Doornappel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Doornappel
Illustratie uit Koehler (1887)
Illustratie uit Koehler (1887)
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade:Lamiiden
Orde:Solanales
Familie:Solanaceae (Nachtschadefamilie)
Geslacht:Datura
soort
Datura stramonium
L. (1753)
Doornappel
Doornappel
Doornappel
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Doornappel op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De doornappel (Datura stramonium), ook wel dolappel, duivelskruid of mollenkruid, is een plant uit de nachtschadefamilie (Solanaceae). Het is een zeer giftige plant die hallucinogene alkaloïden bevat.

Beschrijving[bewerken | brontekst bewerken]

De 5-10 cm lange trechtervormige bloemen zijn lang evenals de kelk die vijfkantig is.[1] De bloeiperiode loopt van juni t/m september/oktober. De bloemen zijn wit, soms paars aangelopen. Ze staan in de oksels van de 8-20 cm lange bladeren. De doosvrucht is eivormig en vaak gestekeld. De doosvrucht, die na rijping gedurende de zomer openspringt, bevat honderden zwarte, niervormige zaden.

Vrucht en zaden

De stengel is onvertakt of vertakt.[2][3] De alleenstaande en gesteelde bladeren zijn onregelmatig van vorm met brede tanden. De bladeren zijn niet behaard.[1] De bovenzijde van de bladeren is donkerder dan de onderzijde.[3]

Biotoop[bewerken | brontekst bewerken]

Doornappel gedijt op zonnige open plaatsen met voedselrijke, omgewerkte, vaak kalkhoudende grond. Groeiplaatsen zijn bewerkte gronden, zeeduinen, voedselrijke ruigten, stortterreinen en zand- en grindstrandjes langs rivieren.

Verspreiding[bewerken | brontekst bewerken]

Datura stramonium is inheems in Noord-Amerika, maar vond al vroeg na de ontdekking van dit continent ook in Europa verspreiding.[3] De plant lijkt ook reeds te zijn afgebeeld op een schilderij van Jheronimus Bosch.[4] Linnaeus beschreef de plant wetenschappelijk in 1753. Kruidenkenners als Nicholas Culpeper beschreven de plant echter al een eeuw eerder.[5] Nu komt de plant in alle vrijwel alle gematigde gebieden ter wereld voor. De plant geldt in Nederland en Vlaanderen als vrij algemeen voorkomend, onder meer op droge zandgrond in duingebieden.

Bestanddelen en toepassingen[bewerken | brontekst bewerken]

De voornaamste alkaloïden zijn hyoscyamine en scopolamine, stoffen die verwant zijn aan atropine uit de wolfskers (Atropa belladonna). Gaschromatografische analyse gecombineerd met massaspectrografie (GC-MS) heeft echter een cocktail van wel zo'n 29 verwante alkaloïden aangetoond in planten van Bulgaarse herkomst.[6]

Doornappel komt ook voor als akkeronkruid. De zaden zijn moeilijk te onderscheiden van sorghum-, gierst- en boekweitzaden. Voedingsmiddelen die afgeleid zijn van deze granen kunnen soms te hoge concentraties atropine en scopolamine (tropaanalkaloiden) bevatten. Vooral baby's en peuters zijn hier gevoelig voor[7].

Door Indianen werd de plant wel gebruikt om hallucinaties op te wekken. Dit is niet ongevaarlijk en bij overdosering kan de afloop fataal zijn. Volgens overleveringen zou de doornappel door heksen gebruikt zijn in hun vliegzalf.

De doornappel wordt soms gebruikt door experimenterende drugsgebruikers. Dit resulteert vrijwel altijd in een bad trip. De hallucinaties kunnen 48 uur aanhouden.[8] De giftige alkaloiden komen in alle delen van de plant voor en variëren tot een factor 5 per plant. Ook binnen een plant kunnen er factoren verschil optreden tussen bijvoorbeeld verschillende bladeren.[3] Wanneer de plant jong is, is de verhouding scopolamine tot atropine ongeveer 3:1; na de bloei is deze verhouding omgedraaid.[9] Mede door deze grote variatie in de giftige bestanddelen treedt er gemakkelijk een fatale vergiftiging op.

Vroeger gebruikte men de bladeren van de plant voor 'astma-cigaretten' omdat atropine de luchtwegen verwijdt (bronchodilatatore werking). Ook hier bleek een juiste dosering niet mogelijk, zodat steeds vergiftigingen optraden. Halverwege de 20e eeuw werden astmasigaretten daarom van de markt gehaald.[2][10]

Bronnen[bewerken | brontekst bewerken]

  1. a b Heukels' Flora van Nederland, 23e druk, door Ruud van der Meijden, ISBN 9-789001-583446
  2. a b Wass bluht denn da?, Uitgeveruij Kosmos, ISBN 9-783440-113790
  3. a b c d Engelstalige Wikipedia dd 2 febr 2013
  4. Die Pflanze in der Bildwelt des Hieronymus Bosch, Manfred Lurker, 1967, in: Studium Generale, 20 (1967), pp. 342-351
  5. Culpeper, Nicholas (n.d.; 20th century edition of 1653 publication), Culpeper's Complete Herbal, Slough: W Foulsham & Co Ltd, pp. 368–369, ISBN 0-572-00203-3
  6. Stefan Philipova, S. & S. Berkov. GC-MS Investigation of Tropane Alkaloids in Datura stramonium. Z. Naturforsch. 57c, pp 559-561 (2002);
  7. https://www.health.belgium.be/nl/news/limiet-voor-tropaanalkaloiden-babyvoeding
  8. The deadly household plant that teens are using to get high and kills hundreds each year
  9. Nellis, David W. (1997). Poisonous Plants and Animals of Florida and the Caribbean. Pineapple Press. p. 237. ISBN 9781561641116.
  10. Astmasigaret

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Datura stramonium op Wikimedia Commons.