Dienstplicht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Wereldkaart van de legervormen
Conscription map of the world.svg
Legenda

Gegevens 2008

geen (eigen) leger
geen dienstplicht (vrijwilligersleger/beroepsleger)
dienstplicht bestaat, maar minder dan 40% van de mannen wordt daadwerkelijk opgeroepen of minder dan 20% van de hele leeftijdsgroep (mannen en vrouwen)
dienstplicht wordt binnen maximaal drie jaar afgeschaft
dienstplicht
geen opgave

De dienstplicht of militaire dienst is de verplichting tot het tijdelijk vervullen van werkzaamheden door (een deel van) de bevolking. Meestal wordt de term dienstplicht gebruikt voor de militaire dienstplicht, waarbij jonge mensen (in de meeste landen alleen mannen) een tijdlang verplicht deel uitmaken van de krijgsmacht. Beroepsmilitairen spreken over zichzelf als in dienst ofwel in militaire dienst. Strikt juridisch is de dienstplicht een belasting in natura.

Het komt voor (dit hangt van het land af) dat mannen die hun dienstplicht hebben vervuld 'op herhaling' moeten. Dit betreft dan meestal een 'opfriscursus' van enkele weken.

Een verwant historisch begrip is de heervaart, in de middeleeuwen de plicht van weerbare mannen om in oorlogstijd een bepaalde tijd krijgsdienst te verrichten voor de landsheer.

Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

De Wachter (Nassauplein, Den Haag)
gemaakt door Shinkichi Tajiri, met de tekst:
Aangeboden ter gelegenheid van
HET EINDE VAN DE DIENSTPLICHT
door de belangenverenigingen van en voor dienstplichtigen
AVNM en VVDM, 31 augustus 1996

Iedere man en vrouw in Nederland tussen de 17 en 45 jaar oud heeft te maken met de dienstplicht. Sinds 1 mei 1997 is echter de opkomstplicht opgeschort, wat betekent dat zolang de regering de opkomstplicht niet heractiveert dienstplichtigen zich niet hoeven te melden, en gewoon kunnen blijven leven in de burgermaatschappij.[1][2] De dienstplicht is niet afgeschaft, en daarom worden dienstplichtigen nog ingeschreven. Als dit gebeurt ontvangt de dienstplichtige een dienstplichtbrief met daarin uitleg over de dienstplicht en de melding dat de dienstplichtige niet verplicht is tot opkomst. De dienstplicht wordt geregeld in artikel 98 van de grondwet en in de Kaderwet dienstplicht.[3][4]

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

In Nederland werd de militaire dienstplicht, toentertijd "conscriptie" genaamd, in 1810 ingevoerd na inlijving van het Koninkrijk Holland in het Franse Keizerrijk. Iedere man van 20 jaar of ouder moest zich inschrijven. Door middel van loting werd bepaald wie dienst moest nemen (de loteling) in het Franse leger. Het systeem werd na de verdrijving van de Fransen en de stichting van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in stand gehouden, de zogenaamde Nationale Militie. Tot 1898 kon iemand die ingeloot was echter een vervanger (remplaçant) inhuren. Na 1898 gold de persoonlijke dienstplicht. Later gold de militaire dienstplicht voor alle mannen vanaf 18 jaar. Uitstel, bijvoorbeeld vanwege studie, was mogelijk. Gewetensbezwaarden, mensen die principieel tegen het leger zijn, konden een vervangende dienstplicht vervullen in een andere sector.

In de jaren 1946 tot en met 1949 werden in totaal ongeveer 95.000 Nederlandse dienstplichtigen naar Indonesië gestuurd tijdens de politionele acties. Hiervoor moest de grondwet gewijzigd worden om het mogelijk te maken dienstplichtigen ook tegen hun wil te kunnen sturen.

In 1966 werd de Vereniging van Dienstplichtige Militairen (VVDM) opgericht, die zich als een belangenvereniging voor dienstplichtige soldaten ontwikkelde tot een serieuze gesprekspartner van de militaire en politieke leiding.

Door diverse oorzaken kwam de militaire dienstplicht eind 20e eeuw steeds meer onder druk te staan.

  1. Door het einde van de Koude Oorlog was het directe gevaar van een oorlog afgenomen.
  2. In plaats daarvan werd het Nederlandse leger steeds vaker ingezet bij vredesoperaties die niet direct dienden ter verdediging van Nederlands grondgebied. De complexiteit en het gevaar van deze missies maakten de inzet van dienstplichtigen omstreden.
  3. Bovendien werd steeds vaker gewezen op het discriminerende karakter van de dienstplicht. In een tijd waarin gelijke rechten en plichten voor iedereen steeds vanzelfsprekender werden, paste een plicht voor alleen mannen niet langer. Verder is de dienstplicht op basis van geslacht incompatibel met artikel 1 van de Nederlandse Grondwet. Dit bezwaar is vervallen nu sinds 1 januari 2020 ook voor vrouwen dienstplicht is ingevoerd.
  4. Verder bestond er kritiek op het gegeven dat de opgeroepen dienstplichtigen na een basisopleiding van enkele weken weinig meer te doen hadden en de rest van hun dienstplicht in ledigheid doorbrachten. Niet alleen was dit verspilde tijd vanuit het oogpunt van de dienstplichtigen, maar op deze manier had ook de overheid weinig aan hen.

Per 1 januari 1997 is de Dienstplichtwet vervangen door de Kaderwet dienstplicht.

Door de Wet van 3 oktober 2018 tot wijziging van de Kaderwet dienstplicht en van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst in verband met het van toepassing worden van de dienstplicht op vrouwen[5] geldt sinds 1 januari 2020 voor vrouwen die na die datum de zeventienjarige leeftijd bereiken hetzelfde als voor mannen.[6][7]

Opschorting[bewerken | brontekst bewerken]

In Nederland is sinds 1 mei 1997 de opkomstplicht officieel opgeschort. De Tweede Kamer heeft in mei 1993, bij aanvaarding van de Prioriteitennota, ingestemd met opschorting van de opkomstplicht. Sinds 22 augustus 1996 werden er al geen nieuwe dienstplichtigen meer opgeroepen. De opschorting wil zeggen dat burgers geen militaire dienst hoeven te vervullen zolang de veiligheidssituatie dat niet vereist. De Nederlandse krijgsmacht bestaat sindsdien volledig uit (vrijwillige) beroepsmilitairen. Wel krijgt iedere mannelijke en vrouwelijke staatsburger een dienstplichtbrief waarin wordt verteld dat hij/zij is ingeschreven, maar niet opkomstplichtig is. De dienstplicht is dus niet afgeschaft, alleen de opkomstplicht is opgeschort.[8] De Kaderwet dienstplicht regelt dat opschorting en beëindiging daarvan bij Koninklijk Besluit wordt geregeld, maar dat wordt ingetrokken als de Staten-Generaal bezwaar maakt.

In het voorjaar 2008 waren er geluiden, onder andere in de VVD en in de krijgsmacht zelf (generaal Dick Berlijn), die wilden onderzoeken of de opkomstplicht weer zou moeten worden ingevoerd, vanwege de zware belasting op het beroepsleger door de vele uitzendingen naar conflictgebieden.

In 2016 stelde het CDA voor de opkomstplicht opnieuw in te voeren, te beginnen met jeugdige vandalen en andere 'raddraaiers', en later alle jongeren.[9]

Maatschappelijke dienstplicht[bewerken | brontekst bewerken]

Ter vervanging van de militaire dienstplicht maken met name de ChristenUnie en het CDA zich sterk voor de invoering van een maatschappelijke dienstplicht, die voor alle schoolverlaters zou moeten gelden.[10][11] Jongeren zouden daarbij enige tijd werk verrichten bij een maatschappelijke instelling of project, of bij Defensie.[11] CDA-leider Sybrand Buma stelt dat een dergelijke dienstplicht een 'disciplinerende werking' heeft[11] en de 'gedeelde identiteit' versterkt.[12] In het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III is een 'maatschappelijke diensttijd' opgenomen, die echter vrijwillig is.

Vrienden uit dienst[bewerken | brontekst bewerken]

In Nederland zijn er, naar Amerikaans voorbeeld, verschillende online platforms ontstaan waar (voormalig) dienstplichtigen en beroepsmilitairen op zoek kunnen naar vrienden uit hun diensttijd. Met name de eerste groep is op zoek naar de dienstmaten[13] waar ze een vaak betekenisvolle periode in hun leven mee hebben gedeeld. Ook genealogiesites[14] maken dankbaar gebruik van geregistreerde informatie over mannen ('naam, rang en registratienummer') die in dienst zijn geweest.

Curaçao, Aruba en Sint Maarten[bewerken | brontekst bewerken]

Op Curaçao, Aruba en Sint Maarten bestaat een dienstplicht. Dienstplichtigen, die miliciens worden genoemd, moeten een jaar dienen bij de respectievelijke milities. Het eerste halfjaar van de opleiding is een algemene militaire opleiding. In het tweede halfjaar volgen de miliciens een vakopleiding. Wel is de opkomstplicht op Aruba opgeschort.

België[bewerken | brontekst bewerken]

De Zuidelijke Nederlanden werden in 1795 door Frankrijk geannexeerd. Door de (Franse) Wet van 5 september 1798 (19 fructidor VI) op de algemene dienstplicht, ook gekend als de wet Jourdan-Delbrel, werden alle jongemannen tussen 20 en 25 jaar opgenomen in het Franse bevrijdingleger. Vooral de Zuid-Nederlandse plattelandsbevolking verzette zich tegen deze conscriptie, in Vlaanderen de Boerenkrijg genoemd en in Luxemburg de Klöppelkrieg.

Het Franse systeem hield in dat door middel van loting werd bepaald wie effectief dienst moest nemen (de loteling). Na de verdrijving van de Fransen en de stichting van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden werd het stelsel in stand gehouden, de zogenaamde Nationale Militie. Na de secessie werd ook het Belgisch Leger gevormd uit vrijwilligers en conscriptie van lotelingen. Dit systeem, dat vermogende of verzekerde rekruten toeliet om (tegen vergoeding) een vrijwillige plaatsvervanger te sturen, werd in 1909 vervangen door de dienstplicht voor één zoon per gezin. Het oorlogsklimaat zorgde vier jaar later, op 30 augustus 1913, voor de invoering van een algemene dienstplicht voor mannen.

Na de Tweede Wereldoorlog vervulden vele dienstplichtigen hun legerdienst bij de Belgische strijdkrachten in Duitsland. Om de dienstplichtige soldaten te ondersteunen had onder andere de katholieke beweging het sociaal netwerk "Milac" uitgebouwd. Vanaf 1963 konden gewetensbezwaarden een burgerdienst vervullen. In 1992 werd de dienstplicht onder minister Leo Delcroix opgeschort en sindsdien worden er geen dienstplichtigen meer opgeroepen. De dienstplichtwet is niet meer van toepassing op lichtingen na die van 1993.[15] Op 5 februari 1995 zwaaiden de laatste dienstplichtigen af.

Overige EU-landen[bewerken | brontekst bewerken]

Zweedse dienstplichtigen (circa 1918-1920).

Verenigd Koninkrijk[bewerken | brontekst bewerken]

Dienstplicht bestond in het Verenigd Koninkrijk van 1916 tot 1919 en van 1939 tot 1963. De dienstplicht gold in de eerste periode niet voor ingezetenen van Ierland en in de tweede periode niet voor ingezetenen van Noord-Ierland; van 1942-1945 waren ook vrouwen dienstplichtig.

Rusland[bewerken | brontekst bewerken]

De dienstplicht heeft een zeer slechte reputatie in Rusland, met name vanwege de extreem hardhandige ontgroening (dedovsjtsjina). Deze ontgroening leidde ieder jaar tot incidenten met als gevolg ernstige gezondheidsschade, psychische problemen, en zelfs dodelijke incidenten en zelfmoorden. Daar komen de slechte levensomstandigheden bij, alsmede de gewoonte dienstplichtigen voor de meest riskante militaire operaties (bijvoorbeeld in Tsjetsjenië) in te zetten omdat zij het goedkoopst en makkelijkst te vervangen zijn. Jonge mannen en hun ouders vrezen de dienstplicht, en er is veelvuldig sprake van ontduiking van de dienstplicht op legale of illegale manieren. Illegale ontduiking van de dienstplicht kan in Rusland met gevangenisstraf (van ten hoogste twee jaar) worden bestraft, waarna men alsnog vanuit de gevangenis rechtstreeks in dienst gaat.

In Rusland geldt sinds 1 januari 2008 een dienstplicht van een jaar. Dit is teruggebracht van twee jaar tot een jaar in de hoop dat dit de dedovsjtsjina zal verminderen. Mannen van 18 tot 27 kunnen worden gerekruteerd, met een aantal uitzonderingsgronden.

Vrijstelling en ontduiking van de militaire dienstplicht[bewerken | brontekst bewerken]

Bericht over een loteling die zich in 1828 tien jaar te laat meldde voor dienst

Sommige mensen zien hun militaire dienst als een belangrijke stap in hun vorming tot volwassene, zien het vervullen ervan als morele plicht of leggen zich erbij neer omdat hun leeftijdgenoten nu eenmaal ook gerecruteerd worden. Anderen zien het echter als een hinderlijke onderbreking van hun levensplannen of hebben gewetensbezwaren. Andere redenen om de dienstplicht te willen ontlopen zijn slechte omstandigheden in het leger, angst om in een oorlog te worden ingezet en ontgroening door oudere lichtingen.

Waar de dienstplicht geldt, gelden vaak eveneens vrijstellingen, op grond van de nationale dienstplichtwet of in de praktijk. Veelvoorkomende vrijstellingsgronden zijn:

  • Afgekeurd worden bij de medische keuring of een medisch certificaat van ongeschiktheid kunnen overleggen.
  • Familieomstandigheden, waaronder het feit dat één of meer broers in het gezin al eerder in actieve dienst hebben gediend (broederdienst).
  • Het (fulltime) volgen van een studie of (hogere) opleiding.
  • Het bezitten van de doctorstitel, het volgen van een opleiding die hiertoe leidt, het verrichten van onderzoek, of het schrijven van een proefschrift.
  • De gezinssituatie, bijvoorbeeld enig kind of enige kostwinner zijn, of (kleine) kinderen hebben.
  • Homoseksualiteit. In sommige landen bestaat een aversie tegen homoseksuelen in het leger of beschouwt men homoseksualiteit als psychische stoornis en daarmee als medische afkeuringsgrond (vergelijkbaar met de S5 in Nederland).
  • Soms was het mogelijk een woonplaats te kiezen waar een afwijkend regime gold waardoor men niet in dienst werd opgeroepen, bijvoorbeeld Neutraal Moresnet of West-Berlijn.
  • Het vervullen van een belangrijk geachte functie, eventueel met militair nut (leraren, artsen, werknemers in de oorlogsindustrie, chemici, etc.).

Hoewel sommige banen kunnen kwalificeren voor vrijstelling van de dienstplicht, geldt het hebben van een baan op zichzelf niet als vrijstellingsgrond. Reden hiervoor is dat men vaak al wordt opgeroepen voor men de kans heeft een (vaste) baan te vinden, of dat de overheid vindt dat men maar rekening moet houden met het worden opgeroepen voor dienstplicht. Wel kan het vervullen van dienstplicht eventueel een ontslagbescherming met zich meebrengen, bijvoorbeeld in de Verenigde Staten.

Vaak wordt de dienstplicht ook ontdoken. Ontduiking is meestal illegaal. Voorbeelden van ontduiking zijn:

  • Vervalsing van een medisch certificaat van ongeschiktheid, inschrijfbewijzen bij universiteiten, of andere bewijsstukken (deze certificaten zijn veelal tegen betaling verkrijgbaar bij professionele vervalsers of corrupte artsen).
  • Het benadelen van de eigen gezondheid teneinde te worden afgekeurd. In de Franse Tijd geschiedde dit bijvoorbeeld door het afhakken of afschieten van de wijsvinger, waardoor men geen musket meer kon bedienen.
  • Niet komen opdagen na een oproep, onderduiken of naar het buitenland vluchten. Tijdens de Vietnamoorlog vluchtten bijvoorbeeld veel Amerikaanse dienstplichtigen naar Canada.

Openlijk weigeren om aan de dienstplicht te voldoen heet dienstweigering. Afhankelijk van het land, en van de redenen die de weigeraar aanvoert, kan dit legaal of illegaal zijn.

Ontduiking van de dienstplicht is in veel landen strafbaar en leidt vaak tot gevangenisstraf, waarna men alsnog direct uit de gevangenis in dienst moet. Ook worden in veel landen, met name op het platteland, dienstontduikers gestigmatiseerd, zodat er een sociale druk bestaat zich (alsnog) te melden. Wanneer een dienstontduiker zichzelf alsnog meldt, kan hij gekort worden op de straf of wordt de straf zelfs kwijtgescholden of wordt er afgezien van vervolging.

Vrouwen[bewerken | brontekst bewerken]

In de meeste landen zijn en waren vrouwen vrijgesteld van dienstplicht. In 2013 waren slechts in Benin, Bolivia, China, Cuba, Eritrea, Israël, Libië, Maleisië, Noorwegen, Noord-Korea, Soedan, Tsjaad en Tunesië vrouwen dienstplichtig.

Voor Nederland zie boven.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Conscription van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.