Diepvriezer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Diepvriezer ingebouwd onder een koelkast.

Een diepvriezer, ook wel diepvries of vriezer genoemd, is een apparaat dat op een temperatuur onder nul graden Celsius kan worden gebracht en gehouden voor het bewaren van etenswaren.

Uitvoering[bewerken]

Een diepvriezer wordt in keukens vaak onder of boven de koelkast gemonteerd en is meestal kleiner dan deze. Sommige koelkasten hebben een ingebouwd vriesvak. Er zijn ook diepvrieskisten, die meestal meer inhoud hebben dan in- of onderbouwkasten (300-400 dm3 is geen uitzondering) en die met een klep aan de bovenkant afgesloten worden.

Gebruik[bewerken]

Een diepvriezer is bedoeld om etenswaren en andere substanties lange tijd te kunnen bewaren, zonder bederf en noemenswaardig vitamineverlies. Afhankelijk van het soort levensmiddelen dat ingevroren is, kunnen de smaak en consistentie na ontdooien en bereiden enigszins veranderd zijn.

Voor het tijdperk van de diepvriezer was men voor het conserveren van voedingsmiddelen aangewezen op andere technieken, zoals wecken, drogen, pekelen en konfijten. Bij deze technieken werd de groei van bacteriën en andere microben geremd door respectievelijk het verhitten en vacuüm maken, het onttrekken van vocht of het toevoegen van veel zout of suiker. Dit had natuurlijk een nadelige invloed op de smaak, wat bij de diepvriezer veel minder het geval is.

Werking[bewerken]

De diepvriezer deed in Nederland in de eerste helft van de 20e eeuw zijn intrede. Met de ontwikkeling van moderne koeltechnieken en de verspreiding van elektriciteit, konden diepvriezers hun eigen koelsysteem krijgen en op het lichtnet worden aangesloten.

De koelende werking ontleent de diepvriezer meestal aan de verdamping van een vloeistof, waarbij energie in de vorm van warmte aan de omgeving (product) wordt onttrokken. De damp wordt in een compressor weer samengeperst en daarna weer vloeibaar gemaakt (gecondenseerd) onder het vrijkomen van warmte die aan de achterkant van de diepvriezer via een buizenstelsel in de vorm van een rooster (de condensor) wordt afgegeven. Aanvankelijk werd als koudemiddel ammoniak, zwaveldioxide of methylchloride gebruikt, later veelal chloorfluorkoolstofverbindingen (CFK's) zoals Freon R-12. Toen men zich bewust werd van de schadelijke werking hiervan op onder andere de ozonlaag, is er gezocht naar alternatieven. Tegenwoordig wordt daarom veel gebruikgemaakt van andere koudemiddelen, de HFK's (waterstoffluorkoolstofverbindingen) zoals Suva R-134a of vluchtige koolwaterstoffen als propaan. De nu nog alom gebruikte term "freon" voor koudemiddelen is sinds de invoering van de HFK's niet meer adequaat.