Doornik en het Doornikse

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kaart van Blaeu uit 1645, waarin Doornik en het Doornikse roze-omrand zijn.

Doornik en het Doornikse (Frans : Tournai et le Tournaisis) vormden in de middeleeuwen een klein zelfstandig gebied, bestaande uit de stad Doornik en het omliggende gebied het Doornikse. Het is vergelijkbaar met Groningen en de Ommelanden in Nederland of Brugge en het Brugse Vrije in Vlaanderen.

Geschiedenis[bewerken]

Merovingen en Karolingen[bewerken]

Het Doornikse was in de Gallo-Romeinse periode en later in de Frankische tijd een pagus (gouw), de pagus Tornacensis, van de civitas Menapiorum. Dit gebied werd begrensd door de Espierre en de Schelde aan de noordkant, in het zuiden door de Elnon, een beek op de huidige grens tussen België en Frankrijk en het gebied van Pevelen en in het oosten door het Mélantois en het Kortrijkse (Pagus Curtracensis).[1]

De Merovingen vestigden zich in Doornik vanaf 431 dankzij een foedus tussen Chlodio en de Romeinen. De stad blijft de hoofdstad van het Merovingische rijk tot in 486 als Clovis zijn hoofdplaats overbrengt naar eerst Soissons en later Parijs. De stad wint aan belangrijkheid onder de Karolingen dankzij de handelsroute over de Schelde.

Aanvankelijk was de wereldlijke macht in handen van de bisschop van Doornik maar in 817 stelde Lodewijk de Vrome een graaf aan voor het beheer van het gebied. In 853 wordt volgens het Capitularium van Servais van Karel de Kale zijn gebied ingedeeld in 12 missicati. Het Doornikse hoorde bij het missicatum III met de pagi Flandrensis, Aardenburg, Waas, Gent, Kortrijk, Ostrevant, Pevele, Melantois, Caribant, Vermandois en Noyonnais. De bisschop van Doornik werd aangesteld als missus. Een van de graven die met name genoemd werd als gouwheer is een zekere Ingelram die volgens Vanderkindere de gouwen van Gent, Kortrijk en Doornik zou beheren,[2] maar recente studies in verband met de correcte interpretatie van de Latijnse tekst in het capitularium geven daar veel minder zekerheid over.

Ingelram was kamerheer van Karel de Kale en stond garant voor zijn koning in 864 in een verdrag tussen Karel en Lodewijk de Duitser. In 868 werd hij op missie gestuurd naar koning Salomon van Brittannië en op 6 maart 870 stond hij opnieuw garant voor Karel. In 875 was hij uit de gratie van Karel de Kale tengevolge van intriges van diens vrouw Richildis en probeerde hij Lodewijk ervan te overtuigen het rijk van Karel binnen te vallen.[3]

Ingelram is uit de gratie van Karel de Kale gevallen en zijn "honores"[4] werden hem ontnomen. Volgens de oudere studies gebeurde dit in 866[2] of "kort na de winter van 870-871".[5]. Volgens de recente studies na 870 en ten laatste in 875. Vroeger nam men aan dat een aantal van de gebieden van Ingelram zou dan zijn overgegaan naar Boudewijn met de IJzeren Arm met wie Karel de Kale zich net verzoend had en zo zou het Doornikse bij het graafschap Vlaanderen zijn gevoegd. Modern onderzoek stelt dat Boudewijn I zijn bevoegdheden niet werden uitgebreid, maar dat het zijn zoon Boudewijn II was, die tijdens de troebele tijden van de aanvallen van de Vikingen van de zwakte van de laatste Karolingers gebruik maakte om zijn domein uit te breiden over de pagi Aardenburg, Mempiscus en Kortrijk, de IJzergouw, Gent, Waas en mogelijkerwijze Cassel. Na zijn leenhulde aan Odo I van Frankrijk in 888 veroverde hij Boulogne, het Terwaanse en het Doornikse. In 896 deed hij ook een poging om de Vermandois aan te hechten, maar daarbij sneuvelde zijn broer Rudolf en werden de Vlamingen teruggedreven.[6]

Capetingen[bewerken]

De Vlaamse graaf Boudewijn V (ca. 1013-1067) maakte van het Doornikse een Kasselrij onder het gezag van een burggraaf. Het Doornikse zou een Vlaamse kasselrij blijven tot aan het begin van de 14e eeuw toen het werd geannexeerd als Frans kroondomein.

In 1146 wordt Doornik een bisschopszetel waar het vroeger afhing van Noyon waarmee het in 626 of 627 was verenigd. Op die manier kwamen zowat alle belangrijke plaatsen in het gebied van de graven van Vlaanderen in het bisdom Doornik terecht.

De Capetingen voerden hun afstamming terug op de Merovingische koningen om zo hun aanspraken op de Franse troon waar te maken. Doornik, de bakermat van de Merovingische koningen was dus voor hen een belangrijke plaats. Tijdens een bezoek van Philippe II Auguste aan bisschop Evrard in 1187 laat hij een oorkonde opstellen waarin hij de burgers een soort stadsrecht geeft en zo de stad aan zich bindt. Doornik wordt een soort van koninklijke enclave binnen Vlaanderen.

De burggraaf Boudewijn, de zoon van Everard III Radulf, heer van Mortagne legde leenhulde af aan Filips II voor het kasteel van Mortagne, maar na het verdrag van Vernon in 1195 kwam de plaats toe aan Vlaanderen. De burggraag van Mortagne bleef een van de trouwste vazallen van de graven van Vlaanderen-Henegouwen en het gebied van de kasselrij bleef dus, gescheiden van de stad Doornik, onder de heerschappij van de graven van Vlaanderen.

Onder Gwijde van Dampierre was Doornik weer in de handen van de Graaf van Vlaanderen gekomen, maar bij de aanhechting van Romaans-Vlaanderen aan het Franse kroondomein door Filips IV van Frankrijk kwam de stad en het Doornikse terug in handen van de Franse kroon. Karel VI, van het huis Valois richtte het baljuwschap van het Doornikse op.

Habsburgers[bewerken]

Karel V voegde in 1521 Doornik en het Doornikse toe aan zijn Bourgondische erflanden. Na de vrede van Münster bleven Doornik en het Doornikse behouden voor de Spaanse Nederlanden. Bij de Vrede van Utrecht werd het gebied rond Sint-Amands aan Frankrijk overgedragen, maar de rest van het Doornikse bleef in het bezit van de Habsburgers.

Moderne tijd[bewerken]

Tijdens de Brabantse Omwenteling kwam het gebied in 1790voor enkele maanden terecht in de nieuw opgerichte Verenigde Belgische Staten.

Daarna was het in 1792 de beurt aan de Franse revolutionairen om het huidige België te bezetten en wordt het Doornikse toegevoegd aan het departement van Jemappes. In 1793 worden de Fransen verjaagd maar de geallieerden worden opnieuw verslagen door het Franse revolutionaire leger bij de slag van Fleurus in 1794. Na de val van Napoleon in 1815 komst België en het Doornikse terecht in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, maar dat was ook geen lang leven beschoren. De Belgische Revolutie van 1830 leidde tot de onafhankelijkheid van België. Sedertdien hoort het Doornikse bij de provincie Henegouwen.