Douglas DC-10

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
McDonnell Douglas DC-10
Aircraft.dc-10.750pix.jpg
Fabrikant McDonnell Douglas
Type(s) DC-10-10, DC-10-15, DC-10-20, DC-10-30, DC-10-40, KDC-10
Lengte 55,50 meter
Spanwijdte 50,40 meter
Hoogte (vanaf de grond) 17,70 meter
Interieurbreedte 6,22 meter
Max. aantal passagiers 380
Leeggewicht 122,567 kg
Max. startgewicht 240,400 kg
Max. brandstof 138,720 liter (DC-10-30)
Motoren 3x Pratt & Whitney JT9D-15 turbofan (DC-10-20)
Max. stuwkracht per motor 235.8 kN
Kruissnelheid 908 km/h
Kruishoogte 12,802 m
Max. reikwijdte 10,620 km (DC-10-30)
Eerste vlucht 5 augustus 1971 (American Airlines)
Status vliegt, maar uit productie
Voornaamste gebruikers FedEx
Portaal  Portaalicoon   Luchtvaart

De Douglas DC-10, eigenlijk McDonnell Douglas DC-10, is een driemotorig widebody-toestel dat op 29 augustus 1970 haar eerste vlucht maakte. De DC-10 (versie DC-10-10) was bedoeld als 'luchtbus' voor het Amerikaanse luchtverkeer, net als de concurrerende Lockheed TriStar. Oorspronkelijk was de DC-10 ontworpen als een tweemotorig vliegtuig. Vanwege de eis om met een volledige lading vanaf bestaande, soms vrij korte, start- en landingsbanen te kunnen opereren, was een de derde motor nodig, die in de staart werd geplaatst. Deze staartmotor die qua vormgeving aan een sigaar doet denken, is karakteristiek geworden voor dit vliegtuigtype. Latere versies, De DC-10-30 en DC-10-40, hadden een groter vliegbereik en werden zodoende ingezet op langeafstandsvluchten. Deze twee versies vallen ook op door het derde landingsgestel midden onder de romp. De DC-10 werd midden jaren tachtig verder ontwikkeld tot de McDonnel Douglas MD-11.

Reputatie[bewerken]

De DC-10 had een lange tijd een slechte reputatie vanwege diverse ongelukken, die in de beginperiode veroorzaakt werden door het ontwerp van de laaddeuren van de vrachtruimte. Het zwaarste ongeluk was Turkish Airlines Vlucht 981 op 3 maart 1974, destijds de grootste vliegramp ooit. Na een ongeluk met een exemplaar van American Airlines bij Chicago in 1979, waarbij tijdens het opstijgen een straalmotor naar beneden viel, kreeg het toestel zelfs tijdelijk een vliegverbod. In datzelfde jaar crashte een exemplaar van Air New Zealand tijdens een rondvlucht op de Zuidpool. Tien jaar later, op 19 juli 1989, maakte een DC-10 van United Airlines een spectaculaire, op video vastgelegde, noodlanding in Sioux City in de Verenigde Staten na het uitvallen van de hydraulische besturing.

Gebruikers[bewerken]

De Amerikaanse luchtmacht bestelde 60 stuks KC-10A Extender, het op de DC-10 gebaseerde tank- en transportvliegtuig. In Nederland vliegt de Koninklijke Luchtmacht met de vergelijkbare KDC-10. Dit zijn overigens verbouwde DC-10s.

In Nederland vlogen zowel KLM als Martinair met de DC-10-30. KLM bestelde er tien, maar uiteindelijk zijn maar vijf machines bij de maatschappij in dienst geweest. De overige vijf kwamen terecht bij Phillipine Airlines en het Venezolaanse VIASA. Martinair heeft vier DC-10s in haar vloot gehad. Dit waren 'convertible' vliegtuigen met een grote vrachtdeur met de aanduiding DC-10-30CF. Twee van deze toestellen zijn omgebouwd tot de KDC-10s voor de Nederlandse Luchtmacht. Een ander toestel was betrokken bij de vliegramp in Faro.

De DC-10 vloog in België bij Sabena, met een vloot van zeven stuks (registraties: OO-SLA, OO-SLB, OO-SLC, OO-SLD, OO-SLE, OO-SLG en OO-SLH).

Er zijn, exclusief de KC-10, 386 DC-10s gebouwd, de laatste in 1988. Grootste klanten waren American Airlines en United Airlines met elk ongeveer 50 exemplaren. Op dit moment treft men de DC-10 vooral nog aan als vrachtvliegtuig. Boeing, erfgenaam van McDonnel Douglas, ontwikkelde de MD-10-conversie voor Federal Express, die bestond uit het ombouwen van bestaande DC-10's (zowel vrachttoestellen als voormalige passagiersvliegtuigen) naar een up-to-date cockpit (gelijk aan die van de MD-11).