Dog whistle

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een dog whistle is een bedekte toespeling die alleen of vooral door ingewijden wordt begrepen.

Dog whistles worden in politiek en media toegepast. De herkomst van het woord ligt dan ook in het hondenfluitje, waarvan de hoogfrequente toon wordt gehoord door honden maar niet door mensen. De impliciete lading van dog whistles kan altijd ontkend worden, waardoor de gebruikers ervan moderatie van sociale-mediabedrijven zoals YouTube en Facebook kunnen ontwijken. Bovendien, in de ogen van mensen die de dog whistle niet herkennen, komen de gebruikers ervan niet als extreem over. Hierdoor is er meer tolerantie voor hun opvattingen en zijn mensen sneller bereid om naar ze te luisteren.

Voorbeelden[bewerken]

  • Het gebruik door de Amerikaanse president Ronald Reagan van de term States' rights ('rechten van de deelstaten'). Op het eerste gezicht gaat het hier om het recht van de Amerikaanse deelstaten om eigen beleid te maken zonder inmenging van de federale overheid, maar als dog whistle gaat het erom dat de zuidelijke staten van de VS hun eigen discriminerende beleid zouden moeten kunnen voortzetten.[1]
  • Het betitelen van de Amerikaanse president Barack Obama als 'voedselbonnenpresident', daarmee refererend aan het onder bepaalde delen van de bevolking levende idee dat vooral minderheden (onterecht) profiteerden van zijn beleid.[1]

Zie ook[bewerken]

Noten[bewerken]