Disticha Catonis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De "Dicta Catonis" (d.i. Uitspraken van Cato) is de naam die traditioneel gegeven wordt aan een verzameling van 144 Latijnse zedenspreuken, telkens bestaande uit twee dactylische hexameters, en om die reden ook vaak "Disticha Catonis" genoemd.

Deze uitspraken worden, zij het ten onrechte, toegeschreven aan de oud-Romeinse moralist Cato de Oude, wiens kernachtige manier van spreken vele van zijn historische uitlatingen ook spreekwoordelijk maakte. In werkelijkheid dateren de Disticha Catonis echter uit (of werden ten minste verzameld in) de 3e eeuw na Chr. Ze zijn over het algemeen stoïcijns van aard, en bepaalde spreuken moeten vrijwel zeker op oudere bronnen teruggaan, maar deze ook daadwerkelijk identificeren is onbegonnen werk.

De 288 versregels werden door uitgevers verdeeld over vier boeken. Taal en metrum komen eenvoudig en ongekunsteld over, en mede daarom genoten zij gedurende de Middeleeuwen een grote populariteit in opvoeding en onderwijs, vanwege hun moraliserende karakter. Zij werden in vele talen omgezet, bewerkt en van commentaar voorzien, uitgebreid maar ook verkort. In de Nederlanden werden zij voor het eerst uitgegeven door Erasmus (te Leuven in 1514), en in de 17e eeuw nog een keer door Petrus Scriverius.

Een paar voorbeelden:


Contra verbosos noli contendere verbis:
Sermo datur cunctis, animi sapientia paucis. [= I, 10]
Ga liever niet bekvechten met woordenkramers:
spraak is aan iedereen gegeven, wijsheid van geest aan weinigen.


Fac tibi proponas mortem non esse timendam,
quae bona si non est, finis tamen illa malorum est. [= III, 22]
Maak het tot je vaste voornemen de dood niet te vrezen,
die is wel geen goed, maar ze is wel het eind van alle ellende.

Externe links[bewerken]

Zie ook[bewerken]