Dierenambulance

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dierenambulance in het Nederlandse Kampen.
Zeehondenambulance van de Zeehondencrèche Lenie 't Hart.

Een dierenambulance doet wat een gewone ambulance ook doet, maar dan voor dieren. Hierbij moet opgemerkt worden dat een dierenambulance in Nederland geen ontheffing heeft ten aanzien van bepaalde verkeersregels en dus een 'gewone' verkeersdeelnemer is. Bovendien hebben de medewerkers op een dierenambulance – in tegenstelling tot medewerkers op de 'gewone' ambulance – geen bevoegdheid te verdoven. Begin jaren zeventig verschenen de eerste mobiele hulpverleners voor dieren met een speciaal uitgeruste wagen. Veelal was dat een afgedankte reguliere ziekenwagen. Een dierenambulance biedt hulp aan zowel huisdieren als in het wild levende dieren.

De organisaties die dierenambulances op de weg brengen zijn afhankelijk van giften, donaties, collectes en soms subsidies. De meeste medewerkers zijn vrijwilligers. Er worden bijzondere eisen gesteld aan medewerkers. Zo werken veel dierenambulances 24 uur per dag en kan men in situaties terechtkomen die niet ongevaarlijk zijn.

In Nederland zijn een aantal dierenambulances onderdeel van De Dierenbescherming, andere zijn zelfstandig of lid van de Federatie Dierenambulances Nederland (FDN) of de Europese Federatie Dierenambulances (EFD). Ook de Stichting DierenLot stelt een aantal dierenambulances ter beschikking.

Taken[bewerken]

Taken van een dierenambulance zijn onder meer:

  • Hulpverlening bij acute noodsituaties waar dieren bij betrokken zijn, zoals aanrijdingen en branden.
  • Dieren helpen die in onhandige situaties terecht zijn gekomen, zoals vogels in de schoorsteen, watervogels met loodvergiftiging of haakjes in hun bek door achtergelaten vistuig.
  • Het vervoer van mensen met hun huisdier naar en van de dierenarts, wanneer de mensen zelf geen vervoer hebben. Dit is meestal ook een bron van inkomsten voor de dierenambulance.
  • Het weghalen van kadavers van dieren van de openbare weg.
  • Het plaatsen van vangkooien ten behoeve van opvang van zwerfkatten.
  • Het regelen van crematie of begrafenis van een huisdier. Het eerste contact met een huisdierenuitvaartcentrum kan worden gelegd, en ook het vervoer kan worden verzorgd.
  • Educatie en voorlichting aan kinderen, scholen en soms ook volwassenen. Ook waar het gaat om wilde dieren die beschermd zijn.
  • Advies, ook aan mensen die zich zorgen maken om dieren die in het wild thuishoren.
  • Het ophalen en proberen thuis te brengen van zwerfdieren, al dan niet met behulp van een evt. geïmplanteerde chip.
  • Dieren zonder baas naar een asiel brengen en eventueel het dier voor de baas vervoeren naar de dierenarts.

Medewerkers[bewerken]

Er zijn verschillende functies die medewerkers kunnen vervullen:

  • Centralist. De centralist neemt de telefoontjes aan, geeft zo veel mogelijk advies per telefoon en selecteert welke gevallen zwaar wegen en in welke volgorde de ritten gedaan moeten worden. Daarnaast regelt hij afspraken bij dierenartsen, zorgt voor de communicatie met dierenasiels, en andere hulpdiensten, zoals politie en brandweer, mocht dat nodig zijn. Daarnaast draagt een centralist zorg voor de administratie van de rittenrapporten.
  • Chauffeur. De chauffeur is degene die naar de plaats van een ongeval toe rijdt. Hij/zij heeft bij voorkeur een bijrijder bij zich, die voor hem of haar bijvoorbeeld de communicatie met de centrale onderhoudt, of meehelpt met het helpen van de dieren in nood. Eenmaal ter plaatse, wordt bekeken wat de ernst van de situatie is en of een dier met spoed naar een dierenarts moet. Chauffeur en bijrijder moeten - naast kennis van dieren en EHBO - goede sociale vaardigheden hebben om eigenaren van de dieren op te kunnen vangen.
  • Kantoor- en beleidspersoneel, dat ervoor zorgt dat de financiële administratie in orde is en dat de gegevens van collectanten en donateurs goed bijgehouden worden. Vaak zijn er ook mensen nodig die met de gemeente regelingen treffen, voornamelijk over zwerfdieren en wilde dieren, omdat de zorg voor die dieren wettelijk gezien onder de verantwoordelijkheid valt van de gemeente, maar regelmatig wordt opgevangen door de dierenambulance.
  • Dierverzorger. Soms is er bij een dierenambulance ook een opvang, waar dieren tijdelijk terecht kunnen tot er een betere plek voor ze gevonden wordt. Katten en honden kunnen meestal direct in het asiel terecht, maar voor konijnen, kippen, hanen en geiten ligt dat anders. Het verzorgen van die dieren brengt veel werk met zich mee.

Keurmerken in Nederland[bewerken]

Keurmerk diervervoer

Om de kwaliteit van het dierambulancevervoer te waarborgen is in 2011 het Convenant Dierennoodhulp in Nederland gesloten tussen de overheid en betrokken partijen. Naar aanleiding daarvan bestaan er nu twee keurmerken, namelijk Keurmerk Diervervoer (hieraan nemen met name de dierenambulances van de Dierenbescherming deel) en Nationaal Keurmerk Dierenambulances. Beide keurmerkdragers worden aan een gedragscode gehouden.

Zie ook[bewerken]