand (>1000 meter). Dit wapensysteem wordt exclusief gebruikt door precisieschutters van de AE&OO.
Milkor MGL Vlag van Zuid-Afrika Zuid-Afrika Granaatwerper 40mm-granaat Milkor MGL.jpg Deze zesschots granaatwerper kan 40mm traangas- of rookgranaten afschieten.

Voertuigen[bewerken | brontekst bewerken]

De AOT's en andere afdelingen maken grotendeels gebruik van bepantserde uitvoeringen van burgerauto's. Gedurende piketdiensten, waarbij men vierentwintig uur lang oproepbaar is, heeft men de beschikking over een persoonlijke dienstauto. Hiermee kunnen zij zich snel verplaatsen na een oproep. Het personeel moet allemaal een zogeheten Specialistische Rijopleiding (SRO) volgen. Binnen deze opleiding komt aan bod hoe men zich zo snel en veilig mogelijk door het verkeer kan verplaatsen. Ook de invloed van het extra gewicht van de bepantsering op de rijeigenschappen komt tijdens de opleiding aan bod. Verder worden er speciale manoeuvres aangeleerd; deze zogeheten autoprocedures maken het mogelijk om een zich in een auto verplaatsende verdachte snel en veilig te overmeesteren. De DSI heeft de beschikking over een uitgebreid en zeer gevarieerd wagenpark.

(Gepantserde) burgervoertuigen[bewerken | brontekst bewerken]

Pantserwielvoertuigen[bewerken | brontekst bewerken]

Tevens heeft de DSI de beschikking over een aantal pantserwielvoertuigen, tevens bekend als armoured personnel carriers of kortweg APC's. Deze zwaar gepantserde voertuigen zijn van het model Lenco BearCat en Lenco Bear. Deze voertuigen worden gebruikt bij invallen met een hoog risico op vuurwapengeweld of andere bijzonder dreigende omstandigheden. Een aantal voertuigen van de DSI zijn uitgerust met een Mobile Adjustable Ramp System (MARS) of Articulating Ramp Conversion (ARC)-systeem, gefabriceerd door het Amerikaanse bedrijf PATRIOT3.[22] Deze systemen sturen hydraulisch aangestuurde ramps aan, waardoor ook objecten op hoogte relatief makkelijk kunnen worden binnengetreden. Verder kan er in het geval van een vliegtuigkaping gebruik worden gemaakt van de YPR-765 AAV (Aircraft Assault Vehicle) van de Koninklijke Marechaussee, dit pantserrupsvoertuig is speciaal aangepast voor het bestormen van vliegtuigen.

Motorfietsen[bewerken | brontekst bewerken]

Ook zijn er meerdere motorfietsen in gebruik binnen de DSI. De motoren kunnen bij meerdere scenario's worden ingezet, bijvoorbeeld voor de aanhouding van verdachten die zich te voet verplaatsen. Deze DSI-operators krijgen voor het opereren met de motor een gespecialiseerde rijopleiding. De DSI heeft de beschikking over verschillende modellen, onder andere motoren van BMW en KTM worden gebruikt.

Helikopters[bewerken | brontekst bewerken]

Zoals eerder genoemd voorziet het reactieconcept van de DSI in drie middelzware helikopters om in geheel Nederland snel voldoende personeel en slagkracht te kunnen inzetten in voor rechtshandhaving en (direct) levensbedreigende omstandigheden; de Quick Reaction Air (QRA). Hiervoor kan van drie AgustaWestland AW139 helikopters van de Dienst Luchtvaartpolitie gebruik worden gemaakt.

ATLAS[bewerken | brontekst bewerken]

De DSI is de Nederlandse vertegenwoordiging binnen het ATLAS-netwerk. ATLAS is een samenwerkingsverband van Europese interventie-eenheden gericht op gezamenlijke training en eventuele bijstand bij grootschalige terreuraanslagen. Sinds 2018 beschikt ATLAS over een ondersteuningsbureau gevestigd in het hoofdkwartier van Europol in Den Haag. De opening van dit ondersteuningsbureau werd gevierd met een demonstratie van DSI- en Oostenrijkse EKO Cobra-operators.[23]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]