Dierenrijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zie artikel Zie Dierenrijk (Mierlo) voor de dierentuin in Mierlo.
Dieren
Fossiel voorkomen: Cryogenium[1]heden
Dierenrijk
Taxonomische indeling
Domein:Eukaryota (Eukaryoten)
Rijk
Animalia
Linnaeus, 1758
Onderrijken
Gewone wasbeer (Procyon lotor)
Gewone wasbeer (Procyon lotor)
Boa constrictor (Boa constrictor)
Boa constrictor (Boa constrictor)
Dagpauwoog (Aglais io)
Dagpauwoog (Aglais io)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Dieren op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De dieren (wetenschappelijke naam: Animalia), vormen een rijk in de supergroep Unikonta, behorende tot het domein van de Eukaryota. Het dierenrijk is het meest verwant met de schimmels, die binnen de Eukaryota een zustergroep vormen. Het dierenrijk zelf wordt in diverse ondergroepen verdeeld, die weer onderverdeeld zijn in stammen. De biologische wetenschap die zich met de studie van het dierenrijk bezighoudt, is de zoölogie.

Dieren zijn in beginsel met zintuigen uitgeruste, meercellige organismen, die hun energie uit organisch materiaal betrekken (verkregen door andere organismen op te eten en te verteren)[2] en die zuurstof voor hun stofwisseling nodig hebben. De meeste dieren kunnen zich actief bewegen, maar er zijn ook vele soorten met een sessiele (vastzittende) levenswijze.

Veel dieren gebruiken biologische pigmenten voor bescherming door camouflage en mimicry. Tevens wordt pigment gebruikt om onderlinge signalen af te geven ten behoeve van voortplanting. Ogen bevatten het pigment rodopsine waarmee ze licht opvangen voor het zicht. Huidpigmenten zoals melanine beschermen mens en andere dieren tegen de schadelijke werking van ultraviolette straling.

De mens wordt, binnen de biologische wetenschap, ook tot de dieren gerekend. Gedragsonderzoek heeft uitgewezen dat hoger ontwikkelde dieren gecompliceerd gedrag vertonen, en signalen aan elkaar doorgeven (diercommunicatie). Zelfs beginselen van abstract denken komen bij enige diersoorten voor, maar bij geen enkele andere, bekende diersoort is de typisch menselijke neiging waarneembaar om een hogere cultuur te ontwikkelen.

Dieren zijn tegenwoordig meestal meercellig. Traditioneel werden er ook grote groepen eencelligen, de Protozoa, tot de dieren gerekend. De in het dierenrijk basale groep zijn de Choanoflagellata. Deze vormen binnen het dierenrijk de zustergroep van de overige dieren. De zustergroep van de dieren zijn de schimmels. In deze definitie worden dieren en schimmels gezamenlijk als Opisthokonta aangeduid.

Onderverdeling van het dierenrijk[bewerken | brontekst bewerken]

Stamboom van de dieren binnen de Unikonta

 Stamboom van de dieren binnen de Unikonta

Het dierenrijk kan in vier hoofdgroepen (onderrijken) onderverdeeld worden op basis van complexiteit en het al of niet bezitten van bepaalde geavanceerde kenmerken:

De choanozoa zijn eencellig en hebben een flagel waaromheen een kraag van microvilli staat. De Parazoa worden gevormd door sponzen, waarvoor kenmerkend is dat ze wel samenwerkende cellen, maar geen samenhangende organen en weefsels hebben. De cellen van de sponzen zijn vergelijkbaar met die van de eencellige Choanozoa. Tegenover de Parazoa worden de Eumetazoa gesteld, die wel organen en weefsels hebben, en met name een darmholte of -kanaal. De Mesozoa staan daar tussenin en bestaan meestal slechts uit een plakje weefsel met een duidelijke boven- en onderzijde, maar geen echte darmholte.

De Eumetazoa of orgaandieren worden verder onderverdeeld in twee hoofdgroepen (geen taxon), gebaseerd op hun uiterlijke symmetrie:

  • Eumetazoa
    • Radiata, die radiaal symmetrisch zijn
    • Bilateria, die tweezijdig symmetrisch zijn

Typerend voor Eumetazoa is het bezit van een compartiment binnen in het lichaam waar het voedsel wordt verzameld en verteerd. Bij Radiata is dit een darmholte, en het dier heeft geen echte linker of rechterzijde, maar een radiale symmetrie (denk bijvoorbeeld aan een zeeanemoon of een kwal). De Bilateria zijn tweezijdig symmetrisch, ze hebben dus een duidelijk linker- en rechterzijde (en voor- en achterkant). Sommige Bilateria, zoals platwormen (Platyhelminthes), hebben een darmholte met maar één opening. Bij de meeste andere Bilateria is er echter sprake van een darmkanaal, waarbij er voedsel de ene kant inkomt (mond) en de andere kant weer uit (anus).

Een verdere indeling van de Bilateria is in de volgende twee groepen:

Deze indeling is met name gebaseerd op de ontwikkeling van het embryo. In de allervroegste stadia bestaat het embryo uit een met vocht gevuld bolletje cellen (of 'morula') waar zich op een gegeven moment een 'oermond' vormt door het indeuken van een zijde naar binnen toe, die binnenin de morula een holte vormt. Dit heet de blastulafase en lijkt op de toestand bij Radiata. Bij de oermondigen ontwikkelt de oermond zich tot de mond in het volwassen dier en vormt zich secundair een anus. Bij de nieuwmondigen daarentegen, ontwikkelt de oermond zich tot de anus in het volwassen stadium en vormt de mond zich secundair.

Sommige Bilateria ontwikkelen secundair een oppervlakkige radiale symmetrie. Een voorbeeld bij uitstek vormt de stam van de stekelhuidigen, waaronder de zeesterren, die een vijfvoudige radiale symmetrie ontwikkelen vanuit een bilateraal larvaal stadium.

Oorsprong en evolutie[bewerken | brontekst bewerken]

De dominerende opvatting is dat de meercellige dieren geëvolueerd zijn uit kolonievormende eencellige choanoflagellaten-voorouders. Dit zijn zweepdiertjes met een kraag rond de zweepstaart. De morfologie van deze eencelligen lijkt namelijk sterk op bepaalde lichaamscellen van de sponsdieren (de choanocyten), en gelijksoortige kraagcellen komen in het gehele dierenrijk voor.

Overzicht indelingen van het leven[bewerken | brontekst bewerken]

Hoewel er nog steeds aanpassingen plaatsvinden, wordt hieronder een schema gegeven van de veranderingen van de indeling van het leven.

Haeckel (1894)
3 rijken
Whittaker (1969)
5 rijken
Woese (1977)
6 rijken
Woese (1990)[3]
3 domeinen
Cavalier-Smith (1998)
2 domeinen en
6 rijken
Keeling (2004)
3 domeinen en
5 supergroepen
Animalia Animalia Animalia Eukarya Eukaryota Animalia Eukaryota Unikonta
Plantae Fungi Fungi Fungi Excavata
Plantae Plantae Plantae Archaeplastida
Protista Protista Chromista Chromalveolata
Protista
(niet behandeld
door Linnaeus)
Protozoa Rhizaria
Monera Archaebacteria Archaea Prokaryota Bacteria Archaea
Eubacteria Bacteria Bacteria

Onderstaand cladogram toont de positie van het rijk van de dieren (Animalia) en van de zustergroep van de dieren: de schimmels (Fungi), waarmee samen de clade van de Opisthokonta gevormd worden in de supergroep van de Unikonta.

Fylogenetische stamboom domeinen, supergroepen en rijken
(→ behoort tot de ...) wordt ook gerekend tot een polyfyletische groep

Predatie[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Predatie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Dieren verwerven de nodige energie om te overleven en te groeien door het eten van andere organismen. Als die andere organismen zelf dieren zijn, spreekt men van predatie.[4] De predator is het organisme dat eet, en het prooidier is het dier dat gegeten wordt. Een carnivoor of vleeseter haalt zijn energie uitsluitend of bijna uitsluitend uit predatie, terwijl een omnivoor of "alleseter" dierlijk voedsel combineert met andere organismen zoals planten. De meeste voedselketens beginnen met een plant of een eencellige; gevolgd door een herbivoor dier als primaire consument; en daarna een korte of lange reeks predatoren.

Binnen de ecologie, de wetenschap die organismen en soorten bestudeert in verhouding tot hun leefomgeving, houdt de populatiebiologie zich bezig met de aantallen en dichtheden van soorten in ruimte en tijd. De eenvoudigste wiskundige modellen in de populatiebiologie beschrijven de wederzijdse beïnvloeding tussen een populatie van predatoren en een populatie van hun prooidieren (zie bijvoorbeeld Lotka-Volterravergelijking).

Dieren als menselijke voedingsbron[bewerken | brontekst bewerken]

Vele organismen zijn voor hun bestaan afhankelijk van het consumeren van producten of lichamen van andere organismen en de mens is daarop geen uitzondering. Wel typisch menselijk is het grootschalige en systematische ingrijpen in natuurlijke processen om de hoeveelheid beschikbaar voedsel te vergroten. In zekere zin is de domesticatie en teelt van planten- en diersoorten het begin van alle cultuur. Daar komt bij dat de mens ook dierlijk voeder verzamelt of kweekt voor sommige huisdieren.

In deze paragraaf wordt met de term 'dier' uitsluitend verwezen naar niet-menselijke dieren. Menselijk kannibalisme is nooit een systematische bron van voeding geweest, maar vindt uitsluitend in een rituele context of in extreme noodsituaties plaats.

Dieren als producent[bewerken | brontekst bewerken]

Veel zoogdieren zijn gedomesticeerd voor de menselijke consumptie van hun melk of van daaruit afgeleide zuivelproducten zoals kaas en boter. De belangrijkste melkveesoort zijn runderen. Andere dieren die voor hun melkproductie worden gehouden, zijn waterbuffels, geiten, schapen, kamelen, ezels, paarden, rendieren en jaks.

Mensen eten ook de eieren van grote vogels en van sommige reptielen en vissen.

Bijen spelen een essentiële rol in de productie van honing, hoewel die geen deel uitmaakt van hun organisme.

Dieren als voedsel[bewerken | brontekst bewerken]

Reeds in vroege prehistorische tijden waren de jacht en de visvangst een vast onderdeel het leven in veel mensengemeenschappen, zoals blijkt uit muurschilderingen en andere archeologische vondsten; in een recenter verleden ontstonden pastorale nomadengemeenschappen die voor een deel van hun levensonderhoud afhingen van een kudde vee. De geschreven geschiedenis wordt echter in alle culturen voorafgegaan door de neolithische revolutie: de stichting van sedentaire beschavingen gebaseerd op de teelt van gedomesticeerde planten en dieren.

De belangrijkste groepen dieren in termen van jaarlijkse vleesproductie zijn runderen, varkens, vogels (vooral hoenders), schapen en geiten, vissen, kreeftachtigen en weekdieren. Ook paarden, kamelen en honden worden voor hun vlees geteeld.

Dierenrechten[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Dierenrechten voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Dierenrechten zijn subjectieve rechten die in sommige jurisdicties worden toegekend aan (niet-menselijke) dieren. In een beperkte, maar veel verspreide interpretatie gaat het over dierenwelzijn: maatregelen die moeten voorkomen dat zelfbewuste dieren ernstig zouden lijden. Sommige rechtsregels gaan iets verder en verbieden ook handelingen die de mens als vernederend voor het dier beschouwt, zoals het doen aantrekken van bepaalde kostuums of versieringen, en het dienen tot voorwerp van vermaak. De notie van een subjectief dierenrecht staat tegenover de traditionele opvatting dat dieren een voorwerp van eigendom kunnen zijn.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]