Dionysius van Parijs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dionysius van Parijs, kalkstenen beeld uit ca. 1460-1470

De heilige Dionysius van Parijs (Frans: Saint-Denis; Nederlands ook wel Sint-Denijs) was, volgens de legendes rond zijn persoon, de eerste bisschop van die stad in de 3e eeuw.[1]

Volgens Gregorius van Tours werd hij door de paus Fabianus naar het toenmalige Lutetia gezonden. Hij zou de eerste (houten) kerk gebouwd hebben op het eiland waarop nu de Notre Dame ligt. Met zijn gezellen Eleutherius en Rusticus[2] werd hij ca. 250, zoals beschreven werd in de Historia Francorum van Gregorius van Tours, om het leven gebracht door de heidense bevolking.

Bronnen[bewerken]

Over Dionysius zijn er meerdere geschreven bronnen beschikbaar. Hilduin(°775-785, †840 of tussen 855 en 858) de eerste abt van de abdij van Saint-Denis, plaatst hem in de eerste eeuw[3] en vermeldt zijn graf in Catulliacus, het huidige Saint-Denis. In de "Passio Sancti Dionysii", door hem geschreven, vereenzelvigt hij hem met Dionysius de Areopagiet.[4] Die zou na zijn bekering door de apostel Paulus bisschop van Athene zijn geworden, later naar Rome gereisd en van daar met zes andere bisschoppen naar Gallië gezonden door paus Clemens I om er de bevolking te bekeren. Hij zou dan ca. 96 de marteldood zijn gestorven tijdens de vervolgingen door Domitianus[5] of volgens andere bronnen[6] omstreeks 117 onder het bewind van Trajanus. Het verhaal van de Areopagiet werd vrij omstandig als verzinsel gecatalogeerd door Bellarminus (1542-1621)[3] hierin trouwens voorafgegaan door Erasmus en Lorenzo Valla. In de zeventiende eeuw is er een hevige controverse geweest over het feit of Saint-Denis van Parijs nu al dan niet de Areopagiet was, met als resultaat dat de vervalsing uit de negende eeuw die een apostolische status moest geven aan de abdij werd afgevoerd.[7]

De tweede bron, Gregorius van Tours, plaatst in zijn Historia Francorum, de marteldood van Dionysius tussen 249 en 251. Ook Gregorius laat Dionysius samen met zes andere missionarissen[8] naar Gallië sturen door Fabianus, paus tussen 236 en 250. De legende situeert zijn marteldood op de heuvel van Montmartre en verhaalt verder dat Denis zijn afgehakte hoofd onder zijn arm nam en nog enkele kilometers verder wandelde naar de plaats waar hij begraven wilde worden. Volgens de legende stierf hij de marteldood samen met twee van zijn volgelingen Rusticus en Eleutherius.

De heilige Genoveva, patrones van Parijs, zou omstreeks 475 een basiliek boven zijn graf hebben laten oprichten.[9] Dit is in overeenstemming met het archeologisch onderzoek dat de fundamenten van een basilica uit die tijd bewees, maar of die basiliek werd gebouwd op initiatief van Genoveva blijft natuurlijk een open vraag.

Cefalofoor[bewerken]

Dionysius staat bekend als cefalofoor, dat is: hoofddrager. Volgens een legende was hij het oneens met de plaats van zijn martelaarschap (Montmartre), waarna hij zijn afgehouwen hoofd zou hebben opgepakt. Met zijn hoofd in zijn handen zou hij tien kilometer naar het noorden hebben gelopen, naar de plaats waar hij begraven wilde worden; het huidige Saint-Denis. Hij wordt dan ook vaak afgebeeld met zijn hoofd in zijn handen, bijvoorbeeld aan de gevel van de Notre Dame.

Zijn feestdag wordt gevierd op 9 oktober. De gedachtenis van de translatio is steeds op 4 december. Dionysius is een van de patronen van Frankrijk.

Referenties
  1. De eerste bisschop van Parijs waarvoor historische bevestiging kan worden gevonden is Victorin (Victorinus) in 346 Théodore César Muret, Histoire de Paris: depuis son origine jusqu'à nos jours, Bibliothèque Universelle de la Jeunesse, 1837 - Paris, p.21.
  2. Eleutherius en Rusticus werden niet vermeld door Gregorius, ze duiken pas op vanaf de zesde of zevende eeuw; Levillain Léon. Études sur l'abbaye de Saint-Denis à l'époque mérovingienne. In: Bibliothèque de l'école des chartes 1921, tome 82. pp. 5-116, p. 16.
  3. a b Simon Ditchfield, Liturgy, Sanctity and History in Tridentine Italy, Cambridge University Press, 28 november 2002, pp. 57-58.
  4. Paul Rorem, The Early Latin Dionysius in re-thinking Dionysius the Areopagite, ed. Sarah Coakley en Charles M. Stang, John Wiley & Sons, Chichester 2009, p.72.
  5. Edward B. Foley, The First Ordinary of the Royal Abbey of St.-Denis in France: Paris, Bibliothèque Mazarine 526, The University Press - Fribourg, 1960, p. 36.
  6. Abbé L. Jaud, Vie des Saints pour tous les jours de l'année, Tours, Mame, 1950.
  7. Jean-Marie Le Gall, La protection du Saint éponyme, in Ecrire son histoire: les communautés religieuses régulières face à leur passé : actes du 5e colloque international du CERCOR, ed. Nicole Bouter, Saint-Etienne, 6-8 novembre 2002, Université de Saint-Etienne, 2005, pp. 499-520.
  8. De zes andere zijn Trophimus van Arles, Gatianus van Tours, Paulus van Narbonne, Saturnin van Toulouse, Austremonius van Clermont en Martial van Toulouse.
  9. Vie de sainte Geneviève, ed. Valois.