Dode hand (economie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Met inkomsten uit de dode hand worden opbrengsten bedoeld uit bezittingen van bijvoorbeeld kerkgenootschappen of charitatieve instellingen zoals armenhuizen en weeshuizen. Verhuur van gebouwen en grond leveren huur en pacht op, spaargelden en belegd vermogen brengen rente en dividend op. Van 1934-1939 werd in Nederland het vermogen van deze instellingen met een Belasting van de Doode Hand belast.

De bezittingen zijn ooit geschonken voor het onderhoud van het kerkgebouw (kerkvoogdijgoederen) of ten behoeve van het inkomen van de predikant (pastoriegoederen) of de koster (kosterijgoederen). Ook instellingen kunnen beschikken over onroerende zaken en kapitaal. De opbrengsten ervan komen ten goede aan het verwezenlijken van de doelstelling van de instelling.

Geld dat kerkgenootschappen of instellingen ontvangen uit giften en collecten wordt wel levend geld genoemd. Schenkingen worden in dit geval met de warme hand gedaan.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]